ID.nl logo
Huis

Waarom we nog niet overal glasvezel hebben

Waarom kun je niet overal in Nederland snel internet (glasvezel) ontvangen in huis? Zelfs als je in het drukke Amsterdam woont, hoef je niet per se het snelste internet bij je provider te kunnen afnemen. Hoewel er op een heleboel plekken wel glasvezel in de grond ligt, kan het compleet “verglazen” van Nederland nog wel even duren.

Ten eerste zijn de kosten van het aanleggen van glasvezel erg duur. Het is niet meer zo duur als vijftien jaar geleden - toen kostte het zo'n 3.000 euro per huis - maar je bent alsnog per huis ongeveer 600 euro kwijt. Reggefiber is met 80 procent de grootste Nederlandse aanlegger van glasvezel, maar sinds KPN er een groot belang in heeft gekregen, stagneerde het aantal huishoudens dat werd voorzien van glasvezel. KPN leek meer heil te zien in het goedkopere ADSL-kopernetwerk, dat ze via updates sneller maakten.

Zwolle

Echter lijkt KPN daar de laatste tijd van terug te komen. KPN is nu bezig om de regio Zwolle Noord-Oost van een aanzienlijke glasvezelboost te voorzien. Het hoopt in 2021 zo'n 1 miljoen adressen meer op glasvezel te hebben. Bizar, als je bedenkt dat het bedrijf in januari 2017 juist fel tegen glasvezel leek te zijn: in Eindhoven stopte het met de aanleg van glasvezel, waardoor mensen met VDSL het stuk van de wijkkast naar huis moesten overbruggen. Niet bepaald een ideale situatie, want VDSL is in veel gevallen traag als er veel DSL-huishoudens in de omgeving zijn. Goed nieuws dus dat KPN hiervan terug lijkt te komen.

Druk vanuit de overheid De overheid speelt ook een grote rol in de aanleg van snellere internetnetwerken. Niet alleen door te bepalen welke gemeentes er aan de beurt zijn voor glasvezel, maar ook door zich over het vraagstuk te buigen hoe het internet in ons land sneller kan. In het Actieplan Digitale Connectiviteit staat dat het streven is om in 2023 een grote meerderheid van de huizen in Nederland van een Gigabit-verbinding te hebben voorzien. De overheid biedt financiële ondersteuning voor diverse projecten om de internetsnelheid te verbeteren.

Ziggo vindt op dit moment de kosten van glasvezel nog niet opwegen tegen de baten. Het haalt nog niet de maximale snelheid uit het netwerk, waardoor het net als KPN eerder liever werkt aan het sneller maken van de bestaande thuisnetwerken. Volgens experts wordt het feit dat KPN en Ziggo niet zo happig zijn op glasvezel niet zozeer veroorzaakt door glasvezel zelf: er liggen hoge belastingen (precariobelasting) ten grondslag aan het in de grond leggen van ongebruikte koperdraden of buizen.

Er zijn wel een aantal internetproviders die maar al graag gebruik maken van glasvezel, maar in het aanleggen ervan is Reggefiber dus redelijk alleen (op enkele regio’s na, zoals het Westland). Reggefiber werkt met gemeentes samen om te bepalen welke wijk er aan de beurt is voor glasvezel. Vervolgens wordt dit, na het nadrukkelijk toestemming verlenen hiervan, aangelegd tot in je huis. Hiervoor worden geen aanlegkosten gerekend, al moet je waarschijnlijk wel een dagje thuisblijven omdat er een gat in je huis moet worden geboord.

Glasvezel in een notendop Glasvezel kan internetsnelheden tot 1 gigabit per seconde halen. Hierdoor kun zowel snel uploaden als downloaden, wat bijvoorbeeld bij het gebruik van Facetime en online gaming erg belangrijk is. Op dit moment hebben ruim 2,7 miljoen huishoudens in Nederland een aansluiting op het glasvezelnetwerk, waarvan slechts iets meer dan een derde ook daadwerkelijk een abonnement heeft bij een glasvezelaanbieder. Glasvezel laat tot nu toe minder storingen zien dan de concurrerende internetnetwerken, en wordt bijvoorbeeld ook veel gebruikt voor datacenters.

De reden dat er nog niet overal in Nederland glasvezel ligt, is dus vooral te wijten aan de hoge kosten en de welwillendheid van providers om hier geld in te steken, terwijl er ook nog een heel kopernetwerk in de grond ligt waarvoor wordt betaald. Bovendien lijken we tot nu toe niet alles uit glasvezel te kunnen halen wat erin zit, waardoor slechts een klein gedeelte (16%) van de Nederlandse huishoudens op deze vorm van internetnetwerk over is. Dit aantal zal in de komende vijf jaar naar alle waarschijnlijkheid enorm gaan groeien, maar daarvoor hebben veel enthousiaste consumenten wel geduld nodig.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning
© Vadym - stock.adobe.com
Gezond leven

Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning

Meta zou in de loop van dit jaar gezichtsherkenningstechnologie aan diens slimme brillen willen toevoegen.

Dat claimt The New York Times van bronnen te hebben vernomen. De gezichtsherkenningstechnologie zou ergens later dit jaar naar de slimme Ray-Ban- en Oakley-brillen van het bedrijf komen.

Volgens The New York Times zouden de brillen met de technologie gezichten in de omgeving kunnen identificeren via de ingebouwde camera. Daar zouden de brillen profielen van socialmediaplatforms van Meta, zoals Facebook en Instagram, voor gebruiken. Vervolgens zouden dragers van de bril informatie over de persoon in kwestie krijgen.

Logischerwijs zorgt het gerucht voor wat ophef rondom privacy. Meta zou dan ook nog overwegen dat het alleen mogelijk wordt om de technologie in te zetten bij mensen waar de drager een connectie mee heeft op social media. Maar het is nog niet uitgesloten dat Meta er voor kiest dat met de bril ook vreemden herkend kunnen worden via openbare profielen.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie er komt; The New York Times citeert een interne memo van Meta waarin te lezen valt dat het een goed moment is om de functie te lanceren gezien de huidige politieke onrust. Dit omdat veel organisaties die bezwaar zouden maken tegen dergelijke technologie, het te druk zouden hebben met andere problemen. Meta zelf heeft het gerucht aan The New York Times bevestigd noch ontkend.

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.