ID.nl logo
Frisse wind door het huis? Deze voorjaarstrends mag je niet missen!
© HKliving
Gezond leven

Frisse wind door het huis? Deze voorjaarstrends mag je niet missen!

Het voorjaar staat om de hoek, dus is het tijd om onder die fleecedeken vandaan te kruipen en eens een frisse blik op je huis te werpen. Vind je dat de woonkamer, slaapkamer of keuken wel een opkikker kunnen gebruiken? Laat je dan inspireren door de laatste trends op kleur- en interieurgebied voor 2023. Zo toe te passen door jou en de ultieme lokroep voor een zonnige zomer.

Trendkleur: groen

Misschien denk je: alwéér? Jazeker, groen is bijna geen trend meer, maar een blijvertje. Je kunt dan ook eindeloos combineren en er zijn zo veel groentinten dat er altijd eentje matcht met jouw woonsmaak. Bovendien heeft groen een rustgevend effect op je gemoedstoestand. Niet alleen perfect voor de slaapkamer, maar toe te passen in het hele huis.

Niet voor niks hebben de Nederlandse verfmerken allemaal een groentint als trendkleur voor 2023 gekozen. Flexa ging voor het geelgroene Wild Wonder, Histor koos Vining Ivy en de favoriet van Karwei is het frisse, groengrijze Nordic Green. Vind je de huidige muren prima zoals ze zijn, dan kun je met deze tinten een oud kastje een metamorfose geven of – doe eens gek – juist het plafond schilderen. Te veel gekkigheid? Voeg dan een extra dosis groen toe met een mooie kamerplant.

©HKliving

Knalkleuren

Maar niet alleen groen zie je weer terug in 2023, er mag sowieso royaal met kleur worden gestrooid dit seizoen. De meest in het oog springende tinten zijn op dit moment paars, oranje en knalblauw. Solo of in combinatie met elkaar, want regels zijn er op dit gebied niet. Onverwachte combinaties – ook van patronen – mogen (graag zelfs!) en een flinke dosis humor is eveneens welkom.

Er is maar een ‘maar’ binnen deze kleurtrend, en dat is dat je in al je uitbundigheid ook balans moet zien te vinden. Dat doe je door niet meer dan drie kleuren te kiezen en deze in verschillende tinten toe te passen.

Bij veel design-items van bijvoorbeeld Vitra vind je fijne knalkleuren, maar meedoen aan deze trend kan al met een vrolijk dekbed, sierkussen of vloerkleed: de nieuwste collecties van HKliving en H&M Home barsten ervan. Je haalt er een ingedut interieur in mum van tijd mee op.

Ook lezen: Hulp nodig bij het kiezen van kleuren? Deze apps helpen een handje!

©Fest

Maak een statement met kleur!

Maak een statement

Kleur is natuurlijk een statement in huis, maar dat kan ook prima een bijzondere fauteuil, lamp of object zijn. Bijna iedereen heeft wel een favoriet waar je oog elke keer weer naartoe wordt getrokken. De Togo van Ligne Roset is zo’n opvallende bank die in elk interieurtijdschrift weer opduikt en de lieveling is van velen. Totdat je het prijskaartje misschien ziet, want het is er wel eentje waarvoor je moet sparen. Maar waarom ook niet? De meeste statementmeubels overleven elke verhuizing en worden met een beetje mazzel zelfs met de jaren meer waard. Een meubel als investering – zo kun je het thuis 't best verkopen.

Duurzaamheid

Probeer bij het oppikken van een trend en het vervangen van kleuren, meubels of accessoires altijd de meest duurzame keuze te maken. Want ook duurzaamheid is de trend van het voorjaar 2023. Hoe je dat doet? Door eerst te kijken of je een meubel een tweede leven kunt geven door hem een ander jasje te geven. Er zijn steeds meer verfmerken met duurzame varianten, en ga eens shoppen bij de tweedehandswinkel. Juist dáár vind je oersterke meubels die nog prima een nieuwe ronde mee kunnen.

Wees je bewust van wie het meubel in elkaar heeft gezet en van welke materialen het product is gemaakt. Misschien zijn het niet altijd de goedkoopste keuzes, maar daardoor zul je die bank of tafel ook koesteren, nog meer waarderen en goed verzorgen. In duurzame producten zie je vaak ook beter de hand van de maker terug en vind je meubels zonder franje. Ook dat past helemaal bij de tijd van nu.

🔴 TIP! Volg voor inspiratie en meer info over duurzame keuzes in huis ook The Substitute.

©HKliving

Back to the seventies met bruin, velours en bloemenprints.

Seventies-trend

De meest duurzame trend van 2023 is de revival van de seventies. Wandkleden, hoogpolige fluffy vloerkleden, ronde vormen, mushroom-lampen en warme kleuren zoals oranje en bruin: met de gezelligheid in huis zit het wel goed!

Je sprokkelt al dat moois bij elkaar in de kringloop en de vlooienmarkt, of op vintage websites zoals Reliving en Whoppah. Ook de vele instagramaccounts waar je de mooiste vintage interieuritems vindt zijn een feestje. Voor je weet heb je er een heuse hobby bij, want je blijft maar schatzoeken als je de smaak eenmaal te pakken hebt. Kijk maar eens bij Vintagehoarder, Fortune Flea, Trashures, SorbetDream, Sprinkelhop en Smuk Collectables.

Persoonlijk interieur

Nog belangrijker dan bovenstaande trends is dat het interieur persoonlijk is en uitstraalt wie er woont. Geen dertien in een dozijn, niet in een middag bij elkaar gezocht op de meubelboulevard, maar zorgvuldig samengesteld. Een mix van wat er al was en wat je altijd al hebt willen hebben, maar vooral een fijne plek om thuis te komen. Het interieur moet groeien en is nooit af, en dat is vooral voor interieurfanaten een heerlijke gedachte.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.