ID.nl logo
Weg schilderstress: zo kies je de juiste verfsoort voor jouw klus in huis
© manuta - stock.adobe.com
Gezond leven

Weg schilderstress: zo kies je de juiste verfsoort voor jouw klus in huis

Schilderen is net als je koffers pakken: je denkt dat het zo is gepiept, maar het valt altijd weer tegen. Soms zit dat 'm in je skills, maar veel vaker in de voorbereiding. En die begint bij schilderen met het uitkiezen van de juiste verf voor jouw klus. Heb je eenmaal de juiste verfsoort, dan weet je ook welke kwast of roller daarbij hoort en wanneer je een nieuwe laag mag aanbrengen. Daarom een overzicht van de verschillende soorten verf, plus tips voor duurzaam schilderen.

Voor elke klus een andere verfsoort

Dat je voor een nieuwe kleur op de muur muurverf en voor het pimpen van een houten kastje lak nodig hebt, dat is bij de meeste thuisklussers wel bekend. Maar binnen die categorieën zijn er zo veel verschillende soorten verf met elk weer een ander resultaat en specifieke manier van aanbrengen, dat we je graag meer uitleg geven. Ook handig voor die andere ‘moetjes’ in huis, zoals het schilderen van de trap, deuren en kozijnen.

Ook lezen: Kleuren kiezen voor in huis: deze trucs en tools helpen je een handje!

©Тимур Конев - stock.adobe.com

Welke soorten muurverf zijn er?

Wanneer de veranderdrang in huis niet meer te temperen is, dan is het schilderen van een muur de meest voor de hand liggende klus: je creëert een heel nieuwe sfeer en het kost je alleen een blik verf, wat gereedschap en uiteraard tijd. Je hebt keuze uit de volgende verfsoorten voor de muur:

  • Latex: dit is de ‘gewone’ muurverf die we allemaal kennen en die je in alle bouwmarkten terugvindt in de schappen. Latex is goed ademende verf, overschilderbaar en toe te passen op de meeste muren. Latex is overigens ook geschikt voor het plafond; dit is namelijk dezelfde verf als op muren.

  • Schrobvaste muurverf: op plekken in huis waar vlekken op de loer liggen, bijvoorbeeld in de keuken of de speelkamer, is het verstandig om te kiezen voor speciale afwasbare verf. In principe is elke geverfde muur met een doekje af te nemen, maar gewone verf verliest al snel zijn matheid en diepe kleur. Schrobvaste muurverf is een acryllatex en doordat hij nauwelijks vocht doorlaat, kun je 'm goed boenen. Let wel: vaak duurt het een week of twee voordat de muur echt schrobvast is, omdat de verf nog moet uitharden. Kijk uit met de blender dus die eerste tijd!

  • Badkamerverf: steeds meer mensen verkiezen een gladde muur boven tegels in de badkamer. Kies in dat geval wel voor speciale badkamerverf – een vinyllatex – die waterafstotend, vochtbestendig en schimmelwerend is. Dat is bijna altijd zijdeglans verf, omdat deze afwerking goed tegen vocht kan. Houd er rekening mee dat de verf goed moet drogen en er meestal twee tot drie lagen nodig zijn. De ruimte is daarom een aantal dagen tot een week niet te gebruiken.

  • Krijtverf: houd je van een matte, poederige en bijna fluwelen uitstraling, dan is krijtverf een goede optie voor de muren. Het is redelijk makkelijk in gebruik en je kunt het ook aanbrengen op oude en andere verflagen. De verf heeft lijm als bindmiddel en daardoor dekt hij goed. Breng krijtverf alleen aan in ruimtes met weinig risico op vlekken, zoals de slaapkamer, want de verfsoort heeft als belangrijk nadeel dat vetten en vloeistoffen makkelijk geabsorbeerd worden. 

  • Kalkverf: vaak worden de termen krijt- en kalkverf door elkaar gebruikt. Dat zal door het matte eindresultaat komen, maar het zijn verschillende verfsoorten. Kalkverf heeft als belangrijkste bestand (het zal je niet verbazen) kalk en hierdoor is de verf ademend, schimmel-, brand- en bacteriewerend, milieuvriendelijk en haalt het ook nog eens CO² uit de lucht. Al met al zorgt dat voor een hoger prijskaartje, maar hoef je geen groot schildertalent te hebben. Je brengt de verf namelijk losjes aan voor een wat ‘wolkerig’ effect.  

  • Tadelakt of beton ciré: deze afwerkingen worden vaak gebruikt in de badkamer, maar zijn eigenlijk geen verfsoorten. Tadelakt is Marokkaans stucwerk met een mat, krijtachtig eindresultaat en het wat stoerdere beton ciré is betonstuc die met twee componentenlak waterdicht wordt gemaakt. Voor allebei geldt dat je er als amateurklusser beter niet zelf aan kunt beginnen. Net als gewoon stucwerk is het echt een vak en een specialist weet precies hoe je dit goed aanbrengt.

©bogdanhoda

Bereid je schilderklus goed voor door eerst de muren en stopcontacten af te plakken. Dat kost tijd, maar het eindresultaat mag er zijn.

Wat voor soort verf gebruik je voor hout?

Voor het verven van hout – van kast tot kozijn – ga je aan de slag met lak. Er zijn twee soorten lak: op waterbasis (acryl) en op terpentinebasis (alkyd). Verf op terpentinebasis is sterker, maar bevat schadelijke stoffen die verdampen tijdens het schilderen. Verf op waterbasis wordt verdund met water en is daardoor beter voor het milieu en de gezondheid. De glansgraad is wel lager dan bij verf op terpentinebasis. In huis wordt aangeraden alleen acryllak te gebruiken; alkyd kan nog wel buiten worden toegepast omdat de lucht daar sneller vervliegt.

Tip: Bekijk en vergelijk de bekendste verfmerken

Mat, zijdeglans of hoogglans

Er zijn drie soorten afwerkingen voor lak met elk zijn eigen uitwerking, maar ook zijn voor- en nadelen: 

  • Matte lak: kies je voor mat, dan houd je waarschijnlijk van minimale glans en een rustig eindresultaat. Matte lak absorbeert licht, maar reflecteert nauwelijks, waardoor oneffenheden dus bijna niet te zien zijn. Ideaal voor houtwerk dat ouder en niet meer helemaal strak is en het een en ander moet worden gecamoufleerd. Matte lak is wel lastiger schoonmaken en vaak wat poreuzer. 

  • Zijdeglans zit in het midden tussen mat en hoogglans en is de meest gebruikte afwerking. Het is goed dekkend, kleurvast, afwasbaar en reflecteert zonder dat het een al te spiegelend effect heeft. Ideaal voor meubels, maar bijvoorbeeld ook voor het schilderen van kozijnen.

  • Hoogglans lak is de meest harde lak en daardoor ideaal voor hout dat tegen een stootje moet kunnen. De trappen, binnendeuren en deurkozijnen bijvoorbeeld, maar ook dat kastje in de gang waar van alles op belandt en zelfs een badkamermeubel. Hoogglans reflecteert bovendien veel licht en werkt vergrotend op de ruimte. Door het gladde oppervlak is de verf goed te reinigen, maar je ziet daarentegen wel alle oneffenheden in het hout. Goed schuren voordat je gaat schilderen dus!

©Liliia - stock.adobe.com

Kozijnen schilderen? Gebruik dan bij voorkeur hoogglans lak: je hebt er langer plezier van en hoeft dus niet na een paar jaar weer aan de bak.

Verf voor metaal en kunststof

Wil je een metalen locker of een tafel met fineerlaag een nieuwe kleur geven? Dan vereist de ondergrond meestal een andere aanpak dan de standaard muur- en meubelmetamorfoses. Tenminste, de ondergrond verdient extra aandacht: het gebruik van een primer of grondverf is hierbij van groot belang. Kies daarom altijd een primer die geschikt is voor het betreffende materiaal. Het aflakken kun je daarna met gewone matte, zijdeglans of houtlak doen. 

Een radiatior, houtkachel, barbecue of andere metalen objecten die warm worden, hebben wel een speciale hittebestendige verf nodig. Deze lak is bestand tegen extreem hoge temperaturen tot wel 650 graden Celsius. Let wel, deze verf is alleen geschikt voor de buitenkant van deze objecten.

6 tips voor duurzaam schilderen

Geen enkele verf is echt helemaal duurzaam, maar je kunt wel duurzamere keuzes maken. Wat betreft de verfsoort of het verfmerk, maar ook of schilderen echt noodzakelijk is. Een aantal tips:

  1. Is schilderen echt nodig of ziet de muur of het meubel er met een beetje bijwerken ook weer prima uit? Hardhout, metaal en kunststof hebben eigenlijk geen afwerking nodig. Sterker nog: als je eenmaal begint met het schilderen hiervan, heb je juist meer onderhoud.

  2. Ga voor kwaliteit: de samenstelling van de bestanddelen, toegevoegde pigmenten en bindmiddelen bepalen de dekkracht, duurzaamheid, kwaliteit en de manier van aanbrengen van de verf. Hoe beter de kwaliteit, des te langer je plezier hebt van het resultaat. Vaak hangt er een prijskaartje aan kwaliteit, maar uiteindelijk hoef je minder snel over te schilderen, en daar heeft het milieu ook profijt van. Check daarom altijd de dekkingsgraad; deze herken je aan het aantal m2 per liter dat op de verpakking wordt vermeld. Hoe hoger dat getal, des te beter de dekking. 

  3. Gebruik een primer die geschikt is voor het materiaal. Dan hecht de verf beter, heb je langer plezier van het resultaat en hoef je minder lagen lak aan te brengen.

  4. Let op keurmerken voor verf: die zien toe op zo min mogelijk milieubelasting door grondstoffen, schadelijke pigmenten, oplosmiddelen, vluchtige organische stoffen (VOS) en microplastics. Kies een muurverf die niet meer dan 30 gram VOS per liter bevat en houtverf met maximaal 130 gram VOS per liter. Deze informatie vind je terug op de verpakking.

  5. Gebruik altijd verf die bedoeld is voor gebruik door consumenten, want stoffen in industriële verf kunnen schadelijk zijn voor je gezondheid. Let er bij verf uit een spuitbus op dat deze niet de drijfgassen propaan, (iso-)butaan of lachgas bevat.

  6. De laatste jaren kun je steeds meer biobased verf kopen. Dat is verf die voor een groot deel met biobased grondstoffen is gemaakt (100 procent is technisch nog niet mogelijk). Wanneer je wilt weten of er biobased grondstoffen zijn gebruikt, check dan het TüV OK biobased keurmerk.

Kijk voor meer tips over verantwoord verf kiezen op Milieucentraal.nl.

©contrastwerkstatt

Hulp nodig bij het kiezen van de juiste kleur? Gebruik een kleurenkaart of een van de vele handige apps.

Deze apps helpen je met het kiezen van de juiste kleur

Weet je welke soort verf je nodig hebt? Dan volgt de tweede hobbel: het kiezen van de juiste kleur. In de bouwmarkt of bij de verfhandel kun je meestal kleurenkaarten meenemen of een monster op een groter formaat aanvragen, zodat je thuis kunt kijken of die tint op die ene muur in huis nog steeds jouw favoriet is. En toch blijkt het lastig om van dat kleine kaartje een muurgrote voorstelling te maken. Een kleuren-app kan helpen om je wél een goed beeld van het uiteindelijke resultaat te geven. We noemen er een aantal:

  • Flexa Visualizer: een gratis app voor je iPhone of Android-telefoon waarmee je de kamer kunt scannen en die aangeeft welke muur een andere kleur moet krijgen. Je kunt honderden kleuren uitproberen en ziet meteen welk effect het heeft. Ook handig: de app vindt ook de verfkleur die precies overeenkomt met de bank of een detail uit een schilderij.

  • Histor MY Color: een soortgelijke app als die van Flexa. Je kunt met deze app aan de hand van inspiratiebeelden de best matchende kleur vinden en daarna virtueel de kleur op jouw wanden toveren. De app geeft ook suggesties voor goede kleurcombinaties en helpt zo met een persoonlijk kleurpalet.

  • Paint my wall: met deze kleuren-app kun je virtueel schilderen. Zo kun je blijven uitproberen totdat je de mooiste kleurencombinatie gevonden hebt. Je 'schildert' met je vingers op de muren om ze een kleurtje te geven en gumt het zo weer uit als je per ongeluk het halve plafond hebt meegenomen. Was het in echt ook maar zo simpel! Het resultaat kun je daarna delen om te checken wat anderen van je creatie vinden.

Ook de bekende verfmerken Sikkens en Sigma hebben handige verf-apps.

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.