ID.nl logo
🏂🏻Buiten sporten in de herfst en winter: nét even anders☃️
© Fxquadro - stock.adobe.com
Gezond leven

🏂🏻Buiten sporten in de herfst en winter: nét even anders☃️

Sporten is natuurlijk het lekkerst als het een beetje lekker weer is, maar te warm is ook weer niet goed. Ook als het wat kouder is, kun je prima je sportschoenen aantrekken. Je moet je er natuurlijk wel een beetje op kleden, misschien je rondje er wat op aanpassen, of zelfs een totaal andere sport uitproberen, maar met onze tips lukt het sowieso.

In dit artikel lees je:

  • waarom je prima buiten kunt sporten in de herfst en winter;
  • waarom je goed moet letten op voeding, kleding en je warming-up;
  • hoe je jezelf zichtbaar maakt en veilig houdt;
  • welke sporter ooit goud won op de Zomer- én Winterspelen;

Ook interessant voor jou: Gladde wegen en donkere dagen: 7 tips voor veilig fietsplezier

Wintersporten

Het meest voor de hand liggende is misschien wel om simpelweg van sport te veranderen met de seizoenen mee. Dat gebeurt vaker dan je denkt. Wielrenners, en heus niet alleen de profs, trainen in de wintermaanden vaak op de mountainbike of op de veldrijfiets - vraag maar aan Mathieu van der Poel. Veldsporten als hockey kunnen in de winter moeilijk buiten gedaan worden, maar een potje zaalhockey is heerlijk als het buiten vriest. Je kunt dus best even je hardloopschoenen aan de inmiddels kale wilgen hangen en je schaatsen onderbinden om toch topfit de donkere wintermaanden door te komen. 

Kleed je warm aan

Blijf je toch je gewone sporten doen in de winter? Kleed je er dan in elk geval goed op. Ook als het buiten koud is, ben je tijdens de inspanning flink aan het zweten, en je kunt behoorlijk snel afkoelen als je even stilstaat voor een stoplicht of tussendoor even een banaan eet. Handschoenen, lange mouwen en windjacks komen goed van pas als het kwik daalt, en een muts is ook geen overbodige luxe. Houd er wel rekening mee dat je het tijdens het sporten juist weer warmer krijgt, dus stof die goed ademt of kleding met een rits is je beste optie. 

©Nick Melnichenko | Alex Sipetyy

Eet voldoende

We kunnen niet vaak genoeg benoemen hoe belangrijk goede voeding is, zowel voor, tijdens, als na het sporten. In de winter wordt dat nog een tandje meer. Drinken gaat bijna vanzelf als het dertig graden is, maar als het kouder is, willen we dat nog wel eens vergeten. Bovendien verbruikt je lichaam extra veel energie tijdens het sporten, niet alleen om de prestatie te kunnen leveren, maar ook om warm te blijven. Ga je dus langer dan een halfuurtje sporten? Stop je zakken dan goed vol met repen of gelletjes, drink voldoende vooraf, en neem eventueel een bidon mee. En gebruik het ook, ook als je geen honger of dorst hebt. 

Van Zomer- naar Winterspelen Dat je niet per se tussen de een of de ander hoeft te kiezen, bewijst Eddie Eagan. Op de Olympische Zomerspelen van 1920 won de Amerikaan een gouden medaille in het boksen. Twaalf jaar later, op de Winterspelen in Lake Placid, werd hij nogmaals gekroond tot olympisch kampioen, dit keer als lid van de viermansbob. Eagan is de enige sporter die op zowel de Zomer- als de Winterspelen een gouden medaille heeft gewonnen, al zijn er vaker sporters geweest die het hebben geprobeerd het kunstje te herhalen. In 1988 bijvoorbeeld, toen een Jamaicaans bobsleeteam aan de start stond in Calgary, waarover later de film Cool Runnings is gemaakt.

Begin goed opgewarmd

Ben je een van die vele, vele sporters die het niet zo nauw nemen met hun warming-up? Geen zorgen, je bent niet alleen. En in de warme zomermaanden kom je er misschien nog wel mee weg, ook: je spieren zijn al lekker warm, en ze kunnen de inspanning vrij snel aan. 

In de herfst en winter is dat een ander verhaal. Je spieren en gewrichten hebben even tijd nodig om goed doorbloed te raken, zodat ze de prestaties kunnen leveren die je van ze vraagt. Zonder een goede warming-up kun je die prestatie simpelweg niet leveren. En bovendien is er nog het verhoogde risico op blessures: koude spieren kunnen sneller een opdoffer krijgen van een onverwachte beweging, en met min-5 op anderhalf been naar huis moeten hinken omdat je je hamstring hebt verrekt, is absoluut geen pretje. 

Denk aan je veiligheid

De wintermaanden vragen niet alleen om extra aanpassingen op fysiek gebied, je moet ook goed aan je eigen veiligheid denken. Allereerst is het in de herfst en winter natuurlijk een stuk sneller donker, dus als je ‘s ochtends, laat in de middag of ‘s avonds op pad gaat, zorg dan voor goede verlichting - niet alleen als je gaat wielrennen, maar ook als je een rondje gaat rennen, skaten of zelfs wandelen. Ook tijdens een flinke hoosbui komt een extra lampje op je fiets of kleding goed van pas. 

©Mojzes Igor | Lucky Bussines

Maar zelf opletten is ook het devies. Dat mooie paadje in het bos van tijdens de zomer kan behoorlijk glad zijn geworden. ‘s Winters zit de vorst eerder in de grond dan erboven, dus plassen water kunnen snel opvriezen, met onhandige glijpartijen tot gevolg. Doe rustig aan en neem wat minder risico dan normaal, helemaal als je op de racefiets gaat zitten. 

Conclusie

Sporten in de herfst en winter kan net zo lekker zijn als in de lente en zomer, je moet alleen wel even wat voorbereidingen treffen. Eet goed voor je begint, en neem voldoende voedsel en water mee als je langere tijd de deur uit gaat. Doe een goede warming-up, en kleed je een graadje warmer aan dan je normaal doet. Zorg dat je zelf goed zichtbaar bent voor ander verkeer, en houd er rekening mee dat je bekende paden en wegen er anders bij kunnen liggen dan je gewend bent. 

Met dat in het achterhoofd kun je ook tijdens de wintermaanden prima buiten sporten, al kun je natuurlijk altijd gewoon nog naar de sportschool of het zwembad. 


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.