ID.nl logo
Dit zijn de beste benchmark tools
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Dit zijn de beste benchmark tools

Die nieuwe game draait niet lekker, je video-editor hapert en je pc herstart soms zomaar – je computer loopt blijkbaar tegen zijn grenzen aan. Lastig, want ligt het nou aan het geheugen, de processor, de schijf of de grafische kaart? Gelukkig zijn er tools die de prestaties van je systeem en de diverse componenten haarfijn meten en benchmarken, zodat je de juiste oplossing kiest.Dit zijn de beste benchmark tools.

Wanneer je systeem nukkig doet of opvallend vertraagt, is het vaak niet precies duidelijk wat de oorzaak is. De prestaties van je pc zijn nou eenmaal een complex samenspel van software en diverse hardwarecomponenten. Stel je voor dat je bijvoorbeeld meer geheugen in je pc stopt of een nieuwe grafische kaart aanschaft en dan blijkt het niet te helpen. Om de juiste oplossing te vinden, is het daarom handig om de prestaties van diverse systeemonderdelen nauwkeurig te meten en die eventueel ook met andere systemen te vergelijken.

In dit artikel ontdek je een reeks tools waarmee je de nodige metingen en benchmarks uitvoert. In benchmarks is er een onderscheid tussen real world (ofwel real time) benchmarkers en synthetische (ofwel artificiële) benchmarkers. Die eerste maakt gebruik van bestaande applicaties om de prestaties in kaart te brengen, terwijl de tweede toepassingen nabootst en op basis daarvan de prestatiescore berekent. Beide komen hier aan bod. Maar voor we in de externe tools duiken, kijken we eerst even naar wat Windows zelf al aan boord heeft.

01 Prestatiemeter

Windows heeft zelf enkele tools in huis die in de buurt komen van wat benchmarkers en burn-in tests doen. Bijvoorbeeld de Geheugencontrole (druk op Windows-toets+R en voer mdsched uit), de Broncontrole (druk op Ctrl+Shift+Esc, ga naar het tabblad Prestaties en klik op Broncontrole openen) en de Betrouwbaarheidscontrole (druk op Windows-toets+R en voer perfmon /rel uit).

We beperken ons hiermee wel tot een ingebouwde prestatiemeter. Zorg dat je als administrator bent aangemeld, druk op Windows-toets+R en voer perfmon uit. In het linkerpaneel open je Controlehulpprogramma’s / Prestatiemeter. Rechts verschijnt een lege grafiek: geef hier zelf aan welk systeemonderdeel de tool moet meten en in de grafiek. Druk daarom op het groene plus-knopje, waarna je in een uitklapmenu uit verschillende computeritems kunt kiezen. Klik een pijltje naast zo’n item aan voor nog gedetailleerder opties. Om je een idee te geven: bij Fysieke schijf vind je maar liefst 21 verschillende meetbare onderdelen. Klik op Toevoegen>> bij de gewenste onderdelen en bevestig met OK.

©PXimport

02 Gegevensverzamelaarset

Een nadeel hiervan is wel dat deze prestatiemetingen slechts een momentopname zijn (tenzij je de tijd hebt om de grafiek langer te observeren). Er is ook een optie om die prestaties over langere periodes te laten meten. Klik daarvoor in het linkerpaneel op Gegevensverzamelaarsets en rechtsklik op Gedefinieerd door de gebruiker. Hier kies je Nieuw / Gegevensverzamelaarset. Voorzie een gepaste naam en vink Handmatig maken (geavanceerd) aan. Druk op Volgende en selecteer – voor onze doeleinden – Prestatiemeteritem (wil je liever bepaalde registerwaarden volgen dan kies je hier Systeemconfiguratiegegevens). Druk nogmaals op Volgende en vink alle gewenste items aan via Toevoegen. Bepaal een geschikt interval voor elk van deze items en bevestig met Volgende (2x). Kies Deze gegevensverzamelaarset nu starten of kies Opslaan en sluiten als je de set pas later uit wilt voeren. Rond af met Voltooien.

De controle kun je op elk moment starten of stoppen, door je set te selecteren bij Gegevensverzamelaarsets / Gedefinieerd door de gebruiker / <naam_van_set> en de start- of stopknop in te drukken. Naderhand bekijk je de resultaten door bij Rapporten / Gedefinieerd door de gebruiker op je setnaam te dubbelklikken.

Inplannen kan door bij Gegevensverzamelaarsets je set met de rechtermuisknop aan te klikken en Eigenschappen te selecteren. Je voegt de gewenste tijden toe op het tabblad Schema en op het tabblad Stop-voorwaarde geef je aan onder welke voorwaarden je de controle automatisch wilt laten stoppen.

©PXimport

03 Systeem: UBM

Een veelzijdige benchmarker die de prestaties van diverse systeemcomponenten meet is UserBenchMark (UBM). Surf naar www.userbenchmark.com om de tool te downloaden. Zodra je het portable programma opstart, zie je welke componenten worden gebenchmarkt: cpu, gpu, geheugen, vaste schijven en usb-opslagmedia. Je start die via de Run-toets; laat je pc met rust tijdens deze operatie van twee minuten. Zo nodig geef je in je firewall aan dat het betrouwbare software is; houd er wel rekening mee dat de testresultaten naar de UBM-server worden geüpload.

Na de test verschijnt het rapport in je browser. Hoe je systeem presteert, maakt UBM duidelijk met grappige classificaties van Tree trunk tot Speed boat en UFO. De criteria die UBM hanteert voor elk type pc, zoals Gaming pc, Desktop en Workstation, vind je hier terug. Voor een gaming-pc is dat bijvoorbeeld: 25%GCPU+50%GPU+15%SSD+10%HDD.

©PXimport

04 UBM-detailinformatie

Wat is de volgende stap als je pc een ‘gaming speed boat’ blijkt? Op de UBM-webpagina vind je nog veel meer nuttige feedback dan dat. Je krijgt namelijk gedetailleerde resultaten voor alle geteste systeemonderdelen en inzicht in wat er precies werd getest. Klik je op een vraagteken naast zo’n testonderdeel dan krijg je de bijbehorende uitleg.

Nog lager op de pagina wordt het vooral interessant wanneer je overweegt een systeemcomponent te vervangen door een beter exemplaar. Klik daarvoor bij het onderdeel Custom PC Builder op Explore upgrades for this PC. Linksboven op de pagina vink je de huidige onderdelen van de geteste pc aan, rechtsboven de onderdelen van een mogelijk alternatief. Stel, je overweegt om de grafische kaart te vervangen. Open dan eerst het tabblad GPU – je vindt hier trouwens ook de tabbladen CPU, SSD, HDD, RAM en MBD (moederbord) terug - en klik dan bij Change Alternative GPU een alternatief model aan. Hierbij kan je kiezen wat je belangrijk vindt: de prestaties (Bench), de prijs (Buy) of de combinatie van prijs en prestatieverhouding (Value). Na de aanpassing, lees je bovenaan rechts wat zo’n upgrade je oplevert. Ook kun je je eigen onderdeel en je alternatief vergelijken via de Compare-knop. Zo krijg je een erg gedetailleerde vergelijking, op basis van de resultaten van (vaak vele duizenden) andere UBM-gebruikers. Heel leerzaam dus.

©PXimport

05 Systeem: Novabench

Bepaal je liever zelf welke onderdelen je wil testen, probeer dan de tool Novabench (beschikbaar voor macOS, Linux en Windows 64 bit). Hier kun je wel zelf beslissen of je de testresultaten naar de Novabench-servers wil uploaden of niet. Houd wel rekening met enkele beperkingen in de gratis versie: er zijn bijvoorbeeld geen testscripts of ingeplande tests mogelijk.

Druk je op de knop Start Tests dan worden alle tests uitgevoerd. Via Tests / Individual Test kun je zelf kiezen tussen CPU, GPU, RAM en Disk. Op de wachttijd is in ieder geval niks aan te merken: binnen twee minuten is het gepiept. Het resultaat is een algemene score en een score voor elk van de geteste onderdelen. Niet al te veel diepgang, maar je krijgt nog wel wat details, zoals de float-, integer- en hash-ops (cpu), snelheid in MB/s (ram), fps en Gflops (gpu) en de lees- en schrijfsnelheden in MB/s (schijf).

Om je eigen systeem te vergelijken met eerder geteste systemen klik je op View Performance Charts en Comparisons. Je kunt je hiervoor registreren, maar het kan ook anoniem. Dan heb je de keuze uit drie knoppen: Performance Analysis (waarmee je je eigen cpu- en gpu-scores afzet tegen de gemiddelde scores van vergelijkbare systemen), Baseline Comparison (om je algemene score, je cpu- en gpu-score te vergelijken met bepaalde types pc’s) en Add to Comparison Chart (zodat je je resultaten direct met andere resultaten kunt vergelijken).

©PXimport

06 Processor

Er zijn ook tools die zich richten op het benchmarken van een specifieke systeemcomponent, zoals CPUID CPU-Z dat de centrale processor test. Eerst krijg je het tabblad CPU te zien met uitgebreide, technische informatie over je processor – hier tref je ook tabbladen met informatie aan over je moederbord (Mainboard), geheugen (Memory en SPD) en gpu (Graphics).

De eigenlijke benchmarks vind je op het tabblad Bench. Met Bench CPU start je de test en al na enkele seconden verschijnt het resultaat in de vorm van een getal, zowel bij Single Thread als bij Multi Thread. Bij die laatste kun je trouwens zelf het aantal simultane threads instellen. Wat het resultaat nou eigenlijk betekent, wordt duidelijker wanneer je bij Reference een andere cpu selecteert uit een modellenlijst om mee te vergelijken. Je merkt dan meteen hoe goed je eigen cpu boert. Je kunt met nog veel meer cpu’s vergelijken via https://valid.x86.fr/bench/<x>, waarbij je <x> vervangt door een cijfer tussen 1 en 16, afhankelijk van het aantal simultane threads waarmee je wil vergelijken (bijvoorbeeld: https://valid.x86.fr/8).

Verder tref je op het tabblad Bench nog de knop Stress CPU aan, waarmee je je cpu 100% belast, tot je de knop weer indrukt. Dat merk je wel wanneer je intussen in het Windows Taakbeheer (Ctrl+Shift+Esc) het tabblad Prestaties raadpleegt en Processor selecteert. Zo’n stresstest laat bijvoorbeeld zien hoe stabiel een overgeklokte cpu eigenlijk is.

©PXimport

CYRI?

Heb je een specifiek game op het oog, maar twijfel je of je systeem het wel aan kan? Dat kun je heel gemakkelijk testen met Can You Run It. Je selecteert de gewenste game, waarna je op Can You Run It klikt. Accepteer de bijhorende download en voer de tool uit zodat je hardware-specificaties worden gecontroleerd. Daarna laat de tool je op de website zien of je systeem aan de vereisten van de game voldoet via de diverse componenten zoals gpu, cpu, ram en os. Daarnaast ontdek je via de link Click here to see which games you can run hoeveel van de ongeveer 6000 games uit de database voldoen aan zowel de minimale als de aanbevolen systeemvereisten.

©PXimport

07 Grafisch

Een van de meer recente synthetische benchmarkers van het bedrijf UNIGINE is Superposition. De basic versie is gratis en kun je gebruiken om te testen hoe goed je systeem (game) graphics aan kan.

Start de tool op, klik op Benchmark en vink Performance aan – de optie Stress is alleen beschikbaar in de betaalde edities. Bij Preset kun je uit diverse resoluties kiezen, zoals 720p, 1080p, 4K en 8K. Bij 1080p zijn er drie mogelijkheden: Medium, High en Extreme. De kwaliteit van de shaders en de textures wordt automatisch aan je keuze aangepast. Wil je opties zoals Fullscreen, Resolution, Depth of Field en Motion Blur zelf instellen, kies dan bij Preset voor Custom. Onderaan zie je de totale en de beschikbare hoeveelheid video-ram. Klik op het vraagteken voor een uitgebreide handleiding.

Druk op de knop RUN om de benchmarktest te starten. Je ziet nu een aantal grafische scènes waarbij je de fps (frames per second) kan aflezen. Na afloop kun je het resultaat bewaren en via Compare results online met andere systemen vergelijken. Ook leuk: via de knop Game voer je vergelijkbare benchmarks uit, maar deze keer gaat het om interactieve graphics (lees: een game) waarbij je op elk moment de instellingen nog kunt aanpassen.

Wil je alleen de fps bij een specifiek game weten dan ben je beter af met Bandicam. Die laat je in real time de fps zien terwijl je aan het gamen bent.

©PXimport

08 Geheugen

Het geheugen speelt natuurlijk ook een belangrijke rol bij de prestaties van je systeem. De hoeveelheid ram-geheugen is vaak doorslaggevend, maar ook de snelheid van het geheugen heeft invloed en daarnaast is de ene ram-module de andere niet.

Een benchmarker die ook het ram-geheugen goed aan de tand voelt, is PassMark Performance Test (30 dagen gratis proef). Start de tool en druk op de knop Memory Mark. Die bestaat uit zeven tests die je allemaal in één keer of elk afzonderlijk kunt starten (via Run). Je vindt hier onder meer lees- en schrijftests, een latentietest en enkele intensieve database-operaties.

Een minuut later krijg je de totaalscore en diverse deelscores. De totaalscore kun je vervolgens vergelijken met allerlei andere systemen of met de prestaties van identieke ram-modules.

©PXimport

09 Schijf

Ook de schijfprestaties zijn van belang, vooral bij applicaties waarin veel data wordt gelezen of bewaard, zoals bij database-operaties. De gratis tool ATTO Disk Benchmark (beschikbaar voor macOS en Windows na registratie) kan met diverse schijftypes overweg zoals ssd’s, hdd’s en raid-arrays en je kan ook zelf allerlei parameters instellen. Zo kun je de blokgroottes (I/O Size) aanpassen (tot maximaal 64 MB) en de grootte van je testbestand (tot 32 GB). Verder kun je ook het maximale aantal lees- en schrijfcommando’s instellen dat je tegelijk wil laten uitvoeren (Queue Depth). Je beslist zelf of de benchmarker gebruik mag maken van systeembuffering en caching (via een vinkje bij Direct I/O en Bypass Write Cache). Je kunt zelfs een eigen testpatroon instellen wanneer je ook de optie Verify Data inschakelt.

Na afloop verschijnt de overdrachtssnelheid in aantal blokken per seconde (IO/s), zowel voor lezen als schrijven. De makers verzamelen zelf geen resultaatgegevens, daardoor kun je je scores niet rechtstreeks met andere systemen vergelijken. Maar een Google-zoektocht naar bijvoorbeeld ‘atto disk benchmark results’ levert je wellicht bruikbaar vergelijkingsmateriaal op.

Specifiek voor ssd’s, ook voor nvme-modellen, is er nog AS SSD. Aan de hand van een aantal synthetische benchmarks brengt deze tool mooi de sequentiële en random lees- en schrijfprestaties van je ssd in kaart.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.