ID.nl logo
Van start met equalizers: dit zijn ze en zo werken ze!
© Igor Nikushin - stock.adobe.com
Huis

Van start met equalizers: dit zijn ze en zo werken ze!

Een equalizer is een handig gereedschap waarmee je het geluid van je muziek kunt aanpassen naar iets wat je prettig vindt klinken. Soms is oogt hij simpel, soms oogt hij ingewikkeld – en in beide gevallen kan het zijn dat je er niet alles uithaalt. We helpen je een eind op weg.

Waar gaat dit artikel over? Equalizers gebruiken kan een intimiderende taak zijn. Soms bieden ze heel veel opties aan en soms zijn ze vrij beperkt. Maar zonder de juiste voorkennis kan het geluid al snel modderig of scherp klinken. In dit artikel gaan we daarom dieper in op frequenties, decibel en instellingen.

Wanneer je een equalizer wil gebruiken, dan doe je dat om de klank van de muziek aan te passen. Je vindt dat nummers niet bepaald tot hun recht komen op bepaalde hardware, zoals receivers of koptelefoons. Zeker de wat goedkopere modellen kunnen flink profiteren van de digitale hulp. En anders kun je bijvoorbeeld oortjes die flink wat nadruk op bas leggen inperken. Bovendien kan het zijn dat je een gehoorprobleem hebt of wat ouder wordt, waardoor je bepaalde tonen wat meer naar voren wil brengen om ze (goed) te kunnen horen. Er bestaan dus tal van redenen.

Hoe muziek precies klinkt, is afhankelijk van een groot aantal factoren. De manier waarop het gemixt of opgenomen is, de grootte van de kamer of het gebruik van bepaalde materialen zijn slechts enkele zaken waar je rekening mee moet houden. Bovendien spelen de muziek zelf en de digitale compressie eveneens een rol. Dit kan ook allemaal effect hebben op de manier waarop je een equalizer gebruikt en hoe je hem zou moeten gebruiken. Want als je een bepaald geluid wil aanpassen, dan kan dat weer voor nieuwe problemen zorgen. Tijd om de equalizer onder de loep te nemen.


De basis van de equalizer

In de basis manipuleert een equalizer de frequenties van de audio. De meeste equalizers bieden drie opties aan: laag, midden en hoog. Die staan voor bass, mid en treble. Nu zijn er ook andere opties beschikbaar, waarmee je bijvoorbeeld wat galm of een echo kunt toevoegen. En soms kom je presets tegen, zoals Rock of Dance. Daarmee pas je in één keer de complete equalizer voor een genre aan. Hoewel nummers dan al beter klinken, zijn ze niet echt afgesteld op jouw gehoor. Daarom focussen we ons in dit artikel op de grafische equalizer die beschikt over twee assen: frequenties en decibel.

Zo’n equalizer oogt als een klassieke grafiek. De frequenties vind je op de horizontale lijn, terwijl het aantal decibel op de verticale lijn staat. De horizontale lijn is ingedeeld als een piano, met de lagere tonen aan de linkerkant en de hogere tonen aan de rechterkant. Je beheert zo’n equalizer door de regelaars te verplaatsen. Dit zijn meestal punten op de as, maar soms zijn het lijnen of knopjes. Dat is afhankelijk van het programma of de app die je gebruikt. Wil je meer bas? Dan verplaats je het punt links ietwat omhoog. Wil je minder bas, dan breng je hem vanzelfsprekend naar beneden.

©nikkytok - stock.adobe.com

Frequenties en decibel

Alle geluiden die je hoort zijn in feite trillingen van de lucht om je heen. Die trillingen kunnen we digitaal weergeven als golven die op en neer gaan op verschillende snelheden. Of: frequenties. Hoe sneller zo’n golf beweegt, hoe hoger de toon. Die frequenties meten we in een aantal hertz, dat je als een soort snelheidsmeter kunt zien. Zodra een golf vijftig keer per seconde op en neer gaat, dan is er sprake van 50 hertz. In theorie kunnen mensen alles horen tussen de 20 Hz en 20 kHz (kilohertz). Meestal eindigt het bereik ergens op 16 kHz. En hoe ouder je wordt, hoe meer dat bereik afneemt.

Equalizers werken met hetzelfde bereik als het menselijke gehoor. Het oor concentreert zich het meeste op geluiden van 60 Hz tot en met 4 kHz (zo gaat de hoogste toon op een piano niet hoger dan 4,2 kHz). Dan hebben we ook nog de boventonen, geluiden tussen de 10 en 14 kHz. Hoewel je die tonen vaak niet hoort, hebben ze wel invloed op de muziek. We benoemen het toch even om die reden. Want sommige mensen kunnen agressief omgaan met het instellen van de treble (de hogere tonen), waardoor muziek scherp of vervormd klinkt. En ze snappen dan niet waarom dat gebeurt.

Wanneer je het aantal decibel aanpast, dan pas je het volumeniveau aan, of hoe luid audio klinkt. Voor decibel is het goed om te weten dat een kleine aanpassing al een groot effect kan hebben op de weergave van het geluid, dus ook daar kun je het best voorzichtig mee omgaan. In de meeste gevallen volstaat een aanpassing van één tot twee decibel voor een specifieke band. Aangezien decibels gebruikmaken van een logaritmische schaal, heeft een toename of afname van vijf of tien decibel een gigantisch effect. Hier kun je dus het best subtiel mee omgaan.

©Day Of Victory Stu. - stock.adobe.com

Aan de slag met de equalizer

Nu we de basis van de equalizer achter de rug hebben, is het tijd om de kennis toe te passen. Wanneer je nu naar muziek luistert en je de equalizer van een programma of app opent, kun je al gerichter schakelen. Sommige muziekstreamingdiensten bieden een eigen equalizer aan, zoals Spotify. Die zit wel goed verstopt, aangezien je er snel langs scrolt. Je gaat hiervoor naar Instellingen en dan moet je op zoek gaan naar het kopje Audiokwaliteit. Veel koptelefoons en oortjes bieden eigen equalizers aan. Die hebben allemaal een grote invloed op de klank van de muziek.

Wanneer je gebruikmaakt van een equalizer, dan kun je vaak beter eerst een frequentie verlagen voordat je hem verhoogt. Wanneer je te veel frequenties versterkt, kan muziek al snel modderig klinken. Kleine aanpassingen omlaag is dus het devies. Dat wil niet zeggen dat de schuifregelaar omhoog aanpassen nooit een optie is, maar het is wel altijd optie twee. Bovendien moet je er rekening mee houden dat de aanpassing van de ene frequentie invloed heeft op de andere. Die moet je dus mogelijk ook bijstellen. Dit is een kwestie van uitproberen en horen wat goed klinkt.

Wil je meer bas en hogere tonen? Dan kun je eerst beter de frequentie in het midden te verlagen en het volume te verhogen. Dit geldt – in de basis – voor elke algemene aanpassing.

We hadden het net al even kort over presets en dat die niet jé-van-hét zijn als het aankomt op persoonlijk geluid. Maar dat betekent niet dat ze volledig onhandig zijn. Want als de app die je gebruikt presets aanbiedt, kun je ze gebruiken om te ervaren wat bepaalde instellingen voor invloed hebben op de muziek. Zo krijg je misschien sneller leren omgaan met een equalizer. Mocht je elders al gebruikmaken van een equalizer (zoals op een receiver, binnen een andere app of een digital-to-audio-converter (dac), zet er dan altijd eentje uit. Je wil geen dubbele laag aan bewerkingen hebben.

Lees ook: Luidsprekers: welke zijn er en wat kunnen ze?

©Miguel G. Saavedra

Algemene frequentieverdelingen en hun invloed

Misschien heb je hier een tof pc-programma voor gevonden en anders heb je een uitgebreide, premium receiver in de woonkamer staan. Maar het kan gebeuren dat je een equalizer hebt die nog meer punten op de twee assen kunnen plaatsen. Dan krijg je toegang tot veel meer opties met betrekking tot de invloed die uitoefent op de audio. Hieronder nemen we kort met je door om welke punten op de horizontale as het gaat en in welke mate ze de muziek kunnen aanpassen. We proberen het zo algemeen als mogelijk te houden – uiteindelijk gaat het ook om wat je zelf mooi vindt.

20 Hz tot 50 Hz: wanneer je muziek te troebel klinkt, dan kan het een goed idee zijn om deze instelling wat naar beneden bij te schaven. Audio klinkt daarna helderder.

50 Hz tot 200 Hz: hiermee pas je aan hoe zwaar de muziek klinkt. Dit heeft vooral invloed op akoestische gitaren, piano’s, zangpartijen, koperen blaasinstrumenten.

200 Hz tot 800 Hz: ga je voorbij de 200 Hz, dan krijg je te maken met de lichtere kant van het diepe. Dit geeft rijkere tonen iets meer body, waaronder die van zangpartijen, synthesizers, piano’s en akoestische gitaren. Als je dit niveau verlaagt, ontstaat er wat meer ruimte en klinkt alles minder zwaar. Door hem juist te verhogen, geef je alles meer gewicht mee.

800 Hz tot 2 kHz: met dit gebied wil je zo min mogelijk spelen. Neem je hier te veel van weg, dan gaat dat ten koste van het breekbare geluid; vul je te veel aan, dan klinkt muziek als snel metaalachtig.

2 kHz tot 4 kHz: wanneer je de regelaar iets omhoog schuift, dan klinken zangpartijen, akoestische en elektrische gitaren en de piano helderder dan voorheen.

4 kHz tot 7 kHz: in dit gebied vind je de hoogste noten die natuurlijke instrumenten kunnen maken. Gooi je de regelaar omhoog, dan klinkt audio als het ware wat dichterbij, terwijl hem omlaag duwen voor meer diepte zorgt. De hogere regionen van deze frequentie is tevens verantwoordelijk voor zo’n scherpe s die je wel eens hoort. Hoor je dat weleens, verlaag dan de frequentie.

7 kHz tot 12 kHz: wanneer je de onderste kan van deze frequentie aanpast, kan dat voor een audiobeleving zorgen die meer puur klinkt. Klinkt je muziek te scherp, dan kun je het best de boel wat verlagen. Hoe hoger je deze frequentie instelt, hoe minder je hoort – maar hoe meer je misschien voelt.

12 kHz tot 16 kHz: vanaf dit punt is alles subjectief. Hoe hoger je deze frequentie instelt, hoe meer alles ruimtelijker klinkt. Pas hier wel mee op, want een te grote aanpassing kan voor een synthetisch geluid zorgen.

Ook interessant: Waar voor je geld: 5 betaalbare receivers

Zin om zelf eens te stoeien met een equalizer?

Bij Amazon vind je goede aanbiedingen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.