ID.nl logo
Zo kies je de ultieme zakelijke tablet
© Reshift Digital
Huis

Zo kies je de ultieme zakelijke tablet

Als het idee van een makkelijk mee te nemen tablet voor werk je aanspreekt, wordt je geconfronteerd met een scala aan verschillende mogelijkheden.

Een tablet is multifunctioneel. Je kunt 'm gebruiken voor e-mail, het maken van notities, het weergeven van presentaties, toegang tot het internet en andere zakelijke taken - mits je niet afhankelijk bent van zware zakelijke software die alleen op Windows draait. Tablets zijn om mee te werken prettiger dan smartphones en beter voor je rug dan het meesleuren van een zware laptop (met adapter en accessoires).

Wil je een tablet kopen voor persoonlijk gebruik, neem dan eens een kijkje in de tabletsectie van onze zustersite Computer!Totaal. Zij testen regelmatig tablets waarbij gelet wordt op zaken die voor de consument van belang zijn. Wij kijken in dit artikel naar de aspecten die tellen voor het gebruik van tablet binnen een zakelijke omgeving. Zo verzeker je ervan dat je een apparaat kiest met het juiste besturingssysteem, apps, connectiviteit, hardware, enzovoorts.

Besturingssysteem

Wanneer je een tablet koopt, is de eerste keuze die je krijgt het besturingssysteem en het achterliggende ecosysteem voor apps. Op dit moment zijn er twee grote spelers op dit gebied: iOS voor de iPad 2 en Android voor vrijwel iedere andere beschikbare tablet.

Op een aantal tablets kun je Windows 7 krijgen. Tablets die Windows draaien zijn niet bijzonder succesvol geweest, voornamelijk omdat Windows - of het nu XP is, Vista of Windows 7 - nooit voor zo'n apparaat bedacht is. Ondanks dat Windows 7 nog redelijk werkt, zijn de meeste menu's en icoontjes voor zo'n apparaat gewoon te klein. Als je zo'n tablet met Windows kiest, zorg er dan voor dat je er eentje met stylus-input kiest, dit werkt aanmerkelijk beter. Met de komst van Windows 8 is de verwachting dat Windows-tablets gaan werken met de gebruiksvriendelijke Metro-interface die we nu vooral kennen van Windows Phone 7 voor smartphones.

Wanneer je echt niet zonder bepaalde applicaties voor Windows kan - stel dat je sterk afhankelijk bent van de unieke functionaliteit die Microsoft Office biedt - dan is een tablet op basis van Windows 7 de enige keuze voor een zakelijk mobiel apparaat.

Zijn de apps die je nodig hebt ook voor Android en iOS voorhanden (of je werkt voornamelijk in webapps), dan zijn deze systemen de betere keuze. Er zijn ook tablets die zowel Android als Windows ondersteunen, zoals de dual-boot Viewsonic ViewPad 10. Maar kies voor de echte tabletervaring liever een tablet met daarop enkel een mobiel OS.

Applicaties

Met Windows 7 op je tablet, kun je vrijwel iedere denkbare applicatie op dat OS draaien. Voor iOS en Android ben je qua zakelijke apps meer beperkt, maar minder dan je op voorhand zou denken.

Een aantal tabletfabrikanten, waaronder Lenovo, biedt VPN en zelfs remote desktop naar Windows (via bijvoorbeeld Citrix Receiver) voorgeïnstalleerd op hun apparatuur aan.

Voor iOS geldt dat Apple de iWork-suite voor de iPad beschikbaar heeft, waarmee je prima met Office-compatible documenten, spreadsheets en presentaties kunt werken. Docs to Go en QuickOffice behoren tot de meest voor de hand liggende alternatieve officepakketten voor zowel iOS als Android. Al deze applicaties kunnen overweg met bestanden die zijn gemaakt in Word, Excel en PowerPoint, maar kennen hun beperkingen. Zo kun je bijvoorbeeld niet met macro's in spreadsheets werken.

Werken met online applicaties als Google Docs en Docs.com is mogelijk, maar blijkt in de praktijk allerminst ideaal. Tekstverwerken gaat nog wel, maar andere taken uitvoeren wordt een ramp. Dat komt omdat ze webapps afhankelijk zijn van een toetsenbord en muis.

Toetsenbord, muis en stylus

Wanneer je een muis en toetsenbord gaat meeslepen, werpt zich de vraag op "Waarom heb ik niet gewoon een laptop gekocht?" Maar wie veel typt, heeft een echt toetsenbord nodig. Het gebruik van accessoires op een tablet kan lastig zijn - zo biedt Apple geen USB-ingangen op de iPad - maar wel de moeite waard, aangezien het bepaalde taken enorm vereenvoudigt.

Tablets met Windows 7 hebben altijd één of meerdere USB-poorten en de meesten kennen ook Bluetooth-functionaliteit. Sommige Android-tablets kennen ook USB, maar je zult het meestal moeten doen met enkel Bluetooth. Een uitzondering hierop is de Asus EeePad Transformer Prime die met een dockconnector geleverd kan worden in de vorm van een toetsenbord met touchvlak, waardoor je de tablet naadloos overgaat in een netbook.

Je kunt voor enkele tientjes een (opvouwbaar) bluetooth toetsenbord kopen waarmee je snel aan de slag kunt en die bovendien in sommige gevallen als hoes kan dienen.

Maak je gebruik van Windows 7 op een tablet, dan is een muis onontbeerlijk. Navigatie met je vingers is zonder stylus daarop namelijk nauwelijks te doen. Bluetooth- en USB-invoerapparatuur die bedoeld zijn voor Windows en OS X op de desktop, werkt trouwens ook prima op een tablet.

Digitale pennen

De meeste tablets hebben een capacitatief touchscreen, waarmee je met je vingers het besturingssysteem en apps aanstuurt. Deze schermen werken alleen met je vinger of een grotere capacitatieve stylus. Wil je echt kunnen tekenen of handschriftherkenning toepassen, dan kun je het beste kiezen voor een speciale pen-tablet combinatie.

Veel van de zakelijke Android- en Windows-tablets kennen een actieve digitizer technologie die het capacitatieve touchscreen aanvult. Een actieve digitizer maakt dat je een hand rustig op het scherm kunt laten liggen, zonder dat de pen daar last van heeft. Ook komt deze technologie de nauwkeurigheid en gevoeligheid van de stylus ten goede.

Voorbeelden van Android-tablets die ontworpen zijn met digitizer-technologie zijn de HTC Flyer en Jetstream en de Lenovo Thinkpad Tablet. Windows-tablets zijn bijvoorbeeld de Fujitsu Q550, de HP Slate 500 en de nieuwe Slate 2.

De genoemde Android-tablets hebben speciale software aan boord om notities mee te maken. Wil je echt tekenen, dan kun je beter kiezen voor een Wacom-gebaseerde Windows-slate als de Asus EP121 of de Samsung Series 7. Wacom-pennetjes werken echter niet met N-Trig actieve digitizers en vice versa, dus let daarop.

Connectiviteit en aansluitmogelijkheden

Wi-Fi: Iedere tablet heeft Wi-Fi. Maar niet iedere tablet voldoet aan de 802.11a-standaard, de 5GHz standaard die bij bedrijven nog weleens gebruikt wordt. 5GHz wordt maar soms toegepast in consumentenrouters en zorgt meestal voor een betere verbinding, omdat er maar weinig apparaten zijn die er gebruik van maken.

De iPad 2 ondersteunt 802.11a, net als de Samsung Galaxy Tab 10.1, maar veel anderen doen dan niet. Dit kan een belangrijke functionaliteit zijn die je nodig hebt om verbinding op kantoor te kunnen maken.

Breedband: Een flink aantal tablets is uitgerust met 3G-breedband en kunnen in combinatie met een data-abonnement flink goedkoper aangeschaft worden. Wees je er daarbij wel van bewust dat er elke maand nieuwe tablets op de markt verschijnen en dat je huidige model in twee jaar tijd flink verouderd kan zijn. Dat is misschien zonde wanneer je een duur 3G-abonnement aangaat.

Bluetooth: Je wilt waarschijnlijk over Bluetooth beschikken wanneer je gebruik gaat maken van een toetsenbord. Voor randapparatuur is Bluetooth versie 2.1 prima. Goedkope tablets als de Amazon Kindle Fire missen Bluetooth-functionaliteit.

USB: Of je USB nodig hebt hangt ervan af of je graag bestanden op sticks en schijven meesleept en of je USB-invoerapparatuur wilt gebruiken. Apple's iPad heeft geen ingangen, behalve een dockaansluiting die je kunt gebruiken voor het aansluiten van een digitale camera. Daarnaast ondersteunt slechts een handjevol Android-tablets een 'full-size' USB-poort. Voorbeelden daarvan zijn de Lenovo ThinkPad Tablet, de Acer Iconia A500 en de Toshiba Thrive. Met zo'n poort kun je een externe harde schijf van voldoende stroom voorzien. De vaker voorkomende micro- en mini-USB-poorten kunnen dat niet.

HDMI: Wil je jouw tablet als presentatietool gebruiken - en je neemt daarbij geen genoegen met een paar over je schouders heen kijkende ogen - dan heb je video-output nodig. HDMI is veruit de meest voorkomende optie, waarmee je eenvoudig een tablet op een tv, monitor of beamer kunt aansluiten. Zelfs de iPad ondersteunt HDMI via een optionele adapter.

Camera: Wanneer je videogesprekken wil gaan voeren, zal je tablet moeten beschikken over een camera aan de voorzijde. De iPad 1 en de eerste Android-tablets beschikten niet over zo'n apparaatje, maar tegenwoordig zien we de cameraatjes overal ingebouwd zitten. De resolutie ervan varieert. Neem voor videobellen het liefst een type met 1,3 megapixel die 720p-video aankan, al zul je een snelle verbinding nodig hebben om die hoge resolutie mogelijk te maken.

Neem voor de camera aan de achterzijde een hogere resolutie als je fatsoenlijke foto's wilt kunnen maken. Ook voor het scannen van documenten en visitekaartjes via OCR verdient een camera met een hoge (3MP+) resolutie de aanbeveling.

Opslag

Veel tablets beschikken niet over een harde schijf die je kunt vervangen, dus capaciteit kan een probleem worden. Applicaties, e-mail, officesoftware en browsers nemen niet veel ruimte in, maar als je ook wilt werken met video en foto's kies je een wat grotere capaciteit of zorg je dat de opslag uitbreidbaar is met een SD-kaartje. Via veel Android- en Windows-tablets kun je daarnaast externe opslagmedia via de USB-poort gebruiken.

De iPad heeft geen micro-SD en geen USB en ziet data het liefst verplaatst worden via iTunes of via de cloud (iCloud, Mozy of Dropbox). Toch werkt het werken met deze oplossingen een stukje trager en moet je bereid zijn dat geduld te hebben. Wi-Fi harde schijven (zoals Seagate die levert) zijn voor de iPad de snelste optie.

Een belangrijker issue is dat je bij de iPad vaak maar met één applicatie aan een document of bestand kunt werken. Het bestand opslaan om er in een andere applicatie aan verder te werken is er bij de iPad niet bij.

Beveiliging

Security en dataversleuteling zijn voor zakelijke gebruikers belangrijke opties en voor sommige bedrijven maakt dat het gebrek aan encryptie het gebruik van tablets ondenkbaar maakt.

Windows 7 (de versies Enterprise en Ultimate) biedt Bitlocker en ook Android 3.x heeft systeemencryptie aan boord. De iPad versleutelt alles wat op het apparaat opgeslagen wordt sinds dag één. Android 2.x versleutelt niet en wordt toch nog op een hoop tablets geleverd - vermijd deze versies als je data beschermd moet blijven.

Android, iOS en Windows 7 bieden allen opties om een VPN-verbinding op te zetten, dus contact maken met je bedrijfsnetwerk hoeft niet ingewikkeld te zijn. Hoe je alle netwerkbronnen kunt benaderen, kan wel een probleem zijn. Bij Android en Windows 7 kun je door netwerkmappen bladeren, maar bij de iPad blijft de toegang beperkt tot e-mail en fora, aangezien de iPad geen open toegankelijke mapstructuur kent.

Lenovo is iets verder gegaan met security op de IdeaPad Tablet. Niet allen biedt het CiscoVPN en Good Technologies voor veilige e-mail, het laat je ook data op verwijderbare opslagmedia versleutelen. Het wordt ook geleverd met Citrix Receiver, dus gebruikers kunnen werken met een Windows desktop die onder controle staat van IT.

Slotadvies

Een tablet kan aan een aantal zakelijke voorwaarden voldoen, maar vereist vaak wel dat je compromissen moet doen in de manier waarop je werkt. Als je met software werkt die Windows vereist, dan heb je een Windows tablet nodig - daar doe je niets tegen. Als je niet met die beperking zit, zijn de iPad en Android-tablets gebruiks- en vingervriendelijker opties.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.