ID.nl logo
Slecht bereik in huis? Met een wifi-mesh-systeem ben je zo weer online
© Дмитрий Майер - stock.adobe.com
Huis

Slecht bereik in huis? Met een wifi-mesh-systeem ben je zo weer online

Je router is waarschijnlijk voorzien van een prima wifi-accesspoint, maar helaas kun je in de meeste woningen geen volledig dekkend draadloos netwerk uit slechts één router halen. Kabels trekken voor accesspoints is in 2023 gelukkig niet nodig. Een wifi-mesh-systeem werkt met satellieten die je overal in huis neer kunt zetten om je draadloze dekking eenvoudig uit te breiden.

Na het lezen van dit artikel weet je waar je bij de aanschaf van een wifi-mesh-set op moet letten, zoals:

  • Dual- of triband
  • Wifi 5 of 6
  • Aantal netwerkaansluitingen

Nu je weet waar je op moet letten, kun je tot aanschaf overgaan. Wij hebben er in dit artikel een paar voor je op een rij gezet: Koopgids mesh-systemen: zo krijg je overal in huis supersnelle wifi

Meerdere nodes

Het grote voordeel van wifi-mesh-systemen is dus dat je zonder draden meerdere accesspoints kunt gebruiken. Daarom worden de systemen verkocht in sets van twee of drie stuks. Naast de router krijg je dan één of meerdere satellieten. Die losse onderdelen worden vaak nodes genoemd. Hoeveel je er nodig hebt, hangt uiteraard van je huis af. Een vuistregel in een doorsneehuis met betonnen vloeren is dat je voor de beste snelheid en dekking een node per verdieping nodig hebt. Hoewel de nodes onderling verbinding kunnen maken (de node op de eerste verdieping maakt bijvoorbeeld contact met de node op de begane grond en een node op zolder maakt contact met de node op de eerste verdieping), zorgt elke tussenstap wel voor een lagere snelheid.

In een huis met meerdere verdiepingen zul je een mesh-set vaak wel in een keten gebruiken omdat de internetverbinding op de begane grond binnenkomt en je vermoedelijk meer dekking nodig hebt op de hoger gelegen verdiepingen. Maar je hoeft drie satellieten natuurlijk niet als een keten op te stellen, je kunt bijvoorbeeld ook met de ene satelliet het netwerk boven versterken en met de andere satelliet een netwerk in je tuin verzorgen. Je kunt altijd kijken of twee stuks voor jou thuis voldoet, wellicht is het acceptabel als de snelheid op zolder wat lager is. Voor veel systemen geldt dat je ook losse satellieten kunt kopen als blijkt dat je er toch eentje extra nodig hebt. Wel is één extra losse node later aanschaffen meestal duurder dan de prijs van een node als je direct een set van drie stuks aangeschaft.

Je kunt op iedere verdieping van je huis een node neerzetten.

Wifi in je tuin?

Zeker voor thuiswerken handig!

Dual- of triband

De nodes van wifi-mesh-systemen maken onderling draadloos contact; die verbinding wordt ook wel draadloze backhaul genoemd. Een belangrijk onderscheid tussen wifi-mesh-systemen is te maken in de configuratie van die backhaul. Systemen zijn onder te verdelen in dualband- en triband-systemen. Triband-systemen hebben een extra radio die gebruikt wordt voor de onderlinge communicatie tussen de nodes. Hierdoor gaat deze communicatie niet af van de bandbreedte die beschikbaar is voor de clients, waardoor het systeem zowel stabieler als sneller presteert. Overigens is de derde radio niet altijd helemaal gereserveerd voor de backhaul, de benodigde bandbreedte kan afhankelijk van hoe de fabrikant ze inzet ook dynamisch over de radio’s verdeeld worden. Maar er is altijd meer bandbreedte dan op een dualband-systeem. Een dualband-systeem heeft geen extra radio: de onderlinge communicatie verloopt via dezelfde radio’s als de communicatie met de clients. Ook binnen triband-systemen zijn er weer verschillen: de extra radio kan van twee of vier spatial streams gebruikmaken, waardoor er ook binnen deze categorie prestatieverschillen zijn. Al die radio’s met hun spatial streams hebben niet alleen een prijskaartje, ze zorgen ook voor extra antennes die op een optimale manier gepositioneerd moeten worden. De topmodellen hebben daarom een relatief forse behuizing.

De nodes in een wifi-mesh-systeem maken draadloos contact met elkaar.

Wifi-standaard

Wifi-mesh-systemen zijn al een aantal jaar te koop en zijn daarom verkrijgbaar van verschillende wifi-generaties. Omdat veel apparaten zoals laptops en smartphones tegenwoordig voorzien zijn van wifi 6, raden we je aan om een systeem te kopen op basis van wifi 6. Er zijn ook nog systemen op basis van wifi 5 te koop. Die bieden minder goede prestaties, maar zijn wel de goedkoopste optie als je simpelweg op zoek bent naar een volledige dekking, zodat je in heel je huis kunt internetten. Een dualband-systeem op basis van wifi 5 met drie nodes heb je al voor 150 euro in huis. Voor een vergelijkbaar setje op basis van wifi 6 betaal je al snel 100 euro meer. De duurste tri-band-systemen zijn voorzien van wifi 6e, dat is een uitbreiding op wifi in de vorm van extra 6GHz-frequentieband. Daar heb je alleen voordeel van als je clients ook wifi 6e ondersteunen. Ook wifi 7 zal deze 6GHz-band gebruiken.

Er zijn verschillende generaties wifi-mesh-systemen te koop.

Aansluitingen

Een van de nodes van een wifi-mesh-systeem doet dienst als router. Bij sommige systemen heeft deze router meer netwerkaansluitingen dan de nodes. Let er op hoeveel netwerkaansluitingen de router heeft, want hier sluit je andere netwerkapparaten op aan. Net als bij een normale router kun je natuurlijk wel een switch aansluiten als je poorten tekort komt. Ook de nodes van vrijwel ieder wifi-mesh-systeem zijn voorzien van netwerkaansluitingen. Dat klinkt wellicht vreemd voor een draadloos systeem, maar ze zijn toch handig. Op die netwerkaansluitingen kun je gewoon bedrade apparatuur aansluiten. Een node doet hierdoor dus ook direct dienst als een draadloze switch en dat kan handig zijn in bijvoorbeeld een thuiskantoortje. Wil je dergelijke functionaliteit gebruiken, let er dan op hoeveel aansluitingen de nodes hebben. Veelvoorkomende aantallen zijn twee of vier poorten. Hoewel zeldzaam, zijn er ook wifi-systemen waarvan de nodes geen netwerkaansluitingen hebben.

Let erop hoeveel netwerkaansluitingen de nodes hebben.

Lekker (en ergonomisch) thuiswerken? Dit zijn de fijnste spullen voor je werkplek!

Multigigabit

Alle wifi-mesh-systemen (op de TP-Link Deco E4 na) hebben gigabit-netwerkaansluitingen. De duurste systemen zijn daarnaast voorzien van multigigabit-aansluitingen. Vaak gaat het dan om de WAN-aansluiting die je verbindt met het internet, soms zijn ook de LAN-aansluitingen (deels) uitgevoerd in multigigabit met een snelheid van 2,5 of zelfs 10 Gbit/s. Het gaat daarbij om de absolute topmodellen en daar betaal je een forse meerprijs voor. Je hebt er vermoedelijk weinig aan, want een internetabonnement sneller dan 1 Gbit/s zul je niet hebben. Op veel glasvezelaansluitingen kan dat technisch in de toekomst overigens wel zonder al te veel aanpassingen. Maar ook als het wel mogelijk is, heb je zo’n hoge snelheid draadloos wellicht niet nodig. Een beetje rekening houden met de toekomst bij je aanschaf is voor een langere levensduur altijd een goed idee, maar in dit geval betaal je wat ons betreft echt te veel geld voor functionaliteit die je misschien nodig hebt.

Sommige wifi-mesh-systemen zijn voorzien van multigigabit-aansluitingen.

Bedrade backhaul

De netwerkaansluitingen kun je niet alleen gebruiken voor het aansluiten van andere apparaten, maar ook om de nodes zelf bedraad aan te sluiten. Want hoe snel een draadloze verbinding ook is, een bekabelde verbinding is in de praktijk nog altijd stabieler. Heb je dus toevallig een netwerkkabel naar een plek in je huis lopen, dan kun je die gebruiken voor het aansluiten van een node. Je kunt beide methoden (draadloze en bedrade backhaul) bovendien door elkaar gebruiken. Bedraad aangesloten nodes kunnen dan afhankelijk van hun positionering het signaal van een draadloze node sneller maken. Ben je van plan om een wifi-mesh-systeem volledig bedraad aan te sluiten, koop dan geen triband-systeem. Je betaalt dan namelijk voor functionaliteit die je niet nodig hebt.

Let erop dat wanneer je een bedrade backhaul wilt gebruiken, je er meestal voor moet zorgen dat de satellieten achter de router van het systeem hangt. Je kunt meestal dus niet een centrale switch gebruiken en daar alle nodes van het systeem op aansluiten. Je kunt natuurlijk wel ergens een switch achter de router van het wifi-mesh-systeem hangen. Overigens geldt deze beperking bij sommige systemen niet als je het systeem in accesspoint-modus hebt staan.

Een bedraad aangesloten node zal beter presteren dan een draadloos verbonden node.

Accesspoint-modus

Vanuit de doos werkt ieder wifi-mesh-systeem als router en verzorgt het systeem routertaken zoals het uitdelen van ip-adressen, ouderlijk toezicht en een firewall. Mocht je al een andere router hebben waar je geen afscheid van wilt nemen, dan kun een wifi-mesh-systeem ook instellen in een accesspoint-modus. Alle routerfuncties worden dan uitgeschakeld en alleen het wifi-gedeelte blijft werken. Ook in de accesspoint-modus kun je een bedrade backhaul gebruiken. Een wifi-mesh-systeem laat zich dus ook inzetten als een centraal beheerd bedraad accesspoint-systeem. Voor zover wij weten kan ieder wifi-mesh-systeem – op de systemen van Google na – in accespointmodus gezet worden. Ook Googles nieuwste Nest Wifi Pro ondersteunt geen accesspoint-modus zodra je satellieten koppelt; de accesspoint-modus werkt alleen als je de routernode los gebruikt. En daar koop je vermoedelijk geen wifi-mesh-systeem voor.

Vrijwel ieder wifi-mesh-systeem kun je instellen in een router- of accesspoint-modus.

Centraal beheer

Een misschien niet zo direct duidelijk voordeel van wifi-mesh-systemen is dat je meerdere accesspoints vanaf één interface instelt. Voor de introductie van wifi-mesh-systemen was centraal beheer voorbehouden aan relatief dure en lastig in te stellen zakelijke accesspoint-systemen. Dat is het grote voordeel ten opzichte van andere oplossingen die voor de introductie van dergelijke systemen thuis veel gebruikt werden om het draadloze netwerk uit te breiden. Denk aan wifi-repeaters of het hergebruiken van ouder routers als een accesspoints. Hierbij moest je op ieder apparaat afzonderlijk inloggen als je iets aan je draadloze netwerk wilde aanpassen. Bovendien moest je zelf goed opletten of je alle eigenschappen als kanaalbreedte, versleuteling en wachtwoord op alle apparaten exact hetzelfde instelde. Deed je dat niet, dan had je al snel last van een netwerk waarbij je mobiele apparaten niet alle accesspoints gebruikten.

Bij een wifi-mesh-systeem heb je daar geen last van. Alle accesspoints zijn automatisch onderdeel van hetzelfde netwerk en maken gebruik van exact dezelfde instellingen. Alle fabrikanten bieden voor het beheer van een wifi-mesh-systeem een overzichtelijke app voor zowel iOS als Android. Daarnaast hebben veel systemen ook een webinterface waarin je soms meer instellingen dan in de app vindt.

Je beheert een wifi-mesh-systeem centraal vanuit een app of webinterface.

Uitbreiding router

In beginsel vervang je met een wifi-mesh-systeem ook je router. Dat is misschien niet nodig, want afhankelijk van welke router je nu hebt, zijn er mogelijk mesh-uitbreidingen verkrijgbaar. Voor bijvoorbeeld de Fritz!Box-routers, die ook door sommige internetproviders als modem-router geleverd worden, zijn mesh-uitbreidingen te koop. Een Fritz!Box wordt met een uitbreiding als de Fritz!Repeater 3000 AX een volwaardig wifi-mesh-systeem dat je vanuit een interface kunt configureren. Ook voor sommige ASUS- en Netgear-routers kun je mesh-uitbreidingen kopen.

Routerfabrikant AVM verkoopt Fritz!Repeaters als mesh-uitbreidingen voor hun routers.

Nadelen wifi-mesh

Hoe goed wifi-mesh-systemen ook zijn, ze zijn vooral een oplossing voor situaties waarin kabels niet mogelijk zijn. Wanneer je thuis wel in staat bent om naar iedere verdieping een netwerkkabel te leggen, dan is een bedraad accesspoint-systeem vermoedelijk een betere oplossing. Een kabel is altijd betrouwbaarder dan een draadloze verbinding. Overigens ondersteunen alle wifi-mesh-systemen – zoals je eerder las – ook een bedrade backhaul. Handig voor als je naar één verdieping wel een kabel kunt trekken of voor als je ooit gaat verhuizen naar een huis waar kabels trekken wel mogelijk is.

Draadjes trekken?

Doen als het kan!

Een nadeel dat lang niet voor iedereen geldt, is dat wifi-mesh-systemen vooral op consumenten gericht zijn. De installatie en het beheer zijn eenvoudig en er kan weinig misgaan. Daar staat tegenover dat geavanceerde mogelijkheden, zoals je draadloze netwerk voor beveiligingsredenen onderverdelen in verschillende VLAN’s ontbreken. Voor geavanceerde mogelijkheden moet je nog echt bij bedraad aangesloten kleinzakelijke accesspoint-systemen zijn. Heb je daar geen behoefte aan, dan doen wifi-mesh-systemen precies wat ze beloven: jouw hele huis voorzien van een prima draadloos netwerk.

©Jeroen Boer | ID.nl

Kun je thuis netwerkkabels trekken, dan is dat al snel een stabielere oplossing dan een volledig draadloos wifi-mesh-systeem.

Positionering

Bij wifi geldt dat als je het accesspoint kunt zien, je doorgaans de beste verbinding hebt. Dat geldt ook voor de nodes van een wifi-mesh-systeem. Om die reden besteden fabrikanten van dergelijke systemen veel aandacht aan het ontwerp van hun systemen. Anders dan veel draadloze routers gaat het niet om futuristisch zwarte behuizingen met uitstekende antennes, maar om strak ontworpen witte behuizingen met ronde vormen. Je kunt het doorsnee mesh-systeem dan ook best op een kastje in je woonkamer zetten. Verstop de nodes dus niet in datzelfde kastje, dat zorgt echt voor slechtere prestaties.

Wanneer je een mesh-systeem over meerdere verdiepingen van je huis gebruikt, probeer dan de nodes op iedere verdieping zo dicht mogelijk bij het trapgat te zetten. Op die manier is er een beter contact en daarmee hogere snelheid mogelijk. Bij de duurdere tri-band-systemen is een zo goed mogelijke positionering minder belangrijk. Dat kan handig zijn als je geen goed plekje voor een node kan vinden.

©Netgear

Fabrikanten besteden aandacht aan het ontwerp van hun mesh-systemen, zodat je ze niet hoeft te verstoppen.
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.