ID.nl logo
Fitbit Inspire 3 - De slimste Fitbit
Gezond leven

Fitbit Inspire 3 - De slimste Fitbit

Het goedkoopste product uit de stal van Fitbit is de Fitbit Inspire 3. En om eerlijk te zijn: er zijn veel redenen om het kleine sportarmbandje te verkiezen boven een sporthorloge van hetzelfde merk. Je leest er meer over in deze Fitbit Inspire 3 review.

Uitstekend
Conclusie

De Fitbit Inspire 3 doet nauwelijks onder voor andere, dure Fitbits. Daarmee is het misschien wel de interessantste Fitbit die te krijgen is, omdat het tevens de betaalbaarste Fitbit is. Het armbandje is lekker compact, waarmee hij voor contactsporten te verbergen is achter een zweetbandje. Ook de accuduur, het scherm en toegankelijke app waarin slaap-, prestaties en gezondheidsgegevens worden getoond zijn pluspunten. Deze ervaring wordt wel behoorlijk tekortgedaan door Fitbit Premium.

Plus- en minpunten
  • Kleurenscherm
  • Accuduur
  • Toegankelijke app
  • Fitbit Premium

De Fitbit Inspire 3 is een klein armbandje met een toegankelijke adviesprijs van zo’n honderd euro. Het bandje is voorzien van een klein touchscreen kleurenschermpje. Het kleurenscherm, dat is een vernieuwing ten opzichte van de Fitbit Inspire 2. De aanschafprijs is veel goedkoper dan de sport- en gezondheidshorloges dit Fitbit gelijktijdig introduceerde: de Fitbit Versa 4 (229 euro) en de uitgebreidste Fitbit Sense 2 (299 euro), waarvan we laatstgenoemde al uitgebreid hebben getest.

Natuurlijk vraag je je af wat je voor die lagere prijs van de Fitbit Inspire 3 allemaal mis loopt ten opzichte van de dure horloges. Los van het feit dat de horloges voorzien zijn van een mooi scherm en handige bediening hiervan… Eigenlijk ontlopen ze elkaar functioneel nauwelijks. Dat maakt de Fitbit Inspire 3 stiekem veel interessanter dan de horloges.

Verschil met duurdere Fitbits

Natuurlijk zijn de smartwatches met meer uitgerust. Zo heeft de Fitbit Sense 2 een CEDA-scanner, die stressmetingen uitvoert, kunnen er hartfilmpjes gemaakt worden, beschikken de horloges over GPS en kun je extra informatie zoals meldingen of de weersvoorspelling op het horlogescherm toveren. De automatische activiteitenherkenning (en start) ontbreekt ook, eigenlijk de enige functie van de horloges die ik écht mis.

In de review was de conclusie echter dat functionaliteit van de Fitbit-smartwatches achterloopt. Zelfs met de aankondiging dat er een Google Maps- en Google Wallet-app verschijnt zijn de horloges enorm beperkt ten opzichte van Google Wear OS-horloges (waaronder die van Samsung) en Apple Watches.

Eigenlijk alle belangrijke functies van de horloges vind je ook in de Fitbit Inspire 3. En hoewel het bandje niet over GPS beschikt kan je gekoppelde smartphone hier alsnog voor gebruikt worden. Bovendien werkt het kleine formaat van de Inspire 3 in het voordeel, vooral wie ook wel eens een contactsport beoefent. Bovendien beschikt het bandje nu ook over een mooi (maar klein) kleurenschermpje en natuurlijk een veel lagere prijs.

De Fitbit Inspire 3 beschikt over een always-on-scherm

Accuduur Fitbit Inspire 3

Bovendien overklast de Fitbit Inspire 3 alle andere Fitbits met zijn accuduur: anderhalf tot twee weken gaat het bandje mee op een acculading. Het nieuwe kleurenschermpje komt bovendien met een always-on functie, waarmee het scherm doorlopend aan blijft staan. Dat gaat overigens wel flink ten koste van de accuduur. Je houdt een dag of twee over. Die accuduur is naast het always-on-scherm ook afhankelijk van factoren, bijvoorbeeld hoe vaak je sport en of je dit vastlegt met de GPS van je smartphone.

Activiteiten doen bevalt me beter met zo’n kleine Fitbit Inspire 3, dan een sporthorloge zoals die van Fitbit, Garmin of Apple. Vanwege het kleine formaat en lage gewicht merk je het bandje nauwelijks op. Ook kun je het bandje makkelijk verbergen achter een zweetbandje als je bijvoorbeeld een contactsport uitoefent. Na het starten van je activiteit heb je je bandje eigenlijk niet nodig tot je klaar bent. Waarom zou je voor een groter scherm kiezen tijdens activiteiten? Het enige wat ik kan bedenken is een timer of stopwatch: een functie die je gewoon vindt in de Fitbit Inspire 3.

De Fitbit Inspire 3 is een fijn sportmaatje!

Toegankelijke app, ontoegankelijke data

Een groot pluspunt van Fitbit is de toegankelijke app, die je verzamelde data overzichtelijk weergeeft en met handige tips iedereen helpt fitter en gezonder te leven. Je kunt hartslaggegevens inzien, aantal gezette stappen, work-out-data, slaapgegevens en verbrande calorieën.

De ervaring wordt echter getemperd door Fitbit Premium, de abonnementsdienst van Fitbit. Veel functies en analyses worden achter een betaalmuur gezet. Hinderlijk, maar vanuit het perspectief van Fitbit begrijpelijk. Alleen worden sommige verzamelde data óók achter deze Fitbit Premium betaalmuur gezet, waarmee het bedrijf een ethische grens overgaat. Het is immers jouw data, niet die van Fitbit. Fitbit Premium zorgt ervoor dat de app-ervaring minderwaardig is aan die van Garmin en Xiaomi. Beide merken bieden vergelijkbare armbandjes aan zonder abonnementsdienst.

Lees meer: Fitbit Premium: jouw data achter een betaalmuur

De Fitbit-app is zeer toegankelijk.

Alternatieven voor de Fitbit Inspire 3

De concurrentie voor de Fitbit Inspire 3 komt vooral uit de hoek van Garmin en Xiaomi. Eerstgenoemde heeft met de Vivosmart 5 een duurder sportarmbandje, zonder kleurenscherm. Xiaomi’s Mi Band 7 is weer een stukje betaalbaarder en beschikt ook over een kleurenschermpje.

Voor alle drie de producten valt wat te zeggen. Functioneel zijn ze vergelijkbaar en hetzelfde valt te zeggen over de accuduur, die wel iets in het voordeel van de Fitbit Inspire 3 leunt. De Garmin Vivosmart 5 oogt wat verouderd, maar is qua sensoren en dataverzameling met afstand de beste sportarmband. De app is wat toegankelijker. Xiaomi heeft op zijn beurt wat mindere sensoren en de app is ook niet best. Toch spreken de prijs en het mooiste schermpje in het voordeel van Xiaomi. Zowel Garmin als Xiaomi zetten geen persoonlijke data achter een Premium-betaalmuur. Waar jouw voorkeur naar uit gaat is daardoor afhankelijk van persoonlijke overwegingen. Al met al is de Fitbit Inspire 3 wel de toegankelijkste van de drie.

Conclusie: Fitbit Inspire 3 kopen?

De Fitbit Inspire 3 doet nauwelijks onder voor andere, dure Fitbits. Daarmee is het misschien wel de interessantste Fitbit die te krijgen is, omdat het tevens de betaalbaarste Fitbit is. Het armbandje is lekker compact, waarmee hij voor contactsporten te verbergen is achter een zweetbandje. Ook de accuduur, het scherm en toegankelijke app waarin slaap-, prestaties en gezondheidsgegevens worden getoond zijn pluspunten. Deze ervaring wordt wel enorm tekortgedaan door Fitbit Premium.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.