ID.nl logo
Vijver in de tuin aanleggen: wat komt er allemaal bij kijken?
© white78 - stock.adobe.com
Huis

Vijver in de tuin aanleggen: wat komt er allemaal bij kijken?

Een vijver met waterlelies, kwakende kikkers en af en toe een libelle staat op de wishlist van veel mensen. Goed nieuws: zo’n vijver hoeft ook helemaal niet groot te zijn en is nog een natuurlijke klimaatbuffer ook. Nog meer goed nieuws: je kunt de vijver prima zelf aanleggen. Maar hoe doe je dat, een vijver aanleggen? Wat komt er allemaal bij kijken?

  • Een vijver aanleggen kun je zelf. Je hebt er even wat spierkracht voor nodig én een goed plan.
  • Kies tussen een vijver van folie (waar je zelf de vorm en grootte bepaalt) en een kant-en-klare vijverbak.
  • Denk ook na over een vijverpomp, die de waterkwaliteit verbetert.
  • Toch met de tuin bezig? Lees dan: Zo maak je een lichtplan voor slimme verlichting in de tuin. Kun je je nieuwe vijver mooi uitlichten!

Waar kun je de vijver het beste maken?

Waarschijnlijk heb je al een goed idee over waar de vijver moet komen. Probeer hem in elk geval deels in de zon aan te leggen. Dat is goed voor de planten en de vissen.

Er zit geen minimale of maximale afmeting aan een vijver, maar er is wel wat onderhoud. Hoe groter, hoe meer werk. Je kunt zelfs al een minivijver in een speciekuip maken. Deze graaf je in, je zet er planten in en maakt verdiepingen met stenen. Vullen met water en planten en klaar is je vijvertje. Leuk ook om met kinderen te maken!

Wanneer kun je het beste een vijver aanleggen?

Een vijver kun je het beste in het voorjaar aanleggen, maar het najaar kan ook. De zomer is het minst geschikt, omdat er dan teveel zon is en het water opwarmt. De jonge waterplanten zijn nog niet gewend en filteren het water niet voldoende, waardoor je hoogstwaarschijnlijk veel algen krijgt.

Vijver met vijverfolie of vijverbak

Je kunt een kant-en-klare vijverbak kopen, of zelf een vorm kiezen en je vijver met vijverfolie maken.

Met een voorgevormde kunststof vijverbak ben je lekker snel klaar. Je hoeft geen rekening te houden met vormen en maten, want die heeft de bak standaard. Ook zijn ze stevig en gaan ze lang mee. Maar een vijverbak is vaak wel wat duurder. Bovendien moet je het doen met de vorm die de fabrikant voor jou heeft bedacht.

Met vijverfolie ben je de baas over je eigen ontwerp. Jij bepaalt de vorm, de diepte en de grootte van je vijver. Zo krijg je een unieke vijver die precies past bij je tuin. Denk wel goed na over het ontwerp. Het is handig om hoogteverschillen en niet te rechte wanden te maken. Zo geef je de beplanting meer mogelijkheden om te groeien. Vijverfolie is iets gevoeliger dan een kunststof bak, vooral bij hoge temperaturen.

©irklig - stock.adobe.com

Kies je voor vijverfolie? Haal dan de rekenmachine maar tevoorschijn. De hoeveelheid vijverfolie die je nodig hebt, bereken je gemakkelijk zelf:

  • Lengte: maximale vijver lengte + 2 x diepte van de vijver. Daarbij tel je 2 x 70 cm op, dat is overlap.
  • Breedte: maximale vijver breedte + 2 x diepte van de vijver. Ook weer plus 2 x 70 cm.
  • Lengte x de breedte = het aantal vierkante meter vijverfolie dat je nodig hebt

Wat heb je nodig om een vijver aan te leggen

Om je vijver aan te leggen, heb je enkele basis onderdelen en gereedschap nodig:

Vijverfolie of kunststof vijvervorm. Die zorgt ervoor dat het water niet weglekt. Je kunt kiezen uit verschillende materialen, zoals PVC of rubber.
Gereedschap. Je hebt verschillende gereedschappen nodig, zoals een schep of graafmachine, een waterpas en een meetlint. Een kruiwagen is ook handig om grond af te voeren.
Zand om tussen de folie en de ondergrond te leggen.
Vijverpomp. Niet iedere vijver heeft een pomp, maar een vijverpomp werkt als filter en zorgt ervoor dat het water in beweging blijft, wat de groei van planten en vissen helpt.
Planten. Dit zijn natuurlijke filters en zorgen voor zuurstof in het water. Kies planten die geschikt zijn voor een vijver en let erop dat je niet te veel planten in je vijver zet.
Vissen. Natuurlijk erg leuk, gezellige visjes in de vijver. Doe er alleen niet te veel vissen in, want dan gaat de waterkwaliteit achteruit.
• Eventueel materiaal voor de randafwerking.
Water. Natuurlijk heb je water nodig om je vijver te vullen. Opgevangen regenwater is geschikt en goed voor het milieu.

©Andrea - stock.adobe.com

Wat doet een vijverpomp?

Een vijverpomp brengt lucht in je vijver. Het apparaat pompt water uit de vijver en leidt het door een filter, waarbij het vuil en afval verwijdert. Het water dat terug in de vijver gepompt wordt, is zuiver en rijk aan zuurstof.

Het belangrijkste voordeel van een vijverpomp is dat het een gezonde leefomgeving creëert voor de vissen, andere waterdieren en planten in de vijver. Het houdt het water in beweging, wat bijdraagt aan de zuurstofvoorziening en de groei van planten in en rond de vijver. Bovendien voorkomt een vijverpomp dat water stilstaat en onaangename geuren en algenproblemen ontstaan.

Een vijverpomp is niet per se nodig, want planten kunnen het water ook filteren. Voor vijvers met vissen is het meestal wél aangeraden. Met een pomp is het water meestal schoner en doen de planten het ook beter.

Hoe leg je zelf een vijver aan in de tuin - een stappenplan

Met dit stappenplan maak je zelf een vijver in je tuin, die binnen de kortste keren vol leven zit.

1: Bepaal de grootte en diepte van je vijver. Als je vissen in je vijver wilt hebben, zorg er dan voor dat de diepte minstens 80 cm is. Als je manden met waterplanten in je vijver wilt plaatsen, zorg op die plek voor een diepte van minstens 40 cm. Wil je de randen van je vijver afwerken met moerasplanten, ga dan voor een diepte van ten minste 20 cm. Bedenk vooraf wat voor vorm je vijver wordt. Maak bij voorkeur verschillende dieptes met schuin aflopende randen. Zo kun je een variatie aan planten neerzetten en kunnen diertjes die er in vallen ook uit de vijver klimmen.
2: Graaf de vijver uit. Je kunt een schep gebruiken voor het graven. Als de vijver groot wordt, kun je ook een kleine graafmachine huren.
3: Leg direct na het graven een beschermlaag op de bodem van de vijver om te voorkomen dat er wortels van struiken, bomen of later waterplanten in de vijver groeien. Dat veroorzaakt lekkage. Gebruik hiervoor worteldoek met daarop zand, bijvoorbeeld speelzand. Het zand helpt ook tegen lekkage, maar is ook voor het wegvoeren van grondwater als dat nodig is.
4: Breng nu de vijverfolie aan. Begin met het aanbrengen van de vijverfolie in het diepste deel van de vijver en werk vanaf daar omhoog. Het is belangrijk om zoveel mogelijk plooien uit de vijverfolie te halen, maar een paar rimpels zijn niet erg. De druk van het water werkt die straks grotendeels weg. Leg het folie ook niet te strak, vanwege die waterdruk. Zorg ervoor dat je genoeg vijverfolie hebt en dat het folie ruim over de rand van de vijver gaat. Dit knip je pas later af. Werk je in de vijver, trek dan je schoenen uit.
5: Plaats de randafwerking. Nadat de vijverfolie is aangebracht, is het tijd om de randen af te werken. Je kunt verschillende soorten materialen gebruiken om de randen af te werken, zoals stenen, kiezelstenen of hout. Je kunt deze stap ook na het vullen doen, om het totaalplaatje beter te zien.
6: Vul de vijver. Nadat de randafwerking is geplaatst, kun je de vijver vullen met water. Gebruik je leidingwater, kies dan voor een tuinsproeier. Hiermee verdampt chloor dat in het water zit grotendeels.
7: Voeg planten en vissen toe. Als de vijver eenmaal gevuld is met water, kun je planten en vissen toevoegen. Let er wel op dat je alleen vissen in de vijver plaatst als deze diep genoeg is, anders kunnen de vissen in de winter doodvriezen. Als je de vijver in het voorjaar aanlegt, plaats je de planten zo snel mogelijk. Maak je de vijver in het najaar, dan kun je tot het voorjaar wachten. Wacht dan voor de zekerheid ook met vissen. Zet de waterplanten bij voorkeur in plantmanden, om te voorkomen dat ze gaan woekeren.

Een goed beplantingsplan voor je vijver bestaat in elk geval uit drie soorten waterplanten: zuurstofplanten, waterlelies en moerasplanten.

  1. Zuurstofplanten zorgen voor zuurstof in het water en helpen bij het filteren van het water. Hierdoor wordt de groei van algen beperkt.
  2. Waterlelies geven schaduw aan de vijver, wat voorkomt dat het water te warm wordt. Ook dat gaat algen tegen.
  3. Moerasplanten zorgen voor een mooie overgang van de vijver naar het land en kunnen dienen als nestplaats voor vogels en insecten. Ook nemen ze voedingsstoffen uit het water op, wat het water helderder maakt. Al deze planten dragen bij aan het creëren van een gezonde en aantrekkelijke omgeving voor vissen en andere waterdieren.

©marcinmaslowski - stock.adobe.com

Kun je ook zwemmen in de vijver?

Om te kunnen zwemmen in je vijver, zul je een speciale zwemvijver aan moeten leggen. Die is vaak groter en heeft alleen waterplanten op bepaalde plekken. Zo blijft er genoeg ruimte over om te kunnen zwemmen. In een vijver die met vijverfolie is gemaakt moet je sowieso heel voorzichtig doen, om lekkage tegen te gaan.

Een ‘gewone’ vijver is dus niet echt geschikt om te zwemmen. Heb je geen vijverpomp, dan is het helemaal afgeraden omdat er in de zomer misschien wat blauwalg kan ontstaan.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.