ID.nl logo
Van start met equalizers: dit zijn ze en zo werken ze!
© IGOR NIKUSHIN
Huis

Van start met equalizers: dit zijn ze en zo werken ze!

Een equalizer is een handig gereedschap waarmee je het geluid van je muziek kunt aanpassen naar iets wat je prettig vindt klinken. Soms is oogt hij simpel, soms oogt hij ingewikkeld – en in beide gevallen kan het zijn dat je er niet alles uithaalt. We helpen je een eind op weg.

Waar gaat dit artikel over? Equalizers gebruiken kan een intimiderende taak zijn. Soms bieden ze heel veel opties aan en soms zijn ze vrij beperkt. Maar zonder de juiste voorkennis kan het geluid al snel modderig of scherp klinken. In dit artikel gaan we daarom dieper in op frequenties, decibel en instellingen.

Wanneer je een equalizer wil gebruiken, dan doe je dat om de klank van de muziek aan te passen. Je vindt dat nummers niet bepaald tot hun recht komen op bepaalde hardware, zoals receivers of koptelefoons. Zeker de wat goedkopere modellen kunnen flink profiteren van de digitale hulp. En anders kun je bijvoorbeeld oortjes die flink wat nadruk op bas leggen inperken. Bovendien kan het zijn dat je een gehoorprobleem hebt of wat ouder wordt, waardoor je bepaalde tonen wat meer naar voren wil brengen om ze (goed) te kunnen horen. Er bestaan dus tal van redenen.

Hoe muziek precies klinkt, is afhankelijk van een groot aantal factoren. De manier waarop het gemixt of opgenomen is, de grootte van de kamer of het gebruik van bepaalde materialen zijn slechts enkele zaken waar je rekening mee moet houden. Bovendien spelen de muziek zelf en de digitale compressie eveneens een rol. Dit kan ook allemaal effect hebben op de manier waarop je een equalizer gebruikt en hoe je hem zou moeten gebruiken. Want als je een bepaald geluid wil aanpassen, dan kan dat weer voor nieuwe problemen zorgen. Tijd om de equalizer onder de loep te nemen.


De basis van de equalizer

In de basis manipuleert een equalizer de frequenties van de audio. De meeste equalizers bieden drie opties aan: laag, midden en hoog. Die staan voor bass, mid en treble. Nu zijn er ook andere opties beschikbaar, waarmee je bijvoorbeeld wat galm of een echo kunt toevoegen. En soms kom je presets tegen, zoals Rock of Dance. Daarmee pas je in één keer de complete equalizer voor een genre aan. Hoewel nummers dan al beter klinken, zijn ze niet echt afgesteld op jouw gehoor. Daarom focussen we ons in dit artikel op de grafische equalizer die beschikt over twee assen: frequenties en decibel.

Zo’n equalizer oogt als een klassieke grafiek. De frequenties vind je op de horizontale lijn, terwijl het aantal decibel op de verticale lijn staat. De horizontale lijn is ingedeeld als een piano, met de lagere tonen aan de linkerkant en de hogere tonen aan de rechterkant. Je beheert zo’n equalizer door de regelaars te verplaatsen. Dit zijn meestal punten op de as, maar soms zijn het lijnen of knopjes. Dat is afhankelijk van het programma of de app die je gebruikt. Wil je meer bas? Dan verplaats je het punt links ietwat omhoog. Wil je minder bas, dan breng je hem vanzelfsprekend naar beneden.

©nikkytok - stock.adobe.com

Frequenties en decibel

Alle geluiden die je hoort zijn in feite trillingen van de lucht om je heen. Die trillingen kunnen we digitaal weergeven als golven die op en neer gaan op verschillende snelheden. Of: frequenties. Hoe sneller zo’n golf beweegt, hoe hoger de toon. Die frequenties meten we in een aantal hertz, dat je als een soort snelheidsmeter kunt zien. Zodra een golf vijftig keer per seconde op en neer gaat, dan is er sprake van 50 hertz. In theorie kunnen mensen alles horen tussen de 20 Hz en 20 kHz (kilohertz). Meestal eindigt het bereik ergens op 16 kHz. En hoe ouder je wordt, hoe meer dat bereik afneemt.

Equalizers werken met hetzelfde bereik als het menselijke gehoor. Het oor concentreert zich het meeste op geluiden van 60 Hz tot en met 4 kHz (zo gaat de hoogste toon op een piano niet hoger dan 4,2 kHz). Dan hebben we ook nog de boventonen, geluiden tussen de 10 en 14 kHz. Hoewel je die tonen vaak niet hoort, hebben ze wel invloed op de muziek. We benoemen het toch even om die reden. Want sommige mensen kunnen agressief omgaan met het instellen van de treble (de hogere tonen), waardoor muziek scherp of vervormd klinkt. En ze snappen dan niet waarom dat gebeurt.

Wanneer je het aantal decibel aanpast, dan pas je het volumeniveau aan, of hoe luid audio klinkt. Voor decibel is het goed om te weten dat een kleine aanpassing al een groot effect kan hebben op de weergave van het geluid, dus ook daar kun je het best voorzichtig mee omgaan. In de meeste gevallen volstaat een aanpassing van één tot twee decibel voor een specifieke band. Aangezien decibels gebruikmaken van een logaritmische schaal, heeft een toename of afname van vijf of tien decibel een gigantisch effect. Hier kun je dus het best subtiel mee omgaan.

©Day Of Victory Stu. - stock.adobe.com

Aan de slag met de equalizer

Nu we de basis van de equalizer achter de rug hebben, is het tijd om de kennis toe te passen. Wanneer je nu naar muziek luistert en je de equalizer van een programma of app opent, kun je al gerichter schakelen. Sommige muziekstreamingdiensten bieden een eigen equalizer aan, zoals Spotify. Die zit wel goed verstopt, aangezien je er snel langs scrolt. Je gaat hiervoor naar Instellingen en dan moet je op zoek gaan naar het kopje Audiokwaliteit. Veel koptelefoons en oortjes bieden eigen equalizers aan. Die hebben allemaal een grote invloed op de klank van de muziek.

Wanneer je gebruikmaakt van een equalizer, dan kun je vaak beter eerst een frequentie verlagen voordat je hem verhoogt. Wanneer je te veel frequenties versterkt, kan muziek al snel modderig klinken. Kleine aanpassingen omlaag is dus het devies. Dat wil niet zeggen dat de schuifregelaar omhoog aanpassen nooit een optie is, maar het is wel altijd optie twee. Bovendien moet je er rekening mee houden dat de aanpassing van de ene frequentie invloed heeft op de andere. Die moet je dus mogelijk ook bijstellen. Dit is een kwestie van uitproberen en horen wat goed klinkt.

Wil je meer bas en hogere tonen? Dan kun je eerst beter de frequentie in het midden te verlagen en het volume te verhogen. Dit geldt – in de basis – voor elke algemene aanpassing.

We hadden het net al even kort over presets en dat die niet jé-van-hét zijn als het aankomt op persoonlijk geluid. Maar dat betekent niet dat ze volledig onhandig zijn. Want als de app die je gebruikt presets aanbiedt, kun je ze gebruiken om te ervaren wat bepaalde instellingen voor invloed hebben op de muziek. Zo krijg je misschien sneller leren omgaan met een equalizer. Mocht je elders al gebruikmaken van een equalizer (zoals op een receiver, binnen een andere app of een digital-to-audio-converter (dac), zet er dan altijd eentje uit. Je wil geen dubbele laag aan bewerkingen hebben.

Lees ook: Luidsprekers: welke zijn er en wat kunnen ze?

©Miguel G. Saavedra

Algemene frequentieverdelingen en hun invloed

Misschien heb je hier een tof pc-programma voor gevonden en anders heb je een uitgebreide, premium receiver in de woonkamer staan. Maar het kan gebeuren dat je een equalizer hebt die nog meer punten op de twee assen kunnen plaatsen. Dan krijg je toegang tot veel meer opties met betrekking tot de invloed die uitoefent op de audio. Hieronder nemen we kort met je door om welke punten op de horizontale as het gaat en in welke mate ze de muziek kunnen aanpassen. We proberen het zo algemeen als mogelijk te houden – uiteindelijk gaat het ook om wat je zelf mooi vindt.

20 Hz tot 50 Hz: wanneer je muziek te troebel klinkt, dan kan het een goed idee zijn om deze instelling wat naar beneden bij te schaven. Audio klinkt daarna helderder.

50 Hz tot 200 Hz: hiermee pas je aan hoe zwaar de muziek klinkt. Dit heeft vooral invloed op akoestische gitaren, piano’s, zangpartijen, koperen blaasinstrumenten.

200 Hz tot 800 Hz: ga je voorbij de 200 Hz, dan krijg je te maken met de lichtere kant van het diepe. Dit geeft rijkere tonen iets meer body, waaronder die van zangpartijen, synthesizers, piano’s en akoestische gitaren. Als je dit niveau verlaagt, ontstaat er wat meer ruimte en klinkt alles minder zwaar. Door hem juist te verhogen, geef je alles meer gewicht mee.

800 Hz tot 2 kHz: met dit gebied wil je zo min mogelijk spelen. Neem je hier te veel van weg, dan gaat dat ten koste van het breekbare geluid; vul je te veel aan, dan klinkt muziek als snel metaalachtig.

2 kHz tot 4 kHz: wanneer je de regelaar iets omhoog schuift, dan klinken zangpartijen, akoestische en elektrische gitaren en de piano helderder dan voorheen.

4 kHz tot 7 kHz: in dit gebied vind je de hoogste noten die natuurlijke instrumenten kunnen maken. Gooi je de regelaar omhoog, dan klinkt audio als het ware wat dichterbij, terwijl hem omlaag duwen voor meer diepte zorgt. De hogere regionen van deze frequentie is tevens verantwoordelijk voor zo’n scherpe s die je wel eens hoort. Hoor je dat weleens, verlaag dan de frequentie.

7 kHz tot 12 kHz: wanneer je de onderste kan van deze frequentie aanpast, kan dat voor een audiobeleving zorgen die meer puur klinkt. Klinkt je muziek te scherp, dan kun je het best de boel wat verlagen. Hoe hoger je deze frequentie instelt, hoe minder je hoort – maar hoe meer je misschien voelt.

12 kHz tot 16 kHz: vanaf dit punt is alles subjectief. Hoe hoger je deze frequentie instelt, hoe meer alles ruimtelijker klinkt. Pas hier wel mee op, want een te grote aanpassing kan voor een synthetisch geluid zorgen.

Ook interessant: Waar voor je geld: 5 betaalbare receivers

Zin om zelf eens te stoeien met een equalizer?

Bij Amazon vind je goede aanbiedingen
▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: