ID.nl logo
Zo check je wie er op je wifi zit
© Reshift Digital
Huis

Zo check je wie er op je wifi zit

Om te voorkomen dat buren meeliften op je internetverbinding, is het belangrijk dat je je netwerk goed beveiligt. Twijfel je of anderen meeliften op je verbinding, dan zijn er diverse apps waarmee je een snelle check kunt uitvoeren om te zien wie er allemaal op je wifi zitten.

Wat gaan we doen?

In dit artikel leggen we je uit hoe je kunt zien welke apparaten allemaal verbonden zijn met je wifi-netwerk.

Stap 1: Netwerkapparaten

Om je netwerk te onderzoeken, heb je geen kostbare programma’s nodig die diepe controles doen en beveiligingsanalyses uitvoeren. We houden het eenvoudig. Het doel is om inzicht te krijgen in de verbonden apparaten. Hierbij wordt onder andere het IP-adres en de apparaatnaam getoond. Aan de hand van de apparaatnaam kun je meestal eenvoudig opmaken waarover het gaat, bijvoorbeeld een Raspberry Pi, printer, NAS, computer, smartphone of televisie.

©PXimport

Stap 2: Windows

Als je technisch onderlegd bent, kun je de apparaten in je netwerk opsporen via je modem of router. Bij de DHCP-instellingen zie je welke IP-adressen er zijn uitgedeeld. Helaas wordt de apparaatnaam meestal niet getoond en zie je alleen een technisch adres van het verbonden apparaat (MAC-adres).

Wireless Network Watcher geeft snel inzicht in je volledige netwerk: bedraad en draadloos. Zodra je Wireless Network Watcher opstart, krijg je je een volledig overzicht. Belangrijk zijn de kolommen IP Adress en Device name (naam van het apparaat). Als je hieraan niet ziet om welk apparaat het gaat, kijk je bij Network Adapter Company. Aan deze omschrijving is het meestal wel snel te zien. Dubbelklik op een apparaat voor meer informatie. Je kunt bij User text een aantekening toevoegen, bijvoorbeeld ‘router meterkast’ of ‘NAS werkkamer’.

Kun je toch niet achterhalen om welk apparaat het gaat? Schrik dan niet: het hoeft niet meteen te betekenen dat bijvoorbeeld je buurman op je netwerk zit. Mocht je merknamen tegenkomen die je niet kent, dan biedt Google vaak de oplossing. Gebruik de zoekmachine om te achterhalen waar de merknaam vandaan komt. Heb je er toch geen goed gevoel bij? Zorg dan dat je je wifi-wachtwoord verandert en het modem of de router herstart.

Je past het wifi-wachtwoord van je router aan via een browser op je Windows-computer of Mac(Book). Je hebt hiervoor de configuratiepagina nodig van je router. Je gaat daarvoor naar het standaard IP-adres van je router. Normaliter vind je die door 192.168.1.1 of 192.168.0.1 in de adresbalk te typen, maar het kan zijn dat jouw router een ander adres heeft. In veel gevallen staat het adres van de router op een sticker op de onderkant van het apparaat. Nadat je het IP-adres hebt ingevoerd, kun je inloggen op je router en je wachtwoord veranderen. Veel moderne routers beschikken ook over een app, hierin kun je zowel de verbonden apparaten zien als het wifi-wachtwoord veranderen.

Een andere optie is om je netwerknaam te verbergen, al geeft dat vaak een vals gevoel van veiligheid. Zo is het verstandiger om gewoonweg een sterk wachtwoord te gebruiken of om ervoor te zorgen dat je router en apparaten ondersteuning bieden voor minimaal wpa2-personal of wpa3.

©PXimport

Stap 3: Smartphone

De beste app om je netwerk in kaart te brengen op je smartphone heet Fing. Er is een versie voor iOS en Android. Overigens kun je Fing ook op Windows en MacOS installeren. De app geeft onder meer inzicht in je internetsnelheden, wie er van je wifi gebruikmaakt en of je netwerk goed beveiligd is.

Zodra je de app start, zie je de laatste scan. Ververs het overzicht om te zien welke apparaten er online zijn.

Fing is een gratis netwerk-app voor Android, Windows, iOS en MacOS.

Je ziet direct alle relevante informatie, zoals IP-adres, merk- en apparaatnaam. Tik op een apparaat om het eventueel een eigen naam toe te kennen. Hier zijn tevens geavanceerde opties beschikbaar, zoals een portscan.

Als Fing het type apparaat herkent, wordt er ook automatisch een icoontje toegevoegd van bijvoorbeeld een computer of smartphone.

Ook kun je via de app netwerkbeveiligings- en apparaatwaarschuwingen op je telefoon en e-mail ontvangen als zich wijzigingen voordoen op je netwerk.

Stap 4: Router

Zoals in stap 2 al min of meer verteld werd: veel moderne routers beschikken over een app waarin je precies kunt zien welke apparaten verbonden zijn met je draadloze netwerk en zelfs hoeveel netwerkverkeer veroorzaken. Veel fabrikanten beschikken over een handige app: AVM (van de Fritz!box), Netgear, Google Wifi, enzovoort.

Alle verbonden apparaten te zien in de app van Google's wifi-systeem.

Gebruik je een router die je provider heeft meegeleverd, dan kan het voorkomen dat er geen app voorhanden is. Providers zijn er vanwege kosten vaak niet zo happig op om goede (moderne) netwerkapparatuur te leveren. Hierdoor ben je vaak aangewezen op de ouderwetse manier waarbij je de browser naar het netwerkadres van de router moet sturen.

Eventueel kun je ook bij je provider navragen of er nieuwe modem-routerapparatuur beschikbaar is - of je kunt zelf nieuwe netwerk-apparatuur kopen. Dat kan een wifi-router met ingebouwd modem zijn, Europese wetgeving schrijft voor dat providers dit mogelijk maken. Eventueel kun je ook een eigen wifi-router aan de provider-apparatuur koppelen en vervolgens dit wifi-netwerk gebruiken.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos