ID.nl logo
Review Hisense 55A85H - De prijsbewuste oled-tv
Huis

Review Hisense 55A85H - De prijsbewuste oled-tv

Eigenlijk mogen we niet meer klagen over de prijzen van oled-tv’s. Er is nog niet zo veel aanbod als bij de lcd-modellen, maar je hoeft er ook geen premium-prijzen meer voor te betalen. Deze Hisense 55A85H is daar een heel mooi voorbeeld van. Tijd voor een review!

Fantastisch
Conclusie

De Hisense 55A85H toont heel mooi hoe ver oled-tv’s al geëvolueerd zijn. Voor deze prijs kon je enkele jaren geleden geen oled-tv krijgen, en tot voor kort enkel sterk afgeslankte modellen. Maar kijk, dat is nu verleden tijd. De Hisense levert heel goede beeld- en geluidskwaliteit die eigenlijk enkel nog de topmodellen moet voor laten gaan. Met VIDAA U heb je een lekker lopend smart-tv-systeem, en Hisense wil duidelijk het app-aanbod verder uitbreiden. Ook gamers vinden op deze tv alles wat ze nodig hebben. Kortom, een heel goede keuze als je oled in huis wil halen maar je toch ook wat op het budget moet letten.

Plus- en minpunten
  • Prijs
  • Mooie oled-beeldkwaliteit
  • Goede bewegingsscherpte
  • Dolby Vision IQ en HDR10+
  • VIDAA U is gebruiksvriendelijke en vlot
  • Goede audioprestaties, Dolby Atmos
  • HDMI 2.1 met alle gamer-features
  • VIDAA U ontbreekt nog wat lokale streaming apps
  • Zichtbare kleurstroken mogelijk in gradiënten

Hisense 55A85H

  • Adviesprijs: 1099 euro
  • Wat: Ultra HD OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x V2.0, 2x V2.1 eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac) ingebouwd, VIDAA U6 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI-Plus-slot
  • Afmetingen: 1.226 x 741 x 291 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 21,5 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 84 (G) / HDR 92 watt (G)

Bij het opstellen merken we al een eerste detail dat we appreciëren. De A85H staat op een draaivoet, altijd handig als je een keer niet op de gebruikelijke plaats zit. Verder heeft het ontwerp veel gemeen met alle andere oled-tv’s. Een superslank scherm, met een fijn, nauwelijks zichtbaar afgerond kader dat naadloos in de rug overgaat, dat is zowat het visitekaartje van elke oled-tv.  De elektronica en aansluitingen zitten in een mooi afgewerkte behuizing die enkel de onderste helft van het toestel beslaat.

Nu ook met HDMI 2.1

Twee HDMI 2.0-aansluitingen en twee HDMI 2.1-aansluitingen, het is een configuratie die we op heel wat modellen vinden. De HDMI 2.1-aansluitingen bieden 48 Gbit/s bandbreedte, en ondersteunen 4K120, ALLM en VRR (HDMI VRR en AMD Freesync). De input-lag is 7,7 ms (2K120) en 16,4 ms (4K60), dus het is duidelijk dat Hisense ook aan de gamers gedacht heeft. Een van de twee HDMI 2.1-aansluitingen ondersteunt ARC/eARC, iets om rekening mee te houden als je zowel de Xbox Series X als PS5 in huis hebt.

De tv is ook uitgerust met een composiet video en stereo cinch ingang, twee USB-slots, een hoofdtelefoonaansluiting, optisch digitale audio-uitgang, ethernet, wifi en bluetooth. De ethernetpoort, een van de usb-slots en de optische digitale audio-uitgang wijzen naar achter, maar liggen wat dieper verzonken in het chassis zodat ze bij wandmontage geen zware hinderpaal zijn. Voor live tv is er een DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot aan boord. Je kan live tv pauzeren en of opnemen als je USB-opslag aansluit.

Oled staat garant voor knap beeld

Een oledscherm verschijnt altijd aan de start met quasi perfect contrast en zwartweergave, een sterke troef voor de beeldkwaliteit, ook tegenover top lcd-modellen. Waar het echter steevast terrein moet prijsgeven tegenover diezelfde top-lcd's is de maximale piekhelderheid. Op dat vlak wordt wel vooruitgang geboekt, ook dit jaar zijn de nieuwste oledpanelen alweer wat beter. Maar deze Hisense lijkt, op basis van de spectrumanalyse, niet met de nieuwste generatie panelen uitgerust te zijn.

Gelukkig maakt die aanvankelijke teleurstelling al snel plaats voor een aangename verrassing. De A85H haalt een piekhelderheid van 726 nits op het 10%-venster, daarmee scoort hij aanzienlijk beter dan het 2021-model (A86G) dat bleef steken op ongeveer 600 nits. Die betere prestaties zijn ook zichtbaar op andere testvenstergroottes, enkel op het volledig wit veld zit hij 148 nits nog wat aan de lage kant.

Het kleurbereik van 96% P3 is erg typisch voor een oled-tv. Prima basisprestaties dus, hoe gebruikt de Hisense dat potentieel? Het toestel biedt Filmmaker Mode aan als beeldmode, en die levert mooie resultaten. Het beeld is wel erg donker gekalibreerd en is zonder aanpassing echt enkel bedoeld voor kijken bij verduistering. Wijk uit naar Bioscoop Dag of Bioscoop Nacht voor iets helderder beeld.

Het beeld heeft een mooie natuurlijke kleurbalans, en de fouten die we meten zullen zonder een referentie er naast nooit opvallen.  Ook in HDR wijken we uit naar Filmmaker Mode, die is net zoals de SDR-variant zeer goed gekalibreerd. Het valt wel op de dat de tv een erg conservatieve tonemapping uitvoert die beelden iets donkerder en kleuren wat minder intens dan gewenst weergeeft. De fout is niet van die aard dat het beeld er slecht uitziet, enkel gaat er wat potentieel verloren.

Bij zeer helder gemasterde beelden (4.000 nits) zien we dat hij ook wat witdetail en kleurnuance kwijtspeelt. Geen perfectie, dat is duidelijk, maar ook geen echte problemen. Bovendien ondersteunt de A85H zowel Dolby Vision IQ en HDR10+ en die HDR-standaarden met dynamische metadata leveren een zeer mooi beeld.

Beeldverwerking

Hisense kan niet echt uitblinken als het over beeldverwerking gaat, maar het laat anderzijds ook maar één echte fout noteren. De MPEG-ruisonderdrukking levert namelijk maar bescheiden resultaten, zodat sterk gecomprimeerde video waarin je wat blokvorming ziet niet goed gecorrigeerd wordt. Waar dat vooral zichtbaar wordt, is in zachte kleurovergangen. Daarin zien we vaak duidelijke kleurstroken en daar weet de processor helemaal geen raad mee. Upscaling, deinterlacing en het wegwerken van willekeurige ruis verloopt wel allemaal prima.

Nog een belangrijk voordeel van het oledscherm is de uitstekende bewegingsscherpte. Niet alleen is het een 120Hz-paneel, maar oled heeft ook heel korte pixelreactietijden waardoor snel bewegende voorwerpen geen duidelijk vage of dubbele rand hebben. Wie graag het gestotter uit snelle panshots haalt, activeert motion interpolation. Die werkt goed, zolang de pan shots niet te snel zijn. De processor kan hier duidelijk wat extra rekenkracht gebruiken.

Prima audioprestatie

Tijdens het opstellen merkten we dat het scherm maar ongeveer vier centimeter boven het tv-meubel staat. Een eventuele soundbar zal dus wel een ultraplat model moeten zijn. Maar gelukkig is dat niet echt nodig. De Hisense heeft 60 watt vermogen, ondersteunt Dolby Atmos en DTS HD en levert misschien geen foutloze maar wel overtuigende kwaliteit.  Schakel eerst via het menu naar Dolby Atmos (in plaats van DTS Virtual X) voor een rustigere, vollere klank.

Tijdens de filmtesten kunnen we het volume behoorlijk hoog zetten, zonder de luidsprekers zwaar in de fout te sturen en onze Atmos testfragmenten klonken erg ruimtelijk. Enkel wanneer je echt veeleisende muziek zoals stevige metal door de luidsprekers jaagt, kan het wat rommelig klinken zeker als je ook het volume omhoog trekt. Gezien de prijs zijn we erg tevreden met deze resultaten.

Vlotte smart-tv met VIDAA U

VIDAA U is misschien nog niet zo rijk uitgerust als de Google TV, Tizen Smart Hub of WebOS, maar het zit wel op de juiste weg. Wat internationale streamingdiensten betreft zijn alle grote namen beschikbaar: YouTube, Netflix, Disney+, Amazon Prime Video en Apple TV+. HBO Max en Viaplay staan op de roadmap. Voor lokale diensten hinkt vooral België achterop, daar blijft het wachten op Streamz, VTM Go en VRT max, al staan ook die eerste twee op de planning. In Nederland is het aanbod al degelijk met NPO Start, KIJK en NLziet, maar duidelijk ook nog niet volledig. VIDAA U biedt ook de optie om te casten.

De interface is overzichtelijk en reageert lekker vlot. Op het Home-scherm kun je zelf kiezen welke apps verschijnen en in welke volgorde ze dat doen. Over de aanbevelingen heb je helaas geen controle. Sinds de nieuwe versie dit jaar (VIDAA U 6) kan je ook gebruikersprofielen instellen zodat verschillende gezinsleden hun eigen aanpassingen kunnen maken, maar dat is niet verplicht.

De afstandsbediening pakt uit met twaalf sneltoetsen voor apps, een beetje overdreven als je het ons vraagt. We zouden er liever wat minder hebben, maar dan instelbaar voor de apps die we zelf kiezen. De layout van de toetsen is goed, dus ze is relatief gemakkelijk in gebruik, maar het design getuigt anderzijds van weinig innovatie.

Conclusie

De Hisense 55A85H toont heel mooi hoe ver oled-tv’s al geëvolueerd zijn. Voor deze prijs kon je enkele jaren geleden geen oled-tv krijgen, en tot voor kort enkel sterk afgeslankte modellen. Maar kijk, dat is nu verleden tijd. De Hisense levert heel goede beeld- en geluidskwaliteit die eigenlijk enkel nog de topmodellen moet voor laten gaan.

Met VIDAA U heb je een lekker lopend smart-tv-systeem, en Hisense wil duidelijk het app-aanbod verder uitbreiden. Ook gamers vinden op deze tv alles wat ze nodig hebben. Kortom, een heel goede keuze als je oled in huis wil halen maar je toch ook wat op het budget moet letten.

Je thuisbioscoop upgraden met een nieuwe tv?

Bij Bol.com vind je een ruim televisie-aanbod!
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.