Het Oordeel
De Pluspunten
- De wanhopige reis van Odysseus wordt fantastisch in beeld gebracht
- Goede combinatie van fysieke mythe en bovennatuurlijke gebeurtenissen
- Onmiskenbaar een Nolan-film qua tijd en structuur
- De muziek van Ludwig Göransson
De Minpunten
- Audiomix is soms uit balans
- Sommige nieuwe verhaalaspecten gaan nergens naartoe
Met The Odyssey heeft Christopher Nolan een overduidelijk eigen, maar desalniettemin alomvattende versie van de klassieke mythe gemaakt.
Toen ik recentelijk uiteenzette wat The Odyssey als verhaal zo bijzonder maakt, besteedde ik niet bijster veel aandacht aan de Trojaanse oorlog, en de rol van Odysseus - in deze film gespeeld door Matt Damon - daarin. Met goede reden, The Odyssey is immers het verhaal over de koning die zijn weg naar huis moet vinden, alle obstakels die hij tijdens de tienjarige reis tegenkomt en de gevolgen van zijn afwezigheid voor Penelope (Anne Hathaway) en Telemachus (Tom Holland) - respectievelijk zijn vrouw en zoon.
The Odyssey voelt daarom als een soort cirkel die rondgemaakt wordt. De gebeurtenissen in Troje zijn essentieel voor deze moderne versie van het verhaal dat Nolan vertelt. Dat wordt bruut in beeld gebracht, op vergelijkbare wijze als Wolfgang Petersens film Troy uit 2004.
Die film keek ik op relatief jonge leeftijd, en schokte mij met de plotselinge hoeveelheid aan geweld. In The Odyssey is dat echter geen plotse en schokkende twist, maar het ankerpunt van het verhaal. En dat wordt allemaal gebakken in een verrassend mythologisch sausje.
Nolan is een leugenaar
Christopher Nolan is totaal niet vies van het bovennatuurlijke. Inception, Interstellar en Tenet zijn daar goede voorbeelden van. Tevens houdt de regisseur er ook van om dingen juist wat meer gegrond te houden, kijk hiervoor naar zijn The Dark Knight-trilogie. Zelfs Inception en Interstellar zijn tot op zeker hoogte nog gebaseerd op echte wetenschap, wat de ‘regels’ van de film geloofwaardig maakt. Maar The Odyssey is een mythe. Sterker nog, het is dé mythe, vol goden, monsters en magie. En ik ben aangenaam verrast door hoe ver Nolan daadwerkelijk gaat met het in beeld brengen van deze bovennatuurlijke elementen.
Een hoogtepunt is de Cycloop, Polyphemus. Het is een van de vele gevaren die Odysseus en zijn bemanning tegenkomen tijdens de terugreis, en prachtig vormgegeven met een fysieke animatronic. Aangevuld met CGI, uiteraard, maar de manier waarop het monster over de mensen torent is grandioos om te zien, en de hele sequentie kijkt praktisch als een horrorfilm. Hetzelfde geldt voor de confrontatie met de heks Circe (Samantha Morton), waar Nolan zelf regelrechte body horror verkent.
Aan de andere kant staan de Griekse goden ook centraal in het verhaal van The Odyssey, maar zij zijn in de film niet zo rechtstreeks verwerkt als bovenstaande figuren. Alleen Godin van de Wijsheid Athena (gespeeld door Zendaya) is te zien, maar de andere relevante goden als Zeus en Poseidon zijn meer… alomvattend, bij gebrek aan een betere beschrijving zonder spoilers te geven.
Hun aanwezigheid is continu voelbaar in de gebruikswijzen van de Grieken, zoals de Wet van Zeus die stelt dat je iedere vreemdeling moet ontvangen. Ook de manier waarop het weer continu verandert maakt dat de personages die we volgen continu aanvoelen als een onderdeel van een groter geheel. Zeker in een donkere bioscoopzaal voelt iedere donderklap als een statement van Zeus - zo erg word je in de wereld gezogen.
Daarbij zit The Odyssey nog altijd vol met zogenaamde ‘Nolan-isms’: typische trucs die Nolan in al zijn films doet. Sowieso bevat is het originele verhaal al niet strikt lineair, maar de regisseur geeft er desalniettemin draai aan om van de The Odyssey minder een verhaal te maken dat louter om ‘terugkeren naar huis’ draait, maar meer focus legt op hoe iemand zelf verandert na een tienjarige oorlog én die ellendige reis naar huis.
Tijdens het laatste half uur zat ik continu met mijn hoofd in mijn handen. Hoe de strik om het verhaal wordt gedaan is bizar, en maakt net als bij de beste Nolan-films dat ik niet kan wachten om het nog eens te bekijken met een nóg completer beeld van wat er aan de hand is.
Goed geprobeerd
De kern van wat The Odyssey maakt blijft ook met wat veranderingen overeind staan. Hier en daar probeert Nolan zelf iets toe te voegen aan de mythe, wat iets minder goed uit de verf komt. Dat heeft vooral betrekking op Penelope, die twintig jaar wacht op Odysseus’ terugkeer en beoogd wordt door tientallen aanbidders die iedere avond rondhangen in de hallen van Ithaca’s paleis.
Nolan probeert Penelope een wat actievere rol en karakter te geven, en een conflict te introduceren met haar zoon Telemachus, die nog altijd hoopt op de terugkeer van zijn vader. In principe heb ik hier best waardering voor, gezien haar vrij passieve rol in het originele verhaal. De verhaallijn wordt echter niet continu doorgetrokken, en voelt uiteindelijk dus toch wat, ondanks de goede bedoelingen.
Wellicht zat meer van de pay-off van deze verhaallijn in scènes die uiteindelijk geknipt moesten worden. De film is met twee uur en 52 minuten best een lange zit, maar IMAX-projectoren kunnen maximaal drie uur draaien voordat je de filmrollen moet verwisselen. Volgens Nolan is dat een van de redenen dat er uiteindelijk vrij rigoureus geknipt moest worden.
Haal er het IMAXimale uit
Laat ik dan direct mijn tweede, en tevens laatste, klacht daar direct achteraan gooien: de audiomix van The Odyssey maakt sommige dialogen bijna onverstaanbaar. Je merkt het misschien niet eens omdat wij de film met ondertiteling bekijken, maar dit is een consistente klacht bij Nolans werk. Als ik thuis The Dark Knight kijk, ben ik continu aan het spelen met het volume. Het is opmerkelijk, maar dit nadeel heeft wel degelijk ook zijn voordeel.
Ludwig Göransson, de Oscar-winnende componist van Nolans Oppenheimer, maar ook Black Panther en Sinners, heeft ook de muziek van deze film verzorgd. En het zou mij niets verbazen als hij met deze film een vierde gouden beeldje binnensleept. Zeker in IMAX zuigen de bombast van drums en diepe keelklanken je continu op, en draagt de muziek ook bij aan dat grootse, mythologische gevoel. Schrille, hoge zang neemt je in de iets rustigere, maar desalniettemin wanhopige scènes op Ithaca mee in de gedachtegang van de personages. Knap is hoe het niet aanvoelt als de gemiddelde blockbusterfilm, maar om bovenstaande redenen continu nieuw en verrassend is.
En als we het dan toch over IMAX hebben, is het goed om te vermelden dat dit de eerste film ooit is die geheel met die speciale camera’s en échte filmrollen is opgenomen. Dat betekent dus dat je nergens even zwarte balken ziet als je The Odyssey in een IMAX-zaal kijkt, en ieder frame een iets ‘echtere’, bijna ruige textuur krijgt. Digitale (IMAX-)camera’s leveren vaak een wat ‘schoner’ beeld op, maar gezien de historische kern van The Odyssey is dat ruige element meer dan toepasselijk.
De kwaliteit van The Odyssey is onmiskenbaar. Het verhaal staat als een huis, en door de manier waarop Christopher Nolan de mythologische aspecten combineert met zijn kenmerkende flow zit je hoe dan ook met open mond te kijken. Niet ieder uitstapje dat Nolan met het script maakt komt sterk uit de verf, maar The Odyssey maakt goed duidelijk waarom de ellenlange reis bij Odysseus de keel uitkwam. Ik kan niet wachten om het nog een keer mee te maken.
The Odyssey draait nu in de bioscoop.

















