ID.nl logo
Nieuwe warmtepompen op propaan: duurzamer én hoger rendement!
© Ben - stock.adobe.com
Energie

Nieuwe warmtepompen op propaan: duurzamer én hoger rendement!

Een warmtepomp op propaan werkt op dezelfde manier als elke andere warmtepomp. Het systeem onttrekt energie aan de omgeving en ook in deze warmtepomp zit een afgesloten circuit waarin een koudemiddel een aantal stappen passeert. Het koudemiddel in de ‘bloedsomloop’ van dit toestel is in dit geval propaan, en dat heeft een paar belangrijke voordelen.

Warmtepompen met propaan als koudemiddel zijn in opmars. Dat is te danken aan twee voordelen. Ten eerste is dit koudemiddel veel minder schadelijk voor het milieu en voldoet het aan strenge eisen vanuit Europa. Ten tweede is het mogelijk om met dit koudemiddel een hogere uitvoertemperatuur te halen.

Zowel warmtepompen, koelkasten en airco’s kunnen niet zonder koudemiddel of koelmiddel. Het koudemiddel is een vloeistof die speciaal werd ontwikkeld voor transport van warmte. Er bestaan ondertussen verschillende koudemiddelen en die zijn niet allemaal even interessant.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

De cyclus van de warmtepomp

Het belangrijkste kenmerk van een koudemiddel is het lage verdamppunt, dat ervoor zorgt dat de vloeistof zelfs bij erg lage temperaturen verdampt. Deze damp wordt samengeperst in de compressor en doordat de druk stijgt, zal de temperatuur van dat koudemiddel toenemen. Hierna wordt de verdampte koelvloeistof naar de condensor geleid om daar zijn warmte af te geven aan bijvoorbeeld de vloerverwarming. Ten slotte wordt de druk opnieuw verlaagd, waardoor de damp afkoelt en opnieuw vloeibaar wordt. Hierdoor is de vloeistof weer klaar voor de volgende kringloop. Voor meer informatie over de werking van de warmtepomp kun je dit artikel lezen. 

De werking van de warmtepomp.

Verdamping bij -42°C

We kennen propaan vooral als brandbaar gas dat je in gasflessen koopt. Propaan, ook wel koolwaterstofgas genoemd (of R290), is een vloeibaar gemaakt petroleumgas. Het is een restproduct van de raffinage van aardolie of de winning van aardgas. Het kookpunt van propaan (of C₃H₈) ligt op -42°C bij een atmosferische druk van 1 bar (luchtdruk op zeeniveau). Dat betekent dat propaan zelfs als het buiten vriest dat het kraakt nog steeds verdampt en dus wordt omgezet van vloeistof naar gas. 

Schadelijke F-gassen

In het verleden gebruikten de warmtepompfabrikanten vooral synthetische koudemiddelen. Dat waren zogenaamde gefluoreerde koolwaterstoffen, die we kennen onder de verzamelnaam 'F-gassen'. Terwijl warmtepompen op zich goed zijn voor het milieu, zijn die F-gassen erg schadelijk wanneer ze uiteindelijk in het milieu terechtkomen, als ze bijvoorbeeld worden afgedankt. Hoe schadelijk deze synthetische koudemiddelen zijn, wordt meestal duidelijk aan het eind van hun levenscyclus. 

©Vitalii Vodolazskyi

De chemische formule van propaan.

Aardopwarmingsvermogen

Daarom heeft Europa het toepassen van deze koelmiddelen streng gereguleerd met een verordening (EU Nr. 517/2014). Europa heeft de norm ‘aardopwarmingsvermogen’ (GWP of Global Warming Potential) geïntroduceerd, zodat we kunnen vergelijken in welke mate producten schadelijk zijn voor de opwarming van het klimaat. De referentiewaarde is CO₂. Dus CO₂ heeft een GWP van 1.

R410A, een populair koudemiddel, heeft een GWP van meer dan 2.000. Dit oude koelmiddel is dus 2.000 keer schadelijker voor het milieu dan CO₂. Het koelmiddel R290 (oftewel propaan) heeft een GWP van 3. Met andere woorden, 1 kilogram propaan komt overeen met 3 kilogram CO₂.

Tegen 2030 zullen alle koudemiddelen waarvan is vastgesteld dat ze een hoog aardopwarmingsvermogen hebben geleidelijk worden uitgefaseerd. Natuurlijke koudemiddelen zoals propaan zorgen ervoor dat het nieuwe verwarmingssysteem ook op de lange termijn aan de wettelijke eisen blijft voldoen. Een bijkomend pluspunt is dat het koelmiddel R290 wereldwijd goedkoper is, omdat propaan niet onder de verordening van F-gassen valt. 

Veiligheid

Hoewel propaan uitstekende thermodynamische eigenschappen heeft, blijft het zeer ontvlambaar, zelfs explosief. Eigenlijk is propaan veel gevaarlijker dan aardgas. Daarom mag een warmtepomp voor woningen maar heel weinig propaan bevatten. Een warmtepomp van 5 tot 10 kilowatt die is afgestemd op een vrijstaande woning heeft slechts 80 tot 90 gram koelmiddel nodig.

150 gram is trouwens de maximumhoeveelheid, omdat vanaf die grens strenge veiligheidsnormen gelden. Dankzij de research en de aandacht voor de veiligheid kunnen warmtepompen met propaan prima binnen worden gebruikt. De koelkringloop is immers hermetisch afgesloten en komt nooit rechtstreeks in contact met de warmtekringloop. Daarom is er voor de installatie ook geen koelcertificaat nodig.

Hoger rendement

Het gebruikte koudemiddel is van groot belang voor het rendement. De manier waarop een koudemiddel verdampt of condenseert, is bepalend voor de opname van warmte of koude uit de omgeving. Lucht/water-warmtepompen met het natuurlijke koudemiddel propaan (R290) zijn niet alleen milieuvriendelijker, uit simulatiemodellen blijkt ook dat ze beter presteren.

Propaan heeft andere eigenschappen op het gebied van druk en temperatuur dan de tot nu toe gebruikte koudemiddelen. Hierdoor is het mogelijk om met propaan een hogere afgiftetemperatuur te bereiken. Zo’n type warmtepomp haalt een maximale aanvoertemperatuur tussen 65° en 70°C. Hierdoor is de warmtepomp ook geschikt voor nieuwbouw en om samen te werken met conventionele radiatoren. Hij kan bijvoorbeeld ook warm tapwater leveren tot 65°C. Zelfs bij -15°C worden aanvoertemperaturen tot 60° C gehaald. 

©Viessman

De warmtepompen met propaan zijn inmiddels verkrijgbaar voor particulier gebruik.

Hogetemperatuurswarmtepompen

Daarom is propaan ook bijzonder geschikt voor hogetemperatuurswarmtepompen (of HT-warmtepompen). Een van de oplossingen om oudere woningen gasloos te maken is de HT-warmtepomp. Terwijl een gewone lucht-waterwarmtepomp eigenlijk hoofdzakelijk geschikt is voor goed geïsoleerde woningen die verwarmen met vloerverwarming, is de HT-warmtepomp met propaan als koudemiddel de oplossing voor bijna alle woningen. Zelfs oudere woningen die niet ideaal zijn geïsoleerd en die uitsluitend verwarmen door middel van radiatoren kunnen hun energie uit dit type warmtepomp halen. 

Een lagere aanvoertemperatuur blijft rendabeler

Kunnen we dus meteen ophouden met overdreven isolatie en vloerverwarming op lage temperatuur, en daarna massaal overstappen op HT-warmtepompen en gewone radiatoren? Nee, het blijft efficiënter om met lage aanvoertemperaturen te werken. Zolang de gas- en stroomprijzen min of meer aan elkaar gekoppeld zijn, is het niet zo verstandig om de ketel te ruilen voor een HT-warmtepomp. De regel blijft immers: hoe lager de aanvoertemperatuur voor verwarming, hoe hoger het rendement. 

HT-warmtepomp blijft duurder op alle vlakken Het nadeel van een hogetemperatuurwarmtepomp is dat hij duurder in aanschaf is. In sommige gevallen is hij wel twee keer zo duur als een gewone warmtepomp. De warmtepomp moet bovendien harder werken om het cv-water van een hogere temperatuur te leveren. Dat zorgt dus voor een lager rendement, een hoger energieverbruik en dus een hogere energierekening. Vooral bij extreem koude winters kan het rendement onder het punt komen waarbij het zelfs voordeliger is om op gas te stoken. Door de aanschafkosten en het lagere rendement is de terugverdientijd ook langer.

Opmars

Warmtepompen met propaan maken niettemin een enorme opmars. De komende jaren zal de vraag naar propaanwarmtepompen alleen maar stijgen. En er zijn nu al warmtepompen met propaan op de markt. Er zijn zowel volledig elektrische als hybride propaanvarianten beschikbaar, en de nadelen die we aanstipten van de HT-warmtepomp gelden uiteraard niet als je de propaanwarmtepomp voor een laagtemperatuursysteem zoals vloerverwarming gebruikt.

Welke warmtepomp past bij jou?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!
▼ Volgende artikel
TikTok is in de VS nu afgesplitst van Chinese eigenaar
Huis

TikTok is in de VS nu afgesplitst van Chinese eigenaar

Sinds afgelopen vrijdag is TikTok in de Verenigde Staten afgesplitst van het Chinese moederbedrijf ByteDance.

Vorig jaar werd al aangekondigd dat TikTok zou worden afgesplitst in de Verenigde Staten. Dit omdat het socialmediaplatform daar onder vuur ligt. China heeft namelijk toegang tot gebruikersdata van TikTok-gebruikers, en het land kan ook ook de algoritme van gebruikers beïnvloeden.

Met die kritiek in het achterhoofd stelde de Amerikaanse president Donald Trump TikTok vorig jaar voor de keuze: de app helemaal niet beschikbaar maken in de VS, of het verkopen aan een Amerikaans bedrijf. Dat laatste is nu dus gebeurd.

Het Amerikaanse TikTok

De Amerikaanse vestiging waar TikTok in de VS nu onder valt heet TikTok USDS Joint Venture LLC. Het bedrijf wordt door Amerikaanse investeerders beheerd, waaronder Oracle, MGX en Silver Lake, die samen iets minder dan de helft van alle aandelen in handen hebben. Adam Presser, die voorheen aan het stuur stond van Warner Bros., is de ceo, terwijl Will Farrell - die eerder al bij TikTok aan het roer stond - de cso is.

Overigens is hiermee TikTok-eigenaar ByteDance niet helemaal buitenspel gezet: het bedrijf behoudt nog altijd bijna twintig procent van de aandelen van de Amerikaanse divisie, en TikTok-ceo Shou Chew maakt onderdeel uit van de raad van bestuur.

Wat verandert er aan TikTok?

De nieuwe Amerikaanse tak van TikTok zal niet veel invloed hebben op hoe we in Nederland TikTok consumeren. In de VS zal het Amerikaanse bedrijf echter modereren en bepalen hoe de algoritme werkt op basis van Amerikaanse data.

Het is echter niet duidelijk in hoeverre Amerikaanse gebruikers dat gaan merken, en deels voelt de oprichting van TikTok USDS Joint Venture LLC dan ook louter als een manier om de angst rondom Chinese invloed te sussen.

Tegelijkertijd is er onder sommige Amerikaanse gebruikers angst ontstaan dat juist de Amerikaanse overheid meer invloed gaat uitoefenen op de algoritme en dus politieke agenda's gaat pushen. Een heel gekke gedachte is dat niet: Oracle, een van de investeerders die nu over het Amerikaanse TikTok gaan, heeft nauwe banden met Trump.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.