ID.nl logo
5 onderhoudtips voor je rookmelders
Zekerheid & gemak

5 onderhoudtips voor je rookmelders

Rookmelders ophangen in huis is sinds 1 juli 2022 verplicht in Nederland. Om zo lang als mogelijk met die melders te kunnen doen, geven we wat tips waarmee je ze goed onderhoudt.

Veiligheid is van groot belang in je eigen huis. En we kunnen ons voorstellen dat je soms heel veel taken op je to-do-lijstje hebt staan om die veiligheid voor jezelf en je gezin te garanderen. Omdat rookmelders niet echt opvallen in huis, kan het zijn dat je ze wellicht een keer vergeet en dat het onderhoud daardoor wat achterloopt op de rest. Echter, je rookmelders vergeten schoon te houden kan voor problemen zorgen: van een alarm dat zomaar afgaat tot een alarm dat niet afgaat op het moment dat het wel zou moeten. Daarom presenteren we vijf onderhoudstips voor rookmelders.

Rookmelders in huis onderhouden

Over het algemeen gaan rookmelders een jaar of tien mee. Helemaal wanneer je ze goed weet te onderhouden. Ondertussen kunnen er dingen gebeuren die de levensloop inkorten. Stof speelt vaak een grote rol daarin. Maar lege batterijen vormen ook een doorn in het oog. Wat zijn nou precies de dingen waaraan je moet denken bij het onderhouden van rookmelders?

Meestal is het zo dat normale batterijen ongeveer een jaar meegaan in een rookmelder. Wanneer de batterijen bijna leeg zijn, dan geven rookmelders een signaal af. Een korte piep laat je weten dat het tijd is om hen te vervangen. Maar waarom zou je daarop wachten? Je kunt ieder jaar de klok erop gelijkzetten dat de batterijen leeg zijn. Daarom kun je elk jaar voor dezelfde dag een agenda-item aanmaken in je agenda, waarmee je jezelf herinnert de batterijen in alle rookmelders te vervangen. Zo weet zeker dat de rookmelders altijd werken en loop je geen onnodig risico.

Druk daarnaast eenmaal per maand op de testknop van de rookmelders in huis. Met de testknop check je of het alarm nog wel werkt en of je dus wel hoort dat er ergens rookontwikkeling is. Elke moderne rookmelder heeft zo’n knop, die duidelijk aangeduid wordt. Heeft je rookmelder geen testknop, dan doe je er goed aan te investeren in een model dat wel zo’n knop heeft. Voorkomen is beter dan genezen en met een rookmelder wil je gewoon weten waar je precies aan toe bent.

Schoonmaken en ophanglocatie

Zorg er bovendien voor dat de rookmelders allemaal schoon blijven. We weten het: ze hangen aan het plafond en daardoor zijn ze lastig te onderhouden. Maar met een stofmagneet, eventueel verlengd, kun je de randen vrij maken van stof. Dat doe je om te voorkomen dat er ook maar iets geblokkeerd wordt. Haal hem ook geregeld van het plafond af om de binnenkant schoon te maken. Dit kun je doen met een stofzuiger of een spuitbus vol geconcentreerd lucht. Houd wel een centimeter of twintig afstand, zodat je geen vocht achterlaat in de rookmelder.

En als je te maken hebt met een veelvoud aan valse alarmen, wuif dat gegeven dan niet zomaar weg. Dat is een moment waarop je even scherp moet zijn en eigenlijk moet achterhalen hoe het komt dat de rookmelder constant af gaat. Wees daarbij vooral kritisch over de ophanglocatie van het apparaat. Hangt die dichtbij een gasfornuis, kachel of ventilatieopening? Dan kan het zijn dat de melder constant reageert op de rookontwikkeling van die bronnen. In dat geval dien je een andere locatie uit te kiezen voor de rookmelder.

Overweeg een slim model

Tot slot besteden we nog wat aandacht aan slimme rookmelders. Door de jaren heen zijn rookmelders – net als heel veel andere apparaten in huis – een stuk slimmer geworden. Zo kun je verschillende slimme rookmelders aan elkaar koppelen via de app van de fabrikant of aanbieder. Waarom zou je dit doen? Nou, als je een groot huis hebt en er is opeens ergens een brand of rookontwikkeling, dan kunnen andere rookmelders in huis eveneens een signaal afgeven. Bovendien krijg je dan op je smartphone een notificatie van de huidige situatie.

Je bent daardoor veel beter op de hoogte van wat er zich in huis afspeelt. Heb je bijvoorbeeld ook een (aantal) beveiligingscamera(‘s) in huis hangen en ben je niet thuis, dan kun je bij het ontvangen van zo’n notificatie controleren wat er thuis gebeurt en eventueel de brandweer inschakelen. Voor slimme rookmelders gelden dezelfde normen als de domme varianten als het gaat om het onderhoud. Ook deze moet je vrijwaren van stof en insecten, zodat ze geen valse meldingen geven of hun werk niet doen wanneer je dat wel van hen zou verwachten.

Wanneer je investeert in een slimme rookmelder, dan moet je wellicht ook een smarthomehub aanschaffen om de apparaten aan het internet te kunnen koppelen. In dat geval is het handig als de hub op een centrale plek in huis staat en ook goed onderhouden wordt. Stof hem regelmatig af, houd hem schoon en controleer maandelijks of alles nog wel werkt. Daarnaast dien je een goede smartphone te hebben die overweg kan gaan met de verschillende meldingen.

Toch maar professioneel laten doen?

Vraag een offerte aan voor brandbeveiliging :

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.