ID.nl logo
Sennheiser Momentum 4 Wireless – goed(koper) alternatief
© Reshift Digital
Huis

Sennheiser Momentum 4 Wireless – goed(koper) alternatief

De Sennheiser Momentum 4 Wireless is de opvolger van de Momentum 3 Wireless die in 2019 verscheen. Het is dus al een tijdje geleden dat het audiomerk iets van zich liet horen op het gebied van over-ears koptelefoons, maar nu is het terug van weggeweest – inclusief een introductieprijs die onder het niveau van de concurrentie zit. Is dit een waardig alternatief?

Met het design zal Sennheiser je helaas niet gaan overtuigen. De high-end koptelefoon ziet er wat gewoontjes doch strak uit. Je zal dit model niet meteen herkennen als ‘de nieuwe Sennheiser’, zoals je dat wellicht wel bij de premium koptelefoon van Sony hebt. Waarschijnlijk koos de fabrikant hier voor ‘functie over vorm’, en daar is op zich wat voor te zeggen. Beide cups bieden genoeg ruimte aan voor een bediening op basis van taps en veegbewegingen. Je veegt en tapt je door de onzichtbare interface heen, die je met een keertje doornemen meteen onder de knie hebt.

De koptelefoon is doorspekt met comfort. De oorkussen en hoofdband zijn lekker zacht en drukken niet al te strak op het hoofd. Bovendien kun je het apparaat snel aanpassen naar de vorm van je hoofd. Dat doe je door de band wat uit te trekken en de cups ietwat te kantelen, totdat je het idee hebt dat het goed zit. Het is soms even zoeken, maar gelukkig is de Sennheiser Momentum 4 Wireless flexibel genoeg om er wat van te kunnen maken.

©PXimport

Van alle gemakken voorzien

Sennheiser voorziet de Momentum 4 Wireless van verschillende accessoires en opties met betrekking tot connectiviteit. In de stevige, meegeleverde case (die vrij lomp en groot is) zit een usb-a-naar-usb-c-kabel voor het opladen en beluisteren van muziek, een vliegtuigadapter en een driepolige jackplug (ook wel TRS-plug genoemd) voor het aansluiten van apparaten zonder bluetooth. Sluit je de headset aan via de bluetoothverbinding, versie 5.2, dan heb je toegang tot de audiocodecs SBC, AAC, aptX, aptX HD en aptX Adaptive.

Dit zijn de meest populaire codecs van dit moment, die op verschillende smartphones, tablets en computers aanwezig zijn. Zo vind je AAC bijvoorbeeld op je iPhone, terwijl aptX, welke versie dan ook, belangrijk is voor gebruikers van Android en Windows. Per apparaat verschilt het aanbod in codecs. Hoe moderner je smartphone is, hoe meer opties je tot je beschikking hebt – dat ligt verder niet aan de koptelefoon, die dus gewoon ondersteuning aanbiedt voor de gangbare opties.

De Sennheiser Momentum 4 Wireless biedt een aantal toffe functies aan. Zo is het mogelijk de noise-cancellation te activeren zonder naar muziek te luisteren en kun je met een knijpbeweging de actieve ruisonderdrukking aanpassen (maar dit kun je ook automatisch laten gebeuren). Wanneer je de koptelefoon uit het hoesje haalt, dan gaat die automatisch aan en zoekt die meteen verbinding. En wanneer je hem tijdens het luisteren van je hoofd haalt, gaat de muziek op pauze. Dit zijn allemaal geen exclusieve functies, maar dat betekent niet dat ze het gemak niet vergroten.

Tot slot is er bluetooth multipoint aanwezig, waardoor je het apparaat aan twee apparaten tegelijkertijd kunt koppelen. Zo sluit je hem bijvoorbeeld aan op je laptop, voor een digitale meeting, terwijl je nog steeds meekrijgt dat er notificaties op een gekoppelde smartphone binnenkomen. Dit is gewoon superhandig, omdat je niet constant handmatig van verbinding hoeft te wisselen.

©PXimport

Neutrale soundstage, prima ruisonderdrukking

De markt voor over-ears koptelefoons is niet verzadigd, maar dat concurrentie is wel moordend. Bowers & Wilkins en Sony laten geregeld zien wat voor spierballen ze hebben, terwijl Apple zich inmiddels ook in de strijd gegooid heeft. Dat betekent dat Sennheiser dus van goeden huize moet komen om op te vallen. En dat lukt aardig, door vooral – aanvankelijk – de nadruk de leggen op een neutrale soundstage. Andere koptelefoons bieden vaak een ietwat versterkte baslaag aan, zonder dat dit in de weg zit van de andere lagen en tonen. Maar die aanpassing valt wel op.

Het is natuurlijk maar helemaal waar je precies op zit te wachten en of je dit vervelend vindt of niet. Maar een neutrale soundstage biedt veel opties. Je kunt de audio laten voor wat het is en gewoon genieten van muziek zoals die rechtstreeks van je smart device afkomt. Maar je kunt binnen de app ook gebruiken maken van de digitale equalizer, om het geluid meer op smaak te brengen. Daarnaast is er een handige geluidstest die het geluid op je gehoor kan afstemmen, maar dat kan soms voor een nadelig effect zorgen. Audio kan daardoor verder weg of juist wat modderig klinken.

Pas je de audio verder niet aan, dan krijg je een audio-ervaring voorgeschoteld die perfect voldoet aan de verwachting van een dergelijk product. Dit is zo’n typische koptelefoon waarmee je nieuwe lagen ontdekt in nummers die je al honderden keren beluisterd hebt. Je hoort zangers naar lucht happen op tracks waarop je dat niet eerder hoorde en je hoort instrumenten veel meer naar de voorgrond treden, terwijl die eerst een beetje op de achtergrond bleven. En hoewel de bass niet ontzettend geboost wordt, is er wel sprake van een lichte opleving hier en daar; maar dit kun je rechttrekken door even de gratis Smart Control-app te raadplegen.

De actieve ruisonderdrukking is goed, maar niet beter dan op concurrerende modellen (en dan maken we vooral de vergelijking met marktleider Sony). Je kunt ongestoord een moderne trein in stappen. Maar zodra je een rammelbak betreedt of de omgevingsgeluiden de grenzen van het spectrum opzoeken, dan komt er zo nu en dan nog wel eens wat doorheen. Je hoort jezelf in elk geval niet typen op een toetsenbord en dat is voor veel mensen al heel wat waard.

©PXimport

Belkwaliteit en accuduur

Uiteraard hebben we ook even gebeld met de Sennheiser Momentum 4 Wireless op. Wat opvalt is dat de verbinding niet al te sterk is tussen de smartphone en de koptelefoon. Door verschillende onderbrekingen is de persoon aan de andere kant niet altijd te verstaan. Daar staat tegenover dat niemand klaagde over de kwaliteit van mijn stem of verbinding, dus het kan altijd zijn dat een specifieke instelling op de telefoon roet in het eten kan gooien. Een kleine kanttekening, dus.

Tot slot behandelen we nog even de accuduur van de Sennheiser Momentum 4 Wireless. Met een luisterduur van maar liefst zestig uur (!) blaast de koptelefoon alle noemenswaardige concurrentie voorbij. Dit is waarschijnlijk het beste argument om voor de koptelefoon te kiezen, want met 37 uur is de Bose 700-serie de concurrent die hier het dichtste bij komt. En ja, die zestig uur behaal je door de actieve ruisonderdrukking gewoon constant aan te hebben laten staan. Heel indrukwekkend.

©PXimport

Sennheiser Momentum 4 Wireless – conclusie

Met een adviesprijs van minder dan 350 euro, zit de Sennheiser Momentum 4 Wireless – bij introductie – mooi onder de prijzen van de concurrentie. Sommige high-end koptelefoons zijn inmiddels in prijs gezakt, maar dan nog blijft de Momentum 4 hen vaak voor. Daardoor kun je dit model als een betaalbaar alternatief zien, ook al scheelt het soms een paar tientjes. Moet je écht ergens op inleveren? Ja en nee. Het design is niet zo spannend en de beschermhoes is vrij lomp en groot, maar dat zijn waarschijnlijk de grootste ergernissen die je kunt hebben.

Er zijn vooral een hoop dingen om van te houden. De Sennheiser Momentum 4 Wireless biedt een neutrale soundstage aan die oude muziek als nieuw kan laten klinken, met een actieve ruisonderdrukking die je in de nummers onderdompelt (tenzij de omgeving het even te bont maakt). Daarnaast is de accuduur ontzettend fijn met zestig uur aan luisterplezier, zit de koptelefoon heel fraai en comfortabel en bedien je het apparaat moeiteloos door de grote cups. Tel daar de vele codecs en aansluitingsopties bij op en je houdt een vrij compleet product over.

Maar goed, 350 euro is nog steeds een hoop geld. Echter, als je op zoek bent naar een high-end koptelefoon, dan moet je er simpelweg rekening mee houden dat je dergelijke prijzen betaalt. En aangezien Sennheiser onder het niveau van de concurrentie zit, is dit technisch gezien één van de meest betaalbare premium koptelefoons van dit moment, waar je géén spijt van gaat krijgen.

Fantastisch
Conclusie

**Adviesprijs** € 349,90,- **Kleuren** Wit, zwart **Verbinding** bluetooth 5.2 **Gewicht** 293 gram **Codecs** AAC, SBC, aptX, aptX Adaptive **In de doos** Usb-c-kabel, opberghoes, meerdere vliegtuigadapter, jackplug **Website** [www.sennheiser.com](https://www.sennheiser-hearing.com/nl-NL/p/momentum-4-wireless/)

Plus- en minpunten
  • Audiokwaliteit
  • Actieve ruisonderdrukking
  • Uitgebreide app
  • Bediening op koptelefoon
  • Accuduur
  • Design
  • Lompe case
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.