ID.nl logo
Review MG 4 Standard - De ideale instapper?
© Irwin Versteegh
Mobiliteit

Review MG 4 Standard - De ideale instapper?

De MG 4 Standard is het nieuwe elektrische instapmodel van MG. Met een zeer scherpe vanafprijs van 32.295 euro en een actieradius van 350 km is de MG 4 de ideale showroomtrekker. Wij reden 1000 kilometer met de elektrische hatchback om te bepalen of MG de concurrentie serieus kan bedreigen. In onze uitgebreide review lees je over de uitrusting, snellaadmogelijkheden, rijgedrag en meer.

Watch on YouTube

Het kan als autojournalist soms lastig zijn om een bepaalde uitvoering van een auto aan de tand te voelen. En nee, dan hebben we het niet over een blauwe auto met een wit lederen interieur, maar bijvoorbeeld over het absolute instappertje. Het zogenaamde showroomlokkertje. De auto waarmee de prijslijst begint en in potentie dus de voordeligste keuze.

Dat is dan ook de reden waarom InstaAutoVlog al geruime tijd lobbyde voor een testperiode met de MG 4 Standard. De auto waarmee het mogelijk moet zijn om voor 32.295 euro in een volledig elektrische auto te stappen die bovendien een range van dik 350 km heeft. Na lang aandringen is het dan toch gelukt. Aan de hand van 1000 testkilometers vertellen we je er alles over.

©Irwin Versteegh

Chinees met Britse roots

Met de MG 4 heeft het van origine Britse maar nu Chinese merk een regelrechte concurrent in handen voor auto’s als de Volkswagen iD.3 en recent nog de BYD Dolphin. Een auto die in het hart van het C-segment opereert. Andere spelers in deze klasse zijn de Peugeot e308 en de Opel Astra Electric. Het op voorhand al grote nadeel van bijna alle opponenten? De prijs, want alleen de BYD Dolphin is prijstechnisch een concurrent. De Volkswagen, maar ook zeker de Peugeot en Opel zijn in basis al minstens 10.000 euro duurder. 

En dat terwijl de MG 4 in Standard-uitvoering verre van karig is uitgevoerd. Zo rolt de 4 standaard op 16-inch lichtmetalen wielen, zien we duurzame ledkoplampen en dito dagrijverlichting, en ook aan de achterkant wordt deze techniek toegepast. De 3.500 euro duurdere Comfort onderscheidt zich met 17-inch lichtmetalen wielen, een Active Grille Shutter (actieve luchtinlaten in het onderste gedeelte van de voorbumper) en privacy glass vanaf de B-stijl.

Ook het interieur van de Standard is nagenoeg compleet, want het enige dat de Comfort-uitvoering als extra biedt, is een met micro-leder bekleed stuurwiel en spiegels in de zonneklep. Voor de rest zijn de auto's identiek. Zo betreed je de auto middels een keyless entry&go-systeem en zien we een in hoogte verstelbare bestuurdersstoel. Ook zien we een MG iSMART Lite-multimediasysteem met Apple Carplay en Android Auto, een DAB+-tuner en bluetooth. Navigatie ontbreekt en ook app-connectiviteit is niet aan de orde. Het ‘smart’-gedeelte ontbreekt namelijk. Daarnaast is elke MG 4 voorzien van klimaatregeling en zijn er drie usb-aansluitingen aanwezig.

©Irwin Versteegh

Plat skateboard 

Dankzij het innovatieve platform waarop de MG 4 is gebouwd, zien we een ruim en praktisch interieur. We hebben immers te maken met een soort plat skateboard dat dankzij de vlakke vloer vijf riante zitplaatsen en extra veel been- en voetenruimte biedt. Daarnaast is er ruimte voor een groot opbergvak met een afdekrolhoes en grote portiervakken voor het opbergen van spulletjes. Handig is ook het netje dat MG onder de middenarmsteun heeft gemonteerd; dat blijkt al snel de ideale plek voor je laadpas.

Prettig is de extra verdieping waarop de versnellingsselector huist, evenals een opbergplaats voor je smartphone. Dankzij een inkeping in de rubber coating kun je die daar prima laten liggen, zelfs als-ie is aangesloten op een usb-aansluiting daaronder. Het draadje is dan keurig weggewerkt. 

De standaard met stof beklede stoelen zitten comfortabel, zijn goed gevormd en beschikken over een verrassend lang zitvlak. De bestuurdersstoel is standaard in hoogte verstelbaar en het enige dat ontbreekt, is een lendesteun (maar dat geldt voor de volledige line-up van de MG 4). Desondanks is een fijne zitpositie dankzij de middenarmsteun en de uitstekende verstelbaarheid van het stuurwiel (axiaal en verticaal) snel gevonden. Een digitaal instrumentarium voor je neus verschaft je ook hier alle informatie over de auto en je bedient de boordcomputer en mogelijkheden dan ook via de rechter joystick op het stuurwiel.

©Irwin Versteegh

Ruim zat 

Achter in de MG 4 gaat het er ook comfortabel aan toe. De 4 is prima geschikt om met vier personen op pad te gaan, en incidenteel ook zeker met vijf. Wel is het comfort achterin magertjes. Zo ontbreekt het er aan ventilatieroosters en zowel de Standard- als de Comfort-uitvoering heeft geen opbergnetjes achter de voorstoelen. Wel is er een usb-aansluiting om een telefoon op te laden.

Kijken we in de kofferruimte, dan scoort de 4 punten met standaard 363 liter inhoud. Dat is vergelijkbaar met de iD.3 en net iets meer dan de Dolphin. Standaard is de achterbankleuning neerklapbaar in een verhouding van 60-40. Op die manier ontstaat er een maximale inhoud van 1177 liter. 

©Irwin Versteegh

Semi-milieuvriendelijke accu 

De Standard-uitvoering beschikt over een 51kWh-accupakket. Dat is een LFP-batterij die dus geen gebruikmaakt van zeldzame grondstoffen als kobalt, en daardoor minder belastend is voor het milieu. Met dit standaard vloeistofgekoelde én -verwarmde pakket weet de MG 4 volgens de WLTP-testmethode 350 km op een volle acculading af te leggen.

Tegelijkertijd is de 4 uitgerust met een behoorlijk potente krachtbron die 170 pk en 250 Nm koppel levert. Het instappertje sprint daarmee in slechts 7,7 seconden naar de 100 km/u, terwijl de topsnelheid is begrensd op 160 km/u. Of het nu om een stoplichtsprintje of een inhaalmanoeuvre op de snelweg gaat, het vermogen is altijd adequaat en wordt bovendien mooi geleidelijk op de achterwielen losgelaten.

Is de batterij leeg, dan gaat het opladen via een 1-fase-boordlader met maximaal 6,6 kW, maar in de praktijk betekent dat al snel een halvering doordat we in Nederland vooral 11kW-laadpalen hebben. Dan blijft er een praktisch laadvermogen van 3,7 kW over. Dat betekent een laadtijd van zo'n 15 uur van 0 naar 100 procent. Een voordeel van deze accutechnologie (LFP) is dat je in principe altijd tot 100 procent mag opladen.

©Irwin Versteegh

Snelle jongen

Snelladen kan de MG 4 ook. En dat gaat met maximaal 88 kW zelfs best vlot. Dat betekent opladen van 10 tot 80 procent in 37 minuten, en dat is keurig voor een auto in deze prijsklasse. Gedurende de testperiode presteerde hij ook netjes op dit vlak, zeker gezien de winterse temperaturen. Iets dat ongetwijfeld verband houdt met de batterijverwarming die je middels het touchscreen kunt in- of uitschakelen. Een slimme zet van MG om ook deze instapper te voorzien van een functie die vooralsnog bij tal van andere EV’s ontbreekt. 

Wat betreft verbruik communiceert MG zelf een gemiddelde van 17 kWh/100 km. Een vrij realistische waarde zo blijkt, want gedurende de 1000 testkilometers schommelden we continu rond de 18. Dat zorgde voor een gemiddeld rijbereik van 280 km op een volle acculading. Rijd je veel kilometers en wellicht ook wat harder dan de overdag geldende 100 km/u in Nederland, houd dan rekening met een verbruik dat kan oplopen naar gemiddeld 20 kWh/100 km. Niet bijster zuinig, maar gezien de fabrieksopgave van 17 nog steeds een redelijke score.

©Irwin Versteegh

Ook voor enthousiaste bestuurders 

Waar je ook op dient te letten, is je rijstijl – en dan niet alleen wat betreft de rechtervoet. De MG 4 houdt namelijk wel van een stevig potje sturen. De combinatie van een stijf platform, achterwielaandrijving en een mooie balans kan behoorlijk uitnodigend zijn. Ook de vrij directe stuurinstallatie draagt hier aan bij. De MG 4 is echt een auto die zelfs de meest enthousiaste bestuurder weet te entertainen. Oké, het stuurgevoel kan uiteindelijk wat tekortschieten, evenals de precisie in de besturing, maar welke andere auto ken jij die voor dit bedrag achterwielaandrijving en een stijf platform biedt? 

Vergelijken we 'm met de Volkswagen iD.3, dan lijkt MG in dit geval de ervaren fabrikant. Zo heeft de MG 4 een betere rechtuitstabiliteit en voelt-ie op hogere snelheden stabieler aan. Daarnaast is de balans beter op orde, en ook dat draagt bij aan een beter totaalpakket. Op slecht wegdek merk je dat zijn wat sportievere inborst ervoor zorgt dat de 4 soms wat onrustig kan worden, maar het blijft gelukkig binnen de grenzen. Dat sluit dan ook aan bij het complete plaatje. 

©Irwin Versteegh

Wij zijn overtuigd

De MG 4 weet dus ook als absolute instapper en showroomtrekker te overtuigen. De basis van de auto is simpelweg dik in orde en het geboden aantal kilowatturen is uiterst bruikbaar. Wat beter zou kunnen, is de 1-fase-boordlader, maar de prijs en daardoor de bereikbaarheid van de auto maakt veel goed. Voor de rest zijn het slechts details. Zo werkt de klimaatregeling niet bijster goed (je moet de temperatuur blijven verhogen) en ook de veiligheidssystemen die elke keer opnieuw zijn ingeschakeld kunnen beter. 

Maar één ding staat vast: samen met de BYD Dolphin is de MG 4 momenteel een van de interessantste elektrische auto’s op de markt. Hij is goed gebouwd, rijdt goed en biedt gezien z’n prijs een prima accucapaciteit, oplaadmogelijkheden en opties. Daarnaast geeft MG je zeven jaar garantie met een maximum van 150.000 km, en ook dat wekt vertrouwen. Een Volkswagen iD.3 mag dan net iets geavanceerder zijn wat betreft de navigatiesoftware en semi-autonome systemen, maar die auto is al snel 10.000 euro duurder.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.