ID.nl logo
Plaatjes oppoetsen met PhotoScape X - deel 2
© Reshift Digital
Huis

Plaatjes oppoetsen met PhotoScape X - deel 2

Onlangs hebben we je laten kennismaken met PhotoScape X. We hebben ons toen beperkt tot de editor van dit gratis fotobewerkingspakket. Nu gaan we het hebben over enkele andere mogelijkheden, zoals delen uit foto’s halen, beelden in de batch bewerken en collages en animaties maken. De meer creatieve tools van PhotoScape dus.

Voor je  verder leest, raden we je aan eerst onze eerste PhotoScape X tutorial te lezen. Heb je die stappen gevolgd, dan heb je de software ook al gedownload. Zo niet, download PhotoScape X hier. Je vindt hier zowel de oudere versie van PhotoScape (voor Windows XP tot 7) als de nieuwe (Windows 10 en macOS). Deze laatste versie ziet er mooier uit dan de voorganger. 

Wil je alle mogelijkheden en extra’s uitproberen, dan kun je de aanschaf van de pro-versie overwegen (ongeveer 40 euro). Wij houden het hier bij de gratis editie en focussen ons op enkele leuke modules van het programma.

Tip: Bekijk ook eens ons overzicht met beste gratis fotobewerkingsprogramma's

Knipwerk

Wil je specifieke delen uit een foto selecteren om die weg te halen of transparant te maken? En wil je eventueel een andere achtergrond toevoegen? In dat geval kun je de editor beter verlaten en het tabblad Uitknippen openen. Rechtsboven zie je direct drie tools waarmee je bepaalde gebieden van je afbeelding kunt selecteren: Tovergummetje, Lasso en Penseel. De werkwijze is telkens verschillend. Welke tool je kiest hangt van de afbeelding en het beoogde gebied af.

Met het Tovergummetje hoef je maar op een bepaald punt in je foto te klikken om het aangrenzende gebied met (nagenoeg) dezelfde kleur te selecteren. Via de Tolerantie-schuifknop rechtsboven bepaal je in hoeverre die kleur mag afwijken van je ijkpunt. Verwijder het vinkje bij Aangrenzend als  je over de volledige foto heen gebieden met (ongeveer) dezelfde kleur wilt selecteren.

Met Lasso baken je zelf een gebied af via een soort Bézier-curve. Klik op het penseel met het minnetje om een gebied weer uit je selectie te halen. Met Penseel teken je letterlijk het gebied uit, met een aanpasbare penseelgrootte en -vorm. Maak volop gebruik van de zoomfunctie (onderaan links) om het gebied optimaal af te bakenen. Druk op de knop Masker omkeren als je alles behalve het afgebakende gebied transparant wilt maken. Via Herstel maak je je laatste actie ongedaan.

©PXimport

Knipmasker

Je kunt je knipsel ook als een masker bewaren, die kun je dan weer in een andere foto gebruiken. Als je bijvoorbeeld een gebied hebt gemarkeerd en je wilt alleen dat deel ingekleurd laten op de foto, dan klik je rechtsonderaan op Meer en kies Masker kopiëren. Over nu naar de Editor waar je dezelfde foto ophaalt. Hier klik je rechtsboven op Kleur en selecteer je in het uitklapmenu Grijswaarden in plaats van Oorspronkelijke kleur.

In hetzelfde venster klik je onderaan op de plusknop naast Masker. Druk op het knopje met de drie puntjes en kies Masker plakken. Druk vervolgens onderaan op de knop Masker omkeren. Als het goed is, wordt nu uitsluitend het fotodeel ingekleurd dat je als knipmasker hebt gebruikt.

©PXimport

In batch

We gaan nu niet opnieuw alle mogelijkheden van de editor uitleggen, maar we willen je wel vertellen hoe je dezelfde bewerkingen in één keer uitvoert op een hele reeks foto’s tegelijk. Zoals je al dacht, open je hiervoor het tabblad Batch. Sleep vanuit het voorbeeldvenster aan de linkerkant alle gewenste foto’s naar het middelste venster. Bovenaan staat een miniatuuroverzicht van de toegevoegde plaatjes.

De magie zit vooral in het rechtervenster. Hier kun je uit verschillende bewerkingsmogelijkheden kiezen: Uitsnijden, Invoegen, Vergroten/verkleinen, Kleur, Filter en Kader. De optie Curven is voorbehouden aan de pro-versie.

In principe hoef je nu alleen maar alle gewenste aanpassingen toe te passen op een willekeurige foto uit de toegevoegde reeks. Zodra je in een van de rubrieken een optie wijzigt, krijgt die rubriek een blauw vinkje. Zo weet je meteen in welke rubriek(en) je een of meer instellingen hebt gewijzigd. Hoe je een aanpassing ongedaan maakt, hangt af van de rubriek: je klikt op Herstellen, je kiest Oorspronkelijke […] of je verwijdert het vinkje naast een aangepaste optie.

©PXimport

Batchmanipulaties

Er zijn best veel aanpassingen mogelijk in de diverse rubrieken. We beperken ons hier tot één voorbeeld: het plaatsen van een logo of watermerk in een foto. Hiervoor open je de rubriek Invoegen en druk je op het plusknopje. Voor een tekstueel watermerk selecteer je vervolgens Tekst. Je kunt in het venster dat opent, je tekst invoeren en tot in de kleinste details aanpassen. Daarbij gaat het niet alleen om lettertype-, kleur en grootte, maar ook om de dekking, rotatiehoek, contouren en (slag)schaduw.

Om een logo toe te voegen kies je  Afbeelding en verwijs je naar het gewenste logobestand. Met het venster Afbeelding kun je het plaatje weer helemaal naar wens aanpassen. De mogelijkheden zijn hier vergelijkbaar met die bij tekst.

©PXimport

Collage-ontwerpen

Op het tabblad Combineren kun je weliswaar verschillende foto’s in één grotere foto opnemen, maar voor het creatievere combinatiewerk moet je op het tabblad Collage zijn.

Allereerst bepaal je hoeveel foto’s je in je collage wilt opnemen. Je hoeft hiervoor alleen maar het gewenste getal in een cirkel aan te klikken (van 2 tot 0, waarbij de nul voor de tien staat).

Onderaan het rechtervenster krijg je te zien welke ontwerpen beschikbaar zijn. Houd er rekening mee dat sommige ontwerpen zijn voorbehouden aan de betaalde versie, maar gezien de ruime keuze is dat niet eens zo erg. Bovendien zijn er zoveel opties dat elk ontwerp flink kan worden aangepast. Zodra je een geschikt ontwerp hebt geselecteerd, versleep je de foto’s naar het ontwerpsjabloon, per foto of alles in één keer. Met de Delete-knop haal je een foutieve foto weg.

Voor een betere positionering kun je de foto met een ingedrukte linkermuisknop verslepen. Om een foto van plaats te verwisselen, versleep je het blauwe cirkeltje naar een andere foto. Versleep de randen van een frame via de blauwe dubbele pijlknop om het formaat aan te passen. Wanneer je op een foto klikt, verschijnt er een dialoogvenster. Daarin kun je onder meer de zoomfactor, spiegeling, rotatiehoek, kleuren en (film)effecten aanpassen.

©PXimport

Collage-opties

In het rechtervenster vind je extra opties om niet zozeer de foto’s zelf dan wel de collage verder te optimaliseren. Om te beginnen kun je helemaal bovenaan de collagedimensies instellen. Met de dubbele pijlknop (rechtsboven) schakel je meteen over van een liggend naar een staand ontwerp, of omgekeerd.

Verder vind je hier nog schuifknoppen om de Tussenruimte, Marge en Ronding aan te passen. De achtergrond kun je gerust transparant maken, maar er zijn ook kleurrijke achtergronden beschikbaar. Die kun je bovendien nog volop aanpassen via van een handvol parameters: Roteren, Kleurtoon, Verzadiging, Schalen en X/Y-coördinaten.

Na afloop kun je de collage via Meer, Afdrukken meteen naar je printer sturen. Maar voor een controle is het goed om eerst Kopiëren naar klembord te kiezen en dan het tabblad Afdrukken te openen. Tenzij je meerdere collages op één blad wenst, druk je hier op de knop 1x1. Je kunt nu uit diverse printmodi kiezen: Vullen, Passen, Uitrekken of Dpi (zelf in te stellen).

©PXimport

Gif-animatie

Met Photoscape X kun je foto’s ook animeren. In de eenvoudigste vorm komt zo’n animatie erop neer dat je twee of meer foto’s toevoegt aan het middelste venster op het tabblad Gif-animatie. Hierna is elke toegevoegde foto standaard een halve seconde te zien is. Via de knop Afspelen zet je de animatie in gang.

Je voegt eenvoudig tekst in door die in het tekstvak te tikken. Door een van de negen cirkeltjes aan te klikken, bepaal je de positie van de tekst op de animatie. Je kunt hier verder onder meer de tekstkleur en het lettertype instellen. Ook bepaal je hier de Grootte (in pixels) van de animatie en de Duur (van 0,01 tot 30 seconden). Deze laatste stel je per afbeelding in, of met de knop Toepassen op Alles voor alle afbeeldingen tegelijk. Al laatste zijn er nog zes Overgangseffecten beschikbaar. Naast een eenvoudige verschuiving in een van de vier richtingen zijn er de effecten Verspreiden en Zoom.

Wanneer je de gif-animatie opslaat, verschijnt er eerst een dialoogvenster waar je bij Lus kunt aangeven hoeveel keer de animatie moet afspelen (Altijd of 1 tot 5 keer). We geven nog graag mee dat je zo’n gif-animatie bijvoorbeeld kunt bekijken in de Windows-app Foto’s, maar ook in een browser. Hiervoor druk je op Ctrl+O en verwijs je naar het gif-bestand.

©PXimport

Gereedschappen

We benoemen ook nog graag een aantal handige tools op het tabblad Gereedschappen. Een daarvan is Schermvastlegging. Je geeft eerst aan waar je de schermopname wilt plaatsen: Kopiëren naar Klembord of Openen in tabblad Editor. Vervolgens geef je aan welk schermdeel je precies wilt inblikken: Hele scherm, Venster, Selectie of Scherm met timer. In het laatste geval wacht de tool vijf seconden met het vastleggen van het scherm nadat je de knop Start timer hebt ingedrukt.

Een andere tool is Kleurkiezer. Die komt goed van pas als je exact dezelfde kleur wilt gebruiken als de kleur die je elders op het scherm ziet, bijvoorbeeld in een logo of in een programmavenster. Je stelt hiervoor eerst de gewenste zoomfactor in (tot 8x) en zodra het witte vierkantje precies boven de beoogde kleur staat, druk je op de spatiebalk, zodat de kleur wordt vastgelegd. 

De rgb-waarden worden naar het klembord gekopieerd en in het venster lees je de hsb-, cmyk- en hsl-waarden af. De gekopieerde kleur kun je dan in de editor gebruiken door bij een bepaalde functie (bijvoorbeeld bij Kader, Randen) het vakje bij Volle kleur aan te klikken en daar Plakken te kiezen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.