ID.nl logo
Photoshop voor iPad: Objecten uitknippen en aanpassen
© Reshift Digital
Huis

Photoshop voor iPad: Objecten uitknippen en aanpassen

Er werd lang reikhalzend uitgekeken naar de Photoshop voor de iPad. Met name de ‘desktop-waardige’ versie, die Adobe een tijd terug aankondigde. In 2019 verscheen deze eindelijk. Maar helaas: veel van de desktop-features ontbraken. Dat is langzaam aan goed aan ’t komen! Hier leggen we uit hoe objecten uitknippen in Photoshop voor iPad werkt.

Photoshop voor de iPad is bedoeld als een van die vlaggenschip-apps voor de iPad. Direct na de eerste release in 2019 heerste er vooral een gevoel van deceptie onder de ‘early adopters’. Immers: Adobe had een volledige desktop-equivalent belooft. Wat uiteindelijk geleverd werd, was een alleraardigste mobiele fotobewerker. Maar niet eentje die zonder meer over alle features van de desktop-versie beschikte. 

Gelukkig sleutelt Adobe continu aan de iPad-versie voor Photoshop en langzaam aan sijpelen steeds meer functies van de desktop-versie door naar de iPad-versie. Mogelijk zal dit proces alleen maar gaan versnellen nu zowel de desktops als iPads van dezelfde ARM-gebaseerde SoC’s gebruik maken. Sterker nog: in de iPad van 2021 tref je exact dezelfde SoC (de Apple M1) aan als in bijvoorbeeld de iMac.

Photoshoppen zonder menubalk

Wat in ieder geval opvalt na starten van Photoshop op de iPad en openen van een foto (dat doe je in het startscherm door linksonder op Importeren te tikken of klikken, en dan voor Foto’s te kiezen), is het ontbreken van een menubalk. Juist voor het toch wel complexe en feature-rijke Photoshop is dat eigenlijk een vrij onontbeerlijk hulpmiddel, zeker voor beginners. 

Nu word je gelijk in het diepe gegooid en moet je de betekenis van de pictogrammen in de diverse werkbalken doorgronden. Is te doen, maar zorgt wel voor een (onnodig) stijle leercurve. De filosofie van Adobe is echter dat hun app zonder menubalk moet functioneren, dus dat onderdeel verwachten we eigenlijk ook niet meer.

Objectselectie op iPad

©PXimport

We focussen in dit artikel op een recent geïntroduceerde functionaliteit: het automatisch selecteren van een object. In de praktijk blijkt dit vaak verrassend goed te werken en het scheelt een hele hoop tijd ten opzichte van het van punt tot punt handmatig selecteren van een object.

Om automatisch een object te selecteren is het zaak om eerst deze modus in het selectiegereedschap te kiezen. Tik daarvoor op het kleine driehoekje rechtsonder in de selectieknop in de verticale knoppenbalk recht. In het menu dat daarop opent klik je dan op Objectselectie

In de geopende foto (je had er net toch een geopend vanaf je fotorol…?) sleep je vervolgens een rechthoek om het te selecteren object heen. In de meeste gevallen wordt nu het object automatisch herkend en geselecteerd. Dat kost eigenlijk geen wachttijd!

Bijknippen

Controleer nauwgezet of het object helemaal naar wens is geselecteerd. In ons voorbeeld is dat nagenoeg het geval. Wel blijkt enig finetunen voor wat kleine onderdelen nodig. Zo zijn twee van de ‘blaadjes’ van onze paddenstoel niet meegenomen in de autoselectie. Lossen we rap op.

Standaard is in het selectiegereedschap de ‘single’-selectiemethode geactiveerd. Klik op het knopje eronder voor additieve selectie. Sleep in die modus om het toe te voegen onderdeel. Klaar. We herhalen dit voor ons andere ‘blaadje’. En ook een stip aan de rand moet bij nadere beschouwing nog meegenomen worden. Allemaal snel geregeld, veel sneller dan handmatig selecteren.

©PXimport

Ongewenste onderdelen deselecteren

Dan is er nog een probleempje met een teveel geselecteerd onderdeel, linksboven op de hoed van de paddenstoel. Daar is een klein stukje van de gele bloem erachter meegenomen. Gelukkig weer geen drama. Kies in de selectie-knoppebalk nu voor de deselecteer-modus, het derde knopje van bovenaf gezien. Sleep een rechthoek over het te deselecteren onderdeel en ook dit probleem is opgelost. 

Zet dan in de knoppenbalk de selectiemodus weer op single (bovenste knopje) om klaar te zijn voor een volgende keer dat je deze tool gebruikt.

©PXimport

Object uitsnijden

We beschikken nu over een perfect geselecteerde paddenstoel. Die kun je kopiëren (optie te vinden na een klik op de in de rechter knoppenbalk) en vervolgens elders plakken. Of je maakt er een schone uitsnede van. Da’s heel makkelijk! 

Klik in de zwevende horizontale knoppenbalk onderin beeld eerst op de knop Omkeren. Klik of tik dan op Wissen en alleen de selectie blijft over, op een transparante achtergrond. Om het geheel beter te kunnen beoordelen, klik je op de knop (wederom in de zwevende knoppenbalk) Deselecteren.

©PXimport

Exporteren als PNG

Om de uitsnede te bewaren als (bijvoorbeeld) transparante png, tik of klik je op de exportknop rechtsboven in beeld. Tik dan op Publiceren en exporteren. Selecteer als bestandsformaat PNG (dit ondersteunt transparantie) en als Bestandsgrootte voor Klein. Omdat PNG verliesvrij werkt, gaat ook dan geen detail door compressie verloren. 

Wel duurt het wat langer om het bestand te bewaren, maar da’s wat ons betreft geen probleem. Klik op Exporteren en kies een opslaglocatie, bijvoorbeeld Bewaar afbeelding voor je filmrol.

Verkleinen of vergroten

Eventueel kun je de afbeelding eerst nog verkleinen (en eventueel uitsnijden), bijvoorbeeld om als knop te gebruiken op je website of blog. Verkleinen van de afbeelding doe je door op de tandwielknop rechtsboven te tikken. Tik dan op Afbeeldingsgrootte en geef de gewenste afmetingen in de daarvoor bestemde velden op. 

Kies als verkleiningsmethode onder Modus voor ofwel Automatisch ofwel Details behouden. Die laatste optie levert – zo leert de ervaring inmiddels – erg goede resultaten bij steviger vergrotingen van een afbeelding. Goed om te weten als je eens een stuk uit een foto hebt gesneden, die je later toch nog (vrij) scherp wilt afdrukken of laten afdrukken. 

De mate van succes is natuurlijk wel gekoppeld aan enig realisme. Een foto van 320 x 200 pixels zal nooit haarscherp worden door deze op te blazen naar 12 megapixel-formaat. Maar van bijvoorbeeld 8 megapixel naar 10 of 12 gaat vaak verrassend goed!

Er is heel veel mogelijk met Photoshop op de iPad. Wat sowieso opvalt is dat het allemaal razendsnel werkt, en dat op ‘slechts’ een tablet. Fotobewerking onderweg was nog nooit zo bereikbaar als nu. 

Hoewel bedoeld voor ‘vingergebruik’ werkt de app eigenlijk net wat lekkerder in combinatie met een muis. Of een Pencil voor het nauwkeuriger werk en (of) creatieve tekenwerk. Wat dat betreft is de iPad zelfs te prefereren boven een traditionele computer!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.