ID.nl logo
CP/M, Basic, Pascal met de Z80 microprocessor
© Reshift Digital
Huis

CP/M, Basic, Pascal met de Z80 microprocessor

Natuurlijk kent iedereen de Raspberry Pi, het ultieme microcomputerbordje. Maar er is (veel) meer onder de zon. Zoals bijvoorbeeld het bijzondere op een Z80 én een moderne microcontroller gebaseerde Z80-MBC2.

De Z80 microprocessor was een populaire 8-bits CPU die vooral in de roemruchte jaren ’80 van de vorige eeuw z’n hoogtijdagen beleefde. Feitelijk was de Z80 een uitgebreide 8080. Die compatibiliteit met de oudere 8080 van Intel zorgde ervoor dat het een populair besturingssysteem uit die dagen kon draaien: CP/M. Dat CP/M was de voorloper van MS-DOS. Als er destijds geen akkoord tussen IBM en een nog piepjonge Bill Gates van het toen nog even piepjonge Microsoft was gesloten, dan was de kans levensgroot geweest dat CP/M nog decennia lang hét pc-besturingssysteem was geweest. Het is anders gelopen, wat betekende dat eind jaren tachtig MS-DOS het stokje qua meest populaire OS overnam. CP/M heeft echter lang meegedraaid en er is een enorme berg software voor beschikbaar. Alleen: op een modern systeem draait al dat moois dus niet meer. Emuleren (zie afbeelding bovenaan) is een optie, maar Z80-MBC2 biedt een veel mooiere oplossing.

©PXimport

Z80 en Atmel

De Z80-MBC2 is een single board computer met als basis een Z80. Daarnaast treffen we ook een moderne(re) microcontroller in de vorm van de Atmel ATMEGA32A aan. De software daarin vervangt een berg aan omliggende chips die vroeger noodzakelijk waren om een Z80-systeem mee op te bouwen. Het resultaat is een zéér betaalbaar systeem. Zowel de Z80 als de Atmel kosten tegenwoordig een appel en een ei en het handjevol overige onderdelen is eveneens peanuts. Wil je het systeem zelf bouwen, dan ben er zo’n drie a vier tientjes aan kwijt. Inclusief printplaat en onderdelen. Als je een beetje op eBay gaat zoeken duiken met regelmaat interessante aanbiedingen op. Wij scoorden voor minder dan zes tientjes een kant-en-klaar opgebouwde print plus een tweetal uitbreidingsmodules. Die laatsten zijn erg praktisch, want daarmee kun je alle benodigde software vanaf een moderne micro-SD geheugenkaart halen. De andere module betreft een real-time klok, altijd handig.

128 kB RAM

Het idee is de komende tijd meer aandacht aan dit systeem te besteden. Voor nu kijken we als introductie vooral eerst naar de mogelijkheden. En dat zijn er nogal wat. Wel moet je begrijpen dat het hier een ‘klassieke’ computer betreft, waarbij je voor de toegang een al even klassieke terminal nodig hebt. Of een terminalprogramma. Geen grafische poespas dus, alles is tekstgebaseerd. Maar ja, dat was destijds voor de meeste gebruikers meer dan voldoende. CP/M is in essentie ook een tekstgebaseerd besturingssysteem, dus dat is allemaal geen probleem. De Z80-MBC2 beschikt verder over 128 kB aan RAM. Dat zou in de hoogtijdagen van CP/M een enorme hoeveelheid geweest zijn. Zeker ook als je bedenkt dat de Z80 feitelijk maximaal 64 kB aan kon sturen. Via bankswitching – de truc die hier ook gebruikt werd – was meer mogelijk. Maar dat werd een dure grap.

Terminal

Zoals gezegd gebruik je je computer als terminal (of als je echt retro wilt gaan, schaf je jezelf een occasie-terminal aan op eBay, maar let daarbij wel heel goed op de signaalwaarden. Dit bord is RS232 compatibel, maar dan wel op TTL-niveau. De meeste echte terminals gebruiken spanningsniveau’s die dat verre overstijgen. En dus is een converter noodzakelijk. Wil je op safe spelen, koop dan voor een paar Euro een USB-naar-serieel (RS232) TTL-converter. Daar zijn er heel veel van, want deze worden (onder meer) gebruikt om microcontrollers mee te programmeren.

©PXimport

Collapse OS en UCSD Pascal

Los van CP/M ondersteunt Z80-MBC2 ook Collapse OS, een besturingssysteem gebaseerd op de programmeertaal Forth. Dat Forth is natuurlijk ook alweer een oudgediende, maar biedt ook anno nu nog interessante mogelijkheden op dit soort 8-bit microsystemen. Een andere veteraan die eveneens moeiteloos draait op het systeem is UCSD Pascal. Pascal was het ‘elegante’ en gestructureerde alternatief voor Basic. Pascal leeft tegenwoordig nog voort en is meer bekend als Delphi. Start je het systeem trouwens in CP/M-modus, dan zijn vanzelfsprekend meer programmeertalen voor dit besturingssysteem beschikbaar. Hiervoor kun je terecht op bijvoorbeeld deze site. Je ziet daar roemruchte programmeertalen van al even roemruchte herkomst uit het grijze digitale verleden.

©PXimport

Oud én nieuw

Nu wil ‘oud’ natuurlijk niet zeggen dat de Z80-MBC2 alleen voor retro-toepassingen inzetbaar is. Toegegeven: dat zal voor de meeste gebruikers wel het meest interessante hoofddoel zijn. Maar bedenk je dat het systeem lekker energiezuinig is (er wordt een CMOS-versie van de Z80 gebruikt) en het dus geen probleem is om het langdurig ingeschakeld te laten. Kortom: wat let je om ‘t computertje te gebruiken voor het besturen van het een of ander? Juist de eenvoud van de Z80-MBC2 maakt het een toegankelijk geheel. Er is echter een kleine horde: de computer beschikt niet over een ethernet-aansluiting. Die bestonden destijds nog niet, vandaar. Maar dat is vrij makkelijk te verhelpen. Bij Chinese fabrikanten kun je namelijk voor minder dan een tientje RS232 serieel naar ethernet-converters kopen. Die apparaatjes beschikken over een eigen webinterface waarin je alles naar wens kunt configureren. En zo kun je alsnog via een terminalprogramma je Z80-MBC2 via het netwerk benaderen.

©PXimport

Ook bestaan er modules (niet door ons besteld) waarmee je een seriële poort via wifi en/of bluetooth beschikbaar maakt. Het kost dus niet heel veel moeite om een in essentie retro-systeem als dit de moderne tijd binnen te loodsen.

Alle in dit artikel genoemde onderdelen zijn inmiddels door ons besteld en binnen. We gaan er zeker op terugkomen, want hier kun je immers een flinke hoeveelheid lol aan beleven!

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos