ID.nl logo
Janine van ID.nl test weegschalen: welke past het best bij haar – of bij jou?
© Peter Hermes Furian - stock.adobe.com
Gezond leven

Janine van ID.nl test weegschalen: welke past het best bij haar – of bij jou?

Als je een nieuwe weegschaal wilt, merk je al snel dat er veel verschillen zijn. Je kunt bijvoorbeeld kiezen tussen analoog of digitaal. Ga je voor digitaal, dan hangt het van het model af welke opties je allemaal hebt. Behalve je gewicht kunnen deze weegschalen vaak ook je BMI, vetpercentage en hartslag meten. En dan heb je ook nog slimme weegschalen, waarvan je de resultaten kunt bijhouden in een app op je smartphone. Welke het best bij jou past, is heel persoonlijk. Janine van ID.nl heeft er de afgelopen weken vijf getest. Zij weet inmiddels wat haar ideale weegschaal is. Nu jij nog!

🥬 Janine: “Nu ik begonnen ben met afvallen, wil ik ook goed de voortgang in de gaten kunnen houden. Mijn oude weegschaal voldoet bij lange na niet. Hij valt te pas en te onpas uit én geeft bij meerdere wegingen achter elkaar steeds een ander gewicht aan. Tijd voor een betrouwbare optie. Maar welke?

Om erachter te komen wat voor mij de beste weegschaal is, heb ik er vijf getest, van Medisana, Soehnle, Sacoma, Garmin en Tanita. Van elke weegschaal vertel ik je: • Wat de voor- en nadelen zijn • Wat de verschillen zijn • Of ze betrouwbaar zijn • Welke weeg- en meetfuncties ze hebben • Of ze stabiel en goed leesbaar zijn

Lees ook: De beste weegschaal voor thuis: analoog, digitaal of slim.

Medisana Psd

“Ik start de test met de oldskool Medisana weegschaal. Een analoge weegschaal die het altijd doet. Eentje die mooi staat in de badkamer, maar je schuift hem door de grootte niet even onder je wastafelmeubel. De weegschaal geeft hetzelfde gewicht aan als bij de huisarts. Op dit vlak geen verrassingen. Een degelijke weegschaal voor niet te veel geld die doet wat hij moet doen: je gewicht wegen. Niet meer en niet minder. De weegschaal heeft twee voordelen: je hebt geen batterijen nodig, dus op deze weegschaal kun je altijd rekenen én je gewicht is groot en duidelijk zichtbaar. Persoonlijk heeft deze weegschaal niet mijn voorkeur en dat komt vooral doordat hij dan wel groot is, maar niet méér ruimte biedt aan mijn (grote) voeten. Vooral het display neemt die extra ruimte in beslag. Die grootte zorgt er ook voor dat het in mijn badkamer een beetje een sta-in-de-weg is.”

💡 Tip Weeg je, bij voorkeur naakt, op een vast moment in de week. Wil je een positiever resultaat? Kies dan voor de ochtend!

Soehnle Tempo

“Ook de tweede weegschaal is analoog. Hij doet me een beetje denken aan de weegschaal die vroeger bij mijn oma stond: een beetje truttig. Het is de enige weegschaal uit de test waarbij mijn gewicht geen vast gegeven is: bij elke nieuwe poging is er een verschil. Ook wijkt het gewicht een paar kilo af van wat ik bij de huisarts woog – in mijn nadeel helaas. Daarbij vind ik hem ook niet heel stabiel staan. Tot slot is het draaiknopje aan de zijkant, om de wijzer op de 0 te zetten, wel heel soepel en dus moet ik de weegschaal regelmatig bijstellen als ik hem onder mijn wastafelmeubel vandaan haal. Goed duidelijk zijn het display en de gewichtsaanduiding, maar wat mij betreft is dit geen ideale weegschaal, hoewel de prijs lekker laag is.”

💡 Tip Bedenk voor aanschaf van een weegschaal goed wat je wilt meten. Dat maakt het vinden van de voor jou beste weegschaal makkelijker! Digitale weegschalen bieden doorgaans meer metingsopties. Een gratis app die verbinding maakt met de weegschaal is handig om je voortgang te monitoren.

Sacoma Smart Body Composition Scale

“Een aantal functies op deze weegschaal miste ik niet, tot ik ze had! Ik installeer de gratis smartphone app ‘Fitdays’ in twee tellen en ik kan gelijk aan de slag. Zodra ik op de weegschaal ga staan, heeft de app verbinding met de weegschaal en vliegen de cijfers me om de oren. Hartslag, gewicht, BMI, maar ook bijvoorbeeld lichaamsvet en spiersnelheid. Het werkt verslavend om die cijfers in de afgelopen weken te zien dalen, al is het ook confronterend en besef ik dat er nog een lange weg te gaan is. Handig: ook andere mensen in je huishouden kunnen de app downloaden en een profiel aanmaken. Wijkt de weging dan heel erg af van de vorige keer, dan checkt de app of de juiste persoon wel gekoppeld is. Het glanzend blauwe oppervlak van de weegschaal oogt strak en trendy en het gewicht is duidelijk te zien en verlicht. Klein nadeeltje: je ziet ook al het stof op deze donkerblauwe glasplaat. De weegschaal is via een usb-kabel in twee uur op te laden, om het vervolgens een paar maanden uit te houden. Niet alle metingen zijn voor mij even waardevol, maar vooral mijn hartslag en BMI vind ik interessant om, naast mijn gewicht, ook in de gaten te houden. Zo weet ik elke weging precies hoe ik ervoor sta.”

Garmin Index Smart Scale

“Van vetgehalte en botmassa tot spiermassa, BMI en vochtpercentage: deze Garmin meet echt alles wat je zou willen weten. En behoorlijk nauwkeurig, want het klopt tot op de 100 gram met de meting bij de huisarts. Alle data worden via wifi verzameld in de Garmin Connect-app, zodat je je voortgang goed kunt monitoren. Dankzij Garmin Connect kun je deze gegevens tot in detail ook op je computer of smartphone bekijken. Maak je er een wedstrijdje met vrienden van, dan kunnen maximaal 16 personen een gebruikersprofiel aanmaken en connecten met deze digitale weegschaal. De weegschaal heeft een strak design, met duidelijk zichtbaar display en staat stevig, mede door de bodem met antislip. Hij wordt gevoed door vier AAA-batterijen. Ondanks het feit dat het een uitgebreide weegschaal is, is een aantal opties niet echt relevant. Zo kun je je gewicht niet alleen laten weergeven in kilogram, maar ook bijvoorbeeld in stone, de Britse eenheid van gewicht. Ik ken alleen niemand die deze functie nodig heeft. Ook de optie om 16 profielen te koppelen lijkt mij wat te uitgebreid. Hoewel de koppeling met de app via wifi handig is, is het inzien van de gegevens op je computer voor één keer leuk, maar daarna geloofde ik het wel. Bovendien ontbreekt wat mij betreft een belangrijke meting: die van de hartslag. Zet ik de functionaliteiten af tegen de prijs, dan is dit wat mij betreft niet de beste keus.”

💡 Tip Om je voortgang te monitoren, is het handig om de gegevens van je wegingen ergens op te slaan. Dat kan op een papiertje, maar als je kiest voor een weegschaal die je koppelt aan een gratis app, dan wordt alles automatisch opgeslagen.

Tanita RD-545HR

“Ik ben erg benieuwd naar deze weegschaal, de duurste van allemaal (rond de 400 euro). Hij ziet er supersonisch uit met een handvat en voetsensoren. Het handvat is mooi in de weegschaal geïntegreerd, waardoor het een compact geheel is. Het is de meest uitgebreide weegschaal van de vijf en dus zijn de verwachtingen hooggespannen. Naast BMI, botmassa, vetpercentage en gewicht meet deze weegschaal ook de caloriebehoefte, zowel in rust als in beweging. Dat is handig om, wat mij betreft eenmalig, te weten. De meting is nauwkeurig, weer tot op de 100 gram. Ik sta stabiel op de glimmende plaat met bodem met antislip en het display is duidelijk zichtbaar en wordt gevoed door vier AA-batterijen. Via de gratis MyTanita App lees ik de verschillende metingen. Handig is dat deze gegevens ook via de app kunt exporteren naar een pdf. Zo kun je de gegevens bijvoorbeeld ook aan je diëtist doorgeven. Dat de meting ook de hartslag betreft, is voor mij een grote plus. In totaal kunnen er vier profielen connecten met deze weegschaal. Waarin deze weegschaal afwijkt van de andere vier is de uitgebreide segmentale meting. Dat wil zeggen dat het vetpercentage en de spiermassa van de armen, benen en romp afzonderlijk van elkaar gemeten worden. Daarnaast doet de weegschaal een fysieke beoordeling en geeft het je, op basis van de metingen, een metabolische leeftijd. De laatste twee opties zijn ongetwijfeld heel interessant als je atleet of fanatiek sporter bent, maar in mijn geval schiet het zijn doel voorbij. De weegschaal geeft me simpelweg te veel informatie. ”

Conclusie

“Na het testen kom ik tot de conclusie dat ik wel meer wil weten dan alleen mijn gewicht. Daarom vallen de analoge weegschalen voor mij af. Maar ik hoef ook niet álles te weten. In een aantal gevallen geven de weegschalen me zó veel informatie dat het me begint te duizelen. Door deze vijf weegschalen te testen, kom ik tot de ontdekking dat de Sacoma Smart Body Composition Scale mij precies de informatie geeft die ik nodig heb. En op zo’n manier dat het snel en overzichtelijk beschikbaar is. In mijn geval blijkt deze Sacoma dus de perfecte weegschaal!”

🥬 Wil je een paar kilo kwijt? Kijk dan in ons Afvaldossier. Hierin vind je artikelen over gezonde voeding, beweging en sporten, maar ook over apps, gadgets en connected health-apparaten waarmee je je voortgang kunt monitoren en die je helpen gemotiveerd te blijven. ID.nl weet het zeker: het gaat je lukken!

Watch on YouTube

Meer video's van ID.nl zien? Abonneer je dan op ons YouTube-kanaal!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.