ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 luxe e-readers met een kleurenscherm
© pikselstock - stock.adobe.com
Huis

Waar voor je geld: 5 luxe e-readers met een kleurenscherm

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een goede e-reader met een gekleurd e-ink-scherm? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot met een aantrekkelijke prijs-kwaliteitverhouding.

Kobo Clara Colour

Zoek je een betaalbare e-reader met een kleurenscherm? De gloednieuwe Kobo Clara Colour is in dat geval het overwegen waard. Afbeeldingen en illustraties komen er op tot leven! Dit leesapparaat heeft een prettig formaat van 6 inch. In combinatie met het lichte gewicht van slechts 174 gram houd je het apparaat moeiteloos met één hand vast. Het product voldoet aan de IPx8-norm, zodat je veilig in bad kunt lezen. De behuizing is namelijk waterdicht. Voor de opslag van e-books en luisterboeken is er 16 GB interne opslag ingebouwd. Dankzij ondersteuning voor wifi en bluetooth zet je eenvoudig bestanden op het apparaat.

Het ontspiegelde e-ink-scherm heeft een resolutie van 1448 × 1072 pixels. Dankzij een hoge pixeldichtheid van 300 ppi voor zwart-wit-inhoud verschijnen de letters scherp in beeld. Een leuke optie is dat je belangrijke passages met een kleurtje kunt markeren. Deze e-reader bevat schermverlichting waardoor je ’s avonds geen leeslampje nodig hebt. Fijn is dat de Clara Colour gedurende de dag steeds minder blauw licht uitstraalt. Dat is prettiger voor de ogen.

Kobo Libra Colour

De Libra Colour is Kobo’s nieuwste paradepaardje met een ruim kleurenscherm van 7 inch. Kies tussen een zwarte en witte uitvoering. In tegenstelling tot een tablet heb je geen last van schitteringen. Het e-ink-scherm is ontspiegeld, waardoor je prima vanuit je luie tuin-, strand- of kampeerstoel kunt lezen. Met een resolutie van 1680 × 1264 pixels ogen de letters strak. Als je lang op reis gaat, komt de riante interne opslagcapaciteit van 32 GB goed van pas. Daarop bewaar je duizenden e-books. Verder kun je eventueel ook luisterboeken afspelen. Verbind hiervoor een bluetooth-hoofdtelefoon met de e-reader.

De waterdichte behuizing van 199,5 gram heeft een duurzaam ontwerp van gerecycled kunststof. Bovendien zijn diverse onderdelen vervangbaar, zodat de Libra Colour een lange verwachte levensduur heeft. Lijkt een digitaal notitieblok jou wel handig? Schaf in dat geval de apart verkrijgbare Kobo Stylus 2 aan en maak op het kleurenscherm aantekeningen. Het is zelfs mogelijk om deze digitale krabbels in Dropbox of Google Drive op te slaan.

PocketBook InkPad Color 3

In tegenstelling tot Kobo ontwikkelt PocketBook al langer e-readers met een gekleurd e-ink-scherm. De InkPad Color 3 is daarvan een goed voorbeeld. Het grote 7,8inch-touchscreen van 1872 × 1404 pixels valt meteen op. Tijdens het lezen pas je de kleurtemperatuur van het ontspiegelde scherm naar eigen wens aan. Naast normale e-books leent deze e-reader zich ook goed voor het lezen van stripboeken. Met 32 GB opslagcapaciteit kun je duizenden titels op dit apparaat kwijt. Via een wifi-verbinding of de bijgesloten usb-c-kabel zet je de leesbestanden eenvoudig over.

Voor het afspelen van luisterboeken ondersteunt de InkPad Color 3 diverse audio-indelingen, zoals mp3 en ogg. Je kunt weliswaar een bluetooth-koptelefoon koppelen, maar dat is tijdens warme dagen niet altijd even prettig. Als alternatief heeft de behuizing een speaker waarmee je comfortabel naar audioboeken kunt luisteren. Nuttig om te weten is dat de IPx8-gecertificeerde behuizing bestand is tegen water. Ondanks het grote scherm valt het gewicht van 270 gram mee.

Lees ook: Papieren boeken versus e-readers: welke zijn beter voor jou?

PocketBook Era Color

PocketBook bracht onder de productnaam Era Color onlangs een nieuwe e-reader uit. Dit model heeft een kleurenscherm van 7 inch. De resolutie van 1264 × 1680 pixels is dik in orde. Met een respectabele pixeldichtheid van 300 ppi profiteer je van scherpe letters. Onder de motorkap zorgen een octacore-processor met een kloksnelheid van 1,8 GHz en 1 GB werkgeheugen dat processen soepel verlopen. Hierdoor navigeer je bijvoorbeeld vlot door het menu en sla je snel bladzijden om.

Dankzij de voorgrondverlichting kun je op elk moment van de dag comfortabel lezen. Daarnaast luister je via de interne speaker of aangesloten (draadloze) hoofdtelefoon desgewenst naar een audioboek. Er is 32 GB interne opslag beschikbaar. Via wifi of een usb-c-kabel kun je makkelijk e-books overzetten. Volgens de fabrikant kan de IPx8-gecertificeerde behuizing tot een diepte van twee meter zestig minuten onder water blijven. Kortom, lees met de Era Color zorgeloos in een jacuzzi of (zwem)bad. Het apparaat weegt 235 gram.

BOOX Tab Ultra C Pro

Als je een e-reader met een groot e-ink-kleurenscherm wilt kopen, is de recent verschenen BOOX Tab Ultra C Pro een goede keuze. Met een formaat van maar liefst 10,3 inch heb je ruimschoots voldoende ruimte om letters van e-books te vergroten. Daarnaast is het ook een prettig formaat voor het digitaal lezen van kranten. De resolutie bedraagt 2480 × 1860 pixels. Het apparaat ondersteunt diverse bestandsindelingen, waaronder uiteraard het welbekende epub-formaat voor e-books. Daarnaast kun je ook allerlei andere documenten openen, zoals pdf, docx en pptx.

Vergeleken met de meeste andere e-readers heeft de Tab Ultra C Pro veel rekenkracht, namelijk een octacore-processor met een klokfrequentie van 2,8 GHz en 6 GB werkgeheugen. Als besturingssysteem bevat dit apparaat een versie van Android. Je kunt dus vanuit de Play Store diverse apps installeren. Om die reden is voldoende rekenpower geen overbodige luxe. Er is 128 GB interne opslag aanwezig. Overige pluspunten zijn de microSD-kaartlezer en ingebouwde camera van 16 megapixel. Tot slot is er een stylus inbegrepen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.