ID.nl logo
Koopgids mesh-systemen: zo krijg je overal in huis supersnelle wifi
Huis

Koopgids mesh-systemen: zo krijg je overal in huis supersnelle wifi

Zelfs met één draadloze superrouter is het in veel gevallen niet meer mogelijk om je hele huis van wifi te voorzien. De oplossing is om in je huis meerdere accesspoints te creëren, en met wifi-mesh-systemen kan dat zonder dat je kabels hoeft te trekken. We testen voor dit artikel modellen die voor de beste prestatie een extra radio voor de onderlinge verbinding hebben. Welk systeem biedt voor jou de beste balans tussen prijs en prestaties?

Wie een een draadloos netwerk met meerdere accesspoints wil gebruiken zonder kabels te hoeven trekken opgelet! In deze koopgids maken wij jou bekend met de beste mesh-systemen, zo krijg je overal in huis supersnelle wifi. In dit artikel behandelen we sets van de volgende merken:

  • Orbi
  • Huawei
  • Linksys
  • ASUS
  • TP-Link

Wil jij meer leren over mesh wifi lees dan: Dit moet je weten over mesh wifi

Met een wifi-mesh-systeem kun je zonder kabels te trekken in iedere situatie een draadloos netwerk ..ll.....met meerdere accesspoints gebruiken. De communicatie tussen de accesspoints (ook wel nodes of satellieten genoemd) verloopt draadloos. Inmiddels zijn wifi-mesh-systemen in allerlei soorten en prijsklassen te koop, waarbij in grote lijnen geldt dat de duurdere systemen ook daadwerkelijk beter presteren.

Wifi 6 is inmiddels helemaal doorgebroken, de sets met wifi 5 kun je als echte instapopties beschouwen. Inmiddels is er een groot aantal wifi6-sets in allerlei prijsklassen te koop. In deze test beperken we ons voor de overzichtelijkheid tot triband-systemen; die hebben een extra radio die gebruikt wordt voor de onderlinge communicatie (backhaul) tussen de nodes. Hierdoor gaat deze communicatie niet ten koste van de bandbreedte die beschikbaar is voor de clients, waardoor het systeem zowel stabieler als sneller presteert. De insteek van onze test blijft eenvoudig: je wilt met zo min mogelijk gedoe gewoon goede wifi in huis.

Een triband-systeem heeft een extra frequentieband voor de onderlinge communicatie tussen de nodes.

Hoeveel nodes heb je nodig?

Het grote voordeel van wifi-mesh-systemen is dus dat je zonder draden meerdere accesspoints kunt gebruiken, en daarom worden de systemen verkocht in sets van twee of drie nodes. Hoeveel je er daadwerkelijk nodig hebt, hangt uiteraard van je huis af. Hoewel de nodes onderling verbinding kunnen maken (de node op de eerste verdieping maakt bijvoorbeeld contact met de node op de begane grond en een node op zolder maakt contact met de node op de eerste verdieping), zorgt elke tussenstap wel voor een lagere snelheid.

Je hoeft drie satellieten natuurlijk niet als een keten op te stellen, je kunt bijvoorbeeld ook met de ene satelliet het netwerk boven versterken en met de andere een netwerk in je tuin verzorgen. Je kunt altijd kijken of twee stuks voor jou thuis voldoet, want wellicht is het voor jou geen probleem als de snelheid op zolder wat lager is.

Voor veel systemen geldt dat je ook losse satellieten kunt kopen als blijkt dat je er toch eentje extra nodig hebt. Wel is één extra losse node duurder dan een node als je direct een set van drie stuks had aangeschaft.

We meten de prestaties van de wifi-mesh-systemen op drie locaties in huis.

Netgear Orbi

Als mesh-bouwer van het eerste uur heeft Netgear de installatie en de software op alle drie de geteste sets uitstekend voor elkaar. De installatie gaat sneller dan bij de meeste andere merken, zowel via een smartphone als pc.

Helaas heeft Netgear wel besloten om sommige mogelijkheden achter een betaalmuur te parkeren. Zowel de uitgebreide beveiligingsfuncties van Bitdefender als de geavanceerdere familieopties vereisen een (ander) abonnement. Het voelt zuur dat je voor die extra mogelijkheden (hoe uitgebreid ze ook zijn) zoals ouderlijk toezicht weer 70 euro per jaar bovenop op de toch al forse aanschafsprijzen moet afrekenen.

Goed
Conclusie

RBK75x is een aantrekkelijke optie voor iedereen die niet wil overdrijven met extreem dure oplossingen.

Plus- en minpunten
  • Prima prestaties
  • Prima backhaul
  • Fijne app en installatie
  • Geen wifi 6E of multi-gigabitlan
  • Sommige mogelijkheden met abonnement
  • Relatief hoge prijs

De middenklasser Orbi RBK75x gaat duidelijk al even mee. Zo ontbreken wifi 6E en high-end-mogelijkheden zoals multi-gigabitpoorten. Op papier is de RBK75x daarmee een aantrekkelijke optie voor iedereen die niet wil overdrijven met extreem dure oplossingen.

Snelheden voorbij de 1 Gbit/s zijn met deze set uiteraard niet mogelijk, maar we meten 878 Mbit/s rondom de unit zelf, 556 Mbit/s op de eerste hop en daar blijft nog 346 Mbit/s van over op zolder. De Orbi RBK75x werkt uitstekend en maakt de beloftes waar, maar moet iets in prijs zakken om een echt overtuigende aanrader te worden. Adviesprijs: € 391,- (2 stuks), € 589,- (3 stuks)

Uitstekend
Conclusie

Met een lagere prijs zou het een veilige aanrader zijn. De prestaties zijn met snelheden in onze drie testscenario’s goed.

Plus- en minpunten
  • Goede backhaul
  • Goede prestaties
  • Fijne app en installatie
  • Geen wifi 6E of multi-gigabitlan
  • Sommige mogelijkheden met abonnement
  • Relatief hoge prijs

Ook de Orbi RBK85x biedt niet alle mogelijke opties: zo ontbreken ook op dit systeem wifi 6E en multi-gigabitlan. Wel krijg je een 2,5Gbit-wan-poort. De prestaties zijn met snelheden in onze drie testscenario’s van respectievelijk 951, 654 en 434 Mbit/s goed. Met een lagere prijs zou het een veilige aanrader zijn, maar Netgear houdt vast aan de hoge introductieprijs, terwijl deze set inmiddels onder druk staat van allerlei concurrenten die sneller zijn of meer mogelijkheden bieden voor iets meer geld (of bijna even snel voor veel minder geld). Adviesprijs: € 696,- (2 stuks), € 1049,- (3 stuks)

Fantastisch
Conclusie

De Orbi RBKE96x maakt ondanks de extreem hoge prijs indruk met gemiddeld de beste prestaties van alle geteste systemen. De ultieme Orbi is enkel voor de gebruiker die het allerbeste wil ongeacht de kosten.

Plus- en minpunten
  • Extreme prestaties
  • Extreme bandbreedte
  • Wifi 6E en multi-gigabitsupport
  • Extreem hoge prijs
  • Sommige mogelijkheden met abonnement

Het topmodel Orbi RBKE96x is de enige quadband-oplossing in de test en heeft naast wifi 6E een complete extra 5GHz-netwerkband aan boord om nog beter met grotere hoeveelheden apparaten om te kunnen gaan. Ook is het de enige set met een 10Gbit-wan-aansluiting plus op elke satelliet een 2,5Gbit-lan-aansluiting. Dergelijke high-end-mogelijkheden zijn wel enkel zinvol als je ook daadwerkelijk meerdere wifi6E-clients en een multi-gigabitnetwerk in huis hebt.

Gezien de extreem hoge prijs hadden we niets anders verwacht, maar de RBKE96x maakt desondanks indruk met gemiddeld de beste prestaties van alle geteste systemen. Met 1856 Mbit/s laat hij alleen de ASUS Zen Wifi Pro ET12 net voor zich en zelfs op de eerste verdieping via één hop weten we nog bijna één gigabit (939 Mbit/s) aan data door te voeren. Als deze set je wifi-problemen niet oplost, zit er écht niets anders op dan kabels te trekken. Toch is 1699 euro uitgeven voor een mesh-systeem niet iets wat wij zomaar even zullen aanraden. De ultieme Orbi is er dan ook enkel voor de gebruiker die het allerbeste wil ongeacht de kosten. Adviesprijs: € 1699,- (3 stuks)

Huawei

Ondanks dat dit Huaweis eerste grote uitrol van mesh-producten is, is het merk duidelijk geen beginner op netwerkgebied. Dat merk je aan de installatie van de Huawei Mesh 7. Die is kinderlijk eenvoudig en voelt niet minder volwassen aan dan die van mesh-veteranen. Ook zijn de meest gevraagde opties eenvoudig in te stellen: denk aan een tijdelijke pauzeknop om de verbinding van de kinderen even stop te zetten of het instellen van een gastnetwerk.

Huawei kiest, net als Netgear en TP-Link, voor een app met een duidelijke insteek van ‘minder is meer’. Als je echt geavanceerde instellingen wilt tweaken, ben je hier aan het verkeerde adres, net als bij de meeste mesh-oplossingen overigens. Alleen ASUS doet dat significant anders.

Schommelingen

De resultaten van Huawei zetten ons aan het denken. Er valt namelijk wel het een en ander op af te dingen. Zo zien we rondom de units geen volledige verzadiging van de gigabit-lanaansluiting (775 Mbit/s). Dit resultaat valt wat lager uit door wat meer zichtbare schommelingen dan we op andere sets zien. Soms zien we hogere snelheden, maar als we met twee apparaten testen, zien we af en toe wat dips die we elders niet tegenkwamen. Aan de andere kant is een gemiddelde snelheid van bijna 800 Mbit/s zeker geen slecht resultaat en niet heel anders dan andere sets in dit segment.

Hetzelfde gaat op voor de verbinding op de satelliet. Zo’n 500 Mbit/s op de eerste verdieping is keurig, al zien we tegelijkertijd dat je voor iets meer geld met andere sets hogere resultaten kunt halen. Op zolder meten we net geen 300 Mbit/s, slechts iets minder dan de uitstekende doch duurdere Orbi RBK75x, al is de duurdere Deco XE75 met wifi 6E weer net wat sneller.

Te overwegen

Hoewel we graag echte innovaties hadden gezien qua mogelijkheden, juichen we het toe dat Huawei in plaats daarvan de aanval opent qua prijs: 299 euro voor een set van twee mesh-units is een positieve ontwikkeling. En dat is kort na de introductie; we verwachten dat die prijs na verloop van tijd nog wat zal zakken. Dat is overigens ook noodzakelijk, want als ze zich op prijs willen richten, moeten ze concurreren met die andere grote Chinese fabrikant die graag op de kleintjes let: TP-Link.

Kortom, de Mesh 7 is een uitstekende eerste stap van Huawei in deze markt. Deze set is niet de snelste of de beste, maar wel een die je serieus kunt overwegen als hij een significant prijsvoordeel weet te bieden ten opzichte van de andere alternatieven in de test (zeker als je een lage prijs belangrijker vindt dan zaken als wifi 6E). Adviesprijs: € 489,- (2 stuks), € 708,- (2 stuks + losse extra node)

Goed
Conclusie

De Velop AX5300 is met haar gebruiksvriendelijke installatie en prima wifi-prestaties een op papier een veilige aanrader. Toch raden wij aan om verder te kijken. De prijs-prestatie verhouding is matig en er zijn goedkopere sets die beter presteren. Adviesprijs: € 489,- (2 stuks), € 708,- (2 stuks + losse extra node)

Plus- en minpunten
  • Aantrekkelijk prijskaartje
  • Gebruiksvriendelijke app en installatie
  • Ruim voldoende prestaties
  • Geen wifi 6E
  • Geen multi-gigabitpoorten
  • Andere sets wat sneller

Linksys

Linksys heeft door de jaren heen grote stappen gemaakt met zijn software en app. De installatie is vlot geregeld en vereist geen technische kennis. De app is overzichtelijk en ook voor leken goed te volgen. Zo zet je bijvoorbeeld vlot een gastnetwerk op of stel je beperkingen in voor jonge internetgebruikers.

Oké
Conclusie

De Velop AX5300 is met haar gebruiksvriendelijke installatie en prima wifi-prestaties een op papier een veilige aanrader. Toch raden wij aan om verder te kijken. De prijs-prestatie verhouding is matig en er zijn goedkopere sets die beter presteren. Adviesprijs: € 489,- (2 stuks), € 708,- (2 stuks + losse extra node)

Plus- en minpunten
  • Geen onaardige prestaties
  • Gebruiksvriendelijke app en installatie
  • Geen wifi 6E
  • Geen multi-gigabitpoorten
  • Goedkopere sets presteren beter
  • Geen echte voordelen

De Linksys Velop AX4200 maakt een prima indruk: de hoekige kastjes zien er aantrekkelijk uit en de aanwezigheid van vier netwerkpoorten per satelliet is fijn. De Velop toont zijn leeftijd in enkele details. Zo ontbreekt wifi 6E en zijn er geen multi-gigabitpoorten. Enkele andere sets die grofweg hetzelfde kosten, bieden die mogelijkheden wel, zoals de Deco XE75 (PRO).

Kijken we naar de prestaties van test 1, dan lijkt de Velop zijn taak prima te vervullen. We meten 752 Mbit/s nabij de primaire unit. Op de eerste verdieping blijft daar 399 Mbit/s van over, ruim voldoende voor de meeste doeleinden. Het probleem voor Linksys zit in de vergelijking met de alternatieve producten, want de Velop AX4200 is de hekkensluiter. De oplossing voor de Velop AX4200 is simpel: de prijs moet omlaag. De set werkt tenslotte prima en is gebruiksvriendelijk, maar hij zal echt tot de goedkoopste triband-systemen moeten gaan behoren om hem te overwegen. Adviesprijs: € 489,- (2 stuks), € 708,- (2 stuks + losse extra node)

Oké
Conclusie

De Velop AX5300 is met haar gebruiksvriendelijke installatie en prima wifi-prestaties een op papier een veilige aanrader. Toch raden wij aan om verder te kijken. De prijs-prestatie verhouding is matig en er zijn goedkopere sets beter presteren.

Plus- en minpunten
  • Geen onaardige wifi-prestaties
  • Gebruiksvriendelijke app en installatie
  • Geen wifi 6E
  • Geen multi-gigabitpoorten
  • Goedkopere sets presteren beter
  • Matige prijs-prestatieverhouding

De Linksys Velop AX5300, soms ook de MX10 genoemd, is het Velop-topmodel dat Linksys in 2020 uitbracht, maar ook in 2022 nog actief verkocht wordt. Ook deze Velop toont, net als de iets goedkopere AX4200, zijn leeftijd in enkele details. Ook hier ontbreekt wifi 6E en zijn er geen multi-gigabitpoorten aanwezig. Linksys is zich daarvan bewust en heeft inmiddels nieuwe modellen aangekondigd. Ze laten de naam Velop varen en lijken een herstart te maken onder de naam Atlas. De Atlas-triband-sets waren op moment van testen echter nog niet verkrijgbaar.

De Velop AX5300 zet (net als praktisch elke andere mesh-oplossing in 2022) op zichzelf best leuke resultaten neer. Zo’n 806 Mbit/s dichtbij de hoofdunit en 489 Mbit/s op de eerste verdieping via een satelliet is een keurig resultaat waar menig losse router niet snel bij in de buurt zal komen. Hij is daarmee ook duidelijk sneller dan de goedkopere Velop AX4200, al scheelt het op de tweede verdieping maar bar weinig: 291 versus 278 Mbit/s is geen 130 euro meer waard. Het is een teken dat de backhaul van Linksys gewoon niet denderend is. Adviesprijs: € 489,- (2 stuks), € 708,- (2 stuks + losse extra node)

ASUS

Wat zijn software, of eigenlijk firmware, betreft is ASUS een beetje de vreemde eend in de bijt. Waar concurrenten als Netgear en TP-Link zich vooral richten op eenvoud, houdt ASUS juist vast aan de uitgebreide mogelijkheden van zijn routers. De ZenWiFi-sets zijn de enige waarbij je echt volledige controle houdt over elke mogelijkheid en instelling. Via de uitgebreide webinterface kun je, mocht je dat willen, uren spenderen aan het nauwkeurig afstellen van alle instellingen, of gebruikmaken van extra’s zoals meerdere VPN-functies of meerdere gastnetwerken.

Mocht je daar geen trek in hebben, dan laat je geavanceerde instellingen links liggen. De installatie van het systeem is evengoed zo gepiept en ook ASUS heeft een app als dat je voorkeur heeft.

Uitstekend
Conclusie

Opvallend is de afwezigheid van wifi 6E bij een set met dit prijskaartje. De ZenWiFi Pro XT12 zet evengoed zeer indrukwekkende prestaties neer.

Plus- en minpunten
  • Goede prestaties
  • Multi-gigabitwan
  • Uitgebreide firmware
  • Goedkopere sets scoren vergelijkbaar
  • Geen wifi 6E
  • Geen multi-gigabitlan

De ZenWiFi AX (XT8) is een triband AX6000-systeem in het hogere segment en is in zwart of wit verkrijgbaar. Net als andere modellen die al wat langer te koop zijn, heeft de XT8 wel een achterstand op enkele nieuwere modellen. Zo ontbreken wifi 6E en multi-gigabitpoorten. Het is theoretisch mogelijk om de 2,5Gbit-wan-aansluiting als lan-poort te gebruiken, maar in de praktijk lijkt dat niet altijd te werken.

De XT8 levert keurige prestaties. Rondom de satelliet trekt hij de aansluiting grofweg vol. Op de eerste verdieping meten we nog een respectabele 574 Mbit/s en op zolder blijft daar zo’n 379 Mbit/s van over. Keurige resultaten, maar er zijn alternatieven die wat beter scoren voor minder geld, zoals de TP-Link Deco XE75. Adviesprijs: € 389,- (2 stuks), € 599,- (2 stuks + losse extra node)

Uitstekend
Plus- en minpunten
  • Zeer goede prestaties
  • Multi-gigabitpoorten
  • Uitgebreide firmware
  • Geen wifi 6E
  • Extreem hoge prijs

Waar de meeste mesh-systemen voor onopvallende witte kastjes kiezen, is de ASUS ZenWiFi XT12 Pro een opvallende verschijning met zwarte satellieten voorzien van een transparante bovenzijde. De afwezigheid van wifi 6E is in dit hogere segment opvallend. Dit is de duurste mesh-oplossing zonder wifi 6E.

De ZenWiFi Pro XT12 zet best indrukwekkende cijfers neer: 1521 Mbit/s rondom de node en nog ruim 700 Mbit/s een verdieping hoger via de satelliet. Het resultaat van 457 Mbit/s op zolder is het op twee na beste. Adviesprijs: € 779,- (2 stuks), € 1217,- (2 stuks + losse extra node)

Fantastisch
Conclusie

De ZenWiFi Pro ET12 een van de allersnelste wifi-oplossingen die je kunt kopen. Voor mensen die het geld hebben, die prestaties belangrijk vinden én een echt volwaardige router willen hebben, is de ZenWiFi Pro ET12 de beste optie van 2022.

Plus- en minpunten
  • Uitstekende prestaties
  • Wifi 6E
  • Multi-gigabitpoorten
  • Uitgebreide firmware
  • Extreem hoge prijs

Wanneer we naar de resultaten kijken, zien we dat de twee maanden jongere ASUS ZenWiFi Pro ET12 significant sneller is en wél wifi 6E biedt. Een resultaat van 1815 Mbit/s maakt deze set tot een van de allersnelste wifi-oplossingen die je kunt kopen. Daar blijft een verdieping hoger via één hop nog 801 Mbit/s van over; de meeste mid-range sets scoren hier zo rond de 500 tot 600 Mbit/s. Op zolder en met wat langere afstand houdt de ET12 zelfs het beste stand van allemaal.

Helaas is prijs wel echt extreem hoog, waarmee de doelgroep van deze set sterk afneemt. Maar voor mensen die het geld hebben, die prestaties belangrijk vinden én een echt volwaardige router willen hebben, is de ZenWiFi Pro ET12 de beste optie van 2022. Adviesprijs: € 899,- (2 stuks), € 1378,- (2 stuks + losse extra node)

TP-Link

De installatie van de Deco-mesh-systemen is inmiddels uitstekend uitontwikkeld. De focus van TP-Link ligt overduidelijk op eenvoud. Fijn voor de typische thuisgebruiker, maar minder fijn als je meer technisch onderlegd bent en graag aan instellingen sleutelt of een eigen VPN-verbinding opzet.

Onder de Homeshield-vlag voegt TP-Link basale beveiligingsopties en opties voor ouderlijk toezicht toe, al heb je voor sommige geavanceerde opties een abonnement nodig. Zo kun je wel websites blokkeren of een bedtijd instellen, maar het instellen van een tijdslimiet per gebruiker is een betaalde functie, en dat vinden we lastig te begrijpen.

Uitstekend
Conclusie

De Deco XE75 blinkt met haar uitstekende prijs-kwaliteit verhouding uit. Opvallend is de toevoeging van wifi 6E. Helaas kan de set hier niet altijd maximaal van profiteren omdat het apparaat niet beschikt over een multi-gigabitpoort.

Plus- en minpunten
  • Uitstekende prijs-prestatieverhouding
  • Wifi 6E
  • Gebruiksvriendelijk
  • Sommige mogelijkheden achter abonnement
  • Gebrek aan 2,5Gbit-aansluiting

De Deco XE75 is met relatief compacte torentjes wat kleiner dan het topmodel, maar het betreft wel degelijk een triband-oplossing. Fijn is de toevoeging van een derde lan-poort, eerdere units hadden er veelal slechts twee. Het is echter de toevoeging van wifi 6E die opvalt. Om daar optimaal van te profiteren, is een multi-gigabitpoort handig en die ontbreekt helaas.

De Deco XE75 laat op zichzelf een keurige indruk achter. In de woonkamer halen we 951 Mbit/s en ook de backhaul blijkt uitstekend. Op de eerste verdieping blijft nog ruim 600 Mbit/s van de snelheid over. Op zolder blijven we nog net boven de 400 Mbit/s. Adviesprijs: € 369,- (2 stuks), € 464,- (3 stuks)

Legendarisch
Conclusie

de XE75 PRO is misschien we dé interessantste set van dit moment. De set heeft een fantastische prijs-kwaliteit verhouding en kan bovendien maximaal gebruikmaken van wifi 6E door de toevoeging van een multi-gigabitpoort.

Plus- en minpunten
  • Uitstekende prijs-prestatieverhouding
  • Wifi 6E
  • Multi-gigabitpoorten
  • Gebruiksvriendelijk
  • Sommige mogelijkheden achter abonnement

Het is de eveneens geteste Deco XE75 PRO die roet in het eten van de ‘gewone’ XE75 gooit. Het zijn technisch praktisch dezelfde apparaten, maar de PRO heeft wél een 2,5Gbit-poort. Die set neemt een subtoppositie in binnen het assortiment, maar lijkt qua mogelijkheden met wifi 6E en multi-gigabitpoorten eigenlijk meer op een topmodel.

De Deco XE75 PRO scoort uitstekend zo’n 1566 Mbit/s rondom de satelliet zelf. Op de eerste verdieping houdt de XE75 PRO eveneens goed stand (665 Mbit/s) en op de bovenste verdieping zien we nog een zeer respectabele score (422 Mbit/s). Het verval in snelheid naar de hogere etages is ietsje hoger dan bij de duurdere sets, maar dat staat geenszins in verhouding tot het gigantische prijsverschil. Interessanter is, wanneer we kijken naar vergelijkbaar geprijsde modellen, dat de XE75 PRO er echt positief uitspringt en misschien we dé interessantste set van dit moment is. Adviesprijs: € 399,- (2 stuks), € 549,- (3 stuks)

Uitstekend
Conclusie

De Deco X90 offert wifi 6E voor uitstekende prestaties. De set kan ondanks de goede prijs-kwaliteit verhouding moeilijk concurreren met de XE75 en XE75 PRO.

Plus- en minpunten
  • Goede prijs-prestatieverhouding
  • Multi-gigabitpoorten
  • Gebruiksvriendelijk
  • Sommige mogelijkheden achter abonnement
  • Geen wifi 6E

De hoger gepositioneerde Deco X90 heeft twee grote uitdagingen: wifi 6E ontbreekt en de X90 is alleen los of als set van twee te koop (er is geen set van drie stuks). De prestaties zijn goed: 1276 Mbit/s is meer dan de meeste thuisnetwerken aan kunnen. De backhaul houdt goed stand richting de satelliet op de eerste verdieping, waar we nog zo’n 600 Mbit/s overhouden en één verdieping verder blijft daar nog zo’n 400 Mbit/s van over. Dat zijn resultaten waar menig huishouden en menig concurrent jaloers op zal zijn, al ontloopt het de XE75 en XE75 PRO weinig. Dergelijke concurrentie uit eigen assortiment maakt de positie van de X90 toch best lastig. Adviesprijs: € 359,- (2 stuks), € 583,- (2 stuks + losse extra node)

Conclusie

Wanneer je simpelweg op zoek bent naar de hoogste snelheid of de grootste kans dat het systeem altijd werkt, dan kun je terecht bij de Netgear Orbi RBKE96x of de ASUS ZenWiFi Pro ET12. Beide sets zijn aan elkaar gewaagd, maar zijn tegelijkertijd de duurste opties.

Wil je een zo goed mogelijk presterend systeem voor een zo scherp mogelijke prijs, dan raden we je de TP-Link Deco XE75 PRO aan. Dit wifi-mesh-systeem met wifi 6E presteert uitstekend en is klaar voor de toekomst, maar is zeker niet de duurste van de rest en is daarom wat ons betreft een aanrader.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.