ID.nl logo
Weg schilderstress: zo kies je de juiste verfsoort voor jouw klus in huis
Gezond leven

Weg schilderstress: zo kies je de juiste verfsoort voor jouw klus in huis

Schilderen is net als je koffers pakken: je denkt dat het zo is gepiept, maar het valt altijd weer tegen. Soms zit dat 'm in je skills, maar veel vaker in de voorbereiding. En die begint bij schilderen met het uitkiezen van de juiste verf voor jouw klus. Heb je eenmaal de juiste verfsoort, dan weet je ook welke kwast of roller daarbij hoort en wanneer je een nieuwe laag mag aanbrengen. Daarom een overzicht van de verschillende soorten verf, plus tips voor duurzaam schilderen.

Voor elke klus een andere verfsoort

Dat je voor een nieuwe kleur op de muur muurverf en voor het pimpen van een houten kastje lak nodig hebt, dat is bij de meeste thuisklussers wel bekend. Maar binnen die categorieën zijn er zo veel verschillende soorten verf met elk weer een ander resultaat en specifieke manier van aanbrengen, dat we je graag meer uitleg geven. Ook handig voor die andere ‘moetjes’ in huis, zoals het schilderen van de trap, deuren en kozijnen.

Ook lezen: Kleuren kiezen voor in huis: deze trucs en tools helpen je een handje!

Welke soorten muurverf zijn er?

Wanneer de veranderdrang in huis niet meer te temperen is, dan is het schilderen van een muur de meest voor de hand liggende klus: je creëert een heel nieuwe sfeer en het kost je alleen een blik verf, wat gereedschap en uiteraard tijd. Je hebt keuze uit de volgende verfsoorten voor de muur:

  • Latex: dit is de ‘gewone’ muurverf die we allemaal kennen en die je in alle bouwmarkten terugvindt in de schappen. Latex is goed ademende verf, overschilderbaar en toe te passen op de meeste muren. Latex is overigens ook geschikt voor het plafond; dit is namelijk dezelfde verf als op muren.

  • Schrobvaste muurverf: op plekken in huis waar vlekken op de loer liggen, bijvoorbeeld in de keuken of de speelkamer, is het verstandig om te kiezen voor speciale afwasbare verf. In principe is elke geverfde muur met een doekje af te nemen, maar gewone verf verliest al snel zijn matheid en diepe kleur. Schrobvaste muurverf is een acryllatex en doordat hij nauwelijks vocht doorlaat, kun je 'm goed boenen. Let wel: vaak duurt het een week of twee voordat de muur echt schrobvast is, omdat de verf nog moet uitharden. Kijk uit met de blender dus die eerste tijd!

  • Badkamerverf: steeds meer mensen verkiezen een gladde muur boven tegels in de badkamer. Kies in dat geval wel voor speciale badkamerverf – een vinyllatex – die waterafstotend, vochtbestendig en schimmelwerend is. Dat is bijna altijd zijdeglans verf, omdat deze afwerking goed tegen vocht kan. Houd er rekening mee dat de verf goed moet drogen en er meestal twee tot drie lagen nodig zijn. De ruimte is daarom een aantal dagen tot een week niet te gebruiken.

  • Krijtverf: houd je van een matte, poederige en bijna fluwelen uitstraling, dan is krijtverf een goede optie voor de muren. Het is redelijk makkelijk in gebruik en je kunt het ook aanbrengen op oude en andere verflagen. De verf heeft lijm als bindmiddel en daardoor dekt hij goed. Breng krijtverf alleen aan in ruimtes met weinig risico op vlekken, zoals de slaapkamer, want de verfsoort heeft als belangrijk nadeel dat vetten en vloeistoffen makkelijk geabsorbeerd worden. 

  • Kalkverf: vaak worden de termen krijt- en kalkverf door elkaar gebruikt. Dat zal door het matte eindresultaat komen, maar het zijn verschillende verfsoorten. Kalkverf heeft als belangrijkste bestand (het zal je niet verbazen) kalk en hierdoor is de verf ademend, schimmel-, brand- en bacteriewerend, milieuvriendelijk en haalt het ook nog eens CO² uit de lucht. Al met al zorgt dat voor een hoger prijskaartje, maar hoef je geen groot schildertalent te hebben. Je brengt de verf namelijk losjes aan voor een wat ‘wolkerig’ effect.  

  • Tadelakt of beton ciré: deze afwerkingen worden vaak gebruikt in de badkamer, maar zijn eigenlijk geen verfsoorten. Tadelakt is Marokkaans stucwerk met een mat, krijtachtig eindresultaat en het wat stoerdere beton ciré is betonstuc die met twee componentenlak waterdicht wordt gemaakt. Voor allebei geldt dat je er als amateurklusser beter niet zelf aan kunt beginnen. Net als gewoon stucwerk is het echt een vak en een specialist weet precies hoe je dit goed aanbrengt.

©bogdanhoda

Bereid je schilderklus goed voor door eerst de muren en stopcontacten af te plakken. Dat kost tijd, maar het eindresultaat mag er zijn.

Wat voor soort verf gebruik je voor hout?

Voor het verven van hout – van kast tot kozijn – ga je aan de slag met lak. Er zijn twee soorten lak: op waterbasis (acryl) en op terpentinebasis (alkyd). Verf op terpentinebasis is sterker, maar bevat schadelijke stoffen die verdampen tijdens het schilderen. Verf op waterbasis wordt verdund met water en is daardoor beter voor het milieu en de gezondheid. De glansgraad is wel lager dan bij verf op terpentinebasis. In huis wordt aangeraden alleen acryllak te gebruiken; alkyd kan nog wel buiten worden toegepast omdat de lucht daar sneller vervliegt.

Tip: Bekijk en vergelijk de bekendste verfmerken

Mat, zijdeglans of hoogglans

Er zijn drie soorten afwerkingen voor lak met elk zijn eigen uitwerking, maar ook zijn voor- en nadelen: 

  • Matte lak: kies je voor mat, dan houd je waarschijnlijk van minimale glans en een rustig eindresultaat. Matte lak absorbeert licht, maar reflecteert nauwelijks, waardoor oneffenheden dus bijna niet te zien zijn. Ideaal voor houtwerk dat ouder en niet meer helemaal strak is en het een en ander moet worden gecamoufleerd. Matte lak is wel lastiger schoonmaken en vaak wat poreuzer. 

  • Zijdeglans zit in het midden tussen mat en hoogglans en is de meest gebruikte afwerking. Het is goed dekkend, kleurvast, afwasbaar en reflecteert zonder dat het een al te spiegelend effect heeft. Ideaal voor meubels, maar bijvoorbeeld ook voor het schilderen van kozijnen.

  • Hoogglans lak is de meest harde lak en daardoor ideaal voor hout dat tegen een stootje moet kunnen. De trappen, binnendeuren en deurkozijnen bijvoorbeeld, maar ook dat kastje in de gang waar van alles op belandt en zelfs een badkamermeubel. Hoogglans reflecteert bovendien veel licht en werkt vergrotend op de ruimte. Door het gladde oppervlak is de verf goed te reinigen, maar je ziet daarentegen wel alle oneffenheden in het hout. Goed schuren voordat je gaat schilderen dus!

Kozijnen schilderen? Gebruik dan bij voorkeur hoogglans lak: je hebt er langer plezier van en hoeft dus niet na een paar jaar weer aan de bak.

Verf voor metaal en kunststof

Wil je een metalen locker of een tafel met fineerlaag een nieuwe kleur geven? Dan vereist de ondergrond meestal een andere aanpak dan de standaard muur- en meubelmetamorfoses. Tenminste, de ondergrond verdient extra aandacht: het gebruik van een primer of grondverf is hierbij van groot belang. Kies daarom altijd een primer die geschikt is voor het betreffende materiaal. Het aflakken kun je daarna met gewone matte, zijdeglans of houtlak doen. 

Een radiatior, houtkachel, barbecue of andere metalen objecten die warm worden, hebben wel een speciale hittebestendige verf nodig. Deze lak is bestand tegen extreem hoge temperaturen tot wel 650 graden Celsius. Let wel, deze verf is alleen geschikt voor de buitenkant van deze objecten.

6 tips voor duurzaam schilderen

Geen enkele verf is echt helemaal duurzaam, maar je kunt wel duurzamere keuzes maken. Wat betreft de verfsoort of het verfmerk, maar ook of schilderen echt noodzakelijk is. Een aantal tips:

  1. Is schilderen echt nodig of ziet de muur of het meubel er met een beetje bijwerken ook weer prima uit? Hardhout, metaal en kunststof hebben eigenlijk geen afwerking nodig. Sterker nog: als je eenmaal begint met het schilderen hiervan, heb je juist meer onderhoud.

  2. Ga voor kwaliteit: de samenstelling van de bestanddelen, toegevoegde pigmenten en bindmiddelen bepalen de dekkracht, duurzaamheid, kwaliteit en de manier van aanbrengen van de verf. Hoe beter de kwaliteit, des te langer je plezier hebt van het resultaat. Vaak hangt er een prijskaartje aan kwaliteit, maar uiteindelijk hoef je minder snel over te schilderen, en daar heeft het milieu ook profijt van. Check daarom altijd de dekkingsgraad; deze herken je aan het aantal m2 per liter dat op de verpakking wordt vermeld. Hoe hoger dat getal, des te beter de dekking. 

  3. Gebruik een primer die geschikt is voor het materiaal. Dan hecht de verf beter, heb je langer plezier van het resultaat en hoef je minder lagen lak aan te brengen.

  4. Let op keurmerken voor verf: die zien toe op zo min mogelijk milieubelasting door grondstoffen, schadelijke pigmenten, oplosmiddelen, vluchtige organische stoffen (VOS) en microplastics. Kies een muurverf die niet meer dan 30 gram VOS per liter bevat en houtverf met maximaal 130 gram VOS per liter. Deze informatie vind je terug op de verpakking.

  5. Gebruik altijd verf die bedoeld is voor gebruik door consumenten, want stoffen in industriële verf kunnen schadelijk zijn voor je gezondheid. Let er bij verf uit een spuitbus op dat deze niet de drijfgassen propaan, (iso-)butaan of lachgas bevat.

  6. De laatste jaren kun je steeds meer biobased verf kopen. Dat is verf die voor een groot deel met biobased grondstoffen is gemaakt (100 procent is technisch nog niet mogelijk). Wanneer je wilt weten of er biobased grondstoffen zijn gebruikt, check dan het TüV OK biobased keurmerk.

Kijk voor meer tips over verantwoord verf kiezen op Milieucentraal.nl.

©contrastwerkstatt

Hulp nodig bij het kiezen van de juiste kleur? Gebruik een kleurenkaart of een van de vele handige apps.

Deze apps helpen je met het kiezen van de juiste kleur

Weet je welke soort verf je nodig hebt? Dan volgt de tweede hobbel: het kiezen van de juiste kleur. In de bouwmarkt of bij de verfhandel kun je meestal kleurenkaarten meenemen of een monster op een groter formaat aanvragen, zodat je thuis kunt kijken of die tint op die ene muur in huis nog steeds jouw favoriet is. En toch blijkt het lastig om van dat kleine kaartje een muurgrote voorstelling te maken. Een kleuren-app kan helpen om je wél een goed beeld van het uiteindelijke resultaat te geven. We noemen er een aantal:

  • Flexa Visualizer: een gratis app voor je iPhone of Android-telefoon waarmee je de kamer kunt scannen en die aangeeft welke muur een andere kleur moet krijgen. Je kunt honderden kleuren uitproberen en ziet meteen welk effect het heeft. Ook handig: de app vindt ook de verfkleur die precies overeenkomt met de bank of een detail uit een schilderij.

  • Histor MY Color: een soortgelijke app als die van Flexa. Je kunt met deze app aan de hand van inspiratiebeelden de best matchende kleur vinden en daarna virtueel de kleur op jouw wanden toveren. De app geeft ook suggesties voor goede kleurcombinaties en helpt zo met een persoonlijk kleurpalet.

  • Paint my wall: met deze kleuren-app kun je virtueel schilderen. Zo kun je blijven uitproberen totdat je de mooiste kleurencombinatie gevonden hebt. Je 'schildert' met je vingers op de muren om ze een kleurtje te geven en gumt het zo weer uit als je per ongeluk het halve plafond hebt meegenomen. Was het in echt ook maar zo simpel! Het resultaat kun je daarna delen om te checken wat anderen van je creatie vinden.

Ook de bekende verfmerken Sikkens en Sigma hebben handige verf-apps.

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: