ID.nl logo
Zo sluit je je televisie correct aan
© Reshift Digital
Huis

Zo sluit je je televisie correct aan

Een televisie aansluiten lijkt niet ingewikkeld, maar als je het goed wilt doen dien je toch met enkele belangrijke punten rekening te houden. Welke dat zijn, leggen we in dit artikel voor je uit.

Hoewel er soms nog andere connectoren op een televisie zitten, is hdmi dé standaardaansluiting geworden als het over consumentenelektronica gaat. Deze digitale aansluiting levert beeld en geluid in de beste kwaliteit, en kan er in sommige gevallen zelfs voor zorgen dat je alle apparaten met één afstandsbediening bedient. Toch zijn er nog wel wat zaken waar je op moet letten.

HDMI-versies

Hdmi gaat al heel lang mee (sinds 2003). Intussen zijn er al aardig wat verschillende versies. De verschillen uitgebreid toelichten gaat te ver, maar dit zijn de grote lijnen. Sinds versie 1.4 is er ondersteuning voor arc en 3D en kan er 4K gebruikt worden, maar enkel in beperkte mate (24 Hz met een kleurdiepte van 8 bit). Sinds versie 2.0 ondersteunt hdmi ook hdr en meer varianten van 4K. De nieuwste versie 2.1 biedt een hele reeks nieuwe functies, maar is voorlopig nog niet heel breed beschikbaar.

Ook is 8K inmiddels beschikbaar, maar nog niet veel tv's ondersteunen dit. Kort door de bocht kunnen 8K-toestellen nog eens vier keer meer pixels op het scherm toveren dan 4K-toestellen en zelfs zestien keer meer dan de ‘gewone’ High Definition-beelden. De tv’s hebben een resolutie van 7680x4320 pixels, wat een beeld oplevert dat enorm scherp is. Ter vergelijking, Full HD heeft een resolutie van 1920 bij 1080 pixels.

Er zijn echter nog weinig films of series in 8K te zien, met uitzondering van enkele YouTube-video’s. Het beste argument om een 8K-televisie te kopen lijkt dan ook vooralsnog de upscaling-technologie om beelden van mindere kwaliteit te stroomlijnen, maar echt noodzakelijk is dit niet gezien 4K-televisies al zonder moeite beelden kunnen ‘upscalen.

HDMI-aansluitingen zijn altijd achterwaarts compatibel, dus je kunt oudere versies aansluiten op nieuwere, maar dan ben je uiteraard beperkt tot de functies van de oudste versie.

De juiste kabel

HDMI-kabels komen in twee belangrijke versies: Standard en High Speed. De Standard-kabels ondersteunen maximaal 720p- en 1080i-resoluties, die kabels laat je best liggen. Koop High Speed-kabels, die zijn geschikt voor alles tot 4K. Beide versies bestaan in twee varianten: met en zonder ethernet. Koop de variant met ethernet, want die is nodig als je (e)arc wenst te gebruiken.

Hdmi-kabels met de aanduiding Premium High Speed zijn identiek aan High Speed-kabels, maar zijn onderworpen aan extra testen om te garanderen dat ze de maximale bandbreedte leveren (18 Gbit/s, bijvoorbeeld voor 4K met 60 fps, kleurdiepte 8 bit en 4:4:4 chroma). Ze zijn voorzien van een speciaal logo. In de praktijk kunnen ook bijna alle High Speed-kabels dat, maar ze zijn er niet op getest.

Ultra High Speed-kabels zijn ontwikkeld voor extreem hoge resoluties (zoals 8K). Ze zijn voorgesteld samen met hdmi 2.1, maar zijn voorlopig nog niet officieel te krijgen. Ze zullen in elk geval compatibel zijn met je bestaande apparatuur.

Kabels mogen in theorie niet aangeduid worden met hdmi-versienummers (een hdmi 2.0-kabel bestaat niet), al gebeurt dat in de praktijk helaas vaak. Let bij je aankoop op het logo (wij adviseren dus High Speed with Ethernet), en kijk eventueel in de features (4K60p, 2160p, hdr enzovoort). Voor lange kabels (10 meter of meer) kun je overwegen om een actieve kabel te gebruiken, die maakt gebruik van glasvezel om langere afstanden te overbruggen.

©PXimport

Goedkope kabel of dure kabel?

Een hdmi-kabel hoort helemaal niet duur te zijn, en dure kabels maken je beeldkwaliteit absoluut niet beter. Dus geen dieper zwart, beter detail of intensere kleuren met een dure kabel, dat is volstrekt onmogelijk. Als een hdmi-kabel faalt, dan zie je een van de volgende drie zaken: ‘sterretjes’ in het beeld, af en toe uitvallend beeld of helemaal geen beeld. ‘Sterretjes’ zijn willekeurige pixels die aan en uit flitsen, ook dat is meestal onmiddellijk zichtbaar. Heb je een van deze problemen, schakel je bron dan even naar een lagere resolutie of beeldfrequentie. Is daarmee het probleem opgelost, dan ligt het vrijwel zeker aan de kabel. Bij langere kabels is de kans op problemen iets hoger, daarom vereisen ze iets betere kwaliteit en zijn ze vaak wat duurder.

Hdmi-functies activeren

Hdmi doet meer dan alleen beeld en geluid doorsturen. Zo kun je sommige apparaten bedienen met de afstandsbediening van je tv dankzij CEC (Consumer Electronics Control). Die functie moet je vaak activeren en fabrikanten gebruiken er helaas allemaal een eigen naam voor. Ga in de menu’s op zoek naar: Philips EasyLink, Sony Bravia Link, Samsung Anynet+, LG Simplink, of Panasonic Viera Link.

Sommige functies zijn niet op alle hdmi-aansluitingen van je televisie beschikbaar. Arc (Audio Return Channel), waarmee het geluid vanaf je televisie wordt doorgegeven aan je externe geluidssysteem of soundbar, is bijvoorbeeld in veel gevallen maar op één hdmi-aansluiting te gebruiken. Die is dan gelabeld met ‘ARC’.

Game-specifieke functies

Gamers schakelen hun tv naar de game-modus om de laagste input-lag te garanderen. Maar op de nieuwste tv-modellen kun je ook een aantal hdmi 2.1-functies vinden die voor hen interessant zijn. ALLM (Auto Low Latency Mode) en VRR (Variable Refresh Rate) moeten in sommige gevallen ook apart geactiveerd worden via de menu’s. HFR (High Frame Rate, concreet framerates hoger dan 60 fps) wordt op sommige topmodellen ondersteund. Voorlopig is ook dat enkel van belang voor consolegamers, aangezien dat de enige bronnen zijn van HFR-content.

©PXimport

Bandbreedte en beeldkwaliteit

Hdmi 2.0-aansluitingen komen in twee varianten voor: met 18 Gbit/s bandbreedte en met 9 Gbit/s bandbreedte. Waarom is dat belangrijk? Omdat enkel 18Gbit/s-aansluitingen 4K met hdr ondersteunen. Aansluitingen met 9 Gbit/s zijn beperkt tot 4K met 24 fps, zonder hdr. Helaas staat dit niet altijd duidelijk in de specificaties van een tv, maar je kunt het wel ontdekken. Zo kan het zijn dat er van de vier hdmi-aansluitingen maar een of twee de volledige bandbreedte leveren. Als de handleiding of specificaties vermelden dat je op een bepaalde hdmi-aansluiting tot 4K aan 60 fps kunt aanleveren, dan mag je veilig veronderstellen dat het een 18Gbit/s-versie is.

Op sommige modellen moet je de hdmi-instelling omschakelen naar de ‘verbeterde modus’, zodat de tv aan een aangesloten speler kan ‘vertellen’ dat hij de best mogelijke hdr-kwaliteit ondersteunt. Op heel wat tv’s gebeurt dat automatisch, maar ook hiervoor moet je soms in de menu’s duiken. Uiteraard kun je die instelling enkel aanpassen op een 18Gbit/s-aansluiting. En ook hier gebruiken fabrikanten vaak verschillende benamingen.

Opgelet, sommige oudere apparaten (met name sommige settopboxen voor digitale tv) leveren geen geluid meer als je de hdmi-aansluiting in ‘verbeterde’ modus zet. Zet dus alleen de aansluitingen waarop je een hdr-capabel toestel aansluit in ‘verbeterde’ modus.

Externe spelers of interne bron?

Kun je voor de beste kwaliteit het beste de ingebouwde streaming-apps op je tv of een externe speler gebruiken? In de meeste gevallen maakt dit weinig uit. Vaak zijn de ingebouwde apps van een tv de gemakkelijkste keuze. Levert de ingebouwde Netflix 4K hdr (eventueel met Dolby Vision en Dolby Atmos), dan krijg je van een externe speler zeker geen beter resultaat. YouTube moet 4K HDR10 en 4K HLG kunnen leveren.

Als je toch een externe speler aansluit, houd dan rekening met de aanbevelingen uit de vorige paragraaf. Gebruik je een extern audiosysteem, lees dan zeker de volgende paragraaf. Zet de speler in 4K-resolutie (of Auto).

Indien je de optie hebt om een bepaald Chroma-subsampling-schema te kiezen, kies dan voor 4:2:0, omdat zo goed als alle video zo opgeslagen wordt. Met 4:2:0 wordt kleurinformatie gecomprimeerd, waardoor er minder data over de kabel gaat. Kies enkel 4:4:4 als subsampling als je zeker weet dat de chroma-upscaler van je speler beter is dan die van de televisie.

Arc en earc

Arc (Audio Return Channel) en earc (extended arc, nieuw sinds hdmi 2.1) verdienen wat extra aandacht. Het concept achter arc is eenvoudig: wie voor beter geluid kiest en een soundbar of av-receiver gebruikt, sluit zijn bronnen aan op de soundbar of av-receiver.

Maar wat moet je dan met het geluid van bronnen op je tv (ingebouwde tuners, Netflix, usb enzovoort)? Normaal gesproken heb je daar een aparte kabel voor nodig, vaak een digitaal optische kabel van je tv naar de soundbar/reciever. Met hdmi arc is dat niet nodig: de tv gebruikt de hdmi-kabel die van je audiosysteem naar je tv loopt (en die enkel beeld naar je tv brengt) om de audio van interne tv-bronnen naar je audiosysteem door te zetten. Hiervoor moeten zowel je tv als je audiosysteem een hdmi-poort met de arc-functie te hebben. Je verbindt ze met een hdmi-kabel mét ethernet (High Speed with Ethernet) … en klaar!

Ook hier moet je soms in de instellingen kijken om de correcte en beste configuratie te garanderen. Selecteer in het geluidsmenu van de tv dat je een extern audiosysteem gebruikt, en selecteer indien mogelijk de optie om ‘bitstream’ audio uit te sturen. Zo garandeer je dat eventuele processing door je audio-installatie gebeurt. Kies geen ‘PCM’, want in dat geval gebeurt alle processing in de tv, en verlies je mogelijk surround-informatie.

Dolby Atmos

Dolby Atmos is een nieuw surroundformaat waarbij geluid zelfs van boven je lijkt te komen. Alhoewel sommige tv-modellen zelf Atmos-tracks kunnen afspelen, is het resultaat meestal mager. Voor maximaal effect gebruik je een Atmos-soundbar of -av-receiver. Zorg er steeds voor dat je audiobron (tv of externe speler) ‘bitstream’ audio uitstuurt, geen ‘PCM’. Zo kan je audiosysteem het decoderen van de Atmos-informatie voor zijn rekening nemen. Sluit spelers het liefst rechtstreeks aan op het audiosysteem. Moet je je blu-ray-speler toch op de tv aansluiten omdat er niet genoeg aansluitingen op de soundbar zitten, dan kun je Atmos-tracks die in een Dolby True HD-stream zitten enkel via earc doorsturen. Heb je enkel arc, dan kun je alleen Atmos in Dolby Digital Plus-streams beluisteren.

Oudere aansluitingen

Op heel wat televisies vind je nog oudere analoge aansluitingen. Het gaat dan om composiet video (gele tulpstekker), en component video (rode, groene en blauwe tulpstekker). Die aansluitingen gebruik je enkel als het echt niet anders kan. De kwaliteit van composiet video is erg slecht (maximaal SD 576p, met heel wat beeldfouten), component video levert nog redelijke resultaten (kan tot full hd gaan). Een VGA-aansluiting kun je gebruiken als je een oudere computer of laptop wilt aansluiten, ook tot maximaal full hd met degelijke kwaliteit.

In al deze gevallen ben je voor audio aangewezen op analoge stereo (rode en witte tulpstekker, of stereo minijack). Nogmaals, gebruik deze aansluitingen alleen als het niet anders kan.

De enige oudere aansluiting die wel nog van belang kan zijn is de digitaal optische audio-uitgang. Sommige soundbars beschikken niet over hdmi en kunnen dus enkel via dit type aansluiting met de tv verbonden worden. In dit artikel besteden we hier wat aandacht aan. Veel soundbars hebben tegenwoordig een hdmi-arc-aansluiting, hetgeen onze voorkeur heeft. Sommige tv’s sturen via de optische kabel immers enkel stereo naar buiten, terwijl je via hdmi (bepaald) surround-geluid naar je soundbar kunt sturen.

Televisie kopen

Heb je nog geen nieuwe televisie gekocht en ben je je aan het oriënteren? Als je weet welke specificaties, prijs en merk je belangrijk vindt, kun je bepalen welke je het best kunt aanschaffen. Welke televisie is geschikt voor je woonkamer, de camping of voor de sportzomer? In een ander artikel hebben we 10 verschillende tv's op een rijtje gezet die volgens ons tot de beste televisies van het moment behoren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.