ID.nl logo
Dit zijn de beste benchmark tools
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Dit zijn de beste benchmark tools

Die nieuwe game draait niet lekker, je video-editor hapert en je pc herstart soms zomaar – je computer loopt blijkbaar tegen zijn grenzen aan. Lastig, want ligt het nou aan het geheugen, de processor, de schijf of de grafische kaart? Gelukkig zijn er tools die de prestaties van je systeem en de diverse componenten haarfijn meten en benchmarken, zodat je de juiste oplossing kiest.Dit zijn de beste benchmark tools.

Wanneer je systeem nukkig doet of opvallend vertraagt, is het vaak niet precies duidelijk wat de oorzaak is. De prestaties van je pc zijn nou eenmaal een complex samenspel van software en diverse hardwarecomponenten. Stel je voor dat je bijvoorbeeld meer geheugen in je pc stopt of een nieuwe grafische kaart aanschaft en dan blijkt het niet te helpen. Om de juiste oplossing te vinden, is het daarom handig om de prestaties van diverse systeemonderdelen nauwkeurig te meten en die eventueel ook met andere systemen te vergelijken.

In dit artikel ontdek je een reeks tools waarmee je de nodige metingen en benchmarks uitvoert. In benchmarks is er een onderscheid tussen real world (ofwel real time) benchmarkers en synthetische (ofwel artificiële) benchmarkers. Die eerste maakt gebruik van bestaande applicaties om de prestaties in kaart te brengen, terwijl de tweede toepassingen nabootst en op basis daarvan de prestatiescore berekent. Beide komen hier aan bod. Maar voor we in de externe tools duiken, kijken we eerst even naar wat Windows zelf al aan boord heeft.

01 Prestatiemeter

Windows heeft zelf enkele tools in huis die in de buurt komen van wat benchmarkers en burn-in tests doen. Bijvoorbeeld de Geheugencontrole (druk op Windows-toets+R en voer mdsched uit), de Broncontrole (druk op Ctrl+Shift+Esc, ga naar het tabblad Prestaties en klik op Broncontrole openen) en de Betrouwbaarheidscontrole (druk op Windows-toets+R en voer perfmon /rel uit).

We beperken ons hiermee wel tot een ingebouwde prestatiemeter. Zorg dat je als administrator bent aangemeld, druk op Windows-toets+R en voer perfmon uit. In het linkerpaneel open je Controlehulpprogramma’s / Prestatiemeter. Rechts verschijnt een lege grafiek: geef hier zelf aan welk systeemonderdeel de tool moet meten en in de grafiek. Druk daarom op het groene plus-knopje, waarna je in een uitklapmenu uit verschillende computeritems kunt kiezen. Klik een pijltje naast zo’n item aan voor nog gedetailleerder opties. Om je een idee te geven: bij Fysieke schijf vind je maar liefst 21 verschillende meetbare onderdelen. Klik op Toevoegen>> bij de gewenste onderdelen en bevestig met OK.

©PXimport

02 Gegevensverzamelaarset

Een nadeel hiervan is wel dat deze prestatiemetingen slechts een momentopname zijn (tenzij je de tijd hebt om de grafiek langer te observeren). Er is ook een optie om die prestaties over langere periodes te laten meten. Klik daarvoor in het linkerpaneel op Gegevensverzamelaarsets en rechtsklik op Gedefinieerd door de gebruiker. Hier kies je Nieuw / Gegevensverzamelaarset. Voorzie een gepaste naam en vink Handmatig maken (geavanceerd) aan. Druk op Volgende en selecteer – voor onze doeleinden – Prestatiemeteritem (wil je liever bepaalde registerwaarden volgen dan kies je hier Systeemconfiguratiegegevens). Druk nogmaals op Volgende en vink alle gewenste items aan via Toevoegen. Bepaal een geschikt interval voor elk van deze items en bevestig met Volgende (2x). Kies Deze gegevensverzamelaarset nu starten of kies Opslaan en sluiten als je de set pas later uit wilt voeren. Rond af met Voltooien.

De controle kun je op elk moment starten of stoppen, door je set te selecteren bij Gegevensverzamelaarsets / Gedefinieerd door de gebruiker / <naam_van_set> en de start- of stopknop in te drukken. Naderhand bekijk je de resultaten door bij Rapporten / Gedefinieerd door de gebruiker op je setnaam te dubbelklikken.

Inplannen kan door bij Gegevensverzamelaarsets je set met de rechtermuisknop aan te klikken en Eigenschappen te selecteren. Je voegt de gewenste tijden toe op het tabblad Schema en op het tabblad Stop-voorwaarde geef je aan onder welke voorwaarden je de controle automatisch wilt laten stoppen.

©PXimport

03 Systeem: UBM

Een veelzijdige benchmarker die de prestaties van diverse systeemcomponenten meet is UserBenchMark (UBM). Surf naar www.userbenchmark.com om de tool te downloaden. Zodra je het portable programma opstart, zie je welke componenten worden gebenchmarkt: cpu, gpu, geheugen, vaste schijven en usb-opslagmedia. Je start die via de Run-toets; laat je pc met rust tijdens deze operatie van twee minuten. Zo nodig geef je in je firewall aan dat het betrouwbare software is; houd er wel rekening mee dat de testresultaten naar de UBM-server worden geüpload.

Na de test verschijnt het rapport in je browser. Hoe je systeem presteert, maakt UBM duidelijk met grappige classificaties van Tree trunk tot Speed boat en UFO. De criteria die UBM hanteert voor elk type pc, zoals Gaming pc, Desktop en Workstation, vind je hier terug. Voor een gaming-pc is dat bijvoorbeeld: 25%GCPU+50%GPU+15%SSD+10%HDD.

©PXimport

04 UBM-detailinformatie

Wat is de volgende stap als je pc een ‘gaming speed boat’ blijkt? Op de UBM-webpagina vind je nog veel meer nuttige feedback dan dat. Je krijgt namelijk gedetailleerde resultaten voor alle geteste systeemonderdelen en inzicht in wat er precies werd getest. Klik je op een vraagteken naast zo’n testonderdeel dan krijg je de bijbehorende uitleg.

Nog lager op de pagina wordt het vooral interessant wanneer je overweegt een systeemcomponent te vervangen door een beter exemplaar. Klik daarvoor bij het onderdeel Custom PC Builder op Explore upgrades for this PC. Linksboven op de pagina vink je de huidige onderdelen van de geteste pc aan, rechtsboven de onderdelen van een mogelijk alternatief. Stel, je overweegt om de grafische kaart te vervangen. Open dan eerst het tabblad GPU – je vindt hier trouwens ook de tabbladen CPU, SSD, HDD, RAM en MBD (moederbord) terug - en klik dan bij Change Alternative GPU een alternatief model aan. Hierbij kan je kiezen wat je belangrijk vindt: de prestaties (Bench), de prijs (Buy) of de combinatie van prijs en prestatieverhouding (Value). Na de aanpassing, lees je bovenaan rechts wat zo’n upgrade je oplevert. Ook kun je je eigen onderdeel en je alternatief vergelijken via de Compare-knop. Zo krijg je een erg gedetailleerde vergelijking, op basis van de resultaten van (vaak vele duizenden) andere UBM-gebruikers. Heel leerzaam dus.

©PXimport

05 Systeem: Novabench

Bepaal je liever zelf welke onderdelen je wil testen, probeer dan de tool Novabench (beschikbaar voor macOS, Linux en Windows 64 bit). Hier kun je wel zelf beslissen of je de testresultaten naar de Novabench-servers wil uploaden of niet. Houd wel rekening met enkele beperkingen in de gratis versie: er zijn bijvoorbeeld geen testscripts of ingeplande tests mogelijk.

Druk je op de knop Start Tests dan worden alle tests uitgevoerd. Via Tests / Individual Test kun je zelf kiezen tussen CPU, GPU, RAM en Disk. Op de wachttijd is in ieder geval niks aan te merken: binnen twee minuten is het gepiept. Het resultaat is een algemene score en een score voor elk van de geteste onderdelen. Niet al te veel diepgang, maar je krijgt nog wel wat details, zoals de float-, integer- en hash-ops (cpu), snelheid in MB/s (ram), fps en Gflops (gpu) en de lees- en schrijfsnelheden in MB/s (schijf).

Om je eigen systeem te vergelijken met eerder geteste systemen klik je op View Performance Charts en Comparisons. Je kunt je hiervoor registreren, maar het kan ook anoniem. Dan heb je de keuze uit drie knoppen: Performance Analysis (waarmee je je eigen cpu- en gpu-scores afzet tegen de gemiddelde scores van vergelijkbare systemen), Baseline Comparison (om je algemene score, je cpu- en gpu-score te vergelijken met bepaalde types pc’s) en Add to Comparison Chart (zodat je je resultaten direct met andere resultaten kunt vergelijken).

©PXimport

06 Processor

Er zijn ook tools die zich richten op het benchmarken van een specifieke systeemcomponent, zoals CPUID CPU-Z dat de centrale processor test. Eerst krijg je het tabblad CPU te zien met uitgebreide, technische informatie over je processor – hier tref je ook tabbladen met informatie aan over je moederbord (Mainboard), geheugen (Memory en SPD) en gpu (Graphics).

De eigenlijke benchmarks vind je op het tabblad Bench. Met Bench CPU start je de test en al na enkele seconden verschijnt het resultaat in de vorm van een getal, zowel bij Single Thread als bij Multi Thread. Bij die laatste kun je trouwens zelf het aantal simultane threads instellen. Wat het resultaat nou eigenlijk betekent, wordt duidelijker wanneer je bij Reference een andere cpu selecteert uit een modellenlijst om mee te vergelijken. Je merkt dan meteen hoe goed je eigen cpu boert. Je kunt met nog veel meer cpu’s vergelijken via https://valid.x86.fr/bench/<x>, waarbij je <x> vervangt door een cijfer tussen 1 en 16, afhankelijk van het aantal simultane threads waarmee je wil vergelijken (bijvoorbeeld: https://valid.x86.fr/8).

Verder tref je op het tabblad Bench nog de knop Stress CPU aan, waarmee je je cpu 100% belast, tot je de knop weer indrukt. Dat merk je wel wanneer je intussen in het Windows Taakbeheer (Ctrl+Shift+Esc) het tabblad Prestaties raadpleegt en Processor selecteert. Zo’n stresstest laat bijvoorbeeld zien hoe stabiel een overgeklokte cpu eigenlijk is.

©PXimport

CYRI?

Heb je een specifiek game op het oog, maar twijfel je of je systeem het wel aan kan? Dat kun je heel gemakkelijk testen met Can You Run It. Je selecteert de gewenste game, waarna je op Can You Run It klikt. Accepteer de bijhorende download en voer de tool uit zodat je hardware-specificaties worden gecontroleerd. Daarna laat de tool je op de website zien of je systeem aan de vereisten van de game voldoet via de diverse componenten zoals gpu, cpu, ram en os. Daarnaast ontdek je via de link Click here to see which games you can run hoeveel van de ongeveer 6000 games uit de database voldoen aan zowel de minimale als de aanbevolen systeemvereisten.

©PXimport

07 Grafisch

Een van de meer recente synthetische benchmarkers van het bedrijf UNIGINE is Superposition. De basic versie is gratis en kun je gebruiken om te testen hoe goed je systeem (game) graphics aan kan.

Start de tool op, klik op Benchmark en vink Performance aan – de optie Stress is alleen beschikbaar in de betaalde edities. Bij Preset kun je uit diverse resoluties kiezen, zoals 720p, 1080p, 4K en 8K. Bij 1080p zijn er drie mogelijkheden: Medium, High en Extreme. De kwaliteit van de shaders en de textures wordt automatisch aan je keuze aangepast. Wil je opties zoals Fullscreen, Resolution, Depth of Field en Motion Blur zelf instellen, kies dan bij Preset voor Custom. Onderaan zie je de totale en de beschikbare hoeveelheid video-ram. Klik op het vraagteken voor een uitgebreide handleiding.

Druk op de knop RUN om de benchmarktest te starten. Je ziet nu een aantal grafische scènes waarbij je de fps (frames per second) kan aflezen. Na afloop kun je het resultaat bewaren en via Compare results online met andere systemen vergelijken. Ook leuk: via de knop Game voer je vergelijkbare benchmarks uit, maar deze keer gaat het om interactieve graphics (lees: een game) waarbij je op elk moment de instellingen nog kunt aanpassen.

Wil je alleen de fps bij een specifiek game weten dan ben je beter af met Bandicam. Die laat je in real time de fps zien terwijl je aan het gamen bent.

©PXimport

08 Geheugen

Het geheugen speelt natuurlijk ook een belangrijke rol bij de prestaties van je systeem. De hoeveelheid ram-geheugen is vaak doorslaggevend, maar ook de snelheid van het geheugen heeft invloed en daarnaast is de ene ram-module de andere niet.

Een benchmarker die ook het ram-geheugen goed aan de tand voelt, is PassMark Performance Test (30 dagen gratis proef). Start de tool en druk op de knop Memory Mark. Die bestaat uit zeven tests die je allemaal in één keer of elk afzonderlijk kunt starten (via Run). Je vindt hier onder meer lees- en schrijftests, een latentietest en enkele intensieve database-operaties.

Een minuut later krijg je de totaalscore en diverse deelscores. De totaalscore kun je vervolgens vergelijken met allerlei andere systemen of met de prestaties van identieke ram-modules.

©PXimport

09 Schijf

Ook de schijfprestaties zijn van belang, vooral bij applicaties waarin veel data wordt gelezen of bewaard, zoals bij database-operaties. De gratis tool ATTO Disk Benchmark (beschikbaar voor macOS en Windows na registratie) kan met diverse schijftypes overweg zoals ssd’s, hdd’s en raid-arrays en je kan ook zelf allerlei parameters instellen. Zo kun je de blokgroottes (I/O Size) aanpassen (tot maximaal 64 MB) en de grootte van je testbestand (tot 32 GB). Verder kun je ook het maximale aantal lees- en schrijfcommando’s instellen dat je tegelijk wil laten uitvoeren (Queue Depth). Je beslist zelf of de benchmarker gebruik mag maken van systeembuffering en caching (via een vinkje bij Direct I/O en Bypass Write Cache). Je kunt zelfs een eigen testpatroon instellen wanneer je ook de optie Verify Data inschakelt.

Na afloop verschijnt de overdrachtssnelheid in aantal blokken per seconde (IO/s), zowel voor lezen als schrijven. De makers verzamelen zelf geen resultaatgegevens, daardoor kun je je scores niet rechtstreeks met andere systemen vergelijken. Maar een Google-zoektocht naar bijvoorbeeld ‘atto disk benchmark results’ levert je wellicht bruikbaar vergelijkingsmateriaal op.

Specifiek voor ssd’s, ook voor nvme-modellen, is er nog AS SSD. Aan de hand van een aantal synthetische benchmarks brengt deze tool mooi de sequentiële en random lees- en schrijfprestaties van je ssd in kaart.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels
© ID.nl | Dit is een mock-up
Huis

Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels

Microsoft heeft een flinke aanscherping van de beveiliging in Windows 11 aangekondigd. Onder de noemer Windows Baseline Security Mode en User Transparency and Consent krijgen gebruikers meer grip op wat apps precies uitspoken op hun computer. Voor de gemiddelde thuisgebruiker betekent dit vooral dat Windows meer gaat lijken op de overzichtelijke beveiliging die we al kennen van onze smartphones.

In dit artikel

Je leest wat de nieuwe beveiligingsregels in Windows 11 betekenen voor jou, met extra nadruk op toestemming en inzicht in wat apps doen. Je ziet hoe je per app toegang tot camera, microfoon en bestanden kunt beheren en later weer intrekken. Ook leggen we uit wat Windows Baseline Security Mode doet en wat je daarvan merkt tijdens de gefaseerde uitrol.

Lees ook: De verborgen parels van Windows 11: deze apps moet je hebben

De aanleiding voor deze verandering is de toenemende irritatie over apps die ongevraagd instellingen aanpassen, extra software installeren of zonder duidelijke toestemming toegang krijgen tot persoonlijke gegevens. Microsoft wil met deze update de regie teruggeven aan de gebruiker, waarbij transparantie en toestemming de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Meer grip op je privacy

Een van de meest zichtbare veranderingen is de manier waarop apps om toestemming vragen. Waar programma's in Windows voorheen vaak automatisch toegang hadden tot bepaalde mappen of functies, gaat Windows 11 nu actiever om bevestiging vragen. Wil een app je camera, microfoon of specifieke bestanden gebruiken? Dan verschijnt er een duidelijke melding in beeld, vergelijkbaar met de pop-ups op een iPhone of Android-toestel.

Het mooie van dit systeem is dat je deze keuzes altijd weer kunt terugdraaien. In de instellingen van Windows komt een overzicht waar je precies ziet welke app waarvoor toestemming heeft. Vertrouw je een programma niet langer, dan trek je met één handeling de toegang tot je bestanden of hardware weer in.

©Garun Studios - stock.adobe.com

Alleen veilige software door Baseline Security

Verder introduceert Microsoft de Windows Baseline Security Mode. Dit is een technische beveiligingslaag die ervoor zorgt dat het systeem continu controleert of de software die draait wel integer is. In de praktijk betekent dit dat Windows alleen nog apps, stuurprogramma's en diensten toestaat die officieel zijn ondertekend en als veilig bekendstaan.

Dit voorkomt dat schadelijke software op de achtergrond wijzigingen aanbrengt in je systeem zonder dat je het doorhebt. Voor de meeste mensen verandert er weinig in het dagelijks gebruik; bekende software van grote ontwikkelaars blijft gewoon werken. Mocht je toch een specifiek programma willen gebruiken dat niet aan de strengste eisen voldoet, dan behoud je als gebruiker (of systeembeheerder) de mogelijkheid om handmatig een uitzondering te maken.

Wat merk je in de praktijk?

De uitrol van deze functies gebeurt stap voor stap. Microsoft neemt hier de tijd voor, zodat alles goed blijft werken op de miljarden computers waar Windows op draait. Om dit soepel te laten verlopen, zijn ze op dit moment vooral in overleg met bekende softwaremakers zoals Adobe en 1Password. Zo weet je zeker dat hun programma's gewoon blijven werken onder de nieuwe regels, nog voordat jij de update krijgt. Ook voor de opkomst van slimme AI-hulpjes zijn deze aanpassingen belangrijk. Omdat deze assistenten steeds vaker zelfstandig klusjes voor je opknappen, is het fijn dat je precies kunt zien en bepalen wat zo'n hulpje wel en niet mag doen op jouw pc. 

Kortom: Windows 11 wordt een stukje strenger, maar daardoor ook een stuk transparanter. Je zult iets vaker een vraag krijgen of een app ergens bij mag, maar je krijgt daar een veiliger gevoel en meer controle voor terug.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch.