ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 betaalbare e-readers van max 190 euro
© Paolese - stock.adobe.com
Huis

Waar voor je geld: 5 betaalbare e-readers van max 190 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een prijsvriendelijke e-reader waarop je duizenden digitale boeken kunt opslaan? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot met een aantrekkelijke prijs-kwaliteitverhouding.

Disclaimer: op het moment van schrijven zijn de besproken e-readers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 190 euro. De prijzen kunnen schommelen.

Kobo Clara BW

De recent verschenen Clara BW is momenteel de goedkoopste e-reader van Kobo. Geschikt dus voor wie niet op een kleurenscherm van de duurdere modellen Libra Colour en Clara Colour zit te wachten. De Clara BW heeft ‘gewoon’ een ontspiegeld zwart-witscherm van 6 inch. Dat is een prettig leesformaat, terwijl de behuizing evengoed nog lekker compact is. Met een gewicht van slechts 174 gram leent deze e-reader zich goed voor urenlange leessessies. Je gebruikt het apparaat bovendien probleemloos in bad, want het product voldoet aan de IPx8-norm. Deze e-reader is dus volledig waterdicht.

Het aanraakscherm heeft een resolutie van 1448 × 1072 pixels. Hierdoor komt de pixeldichtheid uit op 300 ppi, waardoor de letters scherp in beeld verschijnen. De Clara BW bevat 16 GB interne opslagcapaciteit. Volgens de fabrikant kun je daarop zo’n 12.000 e-books bewaren. Je gebruikt deze e-reader eventueel ook voor het luisteren van audioboeken. Koppel via bluetooth een draadloze hoofdtelefoon of speaker en luister naar de voorleesstem. Overige pluspunten zijn de aanpasbare voorgrondverlichting en blauwlichtregeling. Je schaft de Kobo Clara BW eventueel met een bijpassende hoes aan (blauw/zwart/roze/rood/transparant).

PocketBook Verse

Zoek je een betaalbare e-reader met een geheugenkaartslot, dan is de PocketBook Verse een goede keuze. Naast 8 GB interne opslag kun je er namelijk ook een eigen microSD-kaart van maximaal 128 GB in kwijt. Met name voor lange reizen komt dat goed van pas, want je kunt zo eindeloos veel boeken meenemen. Het apparaat ondersteunt 25 bestandsindelingen, zodat zo’n beetje elk digitaal boek, in wat voor bestandsformaat dan ook, kunt lezen. Kom je een moeilijk woord tegen? Zoek de betekenis dan rechtstreeks op in het woordenboek. Voor een e-reader in deze prijsklasse heeft de Verse een rappe dualcore-processor met een kloksnelheid van 1 GHz. In combinatie met 512 MB werkgeheugen profiteer je van een vlotte gebruikersomgeving. Een leuk extraatje is dat je een potje schaken of sudoku kunt starten.

Het e-ink-aanraakscherm heeft een schermdiagonaal van 6 inch. Dankzij het compacte ontwerp is de Verse niet zo zwaar, namelijk 186 gram. Hierdoor kun je de behuizing wel een tijdje met één hand vasthouden. Dankzij de ontspiegelde coating ervaar je niet of nauwelijks hinder van omgevingslicht. Buiten lezen is dan ook geen enkel probleem. Lees je liever in de late uurtjes, dan pas je de helderheid en kleurtemperatuur naar eigen wens aan. Het product is in een grijze en blauwe uitvoering te koop. Tot slot kun je deze e-reader ook nog inclusief hoes aanschaffen.

PocketBook Verse Pro

Ten opzichte van het hierboven besproken kleinere broertje heeft de PocketBook Verse Pro een aantal voordelen. Allereerst ondersteunt het 6inch-scherm een hogere resolutie van 1448 × 1072 pixels. Met een pixeldichtheid van 300 ppi verschijnen alle letters, cijfers en leestekens strak op het digitale papier. Een ander verschil is dat je luisterboeken kunt afspelen. Je koppelt in dat geval via bluetooth een draadloze koptelefoon of luidspreker. De Verse Pro ondersteunt de audioformaten m4a, ogg en m4a. Onder de motorkap bevindt zich 16 GB interne opslag; een geheugenkaartslot ontbreekt helaas.

Vergeleken met de reguliere Verse heeft deze Pro-versie een waterdichte behuizing. Het product is IPx8-gecertificeerd. De accu van 1500 mAh gaat volgens de fabrikant lang mee. Zo kun je op een enkele batterijlading ongeveer een maand lezen. Zoals je van deze moderne e-reader mag verwachten, kun je de helderheid en kleurtemperatuur eigenhandig aanpassen. Verder zijn er woordenboeken en spelletjes ingebakken. De Verse Pro is verkrijgbaar met een blauwe rand of rode achterkant.

Lees ook: Papieren boeken versus e-readers: welke zijn beter voor jou?

Amazon Kindle Paperwhite Signature Edition

Deze luxe uitvoering van de Amazon Kindle heeft een aantrekkelijke prijs-kwaliteitverhouding. Fijn is de ruime interne opslagcapaciteit van 32 GB. Een ander pluspunt is dat de schermverlichting zich automatisch op het omgevingslicht aanpast. Je hoeft dus niet steeds zelf in de instellingen te rommelen. Deze functie werkt via een lichtsensor. De Kindle Paperwhite Signature Edition ondersteunt ook nog draadloos opladen, al heb je voor deze optie wel een los verkrijgbare Qi-oplader nodig.

Lees je graag in bad of op het strand? In dat geval komt de IPx8-gecertificeerde behuizing goed van pas. Je hoeft niet te vrezen wanneer je het apparaat eens buiten in de regen laat liggen, want deze e-reader is volledig waterdicht. Het anti-reflecterende e-ink-scherm van 6,8 inch ondersteunt een hoge resolutie van 1648 × 1236 pixels. De pixeldichtheid van 303 ppi valt dus ruim uit. Kortom, elk e-book opent met scherpe letters.

PocketBook Basic Lux 4

Wie een goedkope e-reader wil kopen, kan de PocketBook Basic Lux 4 overwegen. Ondanks zijn schappelijke prijskaartje betreft het een volwaardig leesapparaat met 8 GB interne opslag. Je kunt hierop duizenden e-books bewaren. Vind je dat niet genoeg? Prik dan een eigen microSD-kaart in de behuizing. Het e-ink-scherm heeft een prettig formaat van 6 inch. Ga naar de volgende bladzijde door op het aanraakscherm te tikken of gebruik onderaan de fysieke knop.

De behuizing weegt slechts 155(!) gram. Vergeleken met veel andere e-readers heb je hierdoor minder gauw last van vermoeide handen en armen. De geïntegreerde accu biedt een respectabele capaciteit van 1300 mAh. Waarschijnlijk hoef je het apparaat pas na enkele weken weer op te laden. Bij gebruik van de inwendige voorgrondverlichting loopt de accu weliswaar iets sneller leeg, maar daardoor kun je wel in een donkere kamer comfortabel lezen. Veel leesplezier!

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos