ID.nl logo
Dit zijn de beste Adobe Illustrator alternatieven
© Reshift Digital
Huis

Dit zijn de beste Adobe Illustrator alternatieven

Inmiddels ken je genoeg online alternatieven voor Adobe Photoshop om je foto’s te verfraaien, maar wat als je een leuk ontwerp wil maken op basis van digitale tekeningen? De standaard voor de professionele designer is Adobe Illustrator, maar voor de thuisgebruikers is dit pakket te duur en te complex. Gelukkig is er een schat aan online applicaties om vectortekeningen te maken, waarbij je niet eens iets op je pc hoeft te installeren. Wij geven je acht programma’s waar je zonder al te veel studie mee aan de slag kunt.

Tip 01: Gravit Designer

We zoeken nog steeds naar dat addertje in het gras. Het lijkt namelijk te mooi om waar te zijn dat een snelle en krachtige vectorontwerper als Gravit Designer helemaal gratis is. Maar toch is het zo. Gravit Designer werd in juni overgenomen door Corel, een concurrent van Adobe. De webapp werkt in alle belangrijke browsers én er zijn desktopversies voor Mac, Windows, Linux en Chrome OS. Je mag het programma rustig een basisversie van Illustrator noemen. Bovendien gebruikt dit programma een aantal sneltoetsen die identiek zijn aan de software van Adobe. De bibliotheek met instructiefilmpjes helpt je om het programma onder de knie te krijgen. Bovenop de uitgebreide set tools, krijg je een complete collectie aan vooraf ontworpen vormen, illustraties, pictogrammen en lijnen die je in je ontwerpen kunt gebruiken. Wel zo handig is dat je je ontwerp in de cloud van Gravit Designer kunt opslaan, zodat je op ieder denkbare locatie aan je project verder kunt werken.

©PXimport

Je kunt Gravit Designer gerust een basisversie van Illustrator noemen

-

Tip 02: Omzetten naar vector

Gravit Designer heeft een slimme functie om raster- of bitmap-afbeeldingen om te zetten in een vectorafbeelding. Gebruik hiervoor de functie Modify / Path / Vectorize image. Hiermee converteer je dus gemakkelijk een jpg- of png-plaatje tot een vectortekening die je vervolgens als dusdanig verder kunt bewerken. Het resultaat van je project kun je als pdf bewaren, als jpg of png of svg (scaleble vector graphics), wat een gangbaar vectorformaat is.

Om het je gemakkelijk te maken, heeft Gravit Designer negentien vooringestelde lay-outs voor het maken van ontwerpen op papier, vijftien presets voor inhoud op sociale media, acht voor webdesign, zeven voor tablets en zes voor smartphones. Alles is eenvoudig toegankelijk, waardoor het platform een uitstekende optie is voor beginners. Eén avondje studeren volstaat om met dit programma mooie dingen te kunnen maken.

©PXimport

Vector of raster

Dit artikel gaat specifiek over toepassingen om vectorafbeeldingen te maken en bewerken. Een foto is bijvoorbeeld een rasterafbeelding en geen vector. Maar wat is het verschil tussen beide? Veel gebruikers vertalen deze vraag als: wat is het verschil tussen Adobe Photoshop en Illustrator? Het eerste programma is zo ongeveer het slagschip om fotobewerkingen te maken, terwijl illustratoren en tekenaars juist naar het tweede programma grijpen. Daar waar een raster- of bitmap-afbeelding is opgebouwd uit pixels, stippen in een bepaalde kleur, is een vector een lijn een tussen twee punten, gebaseerd op een wiskundige formule. Met vectoren kun je verschillende vormen maken, bijvoorbeeld door een lijn van punt A naar punt B in een hoek van 42 graden te trekken. De software tekent de lijn aan de hand van een berekening tussen de twee gemaakte punten in plaats van met pixels. Deze techniek laat meteen zien waarom foto’s dus nooit uit vectoren opgebouwd kunnen worden.

Tip 03: Vectr

Is de leercurve van Gravit Designer je toch te steil, dan bevalt Vectr je misschien beter. Het programma is beschikbaar voor Windows-pc’s, computers met Linux en Chromebooks. Je kunt Vectr gratis downloaden naar je pc of online gebruiken. Vectr moet het vooral hebben van zijn eenvoud wat betreft het maken van snelle vectorontwerpen. Dat is direct al te zien, doordat er qua uitleg alleen maar een mini-tutorial aangeboden wordt. Vectr is vooral geschikt om coverpagina’s voor sociale media te maken. Er zijn vooraf ingestelde documentsjablonen en het is gemakkelijk om foto’s te importeren of tekst toe te voegen. ‘Makkelijker’ betekent in dit geval helaas ook minder functioneel dan bij Gravit Designer (zie tip 1). Wel nieuw in Vectr is dat elke afbeelding zijn eigen unieke internetadres heeft dat je met iedereen kunt delen. Ook handig is het raster dat je op het canvas kunt plaatsen waarop je de objecten kunt vastklikken. Bovendien kan Vectr goed overweg met lagen. Met een simpele sleepbeweging plaats je het ene object boven het andere. Uiteraard kun je de afgewerkte ontwerpen exporteren naar png, jpeg of svg.

©PXimport

Voordelen van vector

Vectorafbeeldingen bestaan uit meetkundige objecten zoals lijnen, cirkels of curves die door parameters zoals het beginpunt, eindpunt, straal, kantlengte, lijndikte, kleur en vulpatronen worden gedefinieerd. Moderne vector-tekenprogramma’s geven zelfs kleurverloop en transparantie weer. Het grote voordeel van vectorafbeeldingen ten opzichte van rasterplaatjes is dat je zo’n vector naar wens kunt vergroten zonder kwaliteitsverlies, omdat de opgeslagen parameters gewoon worden omgerekend naar de nieuwe afmeting. De weergavegrootte van een vectorafbeelding heeft geen invloed op de bestandsgrootte, die wordt bepaald door het aantal opgeslagen parameters.

©PXimport

De leercurve van Figma is steil, maar er is weinig dat je niet met het programma voor elkaar kunt krijgen

-

Tip 04: Figma

Figma is gericht op de gebruiker die eigenlijk reeds vertrouwd is met Illustrator. Ook dit programma komt met zowel een desktopversie (macOS, Windows en Linux) als webeditie. Met een gratis lidmaatschap mag je drie projecten maken en in een team met twee leden samenwerken. Figma is gebouwd om interfaces te ontwerpen en werkt heel nauw samen met bestanden die gemaakt zijn in Sketch. Er zijn trouwens ook mobiele apps voor iOS en Android zodat je je ontwerpen ook op locatie kunt bekijken of kunt laten zien aan anderen. De leercurve van Figma is steil, maar er is weinig dat je niet kunt doen met Figma. Het programma ondersteunt Google Fonts en al je eigen geïmporteerde offline lettertypen. Bovendien kun je componenten opslaan om die later te gebruiken in andere projecten. Heb je een ontwerp afgerond, dan kun je je werk exporteren als png, jpg of svg of je kunt de stijl kopiëren als css-code.

©PXimport

Svg

De typische vectorformaten zijn svg, eps, ai, cdr en wmf. Standaard gaan vrijwel alle online vector-editors voor het svg-formaat. Het fijne hieraan is dat je eenvoudig de code van de gemaakte illustratie(s) kunt kopiëren en deze op een willekeurige website kunt plakken. Svg is namelijk een xml-opmaaktaal die wordt gebruikt om tweedimensionale vectorafbeeldingen te beschrijven, waardoor zo’n bestand alleen maar uit tekst bestaat. De afbeelding wordt dus aan de hand van tekstuele gegevens opgebouwd, er komt geen enkele pixel aan te pas.

©PXimport

Tip 05: Boxy SVG

Over svg gesproken, Boxy SVG is een online svg-editor die werkt op Chromium-gebaseerde browsers. Dat is dus in de eerste plaats Chrome, maar ook Opera, Vivaldi en enkele minder bekende browsers zoals Yandex en Brave. Voordeel is dat je de afbeeldingen nooit hoeft te exporteren naar svg, want dit is het standaardformaat van Boxy SVG. Dit betekent meteen dat je de html-code van de afbeeldingen kunt kopiëren en rechtstreeks in een webpagina kunt plakken. Boxy SVG heeft alle basisgereedschappen voor het tekenen van vormen. Heel prettig is de integratie met Google Fonts, waardoor je toegang hebt tot een bijna eindeloze collectie gratis lettertypes. Er is ook een desktopversie voor Windows, Mac en Chrome OS, maar die zijn niet gratis. De macOS-versie kost bijvoorbeeld 10,99 euro.

©PXimport

Tip 06: Generatoren

Boxy SVG oogt eenvoudig, speels zelfs, maar toch herbergt deze online tool veel functies en interessante mogelijkheden. Zo vonden we een rechtstreekse verbinding met de bibliotheek van Open Clipart. In de set generatoren zit een converter om svg-ontwerpen te rasteren en een tool om QR-codes en streepjescodes samen te stellen. Bovendien bevat het een aantal bijzondere generatoren, zoals een generator om achtergronden te genereren op basis van driehoeken en de Parliamant chart, waarmee je razendsnel de samenstelling van een plenaire vergadering in beeld brengt.

©PXimport

Wie net zo creatief is als een baksteen, kan met Canva toch met professioneel uitziende ontwerpen voor de dag komen

-

Tip 07: Canva

Canva is een buitenbeentje in deze reeks. En wel om drie redenen. Canva dankt zijn populariteit omdat de gebruiker eigenlijk niets hoeft te tekenen. In deze browsergerelateerde ontwerptool gebruik je de 50.000 aanwezige sjablonen die je een beetje aanpast en samenvoegt. Op die manier stel je logo’s, e-bookomslagen, posters en advertenties samen. Ten tweede heeft Canva een specifiek verdienmodel. Heel veel sjablonen zijn gratis, maar vaak kom je toch uit bij elementen waarvoor je moet betalen. Ten derde laat Canva de gebruiker weinig ruimte voor eigen creativiteit. Er zijn geen tekengereedschappen, dus het is niet mogelijk om iets geheel nieuws te creëren. Kortom, wie net zo creatief is als een baksteen, kan via Canva toch met professioneel uitziende ontwerpen voor de dag te komen.

©PXimport

Tip 08: Inkscape

Inkscape heeft lang de reputatie gehad van het beste gratis Illustrator-alternatief. Hoewel het altijd een desktopprogramma is geweest, kun je met Inkscape wel degelijk online werken via de RollApp-service. RollApp is een cloudplatform voor applicaties waartoe je toegang krijgt via je mailadres, Facebook- of Google-account. Als je Inkscape opent in de browser komt het ietwat vreemd over, de volledige werkomgeving in namelijk in dat ene browservenster gepropt. Alles ziet er al stukken beter uit wanneer je de browser in schermvullende modus zet. Inkscape kan dan wel een krachtig programma zijn, maar het niet gemakkelijk te gebruiken en voelt ook een beetje sloom aan. Je kunt Inkscape het best gebruiken wanneer je onderweg een bestand wilt bewerken, maar door de opbouw van het programma is het niet bepaald uitnodigend om een project vanaf nul te beginnen.

©PXimport

Tip 09: Janvas

Een paar jaar geleden was Janvas een erg populaire svg-editor. De online editor ziet er nog steeds goed uit, maar helaas ligt de ontwikkeling al een tijdje stil. Janvas beschikt over functies als vormen, tekst, tekenhulpmiddelen, maskers en lagen en heeft een bibliotheek met pictogrammen, userinterface-elementen en fotoboeksjablonen. Ook de kant-en-klare texturen en filters kun je met één klik toepassen op je ontwerp. We houden van de donkere interface waardoor de kleuren mooi uitkomen, maar je moet goed zoeken om de lay-out van het programma een beetje naar je hand te zetten. Er is één belangrijk nadeel aan Janvas: het online programma ondersteunt geen sneltoetsen. Janvas is een behoorlijke keuze voor kleine, snelle projecten, maar voor complex werk schiet hij toch tekort.

©PXimport

Er is één belangrijk nadeel aan Janvas: het online programma ondersteunt geen sneltoetsen

-

Tip 10: Vecteezy

Vecteezy is een goede keuze als je een bestaand svg-bestand wilt aanpassen. Deze online tool bestaat in een gratis en premium variant. Kies je voor de betaalde versie (9 dollar per maand op jaarbasis) dan krijg je toegang tot de volledige bibliotheek met premium-afbeeldingen. Vecteezy werkt eenvoudig. Je krijgt pen- en schrijfgereedschappen en een set getekende illustraties die je kunt importeren in het project. Vecteezy Vector Editor is geladen met 800 lettertypen en meer dan 25.000 ontwerpelementen, waardoor je bijna oneindig de vectorafbeeldingen kunt aanpassen zonder dure software van derden te gebruiken. Ook het opslaan van de bestanden verloopt eenvoudig. Je exporteert het ontwerp naar svg, jpg of png zodat je de afbeelding onmiddellijk kunt downloaden.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.