ID.nl logo
10 tips voordat je werkgeheugen gaat uitbreiden
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

10 tips voordat je werkgeheugen gaat uitbreiden

Een kijkje op een website van een computerwinkel naar werkgeheugen levert termen op als DDR, MHz, CAS Latency, SO-DIMM en 204-pins. Voor elk type computer is werkgeheugen beschikbaar, maar hoe weet je nu precies welk geheugen voor jouw systeem geschikt is? In dit artikel lees je er alles over.

Tip 1: Geheugen

Als we het over geheugen hebben voor een computer, smartphone of tablet bedoelen we in de meeste gevallen het werkgeheugen van een systeem. Andere woorden die vaak gebruikt worden, zijn intern geheugen of RAM-geheugen (Random Access Memory). Dit soort geheugen heeft een computersysteem nodig om te kunnen functioneren. Het schrijft tijdelijk data in het geheugen zodat programma's kunnen draaien of processen in de computer kunnen worden gedaan. Meer geheugen zorgt ervoor dat je systeem sneller draait en in de meeste gevallen kun je zelf het aantal gigabytes werkgeheugen upgraden. Verwissel de term intern geheugen niet met opslagruimte.

Voorbeelden van opslagruimte zijn harde schijven, geheugenkaartjes of SSD-schijven. Deze componenten worden gebruikt om bestanden en data permanent op te slaan. In het geval van werkgeheugen heb je zelf geen invloed op wat er naar het geheugen wordt geschreven en als je de computer, smartphone of tablet uitzet, verdwijnt de data weer uit het werkgeheugen. Dit komt omdat werkgeheugen vluchtig geheugen (volatile memory) is, dat stroom nodig heeft. Een opslagmedium zoals een harde schijf heeft geen stroom nodig om data te bewaren en wordt niet-vluchtig of permanent geheugen (non-volatile memory) genoemd.

©PXimport

Werkgeheugen oftewel RAM.

Tip 2: DRAM en SRAM

Er zijn verschillende vormen werkgeheugen, maar voor computers, smartphones en tablets hebben we het over RAM-geheugen. Geheugen kan statisch of dynamisch zijn en het verschil zit hem in de manier waarop het geheugen de data vasthoudt. Moderne computers maken vrijwel altijd gebruik van dynamisch RAM-geheugen, de afkorting voor dynamisch RAM-geheugen is DRAM. SRAM staat voor statisch RAM en wordt in een computer veelal gebruik als cpu-cache, een soort geheugenhulpje van de processor in de computer. Een veelgebruikte term is bovendien SDRAM, een beetje een ongelukkige keuze aangezien dit een combinatie van SRAM en DRAM impliceert, maar SDRAM is DRAM dat gesynchroniseerd wordt met de systeembus van de computer. De afkorting staat dan ook voor Synchronous Dynamic Random Access Memory. SDRAM is de huidige generatie DRAM en vind je in bijna elke computer, smartphone of tablet terug.

©PXimport

SDRAM DDR3-werkgeheugen.

Tip 3: DDR

Om het geheel nog een beetje ingewikkelder te maken, hoort bij het begrip SDRAM nog de toevoeging DDR. DDR staat voor Double Data Rate en is een uitbreiding van de originele SDRAM-standaard. Op dit moment is DDR3-geheugen in de meeste computers ingebouwd, maar oudere modellen hebben wellicht DDR2-geheugen nodig.

DDR4 bestaat sinds 2014. Het is belangrijk om te weten welk soort DDR-geheugen je nodig hebt voor jouw systeem. Als je wilt weten welk geheugen in je computer is ingebouwd, download je het programma Speccy door hier op Free Download te klikken. Op de volgende pagina klik je op één van de aangeboden downloadlocaties, bijvoorbeeld Piriform.com. Installeer het programma en zorg dat je het vinkje weghaalt voor Installeer Google Toolbar gratis in combinatie met Speccy. Als je het programma start, zie je onder RAM het type RAM dat in je computer is geïnstalleerd.

Op de Mac klik je op het Apple-logo links bovenin en kies je Over deze Mac. Klik op Meer info en achter geheugen staat het type geheugen dat in je Mac is geïnstalleerd.

©PXimport

Speccy geeft aan dat in de computer 4GB DDR2 RAM is geïnstalleerd.

Tip 4: MHz en ECC

Naast het type SDRAM is het ook belangrijk te kijken naar de klokfrequentie of kloksnelheid van het geheugen. Dit wordt aangegeven in MHz (megahertz). Een moederbord ondersteunt meestal maar een bepaald aantal soorten klokfrequenties, je moet geheugen kopen wat door je moederbord wordt ondersteund. Dit vind je bij de specificaties in de handleiding van je moederbord. Er worden verschillende getallen gebruikt om RAM-modules te onderscheiden. In het geval van een DDR3-module met een klokfrequentie van 200 MHz kun je deze waarde met acht vermenigvuldigen om de datatransfer per seconde uit te vinden. In dit geval is dit 1600. Dit DDR-geheugen wordt daarom ook DDR3-1600 genoemd. Om het nog ingewikkelder te maken, wordt dit geheugen ook wel eens aangeduid met het voorvoegsel PC. In dit geval vermenigvuldig je 1600 nog eens met acht. DDR3-1600-geheugen kan dus ook PC-12800-geheugen worden genoemd.

©PXimport

Deze tabel geeft aan hoe een bepaalde RAM-module ook wel genoemd wordt.

Twee andere termen die je vaak tegenkomt in combinatie met de klokfrequentie zijn ECC (Error Code Correction) en Buffered (ook wel Registered genoemd). Een moederbord kan vragen om alleen ECC-geheugen te gebruiken, of juist ECC-geheugen weigeren. Dit staat allemaal beschreven in de specificaties van je moederbord. Je kunt ECC-geheugen vaak herkennen aan het feit dat er negen chips aan elke kant van de module zitten, bij non-ECC-geheugen zijn dit er acht per kant. Registered geheugen wordt soms aangeduid als RDIMM en is duurder dan Unregistered-geheugen (UDIMM).

Tip 5: DIMM en SO-DIMM

Desktop-geheugen wordt ook wel DIMM genoemd, dit staat voor Dual InLine Module. DIMM is de opvolger van SIMM en is in vrijwel alle desktopcomputers te vinden. Geheugenmodules voor laptops worden aangeduid met SO-DIMM, oftewel Small Outline Dual InLine Module. Elk type DDR-geheugen heeft echter een andere vorm en een verschillend aantal connectiepunten. Deze connectiepunten worden pins genoemd. Origineel DDR-geheugen voor de desktop heeft 184pins-connectoren, DDR2 en DDR3 voor de desktop hebben beide 240 pins, maar zijn niet onderling met elkaar te combineren. Desktop-DDR4 heeft 288 pins. De SO-DIMM-varianten van de DDR-types hebben andere pin-aantallen. Origineel SO-DIMM DDR- en SO-DIMM DDR2-geheugen hebben 200 pins, SO-DIMM DDR3-geheugen heeft 204 pins en SO-DIMM DDR4 heeft 260 pins. Verschillende types DDR-geheugen zijn niet met elkaar te combineren in één systeem. In sommige gevallen accepteert een moederbord zowel DDR2- als DDR3-geheugen, maar vaak zijn deze twee varianten niet gelijktijdig te gebruiken.

©PXimport

Twee SO-DIMM DDR4-modules.

Tip 6: Andere specificaties

Als je op een website op zoek gaat naar geheugen, kom je nog een paar andere begrippen tegen. Veelgebruikte termen zijn heat spreader en heat sink. Deze begrippen betekenen dat de RAM-modules voorzien zijn van een koelblokje. Als normale gebruiker is dit niet per se noodzakelijk, maar als je bijvoorbeeld het voltage hebt verhoogd om je RAM-modules sneller te laten werken, kan het zijn dat ze sneller warm worden en dan is een koelblokje een zinvolle aanvulling. Een ander veelgebruikt begrip is CAS Latency (CL). Deze waarde geeft aan wat de wachttijd is tussen het moment dat de geheugencontroller een opdracht geeft aan de modules om ruimte vrij te maken en het moment dat deze ruimte beschikbaar is op de module. Des te lager het getal, des te beter.

©PXimport

Deze module heeft een CL-waarde van 15.

Tip 7: Paren

Het wordt aangeraden om RAM-geheugen in paren te installeren omdat dit de prestatie ten goede komt. Als je de keuze hebt, kies dan ook twee modules van dezelfde fabrikant met exact dezelfde specificaties. Wil je in totaal 8 gigabyte aan werkgeheugen hebben, schaf dan beter twee modules van 4 gigabyte aan dan één van 8 gigabyte. Het beste is om twee identieke modules naast elkaar te installeren. Het voordeel hiervan is namelijk dat een modern moederbord zo de dual-channel-functionaliteit kan activeren. Dit komt erop neer dat de doorvoersnelheid beter is dan bij het installeren van slechts één geheugenmodule.

©PXimport

Aan de linkerkant de vier DIMM-sleuven. Een nieuw paar RAM-modules plaats je in beide gele sleuven of in beide oranje sleuven.

Het is wel belangrijk dat je de modules in de goede sleuven plaatst. Op moederborden met meerdere sleuven worden deze met een kleur gecodeerd. Helaas is hier nog geen standaardisatie, bij sommige moederborden betekent dezelfde kleur dat je daar de nieuwe RAM-modules moet plaatsen, bij andere moederborden betekenen gelijke kleuren juist dat je hier geen gekoppelde modules moet plaatsen. Lees bij twijfel de handleiding van het moederbord even door. Sommige computerfabrikanten eisen de installatie van paren, een Mac kan bijvoorbeeld het geheugen weigeren als het niet in paren is geïnstalleerd. Sommige computers hebben ook RAM-geheugen in configuraties van drie modules nodig.

Tip 8: Mobiele apparaten

Smartphones en tablets hebben ook RAM-geheugen, maar uiteraard is er in deze apparaten geen ruimte voor DIMM- of SO-DIMM-modules. RAM in mobiele apparaten is vaak ook van het type DDR3 of DDR4, maar heeft de toevoeging LP (Low Power). Low Power betekent dat ze minder energie verbruiken, maar daardoor is LPDDR-geheugen wel minder snel dan zijn DIMM-broertjes en -zusjes. Dit is niet erg aangezien mobiele besturingssystemen ook minder van het werkgeheugen verlangen dan besturingssystemen van computers. LPDDR kan verschillende vormen aannemen, maar in de meeste gevallen betreft het een chip die op het moederbord van de smartphone of tablet is vastgezet. Dit betekent dat LPDDR-geheugen ook niet is uit te wisselen. Sommige netbooks maken overigens ook gebruik van LPDDR, de MacBook Air is hier een bekend voorbeeld van.

©PXimport

De MacBook Air maakt ook gebruik van LPDDR-geheugen. Ruimtebesparend, maar niet uit te wisselen.

Tip 9: Geheugen uitwisselen

Voordat je het werkgeheugen van je computer of laptop gaat wisselen, is het van belang dat je je statisch ontlaadt. Dit kan door middel van een antistatische armband waarvan je de ene kant om je pols bindt en de andere kant aan een geaard element zoals een computerkast vastmaakt. Ben je niet geaard, dan kan een statische schok ervoor zorgen dat je de componenten in je computer ruïneert. Hoe je het werkgeheugen wisselt, is per computer verschillend, maar bij de meeste desktopcomputers druk je met twee handen op beide plastic klemmetjes die het geheugen vasthouden. Het geheugen komt een beetje omhoog en je kunt het er zo uitnemen. Bij laptops is het principe vaak hetzelfde maar doordat de ruimte beperkt is en de onderdelen veel kleiner zijn, kan het verwisselen van geheugen een delicaat klusje zijn. Lees in ieder geval voor je begint even de handleiding van je computer door voordat je de kast openschroeft.

©PXimport

Met een antistatische armband verhinder je dat je de componenten van je computer kapot maakt.

Tip 10: Android-smartphone

Ondanks dat je het werkgeheugen van je smartphone eigenlijk niet kunt uitbreiden, is het via een hack wel mogelijk om dit met een Android-toestel te doen. Je moet hiervoor het apparaat wel 'rooten' waardoor je toegang krijgt tot allerlei systeemfuncties. Hoe je een toestel moet rooten, wordt op deze site uitgelegd. Maar pas hiermee op: als je niet weet wat je doet, kan het ook flink misgaan.

©PXimport

Met deze app kun je een SD-kaart als extra RAM-geheugen inzetten.

Heb je een geroot toestel, dan kun je vervolgens met de app Roehsoft RAM-Expander (SWAP) uit de Play-store een MicroSD-kaartje gebruiken als extra RAM-module. Hoe dit in zijn werkt gaat, lees je in de app. Je hebt er wel een MicroSD-kaartje van minstens vier gigabyte voor nodig, de app maakt namelijk een bestand van vier gigabyte aan om als werkgeheugen te kunnen gebruiken. Let er bij aanschaf wel op dat je een goede MicroSD-kaart koopt. De kwaliteit van SD-kaarten wordt met klassen aangegeven. Class4 wordt minstens aangeraden, Class 10 is de beste keuze. Het extra werkgeheugen zal overigens nooit zo snel kunnen werken als het interne LPDDR-geheugen van je smartphone. Voordat je de app aanschaft, is het handig om eerst met de app MemoryInfo & Swapfile Check te verifiëren of jouw Android-toestel geschikt is voor deze RAM-uitbreiding.

Kooptips

RAM-modules zijn er in alle soorten en maten en vaak kun je de één niet met de ander vergelijken omdat niet elke pc dezelfde modules accepteert. Deze drie opties zijn de beste in hun prijsklasse.

HyperX Fury DDR3-1600 4GB

Prijs: € 29,95

Deze module van vier gigabyte herkent automatisch het host-platform en klokt over naar de hoogst haalbare frequentie. De Fury heeft een CL-waarde van 10 en is geschikt voor gebruikers die nét iets meer willen dan alleen e-mail checken. Door het koelplaatje wordt de module nooit te heet.

©PXimport

Corsair Vengeance DDR3-1600 2x8GB

Prijs: € 119,-

Met deze kit van Corsair bouw je 16 gigabyte in je laptop (mits die dit ondersteunt). De twee modules van elk acht gigabyte hebben een CL-waarde van 10 en een kloksnelheid van 1600 MHz. Ze zijn perfect geschikt voor laptops met Intel Core i5- en i7-processoren.

©PXimport

Crucial Ballistix DDR4-2400 4x8GB

Prijs: € 169,-

32 gigabyte in je computer en dan ook nog eens DDR4-geheugen. Met deze modules van Crucial haal je het nieuwste van het nieuwste in huis. Ze zien er niet alleen erg mooi uit, door de behuizing wordt de warmte ook optimaal verdeeld.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.