ID.nl logo
Review Panasonic TX-55LZW2004 - Een fantastische thuisbioscoop
Huis

Review Panasonic TX-55LZW2004 - Een fantastische thuisbioscoop

Het lijkt er op dat Panasonic met de TX-55LZW2004 wil tonen hoeveel piekhelderheid je uit het nieuwste OLED-paneel kunt puren. Samen met zijn reputatie voor accurate kleurweergave verwachten we dus top beeld! En niet te vergeten ook top geluid dankzij die indrukwekkende Technics speakerarray.

Fantastisch
Conclusie

Wat een prestatie. Panasonic zet met de TX-55LZW2004 de helderste OLED-tv op de markt. De nauwkeurige kleurweergave is een echt Panasonic kenmerk, en die combinatie zorgt voor indrukwekkende beeldkwaliteit. Hij ondersteunt ook nog eens alle HDR-formaten. Ok, top beeld is gegarandeerd, maar dat is niet alles.Ook aan de audiokant is veel aandacht gegeven, en het resultaat mag gehoord worden. De Technics speakerarray zet een krachtige soundtrack onder je films met meeslepende Dolby Atmos prestaties. Kortom, een echte thuisbioscoop. Ook gamers krijgen veel goeds van Panasonic en My Home Screen 7 levert een vlotte smart tv-omgeving. Flink prijskaartje, dat wel, maar wie referentie beeldkwaliteit wilt, moet daar iets voor over hebben.

Plus- en minpunten
  • Top piekhelderheid voor een OLED
  • Uitmuntende kalibratie uit de doos
  • Zeer goede en verfijnde beeldverwerking
  • Audiokwaliteit met thuisbioscoop allures, Dolby Atmos
  • Uitgebreide werking van de lichtsensor
  • Ondersteuning voor HDR10+ en Dolby Vision IQ
  • Dubbele tv-tuner, twee CI Plus-slots
  • Twee HDMI 2.1-aansluitingen geschikt voor next gen-gaming
  • Geen efficiënte anti-banding oplossing
  • Iets beperkter app-aanbod, vooral voor lokale content

Panasonic TX-55LZW2004

  • Adviesprijs: 2.999 euro
  • Wat: Ultra HD OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.1 40 Gbps, 2x v2.0 18 GBps, ARC/eARC, ALLM, 4K120 HFR, VRR, AMD Freesync), 3x USB, 1x composiet video + stereo cinch in, 1x optisch digitaal uit, 1x hoofdtelefoon/ subwoofer, 3x antenne, 1x Ethernet, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, Dolby Atmos, WiFi ingebouwd, My Home Screen 7, USB/DLNA-mediaspeler, dual DVB-T2/C/S2, dual CI+-slot, HCX Pro AI Processor
  • Afmetingen: 1.227 x 786 x 350 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 24,5 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 84 (G) / HDR 132 watt (G)

Wie een tv met veel bling zoekt, is aan het verkeerde adres bij Panasonic. Het Japanse merk gelooft sterk in een sobere uitstraling. Zwart is de hoofdtoon, het design gebruikt strakke lijnen. Zelfs de luidsprekerbalk onderaan het toestel is zo onopvallend mogelijk afgewerkt met een donkere, geperforeerde metalen afdekking. Achteraan aan de zijkant en bovenaan vallen de extra luidsprekers op, vooral omdat ze het toestel een relatief dik profiel geven. De ronde voetplaat is een contrapunt voor die strakke lijnvoering, en tegelijk een hint dat het toestel op een draaivoet staat.

Alle aansluitingen wijzen opzij of naar onder, dus je kan de tv ook zonder problemen strak aan de muur hangen. Er zijn twee HDMI 2.0-aansluitingen en twee HDMI 2.1-aansluitingen (40 Gbps bandbreedte) die geschikt zijn voor 4K120 en HDMI VRR en AMD Freesync (48 tot 120 Hz). De input-lag van 6,5 ms in 2K120 en 10,4 ms in 4K60 is een topresultaat. De tv is ook uitgerust met ARC/eARC en ALLM. Hou er wel rekening mee dat je 4K120 en Dolby Vision niet kunt combineren.

De uitrusting bevat verder drie USB-slots, een composiet video met stereo cinch audio ingang (via verloopstekker) en een optische digitale audio-uitgang. Er is een minijack ingang die je via de menu’s kan omschakelen om dienst te doen als hoofdtelefoonaansluiting of als subwoofer ingang. Ethernet en WiFi zijn er voor de smart tv-functies en er is Bluetooth waarmee je eventueel een draadloze hoofdtelefoon kunt aansluiten of audio van je smartphone naar de tv kunt sturen.

Deze OLED is echt heel helder

Panasonic was de eerste fabrikant die een OLED-paneel uitrustte met een extra laag voor koeling. Die techniek is ondertussen goed ingeburgerd. Maar toch blijven we benieuwd of Panasonic nog beter kan doen met het nieuwste OLED EX-paneel. We schakelen naar de HDR Filmmaker Mode voor een accuraat beeld, en ja hoor, de meter stopt op een 10% venster bij 1.045 nits! Ook op de kleinere vensters zien we net iets meer dan 1.000 nits.

Daarmee laat hij alle andere OLED-tv’s achter zich. Die voorsprong behoudt hij ook op grotere vensters, enkel op het volledig witte testbeeld moet hij met 177 nits een paar concurrenten voor laten gaan. Maar het mag duidelijk zijn, dit is een fantastische prestatie. Ook voor kleurbereik zet de Panasonic met 99% P3 een uitmuntend resultaat neer. Die combinatie zet hem in elk geval bovenaan de lijst OLED-tv’s. Zelfs tegen de QD-OLEDs geeft hij uitstekend weerwerk. Zijn piekhelderheid voor wit is hoger over de hele lijn, dankzij een vrijgevige Average Brightness Limiter. Enkel op een volledig wit veld gaan de QD-OLEDs wat verder en voor zeer heldere, intense kleuren, nemen ze beslist de leiding.

Het enorme kleurvolume van QD-OLED kan zelfs deze Panasonic niet benaderen. De LZW2004 heeft dus alles in huis voor sterke beeldkwaliteit. Het paneel op ons testmodel had geen perfect uniformiteit, er was een lichtroze rand van enkele  centimeters zichtbaar onderaan het scherm, al stoorde die nauwelijks. Enkel in heel heldere beelden kon je het zien. De donkere uniformiteit toonde ook wat afwijkingen, maar die waren nooit zichtbaar in normaal beeldmateriaal.    

Zowel in SDR als HDR is de Filmmaker Mode bijna perfect gekalibreerd. De processor respecteert HDR10-metadata en toont nagenoeg alle witdetail, en heel veel schaduwnuances. De kleurweergave is uitzonderlijk goed, en toch weet Panasonic dat prima te combineren met een intense weergave van lichtaccenten. Activeer ‘Dynamisch HDR-effect’ zodat de processor nog wat kan bijsturen en je krijgt nog iets meer kleur in zeer heldere beelden.

Beeldverwerking

De HCX Pro AI processor zorgt voor uitstekende upscaling, ruisonderdrukking en deinterlacing. Daarbij gaat de processor ook altijd erg voorzichtig te werk, zodat het eindresultaat steeds erg natuurlijk oogt. De LZW2004 levert prima bewegingsscherpte, zoals we gewend zijn van een OLED, en met Intelligent Frame Creation haalt hij erg goed de judder uit filmbeelden. Wie de processor rustig zijn ding wil laten doen, kiest best voor de AI Beeldmode waarbij hij het beeld automatisch aanpast voor sport, films of games, en de lichtsensoren gebruikt om de helderheid en kleurtemperatuur aan te passen.

Wie het beeld liefste zo puur mogelijk bekijkt, kiest voor Filmmaker Mode. Het enige zwakke punt zijn kleurbanden in zachte gradiënten. De ruisonderdrukking krijgt deze niet weggewerkt, terwijl dat bij de meeste concurrenten wel het geval is.

Technics levert pittige audio

De TX-55LZW2004 heeft een aantal opvallende audio-eigenschappen. Om te beginnen is de totale configuratie goed voor 150 Watt vermogen, dat is meer dan we ooit op een andere tv zagen. Hij levert dan ook heel krachtige audio, rustig aan met die volumetoets.

Ten tweede is er de voorwaarts gerichte luidsprekerarray, een opstelling die je normaal gezien enkel op high end-soundbars vindt. Concreet zitten er vooraan 14 drivers! Die kan de tv gebruiken om met behulp van beamforming de klank een bepaalde richting uit te sturen. De menu’s geven daarvoor een handige en duidelijke interface. We konden inderdaad wel horen dat een bepaalde plaats bevoordeeld werd, maar het effect kon niet zo goed overtuigen in films, tenzij dan in dialogen.

‘Geluidsfocus’ en Dolby Atmos zijn overigens niet te combineren. We lieten het dan ook uit staan voor de andere testen. En daar scoorde de Panasonic bijzonder goed. Filmsoundtracks hadden heel veel bas, soms iets te veel, met een ruim surroundeffect en goede hoogte-effecten, dankzij de zijwaarts en opwaarts gerichte drivers.

Ook muziek kwam uitstekend tot zijn recht, we twijfelen er niet aan dat we hem regelmatig zouden gebruiken enkel voor muziek. Je hebt bovendien heel wat mogelijkheden om de klank bij te stellen, inclusief opties zoals ‘Creatie Geluidsveld’ waarmee het geluid bijvoorbeeld een live concert-effect, of filmzaal effect kunt geven.

My Home Screen 7.0

De Panasonic biedt een dubbele tv-tuner én twee CI Plus-slots, daarmee kan je tv kijken en tegelijk een ander kanaal opnemen naar externe USB harde schijf. My Home Screen 7.0 is Panasonics eigen smart tv-systeem. Het is ondertussen het enige systeem dat niet het gehele scherm vult. Het werkt bijzonder vlot en reageert snel, en de balk iconen die onderaan het beeld verschijnt is volledig naar eigen inzicht te organiseren.

Hou er wel rekening mee dat het app-aanbod beperkter is dan bij de concurrenten, al zijn de belangrijkste internationale streamingdiensten wel beschikbaar. Voor lokale content is vooral het volledig gebrek aan Belgische apps zoals Streamz, VTM Go of VRT Max een pijnpunt. Met het  ‘Game Control Board’ krijgen gamers een compact menu onderaan het beeld waar je informatie vindt over frame rate en VRR-toestand, en sommige instellingen kunt aanpassen, zoals de ‘Dark Visibility Enhancer’.

De grote, zilverkleurige afstandsbediening heeft een goede layout, en handige toetsen, maar is geen toonbeeld van vernieuwing. Koppel de ‘My App’ toets aan je favoriete app, dan heb je samen met de vaste toetsen voor Netlfix, Prime Video, Rakuten TV, Disney+ en YouTube al zes apps in een klik beschikbaar.

Conclusie

Wat een prestatie. Panasonic zet met de TX-55LZW2004 de helderste OLED-tv op de markt. De nauwkeurige kleurweergave is een echt Panasonic kenmerk, en die combinatie zorgt voor indrukwekkende beeldkwaliteit. Hij ondersteunt ook nog eens alle HDR-formaten.

Ok, top beeld is gegarandeerd, maar dat is niet alles.Ook aan de audiokant is veel aandacht gegeven, en het resultaat mag gehoord worden. De Technics speakerarray zet een krachtige soundtrack onder je films met meeslepende Dolby Atmos prestaties. Kortom, een echte thuisbioscoop. Ook gamers krijgen veel goeds van Panasonic en My Home Screen 7 levert een vlotte smart tv-omgeving. Flink prijskaartje, dat wel, maar wie referentie beeldkwaliteit wilt, moet daar iets voor over hebben.

Toe aan een sprankelende nieuwe tv?

Bekijk hier het televisie-aanbod van Bol.com
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.