ID.nl logo
Review Fairphone Fairbuds – Repareerbaar en milieuvriendelijker
© Wesley Akkerman
Huis

Review Fairphone Fairbuds – Repareerbaar en milieuvriendelijker

Voor nog geen 150 euro kun je de Fairbuds van Fairphone aanschaffen. Dit is een setje duurzame(re) oordoppen waarvan je verschillende onderdelen thuis zelf kunt vervangen. Daarnaast zijn de oordopjes ‘e-waste neutraal’ en worden veel materialen hergebruikt.

Oké
Conclusie

Onderaan de streep moet je je afvragen wat voor jou belangrijker is: een betere geluidskwaliteit of een set duurzame(re) oordoppen die je zelf kunt repareren en waar je lang mee kunt doen. De Fairbuds klinken best beperkt en dof, maar voor een wat minder geoefend oor wellicht goed genoeg. Voor deze prijs kun je beter krijgen, maar geen enkele concurrent biedt dezelfde mate van repareerbaarheid aan. Los daarvan merken we op dat er nog weleens gedoe is met aanraakknopjes en dat het aantal audiocodecs tegenvalt. Hopelijk klinkt de volgende poging beter dan nu.

Plus- en minpunten
  • Onderdelen gemakkelijk te vervangen
  • Duurzaamheid
  • Actieve ruisonderdrukking
  • Ruimte voor hoge tonen
  • Digitale equalizer
  • Gedreun klinkt heel dof
  • Equalizer biedt niet volledig soelaas
  • Magere applicatie
  • Gedoe met knopjes en pasvorm

Eerder hebben we op ID.nl gekeken naar de Fairbuds XL: een koptelefoon die ook duurzamer en beter repareerbaar is dan de meeste andere producten in deze categorie. Qua geluid weet dat product niet helemaal te overtuigen, maar in de basis is het tof om te zien dat er bedrijven zijn die het anders willen doen. Vaak zeggen koptelefoon- en oordoppenmakers dat het niet duurzaam kan, waardoor ze ook niet de nodige stappen zetten om daar toch wat verandering in te brengen. Gaat er iets kapot? Dan breng je de headset hooguit naar een recyclepunt, maar daar blijft het bij.

Dat is voor Fairphone, bekend van de zelf te repareren smartphone, niet genoeg. Dus brengt het nu een nieuwe set oordoppen op de markt waarvan de verschillende onderdelen door iedereen zelf te fiksen is. Niet alleen kun je de accu vervangen (een onderdeel dat er vaak als eerste stukgaat), maar ook de siliconen ring, de tips (in drie verschillende maten) evenals de inhoud, buitenkant en accu van de oplaadcase. Raak je een oordopje kwijt? Geen probleem – ook dat kun je gewoon los aanschaffen. Zo kun je lang doen met deze oordoppen.

De prijzen op een rijtje

  • Accu in de oordopjes: € 9,95
  • Accu in de oplaadcase: € 12,95
  • Vervangen binnenkant oplaadcase: € 39,95
  • Nieuwe oplaadcase: € 42,95
  • Nieuw, los oordopje: € 44,95

©Wesley Akkerman

Dit zijn de Fairbuds van Fairphone

De Fairbuds-oordopjes beschikken over drivers met titaniumcoating van elf millimeter. Ze zijn zweet- en weerbestendig dankzij de IP54-certificering, beschikken over bluetooth 5.3 (met multipoint-verbinding!) en hebben drie microfoons. De accuduur bedraagt vijf uur per oplaadbeurt met actieve ruisonderdrukking aan. Met de oplaadcase kun je de duur oprekken tot 26 uur. Gezien de prijs en het idee achter het product is dat geen slechte score. Kan het langer? Zeker. Maar dan lever je al snel in op duurzaamheid – en dat vind je waarschijnlijk belangrijk als je de Fairbuds koopt.

Je bedient de Fairphone Fairbuds op twee manieren: via je smartphone en via de knop op elk oordopje. Je hoeft niet heel hard op de doppen te tikken om iets voor elkaar te krijgen, dus dat is fijn. Verder is er een app beschikbaar waarmee je ziet uit welke onderdelen en modules de oordoppen en oplaadcase zijn opgebouwd. En je kunt hier de accustatus bekijken (al werkte dat bij ons niet). Ook is er een digitale equalizer aanwezig. En we verklappen alvast: die heb je wel nodig om iets van het geluid te maken, al ondervang je daarmee de audioproblemen niet helemaal. Daar later meer over.

Omdat de Fairbuds een afwijkend formaat hebben, zul je misschien even moeten wennen hoe ze in je oren zitten. Gelukkig levert Fairphone meerdere tips (opzetstukjes) mee, dus qua comfort komt het wel goed. Wij merken dat we de dopjes vaak bijdraaien tijdens het luisteren, waardoor we soms ook per ongeluk de bediening activeren. Dat is onhandig en op den duur irritant. Datzelfde geldt voor wanneer je de dopjes indoet als je ze even uitdeed. Bij het uitdoen pauzeert de muziek (al werkt niet altijd), maar als je dan op de knop drukt bij het indoen, pauzeert die weer.

©Wesley Akkerman

Niet de beste audiokwaliteit

Het ontwerp is dus een beetje onconventioneel. Wellicht dat de audiobeleving dan een hoop goedmaakt? Nou … voor 149 euro mag je meer verwachten. Als we eerlijk zijn over de geluidskwaliteit, dan klinken de Fairbuds niet als een set van die prijs. Er bestaan goedkopere oordoppen met een betere geluidsweergave. Maar bij de productie van deze oordoppen probeert de fabrikant meer rekening te houden met de milieu-impact, de repareerbaarheid en het eerlijk belonen van de werknemers aan het begin van de keten dan andere fabrikanten. Wie geïnteresseerd is in deze oordopjes vindt dat waarschijnlijk belangrijker (of minstens net zo belangrijk) dan de andere eigenschappen. En daar is wat voor te zeggen. Maar verwacht dus geen helder geluid gecombineerd met een zachte bas.

In plaats daarvan bieden de Fairbuds een beleving die we omschrijven als het onderwater-effect. Vooral de baslaag klinkt troebel en dat heeft een negatief effect op alles wat je beluistert. Het gedonder klinkt dof, waardoor ook zang minder goed naar voren komt. En dat is best jammer, want we horen dat de Fairbuds redelijk goed om kunnen gaan met de hogere tonen. Stemmen en instrumenten worden niet plots afgemeten en krijgen de ruimte voor allerlei variabelen en afmakers. Het feit dat alleen de audiocodecs SBC en AAC worden gebruikt, helpt ook niet.

Over het algemeen doen de oordoppen ons denken aan setjes van een paar jaar geleden, waarbij de actieve ruisonderdrukking de muziekbeleving negatief kon beïnvloeden. Daar komt dat ondergedompelde effect vandaan. De equalizer kan dat iets opvangen, maar helaas geldt dat de oordoppen in de basis dit geluidsprofiel hebben. De actieve ruisonderdrukking zelf maakt dan weer indruk. Aanhoudende geluiden met een lage sound filtert hij met gemak weg, terwijl hogere tonen soms nog wat doorkomen. Al met al vinden we dit niet slecht.

©Wesley Akkerman

Fairbuds kopen?

Onderaan de streep moet je je afvragen wat voor jou belangrijker is: een betere geluidskwaliteit of een set duurzame(re) oordoppen die je zelf kunt repareren en waar je lang mee kunt doen. De Fairbuds klinken best beperkt en dof, maar voor een wat minder geoefend oor wellicht goed genoeg. Voor deze prijs kun je beter krijgen, maar geen enkele concurrent biedt dezelfde mate van repareerbaarheid aan. Los daarvan merken we op dat er nog weleens gedoe is met aanraakknopjes en dat het aantal audiocodecs tegenvalt. Hopelijk klinkt de volgende poging beter dan nu.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.