ID.nl logo
Apple iPad Air (2022) - iPad Pro in betaalbaar jasje
© Reshift Digital
Huis

Apple iPad Air (2022) - iPad Pro in betaalbaar jasje

De nieuwste iPad Air heeft een flinke update gekregen. Voornamelijk onderhuids, dat wel, maar de updates zijn erg prettig voor wie veel (zwaar) werk op een tablet wil doen. Eigenlijk krijg je bijna een iPad Pro voor flink minder geld en dat maakt de Apple iPad Air (2022) een heel interessant model.

Aan de buitenkant is er niets veranderd. Op het eerste oog is er geen enkel verschil te ontdekken tussen de iPad Air 2022 en zijn voorganger, de iPad Air 2020. Groot voordeel is dat alle accessoires op beide modellen zijn te gebruiken. Zoals een Apple Pencil 2 en het Magic Keyboard en Smart Keyboard Folio, waarmee je heel dicht bij een laptop-ervaring komt. 

Die accessoires passen overigens ook op de iPad Pro 11-inch. En voor dat Pro-model is de nieuwe iPad Air meteen de grootste concurrent want andere fabrikanten brengen niets uit wat hier maar enigszins in de buurt komt. 

iPad met M1-processor

Belangrijkste vernieuwing is de M1-processor. De vorige iPad Air die in 2020 werd geïntroduceerd, maakte gebruik van de Apple’s A14 Bionic-chip. Dat was al geen ‘stakker’ qua prestaties maar de M1 draait er rondjes omheen. Net als bij de iPad Pro’s van 2021 krijgt de iPad Air nu ook de volledige M1-processor met 8-cpu- en 8-gpu-cores.

Dan heb je dus dezelfde rekenkracht als die van de MacBook Air en MacBook Pro in je hand. Weliswaar de instapversies, maar toch. Volgens Apple is de M1 zo’n 60 procent sneller dan de A14 en in grafische taken zelfs tweemaal zo snel.

©PXimport

Realtime videobewerken en zware filters in je fotobewerkings-app zijn geen enkel probleem. Hetzelfde geldt voor zware games met prachtige beelden en effecten. Nooit heb je het idee dat je iets te kort komt op het gebied van rekenkracht. Best bijzonder voor een ‘middenklasse’ tablet en een prettige gedachte want het zal nog jaren duren voordat deze tablet sloom aanvoelt.

De enige beperking is eigenlijk het besturingssysteem van de iPads: iPadOS. Bij elke (grotere) update van iPadOS worden er wel nieuwe handige functies toegevoegd voor multitasking en kantoorwerk, maar mis je nog steeds de handigheid en flexibiliteit van een echt desktop-besturingssysteem. 

Ook de iPad Air is een uitstekend kantoorhulpje, zeker met het Magic Keyboard en de Apple Pencil 2. We raden je de Cursusbundel: Doe álles met de iPad aan als je je iPad zoveel als mogelijk als laptopvervanger wilt inzetten.

Behuizing en scherm hetzelfde

Ten opzichte van de 2020-versie van de iPad Air is er qua behuizing en scherm niets veranderd. Het scherm is prima, zeker als je de 12,9 inch iPad Pro niet in handen hebt gehad. Heb je dat wel, dan ben je verpest en is elk ander tablet-scherm inferieur, dus voorkom dat vooral. 

Los daarvan is het scherm van de iPad Air uitstekend geschikt voor kantoortaken en videokijken in zowel donkere omgevingen als plekken met veel omgevingslicht. De maximale helderheid is 500 nits, de 11-inch iPad Pro heeft een iets beter scherm dat ook een wat hogere maximale helderheid heeft van 600 nits. 

©PXimport

Het verschil tussen het scherm van de 12,9 inch iPad Pro en de 11-inch iPad Pro is veel groter dan het verschil tussen de iPad Air en de 11-inch iPad Pro. Mede daarom is de nieuwe iPad Air zo interessant als ‘budget’ iPad Pro.

Zeker nu er op frontcamera-gebied een 12 megapixel ultragroothoekcamera in de iPad Air zit. Die geeft beter beeld plus met Center Stage, blijf je ook middenin het beeld als je een beetje beweegt. Ideaal tijdens het staand videovergaderen.

Qua aansluiting is er nog steeds de enkele usb-poort, die is van 5Gb/s naar 10Gb/s gegaan en kan een externe monitor tot 6K aansturen.

Conclusie

Als je heel snel over verschillen heen kijkt zoals Touch ID in plaats van Face ID, twee speakers in plaat van vier, een iets minder mooi scherm, wat minder opslag, geen ultragroothoekcamera en nog wat zaken, dan is de iPad Air een ijzersterke aanbieding voor een krachtige tablet. 

Op de belangrijkste prestatie-onderdelen is hij exact hetzelfde als de iPad Pro, maar dan voor 200 euro minder. Dat is serieus geld, ook al blijft de iPad Air nog steeds geen koopje op net geen 700 euro. Het is een volwaardige kantoortablet die nog jarenlang snel en krachtig genoeg is voor de allerzwaarste klusjes. 

Uitstekend
Conclusie

**Prijs**Vanaf € 698,50 (64GB wifi-versie) tot € 1038,50 (256GB wifi + 5G-versie) **Kleuren**Grijs, rose, paars, blauw, wit **Scherm**10,9-inch Liquid Retina (2360 x 1640 pixels) **Processor**Apple M1 met 8-core CPU en 8-core GPU **Werkgeheugen**8 GB **Opslag**64 GB of 256 GB **Afmetingen**247,6 x 178,5 x 6,1 mm **Gewicht**461 gram (5G-versie 462 gram) **Overig**Touch ID, usb-c-poort, Smart Connector, 2 speakers, 2 microfoons, ondersteuning voor 2e generatie Apple Pencil. **Website** [www.apple.nl](https://www.apple.com/nl/)

Plus- en minpunten
  • Prestaties
  • Accuduur
  • ‘Goedkoop’ voor een iPad Pro
  • Beperkingen iPad OS
  • Prijs van uitbreidingen
  • Slechts 1 usb-c-poort
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos