ID.nl logo
45 ssd’s getest
© Reshift Digital
Huis

45 ssd’s getest

Lange tijd werd bij de aanschaf van een nieuwe computer vooral gekeken naar de hoeveelheid opslagruimte, met het idee dat meer altijd beter is. Inmiddels zijn zowel gebruikers als fabrikanten ervan overtuigd geraakt dat de snelheid van je dataopslag belangrijker is dan de hoeveelheid opslag. Twee jaar geleden moest je goed opletten of je nieuwe pc een ssd had, tegenwoordig zien we alleen bij de echte prijsvechters nog een traditionele, langzamere harde schijf. Een ssd is onmisbaar in elk nieuw systeem, maar ook in elke oudere configuratie. De vraag is: welke ssd kies je?

De komst van de ssd heeft een enorme impact gehad op de snelheid van onze huis-, tuin- en keukencomputers, veel meer dan welk ander onderdeel dan ook. Met een ssd start de pc veel sneller op, reageert hij veel sneller op alles wat je van hem vraagt, en de kans op storingen is ook nog eens kleiner. Voor de prijs hoef je het ook niet meer te laten, de prijs per gigabyte is sinds midden 2018 grofweg gehalveerd en een ssd van een paar tientjes voldoet voor de meeste gebruikers.

Verschillende soorten ssd’s

Ssd’s zijn er in verschillende soorten en maten. Een ssd sluit je doorgaans aan op een sata- of m.2-aansluiting op je moederbord. Sata is de bejaarde aansluiting waarmee we al jaren onze mechanische harde schijven aan de computer koppelen. Op praktisch elk nog enigszins bruikbaar systeem kun je dus wel een sata-ssd aansluiten. De jongere m.2-aansluiting is aantrekkelijker voor ssd’s: hij zit direct op het moederbord van moderne systemen, waardoor kabels overbodig zijn. De meeste m.2-ssd’s zijn ook aanzienlijk sneller, al hangt dat af van het toegepaste protocol.

Welk protocol?

Heeft jouw systeem een m.2-aansluiting, dan moet je nog wel op het communicatieprotocol letten. De meeste m.2-aansluitingen ondersteunen zogeheten NVMe-ssd’s, die flink sneller zijn dan sata-ssd’s. Er zijn ook m.2-aansluitingen waarop je alleen m.2-sata-ssd’s kunt aansluiten; een NVMe-ssd zal daar niet op werken. Om het nog complexer te maken: sinds enkele maanden zijn er ook ssd’s van het type NVMe generatie 4 op de markt. Om daar het maximale uit te halen moet je een moederbord met de AMD X570- of TRX40-chipset hebben. Vanwege deze zeer specifieke doelgroep bespreken we deze NVMe-gen4-ssd’s apart aan het eind van dit artikel.

NVMe regeert!

Dat NVMe-m.2-drives sneller zijn dan sata-ssd’s is een feit. De maximale leessnelheid van een sata-ssd ligt rond de 560 MByte/s, iets wat we de meeste ssd’s ook halen of benaderen. Zelfs de langzaamste NVMe-schijf in deze vergelijking is ruim drie keer zo snel. De snelste NVMe-gen4-ssd’s hangen zelfs rond de 5000 MByte/s; zo’n tien keer sneller. Duizelingwekkende hoeveelheden data. Dat brengt ons bij de vraag of zulke snelheden echt relevant zijn voor jou.

©PXimport

Bij eenvoudig gebruik van een pc, zoals browsen, e-mailen of zelfs wat lichte fotobewerking, heb je zelden meer dan een paar megabyte per seconde aan data nodig. Als je je verdiept in de techniek van NVMe-drives, dan zie je dat ze ook bij lichtere taken wat sneller zijn. Maar met een echt praktische blik moet je vaststellen dat je voor eenvoudig gebruik het verschil tussen een budget-ssd en een luxe ssd niet gaat merken. Gaat het jou er alleen om je pc weer snel te laten starten en een beetje modern aan te laten voelen, dan voldoet ook de eenvoudige (en goedkopere!) sata-ssd prima. NVMe-ssd’s komen pas tot hun recht bij veeleisende gebruikers met zware creatieve workloads zoals videobewerking, workstationgebruik, of bij het frequent overzetten van grote hoeveelheden data. Veel fabrikanten richten zich ook op gamers, maar het aantal scenario’s waarin gamers echt profiteren van deze snelheden is beperkt.

©PXimport

Welke capaciteit?

Een bekend fenomeen is dat ssd’s met meer opslagruimte sneller zijn dan kleinere varianten. Vooral de echt kleine ssd’s tot aan circa 256 GB zijn duidelijk trager dan hun grotere familieleden. Althans, in de benchmarks. Vlot starten kan elke ssd wel. De grotere capaciteit brengt ook een betere duurzaamheid met zich mee, omdat ze meer geheugencellen hebben. Ze zijn per gigabyte vaak ook nog een stuk goedkoper. Het is niet zinnig om extreem veel opslag te kopen als je die niet nodig hebt, maar het loont absoluut om niet té zuinig te zijn. Voor een tientje of twee meer van een 256GB- naar een snellere, duurzamere 512GB-ssd overstappen en daarmee ook ruim extra capaciteit krijgen voor de toekomst is geen slechte investering.

Waar letten we op?

Voor consumentengebruik kijken we naar drie resultaten. Als eerste de maximale snelheden, relevant bij het overzetten van grote hoeveelheden foto of video. Dan de prestaties bij kleinere 4K-datablokken, oftewel hoe de ssd omgaat met heel veel kleine bestanden. En tot slot de gecombineerde real-world benchmark, een combinatie van tests die representatief zijn voor gevarieerd computergebruik.

En betrouwbaarheid dan?

Idealiter zouden we de betrouwbaarheid het zwaarst laten wegen. Dit is alleen bijna onmogelijk om te testen. Zelfs instap-ssd’s kun je jarenlang op een pijnbank leggen zonder dat ze een krimp geven, dus tegen de tijd dat we die resultaten hebben, zijn die producten al lang niet meer te koop. Baseren we ons op de specificaties van de fabrikanten, dan moeten we ook vaststellen dat je daar in de praktijk gewoon nooit aan gaat komen. Niet goed onderscheid kunnen maken, is vervelend voor testers, maar eigenlijk goed nieuws voor de consument: de levensduur van alle ssd’s in deze test is simpelweg geen echt noodzakelijke overweging meer.

Een langere garantie vanuit de fabrikant biedt wel wat waarde en is dan ook een bonuspuntje waard. Maar, in de afgelopen vijf jaar hebben wij hier vele honderden ssd’s in gebruik genomen en zijn er slechts een paar kapotgegaan. Extra garantie is fijn, maar de kans dat je er daadwerkelijk gebruik van zult maken, zelfs in vijf jaar, schatten we alsnog erg klein.

Zorg voor een back-up!

Ssd’s zijn weliswaar minder kwetsbaar dan mechanische schijven, maar alles kan kapot! En waar een mechanische schijf vaak kuren vertoont voordat hij stopt met werken, gaat een ssd eerder van probleemloos werken naar helemaal onbruikbaar. Zorg dus altijd voor een goede back-up. Een duurzamere ssd kopen is geen garantie op probleemloos functioneren.

Migreren of schoon installeren?

De meeste ssd’s komen met een migratietool om je hele systeem over te zetten. Een ssd-upgrade vinden wij een goed moment voor een schone installatie. Windows 10 herinstalleren is zo gepiept, en zo maak je weer echt een frisse start met je systeem. Zorg wel voor een goede back-up van je belangrijke bestanden.

Kwaliteit flashgeheugen

Lange tijd was het aantal bits data per cel de beste graadmeter voor kwaliteit en duurzaamheid. Ssd’s die één bit per cel opsloegen (SLC) waren duurzamer dan ssd’s die twee (MLC) of drie (TLC) bits per cel opsloegen. Minder data per cel betekent namelijk minder slijtage. Tegenwoordig bestaan SLC-ssd’s voor consumenten niet meer vanwege de hoge kosten en is praktisch elke ssd een TLC. Zelfs 2bit-MLC-ssd’s zijn zeldzaam geworden. Echte budgetdrives slaan zelfs 4 bits aan data per cel op (QLC), met concessies op gebied van snelheid en duurzaamheid. Op zich geen probleem, maar koop een QLC-ssd alleen als die echt veel goedkoper is.

Samsung

In de vorige editie van onze grote ssd-test was Samsung de grote winnaar. Met zijn 860 EVO had de fabrikant de beste sata-ssd in handen. Geen enkele concurrerende NVMe-ssd kwam echt in de buurt van de 970 EVO. Enige tijd geleden lanceerde Samsung de 970 EVO Plus ssd, de nog snellere EVO met ook nu bijna geen echte concurrentie. Zowel de 860 EVO, 970 EVO als de 970 EVO Plus behoort nog altijd tot de beste ssd’s op de markt, maar de ijzersterke concurrentiepositie is na wat succesvolle lanceringen van concurrenten inmiddels verleden tijd. Tegelijkertijd zijn instap NVMe-drives veel goedkoper geworden. Ook de eens uitzonderlijke vijf jaar garantie van Samsung is inmiddels de standaard geworden. Zowel de 860 EVO als 970 EVO (Plus) blijft absoluut een topaankoop, maar Samsung moet zorgen dat je er niet te veel extra voor betaalt. Voor een echte pro-user blijft de prijzige Samsung 970 PRO wel de ultieme ssd op de markt. Als één van de weinige 2bit-MLC-ssd’s is de duurzaamheid een sterk argument. Verder blijkt uit de consistentietests dat deze ssd de beste op de markt is. Voor consumenten zijn ze echter simpelweg (veel) te duur om aan te raden. Aan het andere eind van het spectrum zien we de nieuwe Samsung 860 QVO, een 4bit-QLC-ssd. Deze blinkt uit in de absoluut laagste prijs per gigabyte, maar het is ook de gemiddeld traagste ssd uit de test. Als secundaire drive waarbij elk tientje telt, val je je er geen buil aan.

©PXimport

Patriot

Een van de ssd’s die aan de stoelpoten van de Samsung 970 EVO Plus knaagt, is de Patriot VPN100. Deze valt in eerste plaats op vanwege zijn forse zwarte heatsink om hem koel te houden, en vervolgens door zijn over de hele linie uitstekende high-end prestaties. De VPN100 kent wel wat ruwe kantje. Zo is het pcb wat goedkoop ogend blauw, de Patriot-software is spartaans en hardwarematige encryptie ontbreekt. Ook is de heatsink niet makkelijk te verwijderen; je loopt het risico hem te beschadigen als je het probeert. Dat maakt hem ongeschikt voor bijvoorbeeld laptops. Hij heeft dan wel weer een lagere prijs. Als de VPN100 op moment van aanschaf op prijs kan concurreren, is het zeker een goede optie.

©PXimport

Corsair

De Corsair MP510 bevindt zich feitelijk in dezelfde divisie als de 970 EVO (Plus) en VPN100. Ook deze ssd mag zich in het rijtje ‘de betere NVMe-ssd’s’ voegen. Structureel uitstekende prestaties, geen zichtbare minpunten en alleen in de kleinere 4K-blokken zien we de MP510 iets achterblijven. Zolang Corsair daar haarscherpe prijzen tegenover zet, is dat geen argument. Ook voor deze schijf geldt: houd hem scherp in de gaten, als dit prijsvoordeel oplevert, is dit een logische keuze.

Kingston

Kingston zet in op twee NVMe-ssd’s. Enerzijds met de KC-serie waar het bedrijf de strijd puur op prestaties aan wil gaan, en anderzijds met de goedkopere A-serie. In de praktijk zijn de verschillen tussen de twee minimaal. De goedkopere A-series presteren goed en doen ook niet significant onder op gebied van duurzaamheid of garantie. De KC2000 is uitstekend, maar veel meer betalen dan voor een A-serie of andere NVMe-concurrent is lastig te verdedigen. De A2000 is net uit en vooralsnog lastig leverbaar, maar als die net als de voorgaande A1000 binnenkort tot de goedkoopste NVMe-drives op de markt behoort, zal die het stokje overnemen als dé betaalbare NVMe-drive. Wat sata-ssd’s betreft, doet Kingston ook mee. Vooral als je een kleine en goedkope ssd wilt, is de UV500 interessant. Denk aan een echte budgetvriendelijke upgrade van een eenvoudig systeem. De KC600 behoort tot de betere sata-ssd’s, maar kost ook iets meer. Het is een goede keuze als je een goede aanbieding kunt vinden, zoals praktische elke ssd, al koop je soms voor hetzelfde geld een snellere A1000 of A2000.

©PXimport

Crucial

Over sata-drives gesproken, dat is waarmee Crucial het goed doet in Nederland. Het echte budgetmodel BX500 is vaak de goedkoopste (degelijke) sata-ssd op de markt, en prima voor de meeste eenvoudige taken. De mainstream MX500 levert daarnaast praktisch top-end prestaties voor een iets hogere prijs. Een paar euro’s beknibbelen op je opslag heeft niet onze voorkeur en daarmee is de MX500 onze aanrader voor praktisch elk systeem. Let wel op de prijzen van instap NVMe-drives, die zetten de prijzen van sata-ssd’s stevig onder druk op het moment.

©PXimport

Transcend

Een uitdager voor de twee Crucials is de Transcend SSD230S, een ssd die wel een iets hippere of vooral andere naam kan gebruiken. De SSD230S zet redelijk onopvallende midrange prestaties neer voor een sata-schijf; beter dan instappers zoals de BX500, maar weer net niet zo goed als die van de MX500 of 860 EVO. De duurzaamheidscijfers zijn wel bovengemiddeld, en menig goedkoper alternatief biedt geen garantie van vijf jaar. Daarbij is hij in sommige opzichten een van de allergoedkoopste opties. Iets meer betalen voor deze Transcend als je ook een BX500 of 860 QVO overweegt, is zeker de moeite waard, maar hij hoort wel goedkoper te zijn dan de sata-toppers of instap NVMe-drives.

©PXimport

Team Group

Team Group gooit het over de rgb-boeg. De Delta RGB presteert prima voor een sata-ssd, maar aan prima presterende ssd’s was op de markt geen gebrek. Door hem opvallend vorm te geven en flink wat ledjes toe te voegen hoopt Team Group vooral gamers over de streep te trekken. Het eindresultaat is eenvoudig samen te vatten: als jij iets meer wilt betalen voor wat leuke lichtjes, mag je deze best overwegen.

©PXimport

WD en SanDisk

WD en SanDisk zijn tegenwoordig hetzelfde bedrijf. De SanDisk Ultra 3D en WD Blue zij amper van elkaar te onderscheiden. Beide zijn inhoudelijke middenklasse sata-ssd’s, waarbij het vooral op prijs aankomt. WD scoort met de WD Blue m.2-sata nog wel punten, want veel m.2-sata-ssd’s zijn er niet. Na een valse start met hun eerste generatie NVMe-ssd’s in 2017 heeft WD een leuke inhaalslag gemaakt. De jongste WD Black NVMe, de SN750, doet inmiddels wel leuk mee aan de bovenkant van het speelveld. Goede prestaties, vijf jaar garantie en concurrerende prijzen. Alleen begrijpen we niet waarom WD hardwarematige encryptie niet wil inbouwen. Je raadt het al: ook deze aanschaf staat of valt eigenlijk met de juiste prijs. Op moment van schrijven is dat helaas niet het geval en meer betalen voor een SN750 boven de uitstekende alternatieven is niet logisch.

©PXimport

Seagate

Net als WD is ook Seagate een hardeschijffabrikant die in de markt voor ssd’s is gestapt. En niet onverdienstelijk, want zowel de Barracuda 510 als de Firecuda 510 laat prima prestaties zien voor NVMe-drives. Een significant verschil tussen de twee series zien we overigens niet. Ssd’s tot 500 GB heten Barracuda en vanaf 1 TB is dat Firecuda. Seagate doet mee met de top wat garantie betreft en de duurzaamheid is ver bovengemiddeld (althans op papier). De prestaties zijn door de bank genomen erg goed. Momenteel vraagt Seagate iets te veel voor deze ssd’s. Meer betalen dan voor de gemiddeld net betere 970 EVO Plus is lastig uit te leggen. Seagate hoeft de prijs van de ssd alleen iets te verlagen om een uitstekende keuze te worden.

©PXimport

Gigabyte

Gigabyte richt zich op de volledige Gigabyte-pc. Je kunt behuizingen, moederborden, videokaarten, koelers, voedingen, geheugen, monitoren en randapparatuur van het merk kopen, en nu dus ook ssd’s. Omdat Gigabyte in tegenstelling tot Samsung, Crucial en Kingston zelf geen flashgeheugen maakt, kan het ook niet concurreren met bodemprijzen. Op merkaffiniteit leunen is dan ook een logische keuze. Geen van hun ssd’s is inhoudelijk echt uitzonderlijk. De Gigabyte SSD en UD Pro zijn aardige instap-sata-ssd’s zolang de actuele prijs gunstig is. Alleen de Aorus RGB NVMe-ssd weet op te vallen met zijn mooie metalen heatsink en rgb-verlichting. Houd er wel rekening mee dat je de verlichting alleen met een klein aantal Gigabyte-moederborden naar eigen wens kunt instellen.

©PXimport

Vierde generatie pci-express-ssd’s

In de zomer van 2019 lanceerde AMD de derde generatie AMD Ryzen-processors en de nieuwe X570-chipset. Deze X570-moederborden zijn de eerste met ondersteuning voor PCI-Express 4.0. Hiermee heb je meer bandbreedte voor snellere videokaarten en ssd’s. Videokaarten die hier echt van profiteren bestaan nog niet, maar NVMe-ssd’s liepen al wel tegen limieten aan. Daardoor zagen we dan ook snel de eerste ssd’s van de vierde generatie, die nog hogere snelheden beloven.

Drie gen4-ssd’s voor die specifieke moederborden zitten in onze test: de Corsair Force MP600, de Gigabyte Aorus Gen4 en de Patriot Viper VP4100. Ze één op één met elkaar vergelijken, is lastig gezien de verschillende specificaties.

©PXimport

Zijn ze hetzelfde?

De ssd’s kennen de nodige overeenkomsten. Zo hebben alle gen4-ssd’s een aardige heatsink. Ook betaal je voor alle drie best wat meer dan voor de gen3-NVMe-alternatieven. Alle drie de gen4-ssd’d gebruiken dezelfde Phison-contoller, momenteel de enige gen4-controller op de markt. Dit levert toch wat bezwaren op. Hoewel de gen4-ssd’s in pure schrijf- en leesprestaties ongekend hoge snelheden neerzetten, zien we in andere tests teleurstellende resultaten. Zowel in de 4K-benchmarks als de gecombineerde real-world benchmarks blijven ze achter op niet-gen4-drives. En laat nu juist die prestaties echt tellen voor de eindgebruiker. Het lijkt erop dat Phison heel snel de nieuwe controller op de markt wilde brengen, en dat de meeste fabrikanten in die gen4-hype zijn meegegaan om snel een eindproduct uit te brengen zonder erbij stil te staan of het wel echt nut heeft. Gen4 heeft absoluut potentie als technologie, maar op dit moment zien we geen van deze drie gen4-ssd’s als redelijke aankoop.

Een nas-ssd?

Seagates Ironwolf 110 is een vreemde eend in de bijt in deze test. Het is namelijk de eerste en momenteel enige ssd die zich puur op nas-gebruik richt. Kijken we naar de relevante prestaties voor consumenten lijkt de Ironwolf 110 redelijk suf en vooral heel duur. Maar de Ironwolf 110 heeft met stip de beste papieren als het op duurzaamheid aankomt, en hij presteert uitstekend in een langdurige consistentietest. Wil je een ssd voor een pittig opslagscenario, dan is dit een logische keuze. Alleen voor 10gigabit-netwerkscenario’s zul je naar NVMe-oplossingen willen kijken, als je nas of server die aankan.

©PXimport

Conclusie

Bij de vorige test zagen we Samsung bij zowel sata- als NVMe-ssd’s als duidelijke winnaar, maar gaven we al aan dat een gunstige prijs per gigabyte voor de meeste gebruikers leidend moet zijn. Inmiddels is prijs echt doorslaggevend, want we zien geen één ssd die de concurrentie echt achter zich laat. Er zijn wat geweldige NVMe-ssd’s die zo dicht op elkaar zitten dat een tientje het verschil maakt tussen een goede of een matige keuze. Ook sata-ssd’s ontkomen niet aan de prijzenoorlog, want hoewel die markt op zichzelf redelijk stilstaat, zien we dat NVMe-ssd’s dermate goedkoop geworden zijn dat ze vrijwel even duur zijn als de betere sata-drives, maar dat ze wel een heel stuk sneller zijn en dus ermee concurreren. Kortom: de juiste keuze maken is lastiger dan ooit, al kan je in grote lijnen het volgende aanhouden: zoek je vooral een basis-ssd voor het upgraden van een oud systeem, pak dan een sata-ssd met ruim voldoende capaciteit en de beste prijs per gigabyte-verhouding. Denk aan een Samsung 860 QVO of Crucial BX500, of een ssd die op dat moment in de aanbieding is.

Zoek je een degelijke sata-ssd, dan neigen we naar de Crucial MX500: topprestaties en bijna altijd een scherpe prijs. De Samsung 860 EVO is iets beter, maar vaak te duur om te verdedigen. Ook hier telt: houd alle concurrenten in de gaten, zoals van Transcend, Kingston en WD/SanDisk, want een leuke aanbieding maakt ook hier bij gebrek aan echte praktijkimpact het verschil.

Kun je een m.2-NVMe-drive kwijt, dan is elke m.2-NVMe-drive uit de test met de scherpste prijs per gigabyte interessant. Vooral de Kingston A1000 en A2000 en Corsair MP510 gooien momenteel hoge ogen, maar met de kanttekening dat de prijzen schommelen.

Wil je de beste m.2-NVMe-schijf voor consumenten? De Samsung 970 EVO Plus is objectief heel, heel krap de benchmark en een logische keuze. Er hijgen wel tal van uitstekende NVMe-alternatieven in zijn nek, zoals de Seagate Firecuda 510, WD Black SN750, Kingston A2000/KC2000 of Patriot Viper VPN100.

Alles draait om de prijs dus, maar vergeet niet je eigen voorkeuren wat betreft encryptie en garantie mee te wegen. Denk ook eens aan de ssd’s met een kleine doelgroep, zoals de Ironwolf 110 als logische keuze voor nas/fileserver of de ssd’s met lampjes voor de rgb-liefhebber.

©PXimport

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.

▼ Volgende artikel
Review Sony WF-1000XM6 – Dit is je volgende set oordopjes
© Wesley Akkerman
Huis

Review Sony WF-1000XM6 – Dit is je volgende set oordopjes

Wanneer Sony met een nieuwe set premium oordoppen op de proppen komt, dan moet je opletten. Dit Japanse merk is namelijk al jaren marktleider als het gaat om geluidskwaliteit en actieve ruisonderdrukking. Met zijn prijs van 300 euro mikt de fabrikant wederom op het hogere segment, al is dit wel minder dan de adviesprijs van zijn voorganger.

Fantastisch
Conclusie

Het zal ongetwijfeld niemand verbazen, maar dat maakt zo’n beoordeling niet minder waardevol: de Sony WF-1000XM6 is een regelrecht schot in de roos. Qua audiokwaliteit en -beleving hebben we nog niet beter gehoord. Soms klinkt het net alsof de muziek live naast je wordt gespeeld. Het comfort en de app kunnen nog wel beter, maar de grandioze actieve ruisonderdrukking en de fysieke bediening maken een hoop goed. Dit is je volgende set oordopjes!

Plus- en minpunten
  • Audiokwaliteit van hoog niveau
  • Bediening met gevoel van contact
  • Actieve ruisonderdrukking verbeterd
  • Gave en unieke functies
  • Goede batterijduur
  • Genoeg oortips met memory foam
  • App wat gebruiksonvriendelijk
  • Oortips zitten na verloop van tijd minder comfortabel

Prijs: € 299,-
Driverunit:
8,4 mm
Bluetooth:
Versie 5.3
Batterijduur (muziek):
Max. 8 uur (NC AAN) / max. 12 uur (NC UIT)
Oplaadtijd:
Ca. 1,5 uur (oordopjes), ca. 2 uur via usb (case)
Draadloos opladen:
Ja (met oplaadcase)
Waterbestendigheid:
IPX4
Codecs:
SBC, AAC, LDAC, LC3
Multipoint-functie:
Ja
Frequentierespons:
20 Hz - 40.000 Hz (LDAC 96 kHz sampling 990 kbps)
Gewicht:
Ca. 6,5 g per oordopje / ca. 47 g voor de oplaadcase
Afmetingen case:
Ca. 61,6 x 41,1 x 26,5 mm
Inhoud verpakking:
Oplaadcase, geluidsisolerende eartips, usb-kabel

De Sony WF-1000XM6 volgen de XM5 op die het Japanse bedrijf zo’n 2,5 jaar geleden uitbracht. Dat is een flinke periode in het land der oordoppen (of technologie in het algemeen). Daar waar veel fabrikanten inzetten op jaarlijkse releases en complete productgroepen beperkte stappen voorwaarts maken, is het fijn om te zien dat een elektronicaproducent het nog aandurft langer te wachten tussen verschillende uitgaven. Dan heb je tenminste wat te melden of te vertellen.

Met deze versie zet Sony in op een betere noise cancelling, audioweergave, gesprekskwaliteit en ergonomie. Daarnaast brengt de fabrikant stabielere bluetooth-connectiviteit, Google Gemini-integratie en een hogere mate van milieuvriendelijkheid. Zo zijn de antennes langer gemaakt, waardoor de oortjes niet snel de verbinding verliezen, ook niet in drukkere omgevingen zoals een vliegtuig of trein. Dat hebben we aan den lijve ondervonden de afgelopen weken.

©Wesley Akkerman

Meer in contact

Net als bij het vorige model maakt Sony gebruik van memory foam als oortips (het deel dat in je gehoorgang zit). Die hebben als grote voordeel dat ze zich aanpassen aan de vorm van de opening en dus altijd strak en goed zitten. In de doos zitten verschillende opties. Bij ons zit de een net te los, terwijl het formaat daarna juist net wat strak zit. Daardoor kan langer dan twee uur luisteren wat oncomfortabel worden. Maar ze vallen in elk geval niet zomaar uit je oren.

Deze keer kijkt Sony ook naar het ontwerp. De Sony WF-1000XM6-oortjes zijn wat langwerpiger en steken iets verder uit je oren dan z'n voorganger, waardoor je moet oppassen wanneer je een T-shirt of trui uittrekt. Het oppervlak is wat ruwer en dat helpt daadwerkelijk bij de fysieke bediening; het voelt alsof je wat meer in contact bent met de bediening. Muziek pauzeren, actieve ruisonderdrukking activeren – het gaat allemaal erg soepel. Je hoeft ze niet hard in te drukken.

Grammy-winnende engineers

Daarnaast is het fijn dat deze dopjes nog steeds acht uur meegaan op een volle accu. Dat is met actieve ruisonderdrukking aan. Zet je die uit, dan mag je daar nog een paar uur bij optellen. Met de oplaadcase erbij kun je rekenen op 24 tot 30 uur. Dat is misschien niet superveel in vergelijking met sommige concurrenten, maar die zitten dan ook niet boordevol allerlei extra microfoons (vier stuks in dit model) en speciaal ontwikkelde drivers.

©Wesley Akkerman

De drivers zijn natuurlijk medeverantwoordelijk voor het geluid, maar de samenwerking met allerlei gerenommeerde studio's en muziekproducenten helpt daar vanzelfsprekend ook bij. Sony heeft zich laten leiden door een team van Grammy-winnende en Grammy-genomineerde engineers, waaronder Randy Merrill (die werkte met Ed Sheeran), Chris Gehringer (Lady Gaga) en Michael Romanowski (Alicia Keys). Dat zijn niet de minste namen, maar wat merk je daarvan?

Naast je in de kamer

Nou, het grootste compliment dat we een set oordoppen kunnen geven: je hebt de equalizer niet nodig om goed en wel – en in de hoogste kwaliteit! – van je digitale muziek te genieten. De audio klinkt warm, vol en persoonlijk. Dat gaat niet ten koste van de hogere regionen of het middenveld, waardoor die helderheid en nuance bewaakt blijft. Soms lijkt het net alsof iemand op een drumstel naast je in de kamer speelt, zo dichtbij klinken de nummers.

Als je wilt, dan kun je wel een equalizer op de soundstage loslaten. Je kunt dan kiezen uit verschillende profielen, zelf een instelling beheren of Sony het werk uit handen laten nemen. Dan stelt de (helaas soms wat onoverzichtelijke) app de equalizer in op basis van jouw eigen gehoor. Hier kan dat nog weleens ten koste gaan van het basgeluid, waardoor we dat maar achterwege laten, maar het is fijn dat het kan. Het maakt de Sony WF-1000XM6 breed inzetbaar.

©Wesley Akkerman

Gevoel, beleving, emotie

En daar blijft het niet bij qua audio. Want je kunt streamen in hoge resoluties dankzij de LDAC-audiocodec en anders leunen op DSEE Extreme (een algoritme van Sony dat de muziek in kwaliteit opschaalt). Verder is nieuw in deze set dat je audio wat verder weg kunt laten klinken, alsof je in een café of je eigen woonkamer zit. Dat is een vreemde maar oorstrelende ervaring die je moet beleven om het te begrijpen.

We snappen uiteindelijk wel waarom Sony deze functie introduceert. Het kan bijvoorbeeld helpen bij de concentratie. Wij hebben vooral gemerkt dat je er een huiselijk gevoel aan kunt overhouden wanneer je kilometers hoog in de lucht hangt in een vliegtuig, omdat het net lijkt alsof je naar je eigen audioset thuis op de achtergrond luistert. Het gaat hier niet om de beste geluidskwaliteit, maar om een gevoel, een emotie, een beleving. En die is helemaal oké.

Tot slot kijken we nog even naar de actieve ruisonderdrukking. Die is beter dan ooit. Zo hebben we bijna niets van de vliegtuigmotoren gehoord tijdens een recente reis naar Barcelona en komt er ook weinig tot geen geluid vanuit het OV je gehoorgang in. Bepaalde plotselinge hoge tonen komen nog weleens door, maar die blijven moeilijk filterbaar. Al met al is dit wederom een mooie stap voorwaarts, helemaal als je je écht even wilt afsluiten van je omgeving.

Sony WF-1000XM6 kopen?

Het zal ongetwijfeld niemand verbazen, maar dat maakt zo’n beoordeling niet minder waardevol: de Sony WF-1000XM6 is een regelrecht schot in de roos. Qua audiokwaliteit en -beleving hebben we nog niet beter gehoord. Soms klinkt het net alsof de muziek live naast je wordt gespeeld. Het comfort en de app kunnen nog wel beter, maar de grandioze actieve ruisonderdrukking en de fysieke bediening maken een hoop goed. Dit is je volgende set oordopjes!