ID.nl logo
Apple iPad Pro 2021 - De beste tablet kan meer
© Reshift Digital
Huis

Apple iPad Pro 2021 - De beste tablet kan meer

Apple is al jaren heer en meester op tablet-gebied. Dan is het verleidelijk om de lat steeds maar een klein stukje te verleggen. De concurrentie is nog mijlenver weg, dus waarom extra moeite doen. Toch heeft Apple de 2021-editie van de iPad Pro op verschillende fronten flinke vernieuwingen gegeven. Lees hier onze Apple iPad Pro 2021 review.

Die grootste vernieuwingen zitten hem in de gebruikte processor en in het scherm. Zowel de 11-inch- als de 12,9-inch-versies zijn voorzien van de Apple M1-processor die ook in de nieuwe MacBooks, Mac Mini en iMacs zit. De schermvernieuwing (een prachtig mini-led-scherm) is alleen voor het 12,9-inch model voorbehouden. De vorm en afmetingen is niet of amper gewijzigd. Alleen het 12,9-model is een halve millimeter dikker geworden. Dat zorgt er overigens voor dat je sommige oude accessoires, zoals het Magic Keyboard, niet meer met het nieuwe 12,9-model kunt gebruiken. Daar is een iets aangepaste Magic Keyboard voor gekomen. Bij de 11-inch-versie kun je wel het oude Magic Keyboard gebruiken.

©PXimport

M1 processor

Allereerst de M1-processor. Dit is de volledige versie, dus met 8-cpu- en 8-gpu-cores. De instapversies van de MacBook Air en de iMac moeten het met een 7-core gpu-variant van de M1 doen, dus je kunt stellen dat je iPad dan gewoon (iets) sneller is. Volgens Apple is de M1-iPad Pro tot 50% sneller in algemene taken en tot 40% procent sneller met grafische taken dan de iPad Pro uit 2020. En dat was al geen slome. In de praktijk is de nieuwe iPad Pro gewoon een bloedsnel ding. Normale kantoortaken gaan razendsnel, als mijn laptops en pc zo vlot reageren ben ik dik tevreden. Maar ook heftiger taken zoals videobewerkingen of zware foto-filters gaan moeiteloos. Aan processorkracht kom je niets tekort en het bijzondere is, dit is niet ten koste gegaan van de gebruiksduur op de accu. 10 uur is makkelijk haalbaar. Alleen als je de schermhelderheid vol open zet merk je dat de accu wat sneller leeg gaat maar dat was bij de vorige versies ook het geval. De beperking om de iPad Pro echt zakelijk in te zetten zitten hem in iPadOS. Dat is weliswaar flink verbeterd ten opzichte van iOS maar met deze hardware zou een uitgekleed macOS of een hybride versie van die twee prima kunnen. Nu is de hardware van de iPad Pro soms een overkill ten opzichte van zijn flink goedkopere broertjes die alle kantoortaken eigenlijk net zo goed kunnen.

©PXimport

Superscherm met mini-led

Het 600-nits-scherm van het 11-inch-model is hetzelfde gebleven. Dit is nog steeds een prachtig scherm maar daarvoor hoef je dus niet te upgraden als je al een 11-inch iPad Pro hebt. Maar het mini-Led-scherm van de 12,9-inch-model is fantastisch. Overigens noemt Apple het zelf ‘Liquid Retina XDR’. De helderheid is met 1000 nits een stuk hoger maar bij HDR-materiaal kan hij tot 1600 nits piekhelderheid gaan en dat is echt heel fel. OLED heeft nog steeds mijn voorkeur, maar voor mobiel gebruik (buiten!) wil je vaak meer helderheid dan OLED biedt. De 12,9 inch iPad Pro was al mijn favoriete Netflix-maatje maar de 2021-versie doet daar nog een schepje bovenop. Je kunt gewoon geen mooier scherm in je hand houden, punt.

©PXimport

Aansluitingen en andere hardware

Qua aansluitingen heeft de iPad Pro het op draadloos gebied goed voor elkaar met Wifi 6, Bluetooth 5 en tegen een meerprijs 5G. Bedraad kom je er bekaaid vanaf met maar één Thunderbolt 3/usb 4-poort. Qua snelheid en mogelijkheden prima om een groot beeldscherm of snelle ssd op aan te sluiten, maar met maar een poort loop je snel te rommelen met dongles, niet handig voor een ‘pro’-apparaat.

Ook de camera’s zijn erg goed. Je kunt er prima mee filmen en foto’s maken maar vooral bij videovergaderen zijn iPads superieur aan Windows-laptops of pc’s. Geen gedoe met drivers, instellingen en wazig beeld: zowel het geluid als het beeld is haarzuiver. 

©PXimport

Conclusie

De iPad Pro 2021 heeft een nog groter gat geslagen met de concurrentie en zonder de beperkingen van iPadOS zou ook menig laptop het onderspit moeten delven. Het beeldscherm en de krachtige hardware mét behoorlijke accuduur zijn een onovertroffen combinatie. Hopelijk blijven de vernieuwingen in iPadOS flink doorgaan om zo tot een nog beter laptop-alternatief te komen. Aan deze hardware ligt het de komende jaren zeker niet.

Heb je al een recente iPad Pro, dan zou ik wel verlekkerd kijken naar het scherm van de 12,9-inch-versie en de M1-processor van beide versies. Een blik op de prijzen zet je weer met beide benen op de grond. 

Ons oordeel

8Score

Apple iPad Pro 2021

Prijs Vanaf € 899,- (11-inch) en € 1219,- (12,9-inch)
Kleuren Grijs, zilver
Scherm 11-inch Liquid Retina (2388 x 1668 pixels) of 12,9-inch Liquid Retina XDR (2732 x 2024 pixels)
Processor Apple M1 met 8-core CPU en 8-core GPU
Werkgeheugen 8GB (16GB bij modellen met 1 of 2TB opslag)
Opslag 128GB, 256GB, 512GB, 1TB of 2TB
Afmetingen 11-inch: 247,6 x 178,5 x 5,9 mm
12,9-inch: 280,6 x 214,9 x 6,4 mm
Gewicht 11-inch: 466 gram (5G-versie 468 gram)
12,9-inch: 682 gram (5G-versie 684 gram)
Overig Thunderbolt 3/usb 4/usb-c-poort, Smart Connector, 4 speakers, 5 microfoons, ondersteuning voor 2e generatie Apple Pencil.
Websitewww.apple.nl

  • Pluspunten

  • Scherm

  • Prestaties

  • Accuduur

  • Minpunten

  • Beperkingen iPadOS

  • Prijs van uitbreidingen

  • Slechts 1 Thunderbolt/usb-c-poort

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.