ID.nl logo
Dit wil je weten over de nieuwe Sonos Era 100 en Era 300 speakers
© RB | ID.nl
Huis

Dit wil je weten over de nieuwe Sonos Era 100 en Era 300 speakers

Sonos brengt twee nieuwe speakers voor thuis uit, de Era 100 en Era 300. Wat is er precies nieuw aan deze speakers ten opzichte van de vorige modellen en voor wie zijn de Era 100 en Era 300 interessant? Je leest het in dit artikel, want ID.nl kon al een eerste indruk opdoen van de speakers.

Na het lezen van dit artikel heb je een goed beeld van:

🎵 Wat de Sonos Era 100 en Era 300 zijn 🎵 Op welke punten ze anders zijn dan hun voorgangers 🎵 Welke slimme diensten de speakers (niet) ondersteunen

Ook interessant: Sonos Ray - goed én goedkoop?

Eerst even de praktische informatie. De Sonos Era 100 en Era 300 zijn vanaf 28 maart te koop in Nederland. Beide speakers zijn verkrijgbaar in het zwart en wit. De Era 100 draagt een adviesprijs van 279 euro. Voor de Era 300 betaal je een adviesprijs van 499 euro.

Laten we beginnen met de Era 100. Deze speaker volgt de Sonos One op, die in 2017 is uitgebracht en daarna geüpdatet is onder dezelfde naam. De One gaat uit productie nu de Era 100 uitkomt. Sonos en partners verkopen de One nog tot de voorraad op is, bevestigt een woordvoerder desgevraagd. Mogelijk daalt de One dus wat in prijs – hij kost nu zo’n 209 euro. De Era 100 is met 279 euro dus een duurdere opvolger.

Dan de Era 300. Die heeft geen directe voorganger, aldus Sonos. De speaker is een nieuw model in de serie, maar lijkt qua specificaties en prijs wel een interessant alternatief voor de paar jaar oude Sonos Five, die een paar tientjes meer kost dan de Era 300.

Toch nog een Sonos One kopen?

Zolang de voorraad strekt kan dat nog

Wat is er precies nieuw aan de Era 100 en Era 300? Volgens een ingevlogen Amerikaanse topman heeft Sonos drie jaar gewerkt aan de Era 100 en Era 300. De verbeteringen beginnen bij het ontwerp. De Era-speakers zijn milieuvriendelijker dan vorige Sonos-speakers omdat de behuizing deels uit gerecycled plastic bestaat. Daarnaast heeft Sonos onderdelen in de speaker vaker vastgeschroefd in plaats van vastgelijmd. Door die keuze is een Era 100 of Era 300 makkelijker door Sonos te repareren. De fabrikant zegt dat een reparatie daarom sneller zal gaan, waardoor jij de speaker sneller terug hebt. Op de vraag of jij als klant de speaker ook zelf kunt repareren als er iets mee is, antwoordt Sonos dat dit misschien mogelijk is, maar dat de garantie dan wel vervalt. Kortom: zelf een Era 100 of Era 300 repareren is niet aan te bevelen.

©RB | ID.nl

De Era 300 bevat minder lijm en meer schroefjes en is daarom eenvoudiger te repareren, aldus Sonos

De Era 100 lijkt veel op de One en is ook even breed, maar wel een stukje hoger. Hier is voor gekozen om betere geluidsonderdelen in de speaker te plaatsen, aldus Sonos. Zo moet de Era 100 krachtigere bas en stereogeluid produceren. De aparte volumeknoppen van de One zijn verruild voor een balk waar je overheen veegt om het geluidsniveau te veranderen. Ook heeft de speaker – nieuw – een speciale knop waarmee je de ingebouwde microfoon aan en uit kunt zetten.

Heel interessant is ook de toevoeging van een usb-c-poort. Hier kun je een los verkrijgbare adapter met 3,5mm-poort op aansluiten, om de Era 100 zo te verbinden met bijvoorbeeld een platenspeler. Zo kun je muziek van je platenspeler door je kamer laten galmen, of zelfs door heel je huis als je meerdere Sonos-speakers hebt. Goed om te weten is dat een speciale Sonos-adapter naast een 3,5mm-poort ook een ethernetpoort heeft. Via die weg kun je de Era 100 aansluiten op je bedrade thuisnetwerk. De speaker heeft zelf namelijk geen ethernetpoort – een achteruitgang ten opzichte van de One. Volgens Sonos is de ethernetpoort weggelaten omdat bijna iedereen zijn Sonos-speaker via wifi gebruikt.

©RB | ID.nl

Op de Era 100 zit - nieuw - een balk om het volume te veranderen

©RB | ID.nl

De Sonos Era 100 lijkt verder wel op de One

De Era 300 heeft een opvallend ontwerp, zeker in vergelijking met andere Sonos-speakers. Deze speaker zet je horizontaal neer, waar je de Era 100 verticaal neerzet. De Era 300 is ook een stuk groter en bevat daarom betere geluidsonderdelen. Op veel punten lijkt de Era 300 op de Era 100. De speaker heeft een duurzamer ontwerp, beschikt over een volumebalk en usb-c-poort en mist een ethernetpoort. Beide speakers zijn alleen te gebruiken als de stroomadapter in het stopcontact zit. En je kunt twee Era 100’s of twee Era 300’s koppelen voor stereogeluid of ze als achterspeakers gebruiken in combinatie met een Sonos-soundbar (en eventueel subwoofer).

©RB | ID.nl

De Era 300 valt op in een kamer

©RB | ID.nl

Het ontwerp moet je aanspreken

Als gezegd claimt Sonos dat de Era 100 merkbaar krachtiger en beter geluid biedt dan de One. Dat gaan we de komende tijd testen in onze review. De Era 300 moet nog voller klinken, is meer geschikt voor een grotere kamer en ondersteunt naast Dolby Atmos-geluid ook ruimtelijke audio. Zo klinkt het geluid meer alsof het van alle kanten op je af komt. Sonos is de eerste fabrikant die Apple Music met ruimtelijke audio ondersteunt, en wel op de Era 300 (en bestaande Arc en Beam Gen 2 soundbars). De Era 100 ondersteunt geen ruimtelijke audio en Dolby Atmos.

©RB | ID.nl

De Era 100 ondersteunt geen ruimtelijke audio

Naast een verbeterd ontwerp en mooier geluid hebben de Era-speakers ook enkele technische vernieuwingen. Zo ondersteunen ze wifi 6 – de nieuwste wifistandaard – om op slimmere wijze te verbinden met je thuisnetwerk. Ook kunnen ze allebei muziek afspelen via bluetooth. Die functie zat voorheen alleen in Sonos-speakers met een batterij.

De Era 300 (afgebeeld) en Era 100 werken alleen als de stroomadapter in het stopcontact zit

Een aandachtspunt waar Sonos zelf niet over repte is dat de Era 100 en Era 300 géén ondersteuning bieden voor de Google Assistent. Oudere Sonos-speakers zijn wel te bedienen door ‘Hey Google’ uit te spreken, gevolgd door een vraag of commando. De Amerikaanse Sonos-topman wijt het ontbreken van Google Assistent aan een technische wijziging die Google onlangs doorgevoerd zou hebben. De spraakassistent toevoegen aan de Era-speakers zou daarom extra investeringen vergen en daar heeft Sonos voor bedankt. De Assistent toevoegen aan de Era-speakers staat ook niet op Sonos' planning. Wel hoopt het bedrijf dat de Assistent later alsnog beschikbaar komt, maar dat hangt volgens Sonos echt van Google af.  De Era 100 en Era 300 zijn wel geschikt voor Apple AirPlay 2 en de Amazon Alexa-spraakassistent. Maar Alexa spreekt momenteel alleen Engels en is dus minder interessant voor Nederlandse gebruikers.

Binnenkort lees je op ID.nl een uitgebreide review van de Sonos Era 100. Heb jij vragen over de nieuwe speaker, stel ze dan in de reacties hieronder. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.