ID.nl logo
Handige tips voor het iOS-toetsenbord (iPhone en iPad)
© Reshift Digital
Huis

Handige tips voor het iOS-toetsenbord (iPhone en iPad)

Zowel de iPhone als de iPad beschikken over een virtueel aanraaktoetsenbord. Logisch, want anders zou je niks aan tekst in kunnen tikken. Het ding beschikt over diverse aardige mogelijkheden, waarvan je het bestaan misschien nog niet weet.

Het virtuele toetsenbord van de iPad kent eigenlijk de meeste trucs. Vandaar dat we daar eerst eens een blik op werpen. Als bepaalde tips of trucs in dit artikel ook voor de iPhone gelden, melden we dat er gelijk bij! Zeker voor nieuwere gebruikers van de iPad zal er zo op het eerste gezicht weinig spannends aan het toetsenbord te zien zijn. 

Het verschijnt als je het nodig hebt, na tikken op tekstveld in je browser bijvoorbeeld, of nadat je een nieuw document bent begonnen in je tekstverwerker-app. Je kunt dan aan het tikken slaan en klaar! 

Trouwens: sinds een tijdje is het ook mogelijk om in ’t Nederlands ‘vegend’ te tikken. Veeg daarbij van letter naar letter zonder je vinger van het scherm te halen. Is even wennen, maar kan met name op de iPhone voor sommigen een stuk sneller dan gewoon tikken werken!

Accenten op letters

Voor de hele groene beginners (en deze geldt ook voor de iPhone!): om accenten op letters te zetten, houd je een een toets met daarop een klinker (e,y,u,i,o,a) wat langer ingedrukt. Je ziet nu een blok letters met alle mogelijk accentvormen. Tik op het gewenste exemplaar en klaar.

©PXimport

Toetsenbord verkleinen

Goed, terug naar de meer verrassende mogelijkheden. Ten eerste kun je het schermtoetsenbord op de iPad verkleinen. Maak op het toetsenbord een knijpbeweging met twee vingers en je ziet ineens het veel bescheidener telefoontoetsenbord. Dat kun je vervolgens ook naar elke gewenste plek op het scherm slepen. 

Deze truc komt wel eens van pas als je meerdere vensters in split-view met eventueel een daar weer overheen liggend zwevend venster in beeld hebt. Het reguliere grote toetsenbord kan dan – zeker in liggende beeldweergave – veel te veel ruimte innemen om nog praktisch te zijn. Het zwevende mini-toetsenbord is dan een stuk handiger.

Om het toetsenbord weer z’n normale grootte terug te geven maak je met twee vingers een spreidbeweging op het kleine toetsenbordje.

©PXimport

Toetsen splitsen (met een grote 'maar')

Er is ook een soort van gulden middenweg qua toetsenbordgrootte in de vorm van een gesplitst schermtoetsenbord. Let op: deze truc werk alléén op iPad’s met een schermgrootte kleiner dan 11 inch. Apple beschouwt de grotere schermen als zinloos voor deze feature; de kans is dan ook groot dat deze functie over een paar jaar gewoon niet meer werkt. 

Voor nu: heb je een compactere iPad met een schermdiameter van 10,5 inch of minder? Dan activeer je het gespleten toetsenbord door met beide duimen over het schermtoetsenbord naar de randen te vegen. Je ziet nu een gedeeld exemplaar ontstaan dat wat kleiner is dan het reguliere knoppenplankje. Praktisch bijvoorbeeld voor een ieder die met zijn of haar duimen wil tikken. Of gewoon weer als je het toetsenbord minder overheersend in beeld wilt hebben staan.

Om weer een normaal aan elkaar geplakt toetsenbord te maken, tik je op de toetsenbordknop helemaal rechtsonder in ’t rechter deel van het schermtoetsenbord; blijf drukken tot je een menu ziet. Veeg naar de optie Combineer en alles is weer zoals ’t was!

©PXimport

Toetsenbord-taal toevoegen

Tik je vaak in verschillende talen, dan zul je merken dat specifieke letters en tekens voor bepaalde niet-Nederlandse talen niet beschikbaar zijn op je schermtoetsenbord. Soms gaat het om een paar tekens, of – in geval van bijvoorbeeld Russisch - ontbreekt simpelweg alles. Kortom: dat toevoegen van – om maar wat te noemen – een Duits, Frans, Pools, Spaans of wat dan ook voor toetsenbordtaal is praktisch soms. 

Dit doe je door de app Instellingen te starten. Tik daarin op Algemeen en dan Toetsenbord. Tik dan op Toetsenborden en vervolgens op Voeg toetsenbord toe. Kies uit een van de vele beschikbare talen. Heb je een taal toegevoegd, dan verschijnt deze in het overzicht met beschikbare Toetsenborden

Standaard zijn daar op een Nederlands ingestelde iPad en iPhone Nederlands en Emoji beschikbaar, in ons voorbeeld inmiddels verrijkt met een derde. Door op een toetsenbordtaal te tikken zijn vaak weer extra opties beschikbaar, kies – om maar wat te noemen – voor een QWERTY- of AZERTY-indeling.

©PXimport

Heb je een toetsenbord eenmaal geïnstalleerd, dan schakel je tussen de verschillende talen in het schermtoetsenbord (wat je dus te zien krijgt zodra er in een app getikt kan worden) via een tik op het wereldbolletje linksonder in het toetsenbord. 

Dat is een cyclische actie, ofwel: als je meerdere toetsenborden hebt geïnstalleerd kies je met elke druk een volgende, via het laatst beschikbare spring je weer naar het begin. Een van die toetsenborden is trouwens het Emoji-toetsenbord, waarmee je de welbekende symbooltjes kunt tikken.

Extern toetsenbord en 'vreemde' symbolen

Sluit je een extern toetsenbord aan, dan schakel je tussen de verschillende toetsenbordtalen middels de toetscombinatie Control-Spatie. Belangrijk om te onthouden, want als je ineens bepaalde Nederlandse letters (accenten en dergelijke) niet meer kunt tikken, dan is hoogstwaarschijnlijk net de verkeerde taal gekozen! 

Nu we het dan toch over accenten in combinatie met een fysiek (al dan niet bluetooth) toetsenbord hebben: de invoermethode is dan dezelfde als die welke op de Mac gebruikt wordt. Om bijvoorbeeld een é te tikken, tik je op Option-e en dan e. Om een ó te maken Option-e en dan o. De umlaut maak je door Option-u en dan de gewenste klinker, wat resulteert in bijvoorbeeld ö. Iets als een â realiseer je via Option-i en dan de a. De ç maak je met Option-c, de € met Option-2 enzovoort. 

Bij sommige externe toetsenborden is het even zoeken naar bepaalde tekens, of is vingergymnastiek nodig om iets voor elkaar te krijgen. Werkt dat te afleidend is sommige gevallen, tik dan gewoon het woord zonder accent; via autocorrect kun je dan snel(ler) alsnog de juiste schrijfwijze selecteren. 

Ook praktisch: De Option-toets in combinatie met andere letters en tekens op je fysieke toetsenbord levert een scala aan veelgebruikte ‘vreemde’ tekens op. Zoals bijvoorbeeld de hieronder getoonde exemplaren.

©PXimport

Wees voorzichtig met alternatieve toetsenbord-apps

Een waarschuwing tot slot: er bevinden zich veel apps in de App Store die virtuele schermtoetsenborden aanbieden. Hartstikke leuk, zo’n thematisch en al dan niet cartoonesk toetsenbordje. Maar er loert een veiligheidsrisico: dit soort apps kunnen – logischerwijs – met álles wat je tikt meelezen. 

Wij zouden de gok niet wagen, want de kans is aanwezig dat een malafide ontwikkelaar privacygevoelige gegevens als wachtwoorden en andere dingen doorsluist naar zichzelf. De meer serieuze apps die alternatieve toetsenborden aanbieden zijn veelal wel betrouwbaar, zeker als er grote namen achter zitten. 

Maar ook dan: houd je je spullen graag safe, gebruik dan vooral het standaard schermtoetsenbord, dat in z’n al even standaard vorm (natuurlijk) alles te bieden heeft wat je nodig hebt!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.