ID.nl logo
Alles over de Apple Pencil: Welke heb je nodig voor jouw iPad?
© Reshift Digital
Huis

Alles over de Apple Pencil: Welke heb je nodig voor jouw iPad?

De Apple Pencil is een tekenpen bedoeld voor de iPad. Waarbij geldt dat niet alle iPad’s de Pencil ondersteunen. En dat er twee verschillende versie van het kiene pennetje zijn, die gebonden zijn aan specifieke modellen iPad’s. Opletten bij aanschaf dus. In dit artikel leer je onder meer welke Pencil bij welke iPad past en wat je ermee kunt.

Eerst maar eens een kleine uitleg wat die Apple Pencil nou precies is. Het is een uiterst nauwkeurige en drukgevoelige pen bedoeld voor iPads. Koppelen doe je via bluetooth; in het geval van de Apple Pencil 2 (komen we zo op terug) is dat simpelweg een kwestie van op de magnetische zijkant van je Apple klikken. In dat geval wordt er niet alleen een koppeling tot stand gebracht, maar als je de pen laat zitten wordt deze ook draadloos opgeladen. 

De Pencil 1 kan niet draadloos opgeladen worden. In beide versies van de pen tref je een 32 bits microcontroller aan, werkend op een kloksnelheid van 32 MHz en voorzien van 64 Kilobyte flashgeheugen. Die pen bevat feitelijk dus een complete computer, maar dan eentje met ultra-laag energieverbruik. Het maakt ook dat beide versies van de Pencil updatebaar zijn qua firmware.

Apple Pencil 1 en Apple Pencil 2

Het grote verschil tussen beide versies van de Apple Pencil is dat de eerste versie over een onder een dopje verstopte Lightning-aansluiting beschikt. Je kunt de pen rechtstreeks in je iPad prikken om ‘m onderweg op te laden. Ook is dit de methode om de pen zo af en toe eens van een update te voorzien. Prik hem in je iPad en laat ‘m een paar minuten aangesloten. Het updaten gaat razendsnel en ongemerkt; we het immers over software van Kilobytes in grootte.

Verder wordt met de Pencil 1 een verloopstukje meegeleverd. Prik je dat op de penconnector, dan kun je je Apple Lightning smartphone- of iPad-lader gebruiken om de pen te laden. Wat ons betreft kun je de pen beter niet te vaak langdurig in de iPad prikken. Hij steekt nogal uit, wat het risico op afbreken inhoudt. Als je iPad op de pen valt, loop je ook het risico dat de Lightning-connector in je iPad beschadigt, oppassen dus.

©PXimport

Het is een van de redenen dat Apple de Pencil 2 heeft uitgebracht. Deze pen heeft geen enkele aansluiting en laadt draadloos op, door ‘m simpelweg op de magnetische zijkant van een compatibele iPad te klikken. 

Ook firmware-updates worden op die manier afgehandeld, dus als je de pen zo af en toe eens aan je tablet klikt en een paar minuten laat zitten heb je er verder geen omkijken meer naar. Je kunt deze pen ook alléén via de iPad opladen. Gaat snel en verbruikt nauwelijks energie; neem de pen dus gerust mee onderweg.

Wat kun je met een Apple Pencil?

Beide pennen beschikken over nagenoeg dezelfde functionaliteit. Wel geldt dat de Pencil 2 tikgevoelig is en een hogere samplefrequentie ondersteunt, wat nog weer nauwkeuriger en natuurlijker voelend tekenen mogelijk maakt. Beide pennen zijn verder drukgevoelig en ook maakt het – afhankelijk van de gebruikte teken-app – uit of je de pen recht of schuin houdt. 

Veel apps ondersteunen de pen, waaronder natuurlijk de standaard notitie-app. Op die manier kun je snel handgeschreven aantekeningen maken. Gouden tipje tussendoor, betreffende de Pencil 1: omdat deze losse onderdelen bevat – waaronder het lightning-oplaad-convertertje – is het verstandig om alles in een etuitje bij elkaar te houden. Op die manier is de kans op kwijtraken van een dopje, plug of wat dan ook een heel stuk kleiner! 

De ‘nieuwe’ Pencil heeft geen onderdelen die (makkelijk) los kunnen laten; alleen de tip is vervangbaar maar zit stevig vast.

©PXimport

Welke Pencil voor welke iPad?

Heb je een iPad die een van beide pennen ondersteunt, dan is het zonder meer een aanbevelenswaardige accessoire! En daarmee komen we bij de crux van dit artikel: niet elke iPad kan overweg met de Pencil. En bij de iPads die wél met de Pencil werken is het opletten geblazen of de eerste of tweede versie nodig hebt. 

In het geval van de tweede generatie Pencil is er een simpele vuistregel: is je iPad voorzien van een USB-C-aansluiting, dan werkt deze met de Pencil 2. Concreet gaat het dan – op de publicatiedatum van dit artikel – om de modellen iPad mini (6de generatie), iPad Air (4de generatie), iPad Pro 12.9-inch (3de generatie) en nieuwer en de iPad Pro 11-inch (1ste generatie) en nieuwer. 

De Pencil 1 is compatibel met een deel van de iPad’s voorzien van een Lightning-aansluiting. Het gaat dan om de modellen: iPad (9de generatie), iPad (8ste generatie), iPad mini (5de generatie), iPad (7de generatie), iPad (6de generatie), iPad Air (3de generatie), iPad Pro 12.9-inch (eerste of tweede generatie), iPad Pro 10.5-inch en iPad Pro 9.7-inch. 

©PXimport

Let wel: dat is op moment van schrijven. Koop je bijvoorbeeld volgend jaar een nieuw model iPad, check dan of en welke pen er met dat type werkt. Vraag het voor aankoop vooral ook nog even duidelijk na, zeker bij een officiële Apple-dealer horen ze te weten wat met wat werkt. Verder geldt dat de pennen niet uitwisselbaar zijn.

Ofwel: heb je nu een iPad die compatibel is met de Pencil 1, dan werkt die versie niet meer op een iPad die specifiek met de Pencil 2 compatibel is.

Alternatief voor Apple Pencil

Ondersteunt jouw iPad geen Pencil, dan is nog niet alle hoop verloren. Ten eerste zijn er de ultragoedkope pennetjes voorzien van een rubberachtig dopje. Verre van ideaal, maar ze werken in combinatie met elk capacitief scherm.

Feitelijk is het een elektrisch geleidend geheel, een verlengstuk van je vingers dus. Je kunt er niet tot nauwelijks nauwkeuriger mee tekenen dan met een vinger; het voelt meer als schrijven met een marker. Maar het ‘voelt’ wel degelijk anders en kan dus een oplossing zijn. 

Tot slot zijn er nog merken die alternatieve pennen aanbieden, maar de mogelijkheden daarvan zijn vaak minder dan die van Apple’s eigen pennen terwijl de prijs vaak niet bijzonder veel scheelt.

©PXimport

Je kunt de Apple Pencil natuurlijk ‘lokaal’ op je iPad gebruiken, ongetwijfeld het meest voorkomende scenario. Maar alleraardigst is zeker ook de optie om je iPad als tekentablet onder macOS in te zetten. In dat geval teken je rechtstreeks in bijvoorbeeld Photoshop of een andere fotobewerker of een tekenpakket. 

Verder is er inmiddels het voordeel van de complete Photoshop-app voor de iPad. Teken je daar onderweg in de trein iets moois mee, dan hevel je die thuis in native Photoshop-bestandsformaat over naar de desktopversie. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.