ID.nl logo
Fitnessapparaten voor in huis: de beste keuze
© VadimGuzhva - stock.adobe.com
Gezond leven

Fitnessapparaten voor in huis: de beste keuze

Er zijn talloze fitnessapparaten die je kunt aanschaffen, om zo vanuit je huis toch een goede workout te kunnen doen. Sommige zijn ideaal voor spieropbouw, andere om aan je conditie te werken of vet te verbranden. In dit artikel bekijken we de populairste sportapparaten voor thuis.

Crosstrainer

We beginnen met de absolute favoriet: de crosstrainer. Als je maar één apparaat gaat aanschaffen, is de crosstrainer de beste optie. Met een crosstrainer train je namelijk je hele lichaam. Elke spiergroep wordt gebruikt, waardoor je eigenlijk geen andere apparaten meer nodig hebt. Bovendien werk je niet alleen aan je spieren, maar ook aan je conditie: door de langlauf-achtige manier van trainen is een crosstrainer ideaal om je hart-longfuncties te verbeteren. Ook kun je op een lagere intensiteit goed aan vetverbranding doen. Daarmee is de crosstrainer de perfecte alles-in-één-oplossing voor je workout.

©" "

Loopband

Ben je meer een hardloper? Dan is een loopband natuurlijk ideaal. Een loopband zorgt ervoor dat je toch kunt blijven hardlopen, ook als er buiten een herfststorm of sneeuwbui overtrekt. Loopbanden zijn er in veel soorten en maten: van simpele mechanische exemplaren die je zelf in gang moet zetten en houden, tot uitgebreide apparaten met slimme functies, een televisiescherm en een verstelbare hoogte. Vooral dat laatste is een interessante functie, waarmee je een training in de heuvels of bergen kunt nabootsen. De gemiddelde loopband kost tussen de 500 en 1000 euro, maar er zijn voldoende uitschieters aan beide kanten.

Hometrainer

De hometrainer is waarschijnlijk het bekendste fitnessapparaat. Een hometrainer heeft meestal de vorm van een fiets, en de beweging die je maakt komt ook goed overeen met de beweging die je maakt als je op de fiets zit. Hometrainers zijn vooral geschikt om aan je conditie te werken of aan vetverbranding te doen, maar met een beetje creativiteit en speciale programma’s kun je ook prima aan je beenspieren werken. Hometrainers zijn er in vele soorten en maten, en je schaft een simpele hometrainer al aan voor een paar tientjes.

©Kiattisak - stock.adobe.com

Spinbike

Een spinbike is een speciale versie van de hometrainer. Spinning is een extra intensieve manier van fietstraining. Anders dan bij een gewone hometrainer heeft een spinbike een wiel dat direct aan de trappers is verbonden: je kunt je benen dus niet even stilhouden. Mede daardoor is spinning doorgaans wat zwaarder dan een gewoon ‘ritje’ op de hometrainer. De meeste mensen spinnen in de sportschool op de beats van dancemuziek en met een instructeur, maar je kunt het ook prima thuis doen. Spinbikes zijn niet goedkoop, maar als je er een paar honderd euro voor over hebt, geef je jezelf wel een ideale workout.

Welk apparaat voor welke kamer?

Niet alle fitnessapparaten passen zomaar overal in je huis. Een hometrainer of spinbike kun je meestal prima in een kleine kamer kwijt, bijvoorbeeld in een hoek van de slaapkamer of de wasruimte. Roeitrainers zijn helemaal makkelijk, omdat ze zo laag zijn: heb je een schuin dak op zolder, dan past een roeitrainer daar makkelijk onder. Loopbanden zijn doorgaans al wat logger, en een homegym neemt helemaal veel ruimte in beslag. Houd daar dus rekening mee als je een fitnessapparaat gaat aanschaffen.

Fietscomputer

Je hoeft natuurlijk niet altijd een enorm apparaat aan te schaffen. Met een simpele fietscomputer kom je ook al een heel eind. Fietscomputers zijn ideaal als je in de lente en 's zomers lekker een rondje gaat rijden. Of je nu urenlang tegen de wind in beukt op je racefiets, een middagje door de duinen gaat mountainbiken of gewoon op je opoefiets door de stad rijdt, met een fietscomputer zie je precies hoe hard je gaat en welke inspanning je levert. Simpele fietscomputers houden vooral je snelheid bij, maar uitgebreide modellen zijn uitgerust met functies als gps, hartslagbanden, wattagemeters en tellers voor het aantal omwentelingen dat je maakt.

© KKF - stock.adobe.com

Foto: KKF - stock.adobe.com

Fietstrainer

Een fietstrainer is de andere kant van het verhaal. Anders dan een hometrainer of een spinbike heb je met de fietstrainer alleen nog niets: je gebruikt hem om je eigen racefiets of mountainbike in te zetten. Dat kan door het achterwiel op een draaiende band met weerstand te zetten of door je achterwiel er helemaal uit te halen en de as te verbinden met het apparaat. Het bekendste merk is Tacx, al zijn er steeds meer bedrijven die fietstrainers maken. Het allerleukst is om de fietstrainer te koppelen aan een app en je televisie, zodat je de Alpe d’Huez op kunt fietsen vanuit je woonkamer - iets wat professionele wielrenners ook regelmatig doen.

Roeitrainer

De naam van een roeitrainer spreekt voor zich: het is een manier om de roeibeweging na te bootsen zonder dat je daarvoor in een boot hoeft te stappen. Roeitrainers zijn zeer geschikt voor een goede warming-up voordat je gaat sporten, om aan je spierkracht en stabiliteit te werken en om je conditie een zetje in de goede richting te geven. Anders dan je misschien zou denken, gebruik je je benen bij het roeien ontzettend veel, waardoor je op een roeitrainer een goede full-body workout doet. Roeitrainers zijn er al vanaf zo’n 200 euro, al krijg je bij duurdere apparaten wel beduidend meer functies.

©Lucky Business

Trilplaat

Een trilplaat kun je ook prima zien als een fitnessapparaat. Trilplaten hebben als voornaamste doel om gewicht te verliezen. Ze werken door trillingen door je lichaam te sturen, waardoor je spieren zich aanspannen en je op die manier calorieën verbrandt. Maar dat is niet alles, want door die trillingen en zorg je bovendien voor sterkere spieren en een betere bloedcirculatie. Trilplaten kosten meestal tussen de 100 en 300 euro, al zijn er ook veel duurdere modellen op de markt.

Homegym

Wil je helemaal je volledige lichaam trainen, dan is een homegym een optie om te overwegen. De naam zegt eigenlijk al voldoende: een homegym is bijna een volledig fitnesscentrum, maar dan in één enkel apparaat. Er zijn verschillende soorten op de markt, maar de meeste homegyms zijn een combinatie van apparaten die je ook in de sportschool tegenkomt: een optrekstang, gewichten voor je armen en benen, een opzetstuk voor je buik- en rugspieren - kortom, van alles wat. Homegyms zijn vrij prijzig: goedkopere modellen kosten al snel zo’n 600 euro en uitgebreidere apparaten gaan makkelijk richting de 2000 euro. Je bespaart natuurlijk wel op kosten voor de sportschool, want met een homegym hoef je om te sporten in elk geval de deur niet meer uit.

Smartband

Welke sport je ook beoefent, een smartwatch, smartband of fitnesstracker is altijd een goed apparaat om bij je te dragen. Smartbands zijn slimme horloges die bepaalde lichaamsfuncties bijhouden, zoals je hartslag en je bloeddruk. Op die manier kun je je lichaamsfuncties bijhouden tijdens het sporten. Ook zie je je progressie op die manier terug in een gezondheids-app die je eraan hebt gekoppeld. Uitgebreide sporthorloges hebben bijvoorbeeld gps ingebouwd of zijn waterbestendig, zodat je er ook mee het zwembad in kunt. Voor mensen die veel sporten, is een smartband of sporthorloge eigenlijk een must, zowel voor het tracken van je sportieve prestaties als voor het bijhouden van je algehele gezondheid.

Op zoek naar de ideale smartband? Hier vind je de beste modellen op een rij!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.