ID.nl logo
TCL Nxtpaper 10s – niet de tablet van de toekomst
© Reshift Digital
Huis

TCL Nxtpaper 10s – niet de tablet van de toekomst

De TLC Nxtpaper 10s is een Android-tablet met een bijzonder scherm. De naam ervan doet vermoeden dat we met een speciaal type scherm te maken hebben. Dat blijkt alleen niet helemaal het geval te zijn. Hoe zit dat nu precies?

Tijdens IFA 2020 presenteerde TCL bijzondere displaytechnologie die de naam Nxtpaper meekreeg. Nxtpaper-schermen bieden geen achtergrondverlichting aan maar reflecteren natuurlijk licht zoals papier doet. Daardoor kan een tablet, uitgerust met dit type scherm, dunner zijn dan de concurrentie en een rustig alternatief voor de ogen aanbieden (omdat die weinig blauw licht uitstraalt). 

Verder is het zo dat dergelijke tablets energiezuiniger zijn en langer doen over het leegtrekken van de accu. Vergelijkbare technologie is transflectief: de tablets weerkaatsen dan natuurlijk licht, maar beschikken tevens over achtergrondverlichting die als back-up beschikbaar is bij weinig licht.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Niets van dat

Hoewel hierboven voornamelijk voordelen aan bod komen, hebben dergelijke schermen ook nadelen. Dat is inherent aan de technologie, die mettertijd waarschijnlijk alleen maar beter wordt. Maar hoe mooi het ook allemaal klinkt, dit is niet waar je aan moet denken wanneer je de TCL Nxtpaper 10s in huis haalt. Juist, de naam van het apparaat is behoorlijk misleidend, omdat het vrijwel niets van die displayervaring aanbiedt. 

Toegegeven, TCL biedt wel een soortgelijke schermervaring aan, maar dan nog had een andere naam de tablet veel beter gestaan. Niet iedereen is wellicht op de hoogte van het concept achter de term Nxtpaper (als in: de volgende generatie van papier), maar dan nog kun je potentiële consumenten niet zo voor de gek houden.

Maar wat is de TCL Nxtpaper 10s dan wel? Het apparaat heeft geen e-inkt- en dus ook geen reflectief scherm. Het is een ietwat afwijkende tablet met een ips-display van 10,1-inch. De resolutie bedraagt 1.200 bij 1.920 pixels en de schermverhouding komt neer op 14,4:9. 

De tablet heeft een TUV-certificaat voor de lage uitstoot van blauw licht, waardoor je in elk geval zeker weet dat je ogen niet snel moe worden. In vergelijking met tablets die beschikken over glanzende schermen is er sprake van vijftig procent minder blauw licht. 

Verder is het zo dat het scherm ontzettend mat is. Dat is aanvankelijk even wennen; maar dat je geen reflecties ziet went eigenlijk vrijwel meteen. Door die eigenschappen kijkt het scherm bijzonder prettig en krijg je ook niet snel last van je ogen.

©PXimport

©PXimport

Een deel van de belofte

Daarmee lost TCL in elk geval een deel van de belofte van Nxtpaper in. Je ogen staan immers minder onder druk. Daarnaast is het zo dat de accu, met een vermogen van 8.000 mAh, ontzettend lang meegaat. Opladen duurt wel wat lang met de meegeleverde 18watt-oplader, maar dat kan haast ook niet anders met zoveel vermogen. Dit scherm is bijzonder energiezuinig en zelfs met regelmatig gebruik merk je dat het dagen kost om de machine leeg te krijgen.

Echter, de tablet beschikt over achtergrondverlichting (omdat het dus geen reflectief scherm heeft), waardoor die ongeveer even dik is als het andere tabletaanbod. De kleuren op het scherm ogen ontzettend zacht, wat helpt bij die fijne kijkervaring. De kijkhoek is prima; samen foto’s of video’s kijken moet gewoon lukken.

Hoewel dit dus een ietwat afwijkend, maar nog steeds prima functionerend ips-display is, blijft een deel van het idee achter Nxtpaper overeind staan. De tablet is met name fijn voor het lezen of bekijken van pdf-bestanden. Denk dan aan documenten, artikelen en zelfs stripboeken (of comics of manga). De teksten zijn heel goed leesbaar en steken mooi af, terwijl de kleuren dus heel fijn en subtiel overgebracht worden. 

Het feit dat je niet jezelf ziet lezen helpt ook mee: je ziet geen vervelende spiegelbeelden of lichtbronnen in beeld staan. Wel is er soms een opvallende lichtwolk die soms wat scherp is, maar verder is de leeservaring superieur ten opzichte van andere tablets.  

©PXimport

Gebruik als Android-tablet

Een goede vraag binnen deze context is: is dit scherm beter dan menig e-inkt-display? Nee. E-readers met e-inkt-displays bieden superieure schermen aan voor het lezen van boeken en zijn vrijwel altijd leesbaar, en gaan bovendien langer mee. Echter, het nadeel van zulke e-readers is dat ze geen kleuren tonen of stripboeken ondersteunen. De TCL Nxtpaper 10s is in dat opzicht dus breder inzetbaar.

Naast uitgebreide e-reader is dit namelijk ook een volwaardige Android-tablet, waar je mails op beheert, video’s op bekijkt of games op speelt. De vraag is of je dat wil, aangezien de tablet soms nogal traag is; maar als je een soort alles-in-één e-reader zoekt, dan kan dit product volstaan.

Onder de motorkap zit een Mediatek MT8768-processor. Dit is een soort instapmodel voor smartphones, die Mediatek begin 2020 introduceerde. De MT8768 heeft acht kernen: vier zijn er geklokt op 2 GHz en vier op 1,5 GHz. Daarnaast is er 4 GB aan werkgeheugen. Dat is voor de meeste apps en het besturingssysteem nog steeds prima. 

De processor gooit het meeste roet in het eten. Het is een relatief oud beestje en dat merk je. Apps opstarten kost wat tijd, webpagina’s laden gaat traag en het scherm heeft soms moeite met al die actie bijhouden. Als typische Android-tablet doet de TCL Nxtpaper gevoelsmatig onder voor de meeste tablets, maar binnen het segment van tablets onder de 300 euro is de ervaring vergelijkbaar. Tot slot krijg je 64 GB aan interne opslagruimte.

Camerakwaliteit

Het camerasysteem maakt foto’s die je niet echt ergens goed voor kunt gebruiken. Fotocamera’s op tablets blijven een beetje een vreemd concept, want je pakt je tablet er niet even snel bij om foto’s te maken. En dat zien we terug in de prestaties die die dingen leveren; fabrikanten besteden en dan ook weinig aandacht aan. 

Kleuren ogen op zich prima, maar details vallen snel weg. Sommige beelden ogen korrelig en met te weinig licht is het helemaal huilen met de pet op. Tot slot is het opvallend dat de Nxtpaper draait op Android 11, maar versie 12 is later beschikbaar om te downloaden. Verder krijgt de tablet een magere twee jaar aan beveiligingsupdates.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

TCL Nxtpaper 10s – conclusie

Het moge duidelijk zijn dat de TCL Nxtpaper niet echt de tablet van de toekomst is. De naam doet vermoeden dat we met een bijzonder product te maken hebben. Die vermoedens komen niet uit de lucht vallen; de verwachtingen die TCL schept met de term Nxtpaper creëerde het immers zelf. 

Het is ook niet zo dat het allemaal kommer en kwel is. Het scherm biedt een zachte en fijne kleurweergave aan en met de matte filter en de bescherming van het blauwe licht, merk je dat je ogen aanzienlijk minder snel moe worden. Daarnaast gaat de accu lekker lang mee en kun je dit apparaat meer dan prima gebruiken voor het lezen van pdf-bestanden (artikelen, comics) en het bekijken van video’s.

Oké
Conclusie

**Adviesprijs** €249,- **Kleuren** Grijs, wit **OS** Android 11 (TLC UI) **Scherm** 10,1 inch ips (1.920 x 1.200 pixels) **Processor** 2,0 GHz octacore **RAM** 4 GB **Opslag** 64 GB **Batterij** 8.000 mAh **Camera** 8 megapixel (achter), 5 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, 4G, bluetooth 5.0, gps, nfc, usb-c, koptelefoonaansluiting, micro-sd-kaartsleuf **Formaat** 241,3 x 159,2 x 8,3 mm **Gewicht** 490 gram **Website** [www.tcl.com](https://www.tcl.com/eu/en/tablets/tcl-nxtpaper-10s/specifications)

Plus- en minpunten
  • Fijn scherm
  • Rustig voor de ogen
  • Zachte kleuren
  • Geen reflecties
  • Geen reflectief scherm
  • Langzaam opladen
  • Traag
  • Software- en updatebeleid
  • Camerakwaliteit
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.