ID.nl logo
Van kerstverlichting tot vuurwerk: zo blijven jouw feestdagen brandveilig
© ER | ID.nl
Zekerheid & gemak

Van kerstverlichting tot vuurwerk: zo blijven jouw feestdagen brandveilig

Winter. Buiten is het donker. Dus binnen (of in de tuin) maken we het extra gezellig. Kerstverlichting, kaarsen, een vuurkorf ... Veilig omgaan met elektriciteit en vuur is in deze periode extra belangrijk. Ook de risico's van vuurwerk vragen extra aandacht, of je er nu van houdt of niet. Met deze tips zorg je voor een veilige én sfeervolle decembermaand.

Na het lezen van dit artikel weet je:

  • 💡 Hoe je veilige feestverlichting kiest.
  • 🧯 Welke brandblusser handig is voor thuisgebruik.
  • 🎆 Hoe je veilig Oud & Nieuw viert.

Lees ook: 10 tips om energie te besparen tijdens kerst

Houd je binnenverlichting veilig

Een sfeervol lichtsnoer in de kerstboom of op andere plekken in huis mag natuurlijk niet ontbreken. Zorg wel dat je altijd goedgekeurde verlichting gebruikt. Je kunt daarbij letten op het KEMA-keur. Led-verlichting is een veilige keuze, omdat deze lampjes niet heet worden. Controleer oude lichtsnoeren op beschadigingen en gooi beschadigde exemplaren weg. Heb je nog oude feestverlichting waarvan de lampjes warm worden? Gebruik die dan niet in de buurt van materialen die vlam kunnen vatten, zoals dennentakjes, slingers of brandbaar textiel.

Voor extra veiligheid kun je kiezen voor moeilijk brandbare decoraties. Dit staat vaak aangegeven op de verpakking. Gebruik je een verlengsnoer? Zorg dat deze heel is, koppel geen verlengsnoeren aan elkaar en rol een haspel altijd volledig uit. Vergeet niet de verlichting uit te zetten als je gaat slapen of van huis gaat. En wist je dat een kunstkerstboom minder brandgevoelig is dan een echte boom?

Veilige verlichting buiten

Buitenverlichting vraagt om extra voorzorgsmaatregelen. Kies alleen verlichting die geschikt is voor buitengebruik, herkenbaar aan de aanduiding IP44 of hoger en een waterdruppel in een driehoek. Gebruik een buitenstopcontact of een verlengsnoer dat speciaal voor buiten bedoeld is. Bescherm stekkerverbindingen met een waterdichte huls om kortsluiting te voorkomen.. 

Lees ook: Welke IP-rating heb ik nodig voor slimme buitenverlichting?

©martialred

Kaarsje aan? Gezellig, maar doe het veilig

Kaarsen geven extra gezelligheid. Als je een beetje oplet, kan dat ook prima zonder gevaar op brand. Zet een kaars altijd in een stevige houder of kandelaar. en zet kaarsen minimaal een halve meter van brandbare materialen zoals kersttakken of textiel. Droge dennentakken vatten razendsnel vlam, dus gebruik liever geen echte kaarsen in kerststukjes.

Brand blussen

Voorkomen is natuurlijk altijd beter, maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Het kan een keer gebeuren dat een kaars omvalt of dat een kerststukje vlam vat. Wat doe je dan?

Een blusdeken is in veel gevallen een prima oplossing. Een klein brandje kun je daarmee snel doven. Zorg dus dat je een blusdeken bij de hand hebt als je kaarsjes brandt. Bewaar de blusdeken op een plaats waar je er snel bij kunt. Dus niet ergens in een kastje of op zolder, maar onder de bank bijvoorbeeld. De keuken is ook een goede plek, omdat daar ook meer risico is op het ontstaan van brand.

Een blusdeken is niet geschikt voor brandend vet. Een vlam in de pan kun je het best doven door de pan af te sluiten met een goed passende deksel. Lukt dat niet of verspreidt het vuur zich, dan heb je een brandblusser nodig die geschikt is voor vetbranden (klasse F, zie ook tabel hieronder). De meeste brandblussers zijn geschikt voor verschillende materialen. Een kleine brandblusser kost rond de 20 euro. Hang ook de brandblusser op een goed bereikbare plek. Een brandblusser met de classificaties A, B en F is geschikt voor de meeste huishoudens.

Blussen met water kan soms ook, maar niet bij brandend vet of elektriciteit. Als je buiten een vuurkorf gebruikt, is het handig om een emmer water in de buurt te hebben. 

Welke brandblusser voor welk materiaal?

🧯 Letter🔥 Geschikt voor het blussen van
AVaste stoffen, zoals hout, papier en textiel
BVloeistoffen en vloeibaar wordende stoffen, zoals olie, benzine en vetten
FGrote hoeveelheden olie en vet met een hoge temperatuur, bijvoorbeeld een friteuse

Heel belangrijk: rookmelders en CO₂-melders

Een rookmelder is onmisbaar voor een veilig huis. Plaats op elke verdieping minstens één rookmelder, bij voorkeur in de gang of op de overloop. In ruimtes met een verhoogd risico, zoals de keuken of woonkamer met een open haard, is een extra rookmelder een goed idee. Test rookmelders maandelijks en vervang de batterijen zodra je een waarschuwingspiep hoort.

Bij gebruik van open haarden, houtkachels of gas-installaties is een koolmonoxidemelder (CO₂-melder) ook van levensbelang. Koolmonoxide is geurloos en levensgevaarlijk. Plaats een CO₂-melder in de buurt van de warmtebron, maar niet direct erboven. Controleer regelmatig of de melder naar behoren functioneert.

Veilig met vuurwerk

Ga je zelf vuurwerk afsteken? Bereid je dan goed voor. Controleer eerst wanneer en waar vuurwerk mag worden afgestoken. In principe is dit toegestaan op 31 december van 18:00 uur tot 2:00 uur op 1 januari. Let op: gemeenten kunnen specifieke vuurwerkvrije zones instellen, bijvoorbeeld rond ziekenhuizen of dierenasiels.

Neem ook voorzorgsmaatregelen voordat je begint. Draag onbrandbare kleding en vermijd het dragen van een capuchon. Gebruik altijd een beschermende vuurwerkbril en een aansteeklont; deze krijg je vaak mee bij de aankoop van vuurwerk. Lees de gebruiksaanwijzing van het vuurwerk zorgvuldig door, zodat je weet hoe je het veilig afsteekt.

Let bij het afsteken op de windrichting. Bij harde wind kan vuurwerk op onverwachte plekken terechtkomen, wat gevaarlijk kan zijn. Zorg dat je vuurwerk altijd met de lont naar boven op een stevige ondergrond plaatst en dat er geen mensen binnen een straal van 8 tot 15 meter staan. Na het aansteken neem je zelf ook voldoende afstand om veilig te blijven.

©Lenise | lenisecalleja

Wat je moet weten over vuurwerk

In Nederland is alleen vuurwerk in categorie F1 en F2 toegestaan voor consumenten.

  • F1: Bijvoorbeeld sterretjes en knalerwten, toegestaan vanaf twaalf jaar.

  • F2: Fonteinen en siervuurwerk, toegestaan vanaf zestien jaar.

Categorie F3 vuurwerk, zoals vuurpijlen, knalvuurwerk en mortierbommen, is verboden. Het bezitten of afsteken van illegaal vuurwerk kan leiden tot hoge boetes.

De afsteektijden blijven hetzelfde: vuurwerk mag op 31 december vanaf 18:00 uur tot 2:00 uur 's nachts. Gemeenten kunnen vuurwerkvrije zones aanwijzen, bijvoorbeeld rond ziekenhuizen of dierenasiels. Controleer dit vooraf..

Heb je nog legaal vuurwerk over van vorig jaar? Dan kun je dit gewoon gebruiken. Je mag als particulier maximaal 25 kilo legaal vuurwerk thuis bewaren. Bewaar vuurwerk altijd op een koele, droge plaats.

Kinderen en huisdieren

Zorg dat kaarsen altijd buiten bereik staan, bij voorkeur op een hoge, stabiele ondergrond. Gebruik geen kaarsen in laagstaande kerststukjes als je kleine kinderen hebt, en zet kabels en verlengsnoeren vast of werk ze weg om struikelen te voorkomen.

Huisdieren kunnen angstig reageren op vuurwerk of vreemde lichtjes. Zorg voor een veilige plek waar ze zich kunnen terugtrekken. Houd ze binnen tijdens Oud & Nieuw en laat ze niet alleen in ruimtes waar kaarsen branden of verlichting staat. Denk ook aan snoepgoed en giftige planten, zoals kerststerren, die buiten bereik van dieren moeten blijven.

Lees ook: Bang voor vuurwerk? Zo blijft je huisdier kalm tijdens Oud & Nieuw

Checklist voor een brandveilige decembermaand

✅ Controleer je binnen- en buitenverlichting op beschadigingen.
✅ Gebruik goedgekeurde verlichting en kies bij voorkeur voor led.
✅ Zet kaarsen altijd in een stevige houder en houd ze buiten bereik van kinderen en huisdieren.
✅ Zorg voor een blusdeken en een geschikte brandblusser in huis.
✅ Plaats rookmelders op elke verdieping en test ze regelmatig.
✅ Gebruik een koolmonoxidemelder bij open vuur of warmtebronnen.
✅ Bescherm huisdieren tegen vuurwerk en bied een veilige plek.
✅ Controleer of je vuurwerk legaal is en houd je aan de afsteektijden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.