ID.nl logo
Welke IP-rating heb ik nodig voor slimme buitenverlichting?
Zekerheid & gemak

Welke IP-rating heb ik nodig voor slimme buitenverlichting?

Slimme buitenlampen hebben veel te verduren doordat ze regelmatig worden blootgesteld aan onder meer regen en zonlicht. Door te kiezen voor slimme buitenverlichting met de juiste beschermingsgraad zorg je ervoor dat de lampen beter bestand zijn tegen weersinvloeden. Maar welke IP-rating heb je precies nodig? Dat leggen we uit in dit artikel!

In dit artikel leggen we je uit:

Slimme buitenverlichting

Hier vind je alles wat je nodig hebt!

Wat is een IP-rating?

Een IP-rating wordt ook wel Ingress Protection genoemd. Het is een internationale norm die aangeeft in hoeverre een product, zoals een buitenlamp, smartphone of fototoestel, is beschermd tegen vocht, vuil en stof. De IP-certificering is te herkennen aan de letters ‘IP’ gevolgd door twee cijfers. Het eerste cijfer zegt iets over de mate van vuil- en stofbestendigheid, en het tweede cijfer iets over de beschermingsgraad tegen vloeistoffen. 

In onderstaand overzicht leggen we de betekenis van de getallen uit.

Eerste getal (stof/vuil)Bescherming
0Geen bescherming tegen stof/vuil
1Bescherming tegen stof/vuil vanaf 50 mm
2Bescherming tegen stof/vuil vanaf 12 mm
3Bescherming tegen stof/vuil vanaf 2,5 mm
4Bescherming tegen stof/vuil vanaf 1 mm
5Vrijwel volledige bescherming tegen stof/vuil (voldoende om werking apparaat niet te hinderen)
6Volledige bescherming tegen stof/vuil
Tweede getal (vocht)Bescherming
0Geen bescherming tegen vocht
1Bescherming tegen druppels bij een niet-gekanteld apparaat
2Bescherming tegen druppels bij een gekanteld apparaat
3Bescherming tegen spetters (bij een hoek van -60° tot 60° en max. 10 liter per minuut)
4Bescherming tegen opspattend water (max. 10 liter per minuut)
5Bescherming tegen waterstralen (max. 12,5 liter per minuut)
6Bescherming tegen stortbuien (max. 100 liter per minuut)
7Bescherming tegen onderdompeling (max. 30 minuten, tot 1 meter diepte)
8Bescherming tegen langere onderdompeling (precieze specificaties verschillen)

Welke IP-rating moet mijn slimme buitenlamp hebben?

Bij de aanschaf van een slimme buitenlamp is het belangrijk om rekening te houden met de IP-rating. Verlichting voor buiten moet minstens over een IP44-rating beschikken. Dat houdt in dat de lamp beschermd is tegen kleine stofdeeltjes vanaf 1 millimeter én tegen opspattend water (afkomstig vanuit alle hoeken). Dat is belangrijk omdat buitenverlichting wordt blootgesteld aan verschillende weersinvloeden, zoals regen, wind en sneeuw.

Een hogere IP-rating zorgt ervoor dat je slimme buitenlamp nog beter beschermd wordt tegen de weersomstandigheden. Een lamp met IP68-rating kan bijvoorbeeld voor langere tijd aan water worden blootgesteld dan een lamp met IP44-rating. Bovendien heeft het een hogere beschermingsgraad tegen stof. 

Wanneer je je slimme buitenlamp in de grond plaatst, zoals in de buurt van planten of het gazon, is een hoge IP-rating zoals IP67 of IP68 aan te raden. Lampen in de grond worden namelijk veel blootgesteld aan water en vuil. Ook biedt een hoge IP-rating een betere bescherming tegen bijvoorbeeld het sproeien van het gras en de planten in de zomermaanden. 

Bij een muurlamp kun je doorgaans voor een lagere IP-certificering kiezen, zoals IP65 of IP66. Omdat een lamp met IP44-rating beschermd is tegen spatwater, kan de levensduur sneller afnemen wanneer deze wordt blootgesteld aan een hevige regenbui. Een dergelijke lamp is meer geschikt voor onder een overkapping of andere vorm van beschutting.

Hoe wordt de IP-rating van een slimme lamp bepaald?

De IP-rating van een slimme buitenlamp wordt bepaald op basis van tests die worden uitgevoerd door onafhankelijke testorganisaties. Een buitenlamp wordt daar onder meer blootgesteld aan waterstralen met verschillende drukniveaus om te bepalen hoe waterbestendig die is. Ook wordt er gekeken in hoeverre een lamp bestand is tegen stof en vuil.

Wat zegt de IP-rating over de levensduur van slimme buitenlampen?

Het is belangrijk om te weten dat de IP-rating niet alles zegt over de levensduur van slimme buitenverlichting. De bescherming kan namelijk afnemen wanneer een apparaat wordt blootgesteld aan sneeuw, wind, zonlicht of kou. Hoe beter de kwaliteit van de materialen van de lamp, hoe minder snel de mate van stof- en waterbestendigheid moet afnemen. Toch is het onvermijdelijk dat er na verloop van tijd slijtage of degradatie plaatsvindt, bijvoorbeeld aan de afdichtingsrubbers.

Daarnaast heeft niet alleen de buitenkant van een slimme buitenlamp invloed op de levensduur. Een slechte kwaliteit van interne onderdelen, zoals de leds en de voeding, kan ervoor zorgen dat je buitenlamp sneller kapot gaat. Ook heeft een lamp geen oneindig aantal branduren. Na verloop van tijd raakt een lamp op. Bij slimme verlichting is dat vaak na 15.000 tot 25.000 branduren. Niet alle armaturen beschikken over een vervangbare lamp, waardoor je na verloop van tijd mogelijk een compleet nieuwe armatuur moet aanschaffen.

Welke slimme lampen zijn geschikt voor buiten?

Verschillende smarthomemerken verkopen slimme lampen voor buitengebruik. Bekende merken met slimme buitenverlichting zijn Philips Hue, Calex, Innr en Twinkly. Let bij het kiezen van een lamp niet alleen op de IP-rating, maar kijk ook of het bijbehorende smarthomeplatform aansluit bij eventuele andere slimme lampen die je in huis hebt. Eerder schreven we al over zaken waar je op moet letten bij het kiezen van slimme buitenlampen. Ga ook na of je bepaalde accessoires nodig hebt, zoals een hub of bridge. We leggen in dit artikel uit wat je precies nodig hebt voor slimme buitenverlichting.


▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube