ID.nl logo
Zo repareer je een scheur in een binnenmuur
© Andrey Gonchar - stock.adobe.com
Huis

Zo repareer je een scheur in een binnenmuur

In je huis ontdek je opeens een scheur in een muur van een kamer. Dat is best even schrikken. Maar een scheur is meestal niet gevaarlijk. Bovendien repareren klussers het gewoon zelf! In deze handleiding lees je hoe je een gat in de muur opvult.

Niemand zit te wachten op een scheur in een binnenmuur. In deze handleiding leggen we je uit welke scheuren eventueel gevaarlijk zijn en welke je makkelijk zelf repareert!

  • Welke materiaal en gereedschap heb je nodig?
  • Soorten scheuren en de risico’s
  • De wand voorbereiden
  • Het opvullen van de scheur
  • Het afwerken van de wand

Heb je al het gereedschap dat je nodig hebt? Ontdek wat je niet kunt missen en lees ook: Het belangrijkste gereedschap voor elke hobbyklusser.

GereedschapMateriaal
• Schroevendraaier• Muurvuller
• Verfkrabber• Ontvetter
• Plamuurmes
• Stoffer of schone kwast
• Schuurpapier

Is de scheur gevaarlijk?

Een scheur niet alleen lelijk, veel mensen krijgen er een onveilig gevoel van. Dat begrijpen we helemaal. Gelukkig zijn de meeste scheuren niet meteen bedreigend voor de constructie. Maar er zijn kenmerken die vragen om een inspectie door een specialist. Deze risicosignalen zijn:
• Het snel groter worden van de scheur.
• De scheur loopt voornamelijk horizontaal over de muur.
• Delen van de wand onder en boven de scheur staan niet meer recht onder elkaar.

Bij twijfel is het altijd verstandig om een professional naar de muur te laten kijken. Scheuren die echt in de constructie zitten, zijn namelijk niet zomaar te repareren en vragen om meer deskundigheid.

Een scheur in het stucwerk

De meeste scheuren in je woning zitten niet echt in de muur zelf, maar in het stucwerk. Hierdoor zijn ze ongevaarlijk, omdat stucwerk geen dragende functie heeft.

Losse deeltjes wegkrabben

We gaan de scheur uiteindelijk opvullen met muurvuller. Maar eerst zorgen we voor een goede ondergrond. Rondom de scheur laat de verf vaak een beetje los. Deze losse deeltjes haal je weg. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een schroevendraaier, verfkrabber of plamuurmes.

Is de scheur in de muur erg smal? Dan krab je een beetje van de muur weg. Dat klinkt misschien wat gek, maar hierdoor maak je ruimte voor de muurvuller en gaat de rest van de reparatie uiteindelijk makkelijker.

©Yekatseryna

De muur schoonmaken

Stofdeeltjes en dergelijke werken een goede hechting van de muurvuller tegen. Gebruik daarom een stoffer of een schone kwast om de muur schoon te vegen.

Soms kan er vettige aanslag op de muur zitten, bijvoorbeeld in de buurt van de keuken. De boel een beetje ontvetten is dan geen overbodige luxe. Dat doen we wederom om de hechting van de vuller te bevorderen. Gebruik standaard ontvetter, bijvoorbeeld afwasmiddel of groene zeep, en reinig de muur.

©Yekatseryna

Muurvuller hecht alleen goed op een schone ondergrond.

Muurvuller kiezen

Muurvuller is verkrijgbaar in kant-en-klare vorm en in een variant die je zelf nog moet mengen. We raden de kant-en-klare versie aan. Hierdoor heeft het altijd de juiste consistentie en bovendien is die in kleine verpakkingen verkrijgbaar. Als hobbyklusser heb je tenslotte geen enorme hoeveelheden nodig. Verder adviseren we om muurvuller in een kitspuit te kopen. Hiermee kun je diepere scheuren makkelijker opvullen.

Ook interessant voor jou: Zo herstel je een te groot boorgat in de muur

De muurvuller aanbrengen

De voorbereidingen zijn gedaan, dus we gaan nu echt aan de slag! Het is verstandig om de muurvuller laagje voor laagje aan te brengen. Het middel krimpt bij het drogen en dus zul je de scheur minstens twee keer moeten behandelen. Gelukkig drogen moderne muurvullers erg snel, meestal binnen een kwartier.

Werkwijze

Probeer de eerste laag van de muurvuller zo diep mogelijk in de scheur te spuiten. Idealiter houd je het kitpistool onder een hoek van ongeveer 45 graden. Neem vooral rustig de tijd. Een laag van ongeveer een centimeter per keer is prettig werken. Herhaal deze stap tot de scheur helemaal opgevuld is. Veel scheuren zijn niet veel meer dan een centimeter diep. Dan is één laag plus een laagje om af te werken vaak voldoende.

©Yekatseryna

De laatste laag gladstrijken

Is de scheur helemaal opgevuld? Gebruik dan een plamuurmes om de laatste laag muurvuller glad te strijken. Doe dit meteen na het aanbrengen en dus voordat de laag opdroogt.

Soms helpt het om het plamuurmes een beetje nat te maken. Ben je nog niet helemaal tevreden? Herhaal deze stap dan. Als je de laag goed gladstrijkt met een plamuurmes steekt de muurvuller als het goed is niet uit de muur. Is dat toch gebeurt? Gebruik dan een stukje schuurpapier om het weer glad te schuren.

De muur afwerken

De scheur is nu opgevuld, maar je wand is er door de muurvuller niet mooier op geworden. Je zult helaas opnieuw moeten verven of behangen.

Om kleur- en structuurverschil te voorkomen, is het eigenlijk altijd nodig om de complete muur opnieuw te schilderen. Misschien zit je daar niet op te wachten, maar je kunt het ook zien als een kans om de hele kamer een fris nieuw uiterlijk te geven!

©Grigor Ivanov

Geen zin om zelf te schilderen?

Vraag een offerte aan via de Schilderdienst van Kieskeurig.nl
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.