ID.nl logo
Met Solar Watch-app weet je altijd de stand van de zon
© Reshift Digital
Huis

Met Solar Watch-app weet je altijd de stand van de zon

Bij fotografie is de stand van de zon soms erg belangrijk. Een specifieke schaduwval kan een foto maken of breken. En dan zijn er ook nog het gouden en blauwe uur. Met de app Solar Watch ben je altijd op de hoogde van de zonstand. Dit kun je er allemaal mee.

Meer serieuze fotografen en professionals moeten vaak met van alles en nog wat rekening houden tijdens hun ‘fotosafari’s’. Een van die dingen is schaduw. Stel je moet als makelaar – om maar wat te noemen – een pand fotograferen. Dan komt dat natuurlijk het best tot z’n recht als het niet net in een donkere schaduw staat, dat maakt een object al snel een stuk onaantrekkelijker. Bovendien lijkt het dan of je als toekomstige bewoner wellicht altijd in het donker zit. ‘Want anders was die foto immers wel op een ander tijdstip gemaakt, toch?’. 

Nu kun je zelf in je eigen omgeving en misschien zelfs een flink deel van de stad waar je onderdeel van uitmaakt grofweg inschatten waar wanneer zaken in het zonnetje staan. Dat wordt al snel anders als je in vreemde omgevingen beland. Dan komt de app Solar Watch voor iOS en iPadOS prima van pas. Je kunt er bijvoorbeeld prima op zien wanneer welke kant van een beoogde straat in ’t zonnetje staat (of juist niet als je nou net schaduw nodig hebt). Ook de shaduwval is ermee te achterhalen.

Tabel ontdekken

Start de app en je ziet een tabel geldig voor jouw locatie. Vrees niet: de ‘droge’ tabel kan desgewenst straks door een kaartprojectie vervangen worden. Komen we zo op terug. Eerst toch even naar die tabel kijken, want daar zijn wel degelijk interessante dingen in te vinden! 

Ten eerste zie je de verschillende soorten schemeringsmomenten. Belangrijk zijn zonder meer zonsop- en ondergang. Mocht je een foto daarvan willen scoren, dan zit je met die tijdstippen gewapend alvast op de eerste rang. Mits je zorgt voor vrij zicht naar het oosten of westen. 

©PXimport

Gouden uur

Dan is er het Golden hour, waar je twee keer per dag van kunt profiteren: in de ochtend na zonsopgang en in de avond voor zonsondergang. In de ochtend kun je vaak schitterende skylinefoto’s schieten in het wat ‘kouder’ aandoende gouden uur dan. Ook perfect voor straatbeelden in grote steden en dergelijke. Ook geldt dat het ochtend-gouden uur ideaal is voor winterse opnamen: sneeuw, ijzel enzovoort zijn dan nog niet gesmolten door oplopende temperaturen.

Het gouden uur voor zonsondergang levert vaak meer ‘opgewarmde’ plaatjes op. Ook bruikbaar voor net genoemde doelen, maar zeker ook voor warm aandoende taferelen op een al even warme zomerdag. Mogelijk minder geschikt voor winterse taferelen, zeker als de temperatuur overdag waarden boven nul heeft aangetikt.

Wil je overigens van welk gouden uur ook kunnen genieten dan is een liefst flink wolkenloze hemel wel noodzakelijk. Een dik grijs wolkendek en er valt niks spannends te beleven.

Blauwe uren

De blauwe uren zijn minder afhankelijk van een heldere lucht (al maakt het ’t vaak net wat mooier). Ze beginnen na zonsondergang (of wat voor zonsopgang). Het blauwige licht van de lucht zorgt dan voor veel levendiger avondfoto’s. Het zijn de momenten waarop straatverlichting, neonreclame’s, kantoor- en huisverlichting al aan zijn gegaan, maar er ook nog altijd een donkerblauwe waas in de lucht waarneembaar is. Burgerlijke schemering (en soms een stukje nautische schemering) zijn de uren die je moet hebben in dat geval. 

Wil je tot slot zo’n kort mogelijke schaduw in je foto’s om wat voor reden dan ook, dan heb je het hoogste punt dat de zon bereikt nodig. In de tabel vind je dat terug als Meridiaan. Vanzelfsprekend is het precieze moment oneindig kort, maar in je foto merk je niet veel van een kwartier voor of na de meridiaan. Kortom: gewapend met deze kennis én de tabel uit Solar Watch kun je al flink wat beslissingen nemen.

©PXimport

Kaart, satelliet en 3D

Voor maanfotografen is de knop Maan in de knoppenbalk onderin nog interessant, je kunt er de stand- en fase van de maan mee terugvinden. Ook is er een verder doorlopende maandkalender en worden onder de knop Kalender bijzondere verschijnselen als een supermaan of maansverduistering (al dan niet gedeeltelijk) aangegeven. 

Nu wordt het tijd voor de meer interessante optie die Solar Watch te bieden heeft: een projectie van de zon (en maan) op een kaart. Tik op de kaartknop en je ziet je eigen locatie. Middels de zoekknop kun je een locatie zoeken. In de standaard (en wat ons betreft meest handige) kaartweergave – gewoon recht van boven – zie je de zonnestand (of tik op de maan voor een maanstand) in een boog. Veeg je vinger over de grafiek onder de kaart en je ziet precies waar de zon staat. En daarmee ook welke gebouwen in de schaduw staan en welke niet. 

Handig hierbij is de satellietweergave, die geeft een net wat meer realistisch beeld. Ook kun je dan zien of er mogelijk nog gebouwen voor jouw gewenste object staan. Omdat de app Apple Maps gebruikt, zijn er in Europa nog vrij weinig steden die in 3D getekend worden op de kaart terug te vinden. In het geval van Amerikaanse steden is er wél het een en ander aan 3D te vinden, wat het nóg weer makkelijker maakt om je fotopositie (en tijdstip) te vinden. 

Let daarbij wel op dat de shaduwen die zichtbaar zijn in de 3D-kaart of satellietfoto niet veranderen bij het wijzigen van ’t tijdstip! Dat kan ook niet, want die foto’s zijn nou eenmaal gemaakt op een bepaalde tijd en er zijn dus vast ingebakken schaduwen te zien. Je daar niet door laten afleiden dus.

©PXimport

AR, kijk om je heen

Een laatste aardigheidje is de AR-knop. Druk je daarop, dan zie je een live-beeld van de plek waar je staat. Met daarop geprojecteerd een ‘zonneboog’ (of maanboog, naar wens), wellicht even ‘rondkijken’ om ‘m te vinden. Hier op kun je zien waar de zon precies staat op een bepaald tijdstip, geprojecteerd in real-time op de omgeving. Dat is bijvoorbeeld handig voor interieurfotografie, zo weet je precies wanneer het zonnetje op een mooie manier naar binnen schijnt. 

De al genoemde maanfotografen kunnen hun statief en camera alvast opstellen op een plek waar ze zo lang mogelijk vrij zicht hebben op onze kazige nabuur. Al met al een verdraaid handige app om altijd op je telefoon of tablet bij de hand te hebben. Misschien relatief zinloos voor de jachtige stedentrips waar je afhankelijk bent van een programma aan activiteiten, maar ideaal voor als je vrij kunt rondlopen. Plan voor vertrek de plekken die je in het voor jou mooiste licht wilt fotograferen en je komt thuis met foto’s die net weer wat aantrekkelijker zijn!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.