ID.nl logo
Review Sony XR-42A90K - Kleine maar fijne OLED-tv
Huis

Review Sony XR-42A90K - Kleine maar fijne OLED-tv

Zoek je een kleine Sony OLED-tv, dan is de A90K het model dat je zoekt. De knap afgewerkte tv biedt alles wat je ook op de grotere modellen vindt, en dat betekent uitmuntende beeldkwaliteit, prima geluid, veel functies en goed gebruiksgemak. In deze Sony XR-42A90K-review gaan we daar dieper op in.

Uitstekend
Conclusie

De Sony XR-42A90K is een bijzonder fijne televisie. Hij draagt alle kwaliteiten die we van Sony OLED-tv’s gewend zijn, maar gewoon in een kleiner formaat. Excellente beeldkwaliteit, goed geluid voor dit formaat, een mooi design, een handige afstandsbediening en Google TV, en de nodige gaming features. Al moeten we eerlijk toegeven dat we van Sony toch ook graag AMD Freesync zouden krijgen, zoals werkelijk alle andere fabrikanten dat doen. Enkel jammer dat hij bijzonder duur is, dat kost hem een half punt in de score.

Plus- en minpunten
  • Mooie beeldkwaliteit
  • Uitstekende beeldverwerking
  • Zeer goede bewegingsscherpte
  • Acoustic Surface+ levert knap geluid
  • HDMI 2.1-aansluitingen met gaming features
  • Nieuwe, handige en eenvoudigere afstandsbediening
  • Prijs
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen
  • Dolby Vision en 4K120 niet te combineren via HDMI

Sony XR-55A95K

  • Adviesprijs: 1.950 euro
  • Wat: Ultra HD OLED-tv
  • Schermformaat: 42 inch (106 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0 (18 Gbps), 2x v2.1 (48 Gbps)), ARC/eARC, ALLM, VRR, HFR 4K120), 1x composiet video + stereo minijack, 2x USB, 1x optisch digitaal uit, 3x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, Dolby Vision, WiFi (802.11ac) ingebouwd, Google TV (10), AirPlay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, dual tuner, CI+-slot, Cognitive Processor XR
  • Afmetingen: 933 x 620 x 225 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 16,4 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 52 (G) / HDR 67 watt (G)

Sony heeft dit jaar een dingetje met stoere ontwerpen. Dat zagen we al op de loodzware A95K, en het valt ook enorm op bij deze A90K. Want al is het maar een 42 inch-model, met de voet er bij weegt hij 16,8 kg, bijna het dubbel van de 42 inch LG C2. Maar we gaan daarover niet zeuren, want dat stevig gewicht vertaalt zich ook in een mooi en stijlvol ontwerp. De rug kreeg een leuk vierkantjespatroon, de behuizing bedekt bijna de volledige achterzijde van het scherm.

Aan de voorzijde zie je enkel een dunne zwarte rand rond het scherm, die onderaan iets breder is voor de sensoren. De centrale voetplaat is afgewerkt in een knappe titanium zwart kleur, en kan op twee manieren gemonteerd worden. In de standaardpositie staat het scherm zo laag mogelijk, in de soundbarpositie tilt de stand het scherm zeven centimeter omhoog.

Aansluitingen

Deze kleine OLED biedt dezelfde selectie aansluitingen die je ook op de grotere modellen vindt. Dat betekent helaas ook dat je keuzes zal moeten maken. Naast twee HDMI 2.0-poorten, zijn er immers maar twee HDMI 2.1-aansluitingen, waarvan een gebruikt wordt voor ARC/eARC. Heb je een externe audio-oplossing op het oog, dan hou je dus maar een HDMI-poort over die 4K120 aankan. Gamers moeten er bovendien rekening mee houden dat Dolby Vision en ondersteuning voor 4K120 niet tegelijk mogelijk zijn. Via de instellingen moet je per HDMI-poort kiezen welke van beide opties je wil ondersteunen.

Sony ondersteunt ALLM en VRR, en de input-lag van 17,5 ms (4K60) en 9,2 ms (2K120) is in elk geval prima. Verder vinden we twee USB-aansluitingen, een composiet video en stereo minijack ingang, en een optisch digitale audio-uitgang. Geen hoofdtelefoonaansluiting, daarvoor ben je aangewezen op Bluetooth. Voor aansluiting op je thuisnetwerk is er ethernet en WiFi. De A90K heeft een dubbele tv-tuner en één CI Plus-slot zodat je kunt kijken en tegelijk een ander kanaal opnemen naar externe USB-opslag.

Iets minder helder dan verwacht

Toen we de 42 inch LG C2 testten, merkten we al dat die voor piekhelderheid net iets minder presteerde dan verwacht, hoofdzakelijk omdat de hogere pixeldensiteit tot snellere opwarming leidt en dat kan op zijn beurt tot inbranden leiden. Een begrijpelijke ingreep dus, en we vermoeden dat Sony gelijkaardige resultaten zal optekenen. Maar we merken al vrij snel dat Sony kennelijk nog iets voorzichtiger omspringt met het kleine paneel.

In de Gebruiker beeldmode, de beste keuze als je een accuraat beeld wenst, meten we een piekhelderheid van 550 nits op het 10% venster, dat is gevoelig lager dan de C2. Op kleinere vensters kan hij wel nog pieken tot 650 nits, wat meer in lijn is met de C2. Ook op het volledig witte testveld scoort hij met 120 nits nog erg vergelijkbaar. Opvallend was ook dat de A90K die pieken pas na enkele seconden bereikt. Sony lijkt dus ten allen prijze inbranden te willen voorkomen. En alhoewel die cijfers in absolute waarde wel wat lager liggen dan op de C2, betekent dat niet dat het beeld er slecht uitziet.

Sony ondersteunt HDR10, HLG en Dolby Vision en HDR-beelden zien er piekfijn uit. Het kleurbereik, 95% P3, is typisch voor een OLED. Zoals gebruikelijk bij Sony wordt metadata genegeerd en moet je vertrouwen op Sony’s eigen analyse en tonemapping. Die geeft echter heel mooie resultaten en behoudt een goede kleurweergave, en uitstekende witnuances. Slechts in een handvol gevallen zagen we wat witdetail verdwijnen.

Sony neigt in de kalibratie van zijn grijsschaal naar iets te koele tinten, en dat merk je ook wel, uiteraard vooral in cyaan, blauw en magenta die wat te veel naar blauw neigen. De fout is echter niet groot genoeg om echt te storen, en de prestaties zijn voor de rest uitstekend. Je krijgt prachtig zwartdetail, en uitstekende huidskleuren.

 Slimme beeldverwerking

Net zoals de rest van high-end line-up is de A90K voorzien van de Sony Cognitive Processor XR. De processor levert betrouwbare en uitstekende resultaten voor nagenoeg al je content. Deinterlacing, ruisonderdrukking, upscaling zijn allemaal erg goed. We zijn in het bijzonder tevreden over de MPEG ruisonderdrukking die niet alleen compressieruis goed verwijdert, maar die ook een aparte instelling heeft om kleurbanden weg te werken.

Problemen die we ook al op andere modellen zagen, blijven ook op de A90K onverbiddelijk aanwezig. Horizontale tickers kunnen licht schokken, en der processor is duidelijk niet krachtig genoeg om snelle pans mooi vloeiend weer te geven, daar blijven veel zichtbare schokken gestotter in achter. Het OLED-paneel heeft wel een uitstekende bewegingsscherpte, altijd een fijne troef voor sport en games.

Net als de 42 inch LG C2 hebben we de A90K een tijdje als monitor gebruikt. Onze conclusies zijn echter grotendeels hetzelfde, lees ze even na in de andere review. De Sony gebruikt blijkbaar wel een veel minder storend dimming algoritme. Hij dimt natuurlijk wel, maar het viel ons veel minder sterk op tijdens het werken.

Keuze tussen Basic TV en Google TV

Indien je dat wilt, kun je er tijdens de installatie voor kiezen om de Google TV-instelling over te slaan. De A90K werkt dan met een eenvoudige interface die mikt op het gebruik van live tv en HDMI-bronnen, al krijg je ook enkele apps aangeboden (Netflix, Prime Video, Disney+ en YouTube). Maar zodra je natuurlijk een extra app wil, zul je toch nog moeten inloggen met je Google-account.

De Google TV interface is paradijs voor wie graag eindeloos door aanbevelingen bladert, al kunnen we ons perfect inbeelden dat veel mensen er net in verdwalen. Gelukkig zijn al die tips wat gerangschikt per genre, en je kunt in beperkte mate bepalen uit welke streamingdiensten ze komen. Naast het meest uitgebreide aanbod apps, krijg je op Sony Bravia XR-modellen, zoals deze A90K, ook toegang tot Bravia Core, de streamingdienst van Sony Pictures.

En mocht je op zoek zijn naar een goede camera om te videochatten op je tv, dan heeft Sony de Bravia Cam voor jou. Die biedt ook wat extra functionaliteit voor beeld- en geluidskwaliteit, maar echt warm lopen we daarvoor niet. Sony heeft een prima menustructuur  voor alle instellingen, met handige quick menu’s en een balk voor input-selectie. De interface werkt vlot, en de nieuwe, vereenvoudigde afstandsbediening is een mooi voorbeeld van hoe een moderne remote er uit moet zien.

Acoustic Surface

Grotere modellen hebben het soms moeilijk om degelijke audio voor te leggen. Je mag er dan ook veilig van uit gaan dat de kleinere modellen zeker geen indrukwekkende audio produceren. Maar deze Sony heeft met zijn Acoustic Surface wel een unieke troef. Door het scherm als luidspreker te gebruiken komt de audio recht uit het scherm én kan Sony ook een heel breed stereobeeld produceren.

Dat is wel verrassend, en komt je filmbeleving zeker ten goede, ook al mist hij uiteraard heel wat bas. En zelfs als we het volume relatief hoog zetten, ging de klank niet de mist in. Met een eenvoudige procedure kalibreer je de tv voor de akoestiek van de ruimte.

Conclusie

De Sony XR-42A90K is een bijzonder fijne televisie. Hij draagt alle kwaliteiten die we van Sony OLED-tv’s gewend zijn, maar gewoon in een kleiner formaat. Excellente beeldkwaliteit, goed geluid voor dit formaat, een mooi design, een handige afstandsbediening en Google TV, en de nodige gaming features. Al moeten we eerlijk toegeven dat we van Sony toch ook graag AMD Freesync zouden krijgen, zoals werkelijk alle andere fabrikanten dat doen. Enkel jammer dat hij bijzonder duur is, dat kost hem een half punt in de score.

Kan je thuisbioscoop een vers scherm gebruiken?

Shop voor je nieuwe televisie bij Bol.com
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.