ID.nl logo
Wat zijn de beste banden voor elektrische auto's?
Mobiliteit

Wat zijn de beste banden voor elektrische auto's?

Het is vanzelfsprekend dat de banden onder je auto een belangrijke rol spelen. Als je een elektrische auto hebt, kun je kiezen uit gewone banden of banden die speciaal zijn ontwikkeld voor EV's. Wat hiervan de voordelen zijn en welke banden voor elektrische auto's de beste keus zijn, lees je in dit artikel.

In dit artikel lees je alles over banden die speciaal ontwikkeld zijn voor elektrische auto's. We hebben het onder meer over:

  • De eigenschappen van banden voor EV's
  • De kosten van dit soort banden
  • Welke fabrikanten banden voor EV's maken

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Eigenschappen speciale EV-banden

Heb je een elektrische auto of overweeg je er een te kopen, dan is het aan te raden om niet zomaar willekeurige banden te kiezen. Er bestaan namelijk banden die speciaal voor dit soort auto's zijn gemaakt. Zulke banden beschikken over specifieke eigenschappen die het best aansluiten op elektrisch rijden. Afgezien van de aandrijflijn verschilt een elektrische auto op allerlei vlakken van een reguliere benzine- of dieselauto, waardoor op maat gemaakte EV-banden bijna een must zijn.

Neem bijvoorbeeld het gewicht van een elektrische auto. Het is bekend dat EV's een stuk zwaarder zijn dan traditionele auto's. Kijk maar eens naar de Opel Corsa met een benzinemotor en die met een volledig elektrische aandrijflijn: het leeggewicht van een 1.2 benzine uit 2023 bedraagt 1010 kg, terwijl de Corsa Electric 1430 kg weegt. Om met dat extra gewicht om te gaan, moeten de banden van een EV robuuster zijn. Banden die speciaal voor elektrische auto's zijn gemaakt, zijn op meerdere manieren verstevigd om duurzamer te zijn.

©Opel Automobile GmbH

Steviger, sterker en zuiniger

Banden voor elektrische auto's zijn niet alleen robuust om met het hogere gewicht om te gaan, maar ook met het vermogen. In tegenstelling tot benzine- en dieselauto's heb je met een EV direct toegang tot het volledige vermogen en koppel. Speciale EV-banden zorgen er allereerst voor dat je genoeg grip hebt om met die extra kracht om te gaan en je banden niet zomaar wegslippen. Meer grip betekent ook dat de remweg korter is dan bij gewone banden. Daarnaast moeten dit soort banden minder snel slijten dan reguliere banden, omdat ze steviger en sterker zijn om het gewicht en vermogen aan te kunnen.

Een andere reden om speciale EV-banden aan te schaffen, heeft te maken met de actieradius. Deze banden hebben een lagere rolweerstand en minder wrijving met het wegdek, waardoor de auto langer kan uitrollen en minder kostbare energie hoeft te verbruiken. Op die manier kom je dichter bij de actieradius van de fabrieksopgave. Tenslotte verbeteren speciale EV-banden de rijbeleving op het gebied van comfort. Ze produceren minder bandengeluid en vibraties, waardoor het stiller en rustiger is voor inzittenden.

©Petro

Wat kosten banden voor elektrische auto's?

Banden voor elektrische auto's zijn over het algemeen duurder dan standaardbanden. Dat komt door hun specifieke eigenschappen, zoals een lagere rolweerstand en betere grip, die nodig zijn voor de unieke eisen van EV's. Je zou kunnen overwegen om gewone banden te gebruiken, maar dat is niet aan te raden. Normale banden zijn niet berekend op het hogere gewicht en het directe koppel van elektrische auto's. Hierdoor slijten ze sneller en kunnen ze eerder beschadigd raken.

Hoewel de aanschafprijs van EV-banden hoger ligt, kan dat op de lange termijn voordeliger uitpakken. Je zult ze minder vaak hoeven te vervangen dan gewone banden op een elektrische auto. Bij je keuze is het daarom verstandig om niet alleen naar de initiële kosten te kijken, maar ook naar de levensduur en prestaties van de banden.

De beste banden voor elektrische auto’s

Er zijn inmiddels diverse bandenfabrikanten die banden voor elektrische auto's in de catalogus hebben. Hieronder vind je een overzicht van de mogelijkheden.

Bridgestone

Bij Bridgestone kun je terecht voor meerdere banden die geschikt zijn voor elektrische auto's. Deze stammen allemaal uit de Turanza-familie. Je hebt bijvoorbeeld de zomerband Turanza 6, de vierseizoenenband Turanza All Season 6 en de speciaal voor elektrische auto's ontwikkelde Turanza Eco. Let goed op de naam, want alleen deze Turanza-banden voldoen aan de eisen voor elektrische auto's.

Continental

Continental heeft een speciale band voor elektrische auto's in de vorm van de EcoContact 6. Deze band is voorzien van allerlei handige eigenschappen, zoals een lage rolweerstand en een hoge mate van grip, waardoor deze band zeer geschikt is voor EV's. Het bedrijf heeft ook de Conti.eContact Hybrid in het aanbod. In deze band – ontwikkeld voor hybride auto's, maar ook geschikt voor EV's – zit een schuimlaag die het rijgeluid dempt.

Goodyear

Goodyear behoort inmiddels ook tot de fabrikanten die een speciale band voor elektrische auto's aanbieden. Het rubber heet ElectricDrive 2 en beschikt over de bekende eigenschappen die een band voor EV's onderscheiden van normale autobanden. Daarnaast bestaat de band voor 50 procent uit duurzame materialen.

Hankook

Hankook is de eerste bandenfabrikant met een complete line-up van banden voor elektrische auto's. Deze zijn te vinden onder de noemer iON. Zo is er de zomerband iON Evo voor personenauto's, de vierseizoenenband iON Evo AS SUV met de focus op grote, hoge auto's en tenslotte de winterband iON Icept.

Michelin

Michelin heeft eveneens meerdere banden voor elektrische auto's in het assortiment. De zomerband e-Primacy is een uitstekend presterende allrounder en biedt een grote actieradius, veilig rijgedrag en een lange levensduur. Heb je een elektrische sportauto of high-performance auto, dan moet je voor het Pilot Sport EV-rubber kiezen. Deze banden zorgen voor snelle acceleratie, veel grip en precies rijgedrag.

Pirelli

Pirelli pakt het anders aan dan andere bandenfabrikanten. Het Italiaanse bedrijf laat met het Elect-label zien welke banden geschikt zijn voor elektrische auto's. Inmiddels is er een divers aanbod aan zulke banden uit de reeksen P Zero, Scorpion en Cinturato. Het gaat om zomer-, winter- en vierseizoenenbanden, maar ook speciale banden voor sportieve EV's.

Yokohama

Yokohama heeft een aantal banden in het gamma die geschikt zijn voor elektrische auto's. Het gaat daarbij om de ADVAN dB V552 voor personenauto's en de ADVAN Sport EV V108 voor sportieve auto's. Daarnaast heeft het een speciaal label, E+, om aan te geven welke banden speciaal voor elektrische auto's zijn ontwikkeld.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.