ID.nl logo
Tips voor een koele thuiswerkplek
© Reshift Digital
Huis

Tips voor een koele thuiswerkplek

Vanwege Corona is het advies nog altijd: zoveel mogelijk thuiswerken. Met de zomer voor de deur is er nieuwe uitdaging die steeds groter wordt. Hoe houdt je je thuiswerkplek koel? Een airco, ventilator of op ijsblokjes kauwen ligt voor de hand, maar met deze andere praktische tips kun je zo efficiënt mogelijk thuiswerken in een koel huis.

Ventilatie

Je bent geneigd op een mooie dag lekker de ramen (en deuren) open te zetten om wat frisse lucht binnen te laten. Vooral als het erg warm is buiten. Probleem is echter dat als je dat op het warmste moment van de dag doet, je het huis juist opwarmt met de lucht van buiten. Ondanks dat je misschien het liefst zoveel mogelijk van het stralende weer mee wilt krijgen, is het slimmer om juist op die momenten de ramen én gordijnen dicht te doen om de warmte buiten te houden. Op de koelere momenten, zoals ’s ochtends, ’s avonds en ’s nachts kun je de ramen juist openzetten om de koelere lucht binnen te laten. Desnoods laat je het even goed doortochten om alle warmte het huis uit te krijgen.

In een paar simpele stappen kun je eenvoudig een melding krijgen wanneer buiten een bepaalde temperatuur bereikt wordt. Bijvoorbeeld met IFTTT (If This, Then That), een interessante site waarmee je al je webdiensten aan elkaar knoopt. Met een simpel recept kun je een melding krijgen op je smartphone, wanneer de temperatuur buiten een bepaald punt bereikt heeft. Denk aan een graad of 18 à 20. Na het ontvangen van de melding kun je de ramen en gordijnen dicht doen om de koele lucht binnen te houden.

Mobiele Airco

In veel landen is een airconditioning een vast onderdeel van het huis. Hier in Nederland gek genoeg niet. Met een warme zomer met veel thuiswerkuren zou dat geen overbodige luxe zijn. Een heel aircosysteem aanschaffen en plaatsen, dat is een flinke stap. Een mobiele airco is makkelijker om de temperatuur te reguleren in je thuiswerkkantoor. Zo’n mobiele airco, dat is nu net zo’n aankoop die je pas doet wanneer je hem het hardst nodig hebt tijdens warme dagen. Houd er wel rekening mee dat juist rond die tijd het aanbod en de prijzen schommelen vanwege de grote vraag.

Kijk bij de aanschaf van een mobiele airco niet alleen naar de prijs en het vermogen. Uiteraard is het ook goed om te weten dat het apparaat niet juist geschikt is voor een grotere of kleinere ruimte. Tenslotte is het ook raadzaam om een stille mobiele airco te kiezen, zodat je geconcentreerd je werk kunt blijven doen in je verkoelde werkruimte.

Volgens prijsvergelijker Kieskeurig.nl zijn dit de populairste mobiele airco’s van het moment:

Ventilator

Natuurlijk kun je ook een ventilator op je bureau neerzetten voor verkoeling. Sterker nog, er zijn zelfs kleine ventilatoren die je aansluit op de usb-poort van je pc of laptop. Zo’n briesje kan aangenaam verkoelend aanvoelen. Als de temperatuur in het thuiskantoor echter al hoog is opgelopen, dan verplaats je eigenlijk alleen nog maar warme lucht met zo’n ventilator, waardoor je niet alleen weinig verkoeling meer krijgt, je droogt zelf ook uit.

Een handige tip is om een koud (of bevroren) flesje water voor de ventilator te zetten of op te hangen, om toch nog een beetje koele lucht te verplaatsen. Let er echter wel op dat dit uiteindelijk de luchtvochtigheid verhoogt en het op lange termijn daardoor nog warmer wordt.

©PXimport

Water

Over flesjes water gesproken. Het is een tip die je doorgaans niet zo vaak op een techsite leest: maar blijf veel water drinken, zodat je lichaam zelf ook met de warmte om kan gaan en je minder snel last hebt van bijvoorbeeld hoofdpijn of concentratieproblemen door uitdroging. Probeer ook koffie en frisdrank te vervangen met water. Met een gevuld flesje water op je bureau word je regelmatig herinnerd aan het feit dat je een slok moet nemen. Er zijn ook apps die je er om de zoveel tijd aan herinneren om water te drinken en waarin je bijhoudt hoeveel water je op een dag binnen hebt gekregen. Denk aan Herinnering voor water drinken (Android) of Drink Water Reminder N Tracker (iOS) .

Windows 10 energiebeheer

Je staat er wellicht niet zo gauw bij stil, maar de pc of laptop die je gebruikt voor het thuiswerken blaast natuurlijk ook continu warme lucht uit. Dat zal niet zo’n groot verschil maken als je in kleine Excel- of Wordbestandjes werkt, maar bij videobellen of zware processen als videorendering maakt de ventilator van je systeem al flink wat toeren. Je kunt Windows 10 zo instellen dat het systeem zich wat minder in het zweet werkt.

Om dit in te stellen ga je naar het Configuratiescherm / Energiebeheer / De schema-instellingen wijzigen / Geavanceerde energie-instellingen wijzigen. In het venstertje dat opent kun je aangeven dat sommige systeemonderdelen zich wat minder in het zweet mogen werken. Bijvoorbeeld bij Energiebeheer voor processor kun je aangeven dat de processor niet op de volle 100% hoeft te werken, 75% zou ook voldoende kunnen zijn (hoewel dit afhankelijk is van je werkzaamheden en beschikbare rekenkracht natuurlijk). Ook de grafische rekenkracht terugschroeven kan hier verschil maken. Vergeet echter niet de standaardinstellingen weer terug te zetten wanneer het wat koeler is of wanneer je de extra rekenkracht juist wél weer hard nodig hebt – bijvoorbeeld als je wilt gamen. Dit doe je door op de grote knop Standaardinstellingen voor schema gebruiken onderin het venster te drukken, gevolgd door Toepassen.

©PXimport

Luchtkwaliteit Wanneer je de werkplek afsluit van buitenlucht en met ventilatoren en (mobiele) airco's de temperatuur regelt, is het ook verstandig om na te denken over de luchtkwaliteit. Wanneer deze niet op orde is, kan je ook wat meer moeite hebben met een goede concentratie. Bovendien helpt het ook voor je algemene gezondheid en draagt een goede luchtvochtigheid ook bij aan een aangenamer werkklimaat. Denk hierbij aan luchtbevochtiger en luchtreinigers. Maar vergeet ook niet de meters in huis (zoals een weerstation voor binnen) om de vinger aan de pols te kunnen houden.

Koel slim huis

Met smart home-producten kun je een koel huis automatiseren. Denk bijvoorbeeld aan slimme gordijnen. Deze kun je bijvoorbeeld met spraakbediening via de Google Assistent gebruiken om de zon te weren. IKEA verkoopt bijvoorbeeld de Fyrtur-serie slimme rolgordijnen.

Natuurlijk heb je geen slimme verlichting nodig om je huis te laten koelen. Maar slimme verlichting werkt in ledlampen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld spotjes of ouderwetse peertjes komt er van ledverlichting geen warmte af. Wanneer je overdag de gordijnen dicht hebt of juist ’s avonds de warmte uit je huis probeert te krijgen, helpen alle kleine beetjes.

Coole gadgets

Al eerder schreven we over ventilatoren die je via usb aansluit. Maar er zijn meer gadgets of gewoon praktische aankopen die je kunt doen voor een minder warme werkruimte. Denk bijvoorbeeld aan je muis. Coolermaster heeft de MM710-muis, die geventileerd is.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.