ID.nl logo
Zo tover je die lelijke snoeren en kabels weg
© Olga Yastremska, New Africa, Africa Studio
Gezond leven

Zo tover je die lelijke snoeren en kabels weg

Wanneer je blik tijdens het televisiekijken steeds op die kluwen kabels onder het kastje valt en snoeren sowieso irritatiefactor 1 zijn in je verder zo serene interieur, dan wordt het tijd om in actie te komen. Een middagje kabels en snoeren wegwerken zorgt voor een veel rustiger huis en is daarom enorm satisfying.

In dit artikel lees je hoe je orde schept in die wirwar aan kabels. Bijvoorbeeld door zoveel mogelijk snoerloos te gaan, mooie kabeldozen aan te schaffen of aan de slag te gaan met kabelgoten.

Heb je airco in huis en vind je dat al net zo lelijk? Lees dan De grote verdwijntruc: zo werk je de airco mooi weg .

In de goot

De kabelgoot bestaat niet voor niks, maak er dan ook gebruik van. Zo’n goot is vooral handig in een huurhuis of een bestaand huis waar het frezen van sleuven voor kabels niet mag of te veel gedoe oplevert.

Kijk voor aankoop van de kabelgoot goed naar de dikte van de snoeren die erachter verstopt moeten worden. En gaat een snoer de hoek om? Dan neemt hij ook meer plek in beslag. Voor lange stukken of ingewikkelde constructies bestaan ook hoekstukken, vergeet deze ook niet mee te nemen bij de bouwmarkt. De meeste kabelgoten hebben verder een plakstrip die verrassend sterk is: eenmaal aangedrukt zijn ze nog maar lastig te verplaatsen. Bereid dit klusje daarom goed voor en doe het als het even kan met zijn tweetjes.

©Andrey gonchar - stock.adobe.com

Tip! Ook holle plinten werken prima als verstopplek voor snoeren.

Snoerloos

Hoe minder snoeren, hoe minder irritaties. Zoek je nieuwe apparaten en accessoires in het vervolg daarom uit op de mogelijkheid snoerloos te gaan. Of als het echt niet kan, een apparaat waar het snoer goed in verstopt kan worden. Dit kan al enorm fijn zijn in een keuken waar de waterkoker, espressomachine, toaster en blender - plus snoeren - bijna het hele aanrecht in beslag nemen. De mooie keukenapparaten van Smeg hebben bijvoorbeeld de mogelijkheid om het stroomsnoer onder het apparaat te wikkelen zodat hij niet storend is.

Ook steeds meer snoerloze lampen komen op de markt, en dat is handig als je regelmatig je interieur verandert en er niet overal stopcontacten zijn. Je laadt ze op met een usb-kabel of maakt gebruik van zonne-energie. Maar ook voor televisie kijken heb je geen kabel nodig. Handig, want die aansluiting zit altijd precies aan de verkeerde kant van de kamer en je bent zo veel flexibeler in het zoeken naar de perfecte plek. Voor tv-kijken zonder coaxkabel heb je met name snelle wifi en een sterk signaal nodig. En natuurlijk een smart tv of Google chromecast.

Even lezen: dit zijn volgens consumenten de beste smart tv’s.

Wel licht, geen snoer

Oplaadbare lampen, die zijn pas handig!

©IKEA

Organiseer je kabels met de Romma van Ikea.

Kabels organiseren

Zorgen de kabels onder je bureau bijna voor kortsluiting in je hoofd, dan is het goed om dit eens beter te gaan organiseren. Sommige kabels liggen er misschien werkloos bij of ze zitten zodanig in de knoop dat het ook niet meer echt veilig is. In een kabelbox komen alle stekkers samen en heeft in sommige gevallen een oplaadstation voor je telefoon. Als er veel stekkers op je bureau samenkomen een mooie en slimme oplossing. Kijk maar eens naar deze kabelorganizers: deze groene organiser annex oplaadstation, deze smaakvolle in bamboe en deze neutrale witte opbergbox.

Wanneer je een beetje handig bent, kun je zo’n organizer ook zelf maken door de snoeren te verzamelen in een mand. Kies dan wel voor materiaal waar je gaten uit kunt knippen of snijden.

Vastbinden maar

Niet uit zicht, maar wel ietsje netter: bind de snoeren bij de televisie, in de meterkast of je werkplek samen met kabelbinders, tiewraps, een stuk tape of wat touw. Handig en mooi zijn deze kleurige snoerenbinders met klittenband, kabelclips of kabelklemmen. Zo houd je de boel bij elkaar en zorg je er vooral ook voor dat je niet achter een snoer blijft hangen of dat er andere onveilige situaties ontstaan.

Dol op kleur? Kies dan een stekkerdoos in oudroze of stijlvol groen. De stekkerdozen van Avolt hebben ook twee usb-poorten zodat je je telefoon kunt opladen, plus een geïntegreerde magneet, waardoor je ‘m zo aan de poot van je bureau zou kunnen klikken.

©binik - stock.adobe.com

Sleuven frezen

De allermooiste manier om snoeren weg te werken is door ze echt onzichtbaar te laten zijn en te laten verdwijnen in de muur. Ga je verbouwen of krijg je een nieuw huis? Dan is dit hét moment om definitief afscheid te nemen van al die snoeren. Maak daarom een goed lichtplan zodat je precies weet waar de lampen boven de eettafel komen te hangen en bezuinig zeker niet op het aantal stopcontacten. Hangt je televisie aan de muur? Denk dan ook aan een stopcontact achter de tv, dan ben je dat snoer ook meteen kwijt.

Ga je zelf aan de slag met frezen? Controleer met een leidingzoeker of -detector dan altijd van tevoren of er geen leidingen lopen op de plek waar jij een sleuf voor de kabels wilt maken. Anders raak je van de regen in de drup. De klus zorgt voor flink wat stof in huis en na het frezen moet de boel ook weer dichtgemaakt en afgewerkt worden. Vergis je dus niet in de hoeveelheid werk.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.