ID.nl logo
Nieuwe cv-ketel kopen? Dit zijn de beste tips
© Reshift Digital
Energie

Nieuwe cv-ketel kopen? Dit zijn de beste tips

Je hebt een nieuwe cv-ketel nodig, maar je hebt geen idee waar te beginnen? Kieskeurig zet de verschillende soorten ketels, de voor- en nadelen van diverse modellen én de belangrijkste valkuilen op een rij. We vroegen daarnaast Eddy Buiting, hoofdredacteur van Installatie en Sanitair en installatie.nl om praktische tips.

Wat voor cv-ketel is de beste keuze?

“Even snel een cv-ketel vervangen en voor de goedkope korte klap gaan, kan leiden tot verkeerde keuzes.” Dat zegt Eddy Buiting, hoofdredacteur van Installatie en Sanitair en installatie.nl. We vroegen hem naar zijn tips voor het kiezen van een goede installateur, advies over verschillende soorten toestellen en de essentiële aandachtspunten bij aanschaf of vervanging van een cv-ketel.

©PXimport

Belangrijk Bedenk wel nog dat je een cv-ketel niet per se hoeft te kopen, je kunt ook huren of leasen. Handig is dat je er bij huren en leasen meestal een all-in onderhoudscontract bij krijgt, en dat je niet in één keer een enorme som geld op tafel hoeft te leggen. Dit kan bovendien een mooie tijdelijke oplossing zijn op weg naar duurzaam. Maar per saldo is kopen aanzienlijk goedkoper, en je behoudt de volledige vrijheid over de keuzes voor het installatie- en onderhoudsbedrijf, en het type ketel.

Hoe vind ik een goede installateur?

Het vinden van een goed installatiebedrijf heeft nogal wat voeten in de aarde. Er zijn tal van keurmerken, samenwerkingsverbanden en brancheverenigingen, elk met hun eigen kwaliteitsdoelstellingen. Het advies van Eddy Buiting: “Zoek eerst een installateur, dan pas een merk ketel. Bedenk dat een cv-installatie, waarin een vlamdoos zit waar het binnenin 1600 ˚C wordt, voor 15 jaar bepaalt of je huis comfort en veiligheid biedt. Ga je dan voor dat handige neefje dat het via-via-gekochte apparaat aan de muur kwakt en de rookgasafvoer niet vervangt, of voor een vakman die ervoor geleerd heeft en (fabrieks-)garanties en service biedt op het hele systeem? Ga dus altijd voor een erkende installateur, maar let wel: er zijn genoeg prima bedrijven die hun vak verstaan, maar ook bedrijven die op het randje manoeuvreren. Ga daarom vooral af op mond-tot-mond-reclame, zoek een installatiebedrijf waarmee anderen goede ervaringen hebben, check zijn vakmanschap, en laat je goed adviseren wat betreft het type/merk ketel. Veel installateurs hebben hun eigen voorkeuren. Een Volkswagen-dealer kent Volkswagen het best, maar er zijn ook autobedrijven die alle merken doen.”

Verder: “In beginsel worden er in Nederland geen slechte cv-ketels gemaakt. Ik waak er dus voor om een merkadvies te geven, sec op het cv-toestel. Mijn advies is altijd: zoek een vakinstallateur, die met zorg en vakmanschap staat voor het totale systeem. Een goed werkend, zuinig en veilig cv-installatie is namelijk een gezamenlijke prestatie van het toestel, de totale installatie en de (onderhouds)monteur.”

Heb ik een solo- of combiketel nodig?

De vraag of je een soloketel of een combiketel nodig hebt, is gemakkelijk te beantwoorden. Je kiest alleen voor een soloketel als je al een boiler of geiser in huis hebt staan die het warme water regelt: de soloketel zorgt dan voor de verwarming. Is dat niet het geval, kies dan altijd voor een combiketel, oftewel een cv-ketel en boiler in één apparaat. Die is compacter en de onderhoudskosten zijn lager. Buiting: “Heb je nog een open geiser? Dat is niet meer van deze tijd. Heel gauw een installateur bellen.”

Welk type ketel is voor mij het meest geschikt?

Er zijn verschillende typen cv-ketels op de markt, waarbij het belangrijkste onderscheid in de zuinigheid van het toestel zit. Hieronder vind je de drie belangrijkste types. De HRe-ketel, een cv-ketel die dankzij een gasturbine energie opwekt, laten we hier buiten beschouwing, omdat het slechts voor een zeer klein aantal huishoudens een reële optie is.

1: VR-ketel
De VR-ketel, wat staat voor Verbeterd Rendement, is de minst zuinige van de vier opties en heeft een rendement van rond de 90 procent. Dat betekent dat een deel van de warmte verloren gaat. Dit type ketel wordt niet meer gemaakt, maar in uitzonderlijke gevallen nog wel verkocht. Het is enkel aan te bevelen als er in de ruimte waar de ketel moet hangen geen afvoer naar het riool aanwezig is.

2: HR-ketel
Het tweede type is de HR-ketel, wat staat voor Hoog Rendement. Dit type is de populairste cv-ketel in Nederland en heeft een theoretisch rendement van boven de 100 procent. Een HR-ketel is zuiniger dan een VR-ketel doordat de waterdamp die vrijkomt hergebruikt wordt voor de verwarming.

3: Hybride-ketel
Dit is een combinatie tussen een cv-ketel en een duurzame warmtepomp. Dat kan een ventilatiewarmtepomp zijn, die energie haalt uit ventilatielucht, of bijvoorbeeld een lucht/water-variant die energie uit de buitenlucht haalt. Er zijn veel soorten. De warmtepomp zorgt voor basisverwarming; de pieken en tapwatervraag worden door de gasketel verzorgd. Grootste voordeel: aanzienlijke besparing op gas, en alvast een stapje richting helemaal duurzaam en gasloos. De oplossingen worden gesubsidieerd, maar zijn wel duurder dan enkel een HR-toestel.

Het advies van Eddy Buiting: “Er zijn nog woningen die met VR-toestellen verwarmd worden. Deze gaan eruit, het liefst zo snel mogelijk. VR mag enkel nog in hoge uitzondering worden toegepast, bijvoorbeeld wanneer het technisch niet anders kan. HR-toestellen, dus condenserende ketels ('HR 107'), zijn voor de meeste bestaande woningen nog de beste keus. Steek je centjes eerst in goede isolatie. Wil je stappen zetten richting duurzaam en heb je daar budget voor: kijk eens naar een hybride oplossing. In nieuwbouw is de warmtepomp een ‘no-brainer’; maar er zijn zo veel smaken dat je je goed moet laten adviseren. De enorme ‘Van Gas Los-hype’ trekt ook de nodige cowboys aan in de markt.”

©PXimport

Tot slot: Moet ik wel een ketel?

Gek genoeg is anno 2018 eigenlijk de belangrijkste vraag: moet ik nog wel een cv-ketel? De markt maakt een beweging naar niet-gasgestookte verwarmingsystemen. Nieuwbouw wordt nu al grotendeels gasloos gerealiseerd, maar ook in de bestaande bouw zal steeds meer via warmtenetten of warmtepompen worden verwarmd. Buiting: “Vooral nieuwe, goed-geïsoleerde woningen zouden op een alternatieve manier verwarmd kunnen worden. Dat is een prima keuze. Maar: hoewel gesubsidieerd hangt hier voorlopig nog wel een prijskaartje aan die vooral op langere termijn gunstig is. Blijf je in je huis wonen? Kun je een duurzaamheidslening aanvragen? Is huren een optie? Hoe ver gaat je milieu-ambitie? Laat je dus vooral niet gek maken. De keuze voor een nieuw HR-toestel is dus voor veel huishoudens een prima optie. En steek de extra euro’s in isolatie. Over 15 jaar ziet de wereld er weer anders uit.”

©PXimport

Waar moet ik verder nog aan denken?

- Vergeet de rookgasafvoer niet. Buiting: “Dit onderdeel gaat maar één ketelleven mee. Als je die niet vervangt tijdens in de installatie van een nieuwe ketel, dan blijf je als opdrachtgever en installateur in gebreke.”

- Een installateur kan per ruimte bepalen hoeveel energie er nodig is voor het optimale comfort. Dit noemen we ‘waterzijdig inregelen’ en het maakt de cv-ketel beter, zuiniger en voorkomt bijvoorbeeld het hinderlijke getik in het toestel. Buiting: “Waterzijdig inregelen kan op het oog duur lijken, het vergt bijvoorbeeld nieuwe radiatorventielen, maar is binnen enkele jaren in rendement, gasverbruik en comfort terug te verdienen. Een goed geïnstalleerde en ingeregelde installatie bespaart zo’n 15% op gas, en geeft een veel beter comfort in je huis.”

- Vanaf de tweede helft van 2019 moeten alle installatiebedrijven die werkzaamheden uitvoeren aan particuliere gastoestellen, gecertificeerd zijn. Dit is nu nog niet het geval. “Woningbezitters worden verantwoordelijk voor het inschakelen van de juiste vakman. Ongetwijfeld zullen verzekeraars hier ook hun uitkeringsbeleid op aan gaan passen”, verwacht Buiting.

Vraag een offerte aan voor cv-ketels:

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.