ID.nl logo
Plaatjes oppoetsen met PhotoScape X
© Reshift Digital
Huis

Plaatjes oppoetsen met PhotoScape X

Een foto is zelden zoals je die wilt hebben. Om het beeld goed te krijgen, is er optimalisatiewerk nodig. Met PhotoScape X kun je prima foto’s (in batch) bewerken en verbeteren. En er kan nog veel meer: je kunt bijvoorbeeld een fotocollage maken, foto’s van leuke versieringen en tekst voorzien en animaties maken. Laten we beginnen met de editor.

PhotoScape bestaat al vele jaren en inmiddels zijn er zelfs twee versies beschikbaar, die beide (ook tegelijkertijd) onder Windows 10 draaien. PhotoScape 3.7 is geschikt voor Windows XP en hoger, PhotoScape X (momenteel 4.1.1) is er zowel voor Windows 10 als MacOS. Wat betreft functionaliteit ontlopen de twee elkaar weinig, maar de programma’s zien er wel totaal anders uit. PhotoScape 3.7 oogt wat ouderwets, terwijl PhotoScape X er met de zwarte interface modern en aantrekkelijk uitziet.

We gaan dus voor deze laatste (met dank aan lezer Jannes van der Laan voor deze tip). We houden het bij de gratis versie van PhotoScape X. Die heeft al talloze mogelijkheden en een opstapje naar de pro-variant is snel gebeurd, tenminste wie er 40 euro voor wil betalen. In dit artikel focussen we ons op de ingebouwde editor. 

©PXimport

Opstarten

Je vindt voor beide programma’s downloadlinks hier. De link naar PhotoScape X for Windows 10 gaat naar de Microsoft Store. Een paar muisklikken verder staat de fototool voor je klaar. Wanneer je linksboven het logoknopje indrukt, krijg je een overzicht te zien met vijftig links naar korte screencasts waarin telkens een andere functie wordt toegelicht. Nog meer screencasts (ongeveer tachtig) vind je hier.

Onmiddellijk naast het logoknopje staat het tabblad Weergave. Hiermee open je een bestandbrowser en zodra je hier een map met afbeeldingen opent, krijg je in het rechtervenster je foto’s in miniatuur te zien. Met een schuifknop onderaan regel je de weergavegrootte. Met de knopjes rechtsboven kun je uit andere weergaves kiezen.

Klik je een of meer foto’s met rechts aan dan komen meteen enkele handige opties tevoorschijn, zoals Vergroten/verkleinen, Roteren, Metagegevens (verwijderen) en Bewerken. Met deze laatste optie plaats je de foto’s in de Editor: het tabblad waarop we ons in de rest van dit artikel gaan focussen.

Verkenning

Laten we eerst de interface van de editor verkennen. Ook hier tref je de bestandsbrowser aan: de miniatuurfoto’s verschijnen onderaan en de geselecteerde foto komt in het middelste venster terecht om verder te bewerken. Via de pijlknoppen bovenaan kun je ook snel door je fotomap bladeren.

PhotoScape kan raw-foto’s weergeven en bewerken, maar kan die alleen bewaren in de klassieke formaten: jpeg, png, gif, bmp, tiff en webp. Bewerkte foto’s bewaren doe je via de knop Opslaan, rechtsonder. In dit venster kunt ook Project opslaan kiezen als je de foto later nog verder wilt bewerken.

Onderaan links vind je nog enkele knoppen terug waarmee je de fotoweergave aanpast, zoals de zoomfactor of een hulpraster. Erg handig zijn de knopjes rechtsonderaan. Zodra je een bewerking op een foto hebt uitgevoerd, kun je die hier altijd weer ongedaan maken en in een keer terugkeren naar het origineel, of snel schakelen tussen de bewerkte en de originele foto.

©PXimport

Gereedschapskist

In de meeste fotobewerkers kun je niet naast de gereedschapskist kijken. In PhotoScape zit die enigszins verborgen en komen de tools pas in beeld zodra je rechtsboven op Gereedschappen klikt. De tools Emmertje en Kloonstempel blijken voorbehouden aan de pro-versie, maar laat dat vooral de pret niet drukken. Er zijn namelijk nog vijftien andere gereedschappen waarmee je zo aan de slag kunt, zoals Snel retoucheerpenseel (met een muisklik verwijder je een onvolkomenheid), Rode ogen corrigeren en Kleur aanpassen.

We beperken ons hier als voorbeeld tot een tool waarmee je een specifiek deel scherp laat en de rest van de foto vervaagt. Open hiervoor Gereedschappen en kies Vaag. Je ziet nu vier vervagingstechnieken staan: Vaag, Vage lens, Mediaan en Bilateraal. Hiervan kun je de sterkte bepaalt met de onderste schuifknop.

Je moet nu wel nog aangeven op welke fotodelen je die vervaging wilt toepassen. Daarvoor klik je op het penseel Toevoegen (+) en nadat je de hardheid, de vorm en de grootte van het penseel hebt ingesteld, kun je het vervagingsgebied op je foto uittekenen. Fout gemaakt? Met de knop Aftrekken (-) haal je het gewraakte deel weer weg. Zet een vinkje bij Masker tonen als je dit rode vervagingsmasker permanent in beeld wilt. Ziet alles er goed uit, bevestig dan met de knop Toepassen.

©PXimport

Effecten

Elke creatieve fotobewerker voorziet natuurlijk ook in een aantal effecten en dat is bij PhotoScape X zeker niet anders. Klik bovenaan op de knop Bewerken en ga in het rechtervenster naar Effecten. Je krijgt dertig icoontjes te zien, waarvan er slechts twee aan de pro-editie zijn voorbehouden. Het effect is natuurlijk telkens anders, maar de onderliggende werking is behoorlijk gelijkwaardig, wat een en ander gebruiksvriendelijk maakt.

Zodra je een effect (zoals Kleurpotlood) selecteert, zet dit zich op de gehele foto door. Houd de knop Vergelijken even ingedrukt om de foto met en zonder effect te zien, of druk op het knopje met de twee cirkels om het verschil permanent in beeld te zien. De verticale scheidslijn laat zich altijd nog met de muis verslepen.

Om het effect te verzachten volstaat het om de schuifknop bij Hoeveelheid naar links te verplaatsen, maar je kunt het effect ook beperken tot een specifiek deel van je foto. Daarvoor klik je op het plusknopje bij Masker en kun je heel goed zelf bepalen op welk deel het effect zich mag doorzetten of juist niet. Om het masker te bepalen maak je standaard gebruik van de penseelmodus, maar er zijn nog andere maskermodi mogelijk. Daarvoor selecteer je een van de beschikbare modi, via de knopjes bovenaan. Via Maskermodus (1) bijvoorbeeld maak je dit masker snel cirkelvormig en hoef je maar de blauwe handgrepen te verslepen.

©PXimport

Nog meer effecten

Wie dacht dat PhotoScape X met de 28 exemplaren uit het effectenpaneel was uitgeteld, heeft niet goed rondgekeken. Bij Bewerken vind je namelijk nog veel meer opties, zowel bij het onderdeel Aanpassingen (22 in de gratis versie) als bij Transformaties (tien in de gratis versie).

En daarmee zijn we er nog lang niet. Via de knop Kleur, bovenaan, opent zich namelijk een venster waarin je een dozijn of wat kleureffecten kunt instellen en nog zo’n hoeveelheid extra via het knopje Meer. Ook hier kun je telkens met de inmiddels bekende maskers zelf aangeven waar deze effecten zich precies mogen doorzetten.

Over naar de knop Film, dat op zijn beurt acht rubrieken bevat. Stel, je wilt je foto’s een oude aanblik geven, zonder in dat eeuwige sepia te moeten vervallen. Dan heb je verschillende mogelijkheden, die je eventueel kunt combineren. Open de rubriek Oude foto’s en selecteer een van de vijf beschikbare effecten. Ook in de rubrieken Vuil en Extra’s vind je diverse effecten terug waarmee je je foto een wat verschenen of beschadigde aanblik geeft. Bij elk van deze effecten vind je onderaan een bedieningspaneel terug waarmee je het resultaat helemaal naar eigen hand zet.

Van bokeh tot geometrie

Je kunt je foto’s met PhotoScape X ook van allerlei versieringen en figuren voorzien. Als voorbeeld laten we je eerst zien hoe je bokeh toevoegt. Dat zijn wazige deeltjes in een foto, niet zelden in een bepaalde vorm. Daarna gaan we kijken hoe we allerlei geometrische figuren in een foto krijgen.

Beginnen we met bokeh. Druk daarvoor op de knop Licht en open de rubriek Bokeh. Helemaal onderaan druk je op de knop Vormen en selecteer je een geschikte vorm, waarna je met de muis boven de zestien beschikbare pictogrammen beweegt: het effect zie je telkens in je foto. Selecteer een geschikt bokehtype en pas onderaan zowel tinten, als Lichtheid, Schalen, Hoek en Verhouding naar wens aan.

Over naar de knop Invoegen, helemaal rechtsboven. Er komen nu diverse geometrische figuren tevoorschijn, zoals een pijl en een lijn en verder een vierkant (al dan niet met afgeronde hoeken) en een cirkel (al dan niet gevuld). Afhankelijk van de gekozen vorm komen er meer instellingsopties in beeld. Kies je bijvoorbeeld voor een pijl, dan kun je onder meer type, dikte, dekking, schaduw, hoek en kleur instellen. Deze laatste kun je ook zelf bepalen met behulp van een Kleurkiezer (pipet).

©PXimport

Tekst en titels

Het kan leuk zijn om af en toe een foto in je album van een korte tekst te voorzien. Daarvoor open je opnieuw Invoegen en kies je  Tekst. De modeltekst verschijnt meteen in je foto en kun je naar wens verplaatsen, schalen en roteren.

Vanuit het rechtervenster leg je nog heel wat andere opties vast, waaronder het lettertype, -kleur en -grootte, een eventuele achtergrond en schaduw. Je tekst vervormen kan net zo goed: plaats een vinkje bij Transformatie, klik op Transformeren en experimenteer naar hartenlust. Standaard zie je hier Geen staan, maar in het uitklapmenu vind je twintig mogelijke tekstfiguren terug, zoals Boog en Cirkel.

Je kunt de tekst natuurlijk ook bovenop een ander object plaatsen, bijvoorbeeld op een eerder toegevoegde rechthoek. Verdwijnt de tekst achter dat object, selecteer dan je tekst en klik in het rechtervenster op het knopje Naar voren. Het mag duidelijk zijn: PhotoScape X schreeuwt gewoon om je verbeelding. Veel plezier ermee!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.