ID.nl logo
Medion Erazer P7651 - Degelijke gaminglaptop
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Medion Erazer P7651 - Degelijke gaminglaptop

Onder de naam Erazer brengt Medion al geruime tijd gaminglaptops uit. De modellen zijn over het algemeen eenvoudig vormgegeven, maar wel degelijk en solide. De Medion Erazer P7651 is een gaminglaptop met wat lagere specificaties. Hoe presteert dit Medion-model?

De Medion Erazer P7651 valt niet in het topsegment gaminglaptops. De laptop heeft een Intel Core i5-processor op 1,60Hz (van de 8ste generatie), 8 GB geheugen en een Nvidia Geforce GTX 1050 met 4 GB videogeheugen. Maar juist door die wat lagere specificaties is de laptop betaalbaar, terwijl je er toch een model met een 17,3-inch scherm voor terugkrijgt.

©PXimport

Vormgeving

Ook de Medion Erazer P7651 is wat sober weergegeven, maar dan juist in de positieve zin: niet iedereen is gediend van de extra franje die je vaak bij gaminglaptops aantreft. De Erazer is namelijk gewoon zwart. De hoeken zijn schuin afgewerkt, waardoor hij makkelijk in je (grote) rugzak glijdt. Een grote rugzak heb je overigens wel nodig, want de laptop meet 42 bij 28 cm en is 2,8 cm dik. Met een gewicht van 2,7 kilo ook niet een van de lichtste laptops, maar dat is voor een gaminglaptop vrij gebruikelijk. Het 17,3-inch scherm is mat afgewerkt, waardoor het beeld misschien niet meteen sprankelend overkomt, maar het voordeel is dan weer wel dat je geen last hebt van reflecties. Medion heeft voor deze laptop gebruikgemaakt van een AVHA-scherm: in feite is dat een IPS-panel, maar dan met een iets betere kijkhoek. De laptop heeft geïntegreerde speakers aan de bovenzijde van het toetsenbord. Een prima plek, maar qua geluidsproductie valt het ietwat tegen: weinig bas, vooral wat blikkerig geluid. De meeste gamers zullen echter sowieso gebruik maken van een koptelefoon.

Het toetsenbord is een normaal en stevig klavier, met slechts wat kleine blauwe pijltjes op de WASD-toetsen om toch aan te geven dat hij bedoeld is voor gaming. Alle toetsen zijn overigens lichtblauw rondom de randen, waarmee je ze ook goed kunt zien in donkere ruimtes. De toetsen zijn niet verlicht en het zijn geen RGB-toetsen, dus je kunt er geen andere kleurtjes mee weergeven. Opvallend is ook dat Medion geen extra tools meelevert om bijvoorbeeld de kloksnelheid te aan te passen of verschillende gamemodi in te stellen. Door het formaat van de laptop is er ook ruimte voor een afzonderlijk numeriek pad.

©PXimport

Kracht en snelheid

De Intel Core i5 8250U is van de achtste generatie en bevat 4 cores. De kloksnelheid is 1,60GHz en is hiermee niet het snelste model van de i5: de 8500B is namelijk sneller en heeft een hogere kloksnelheid (3 GHz) en 6 cores, maar die is pas in het tweede kwartaal van dit jaar verschenen. De in de Erazer toegepaste Nvidia 1050 GTX-gpu is ook niet het topmodel en juist deze combinatie maakt het dat deze Medion-laptop wat gaming betreft niet in het topsegment belandt. De combinatie is – ondanks het 8 GB werkgeheugen en het 4 GB videogeheugen – wat aan de krappe kant als je games op full-screen en met de hoogste instellingen wilt spelen, maar als in ieder geval voor een lagere beeldschermresolutie wordt gekozen, helpt dat al wel flink. Qua benchmarkscore met PCMark 10 Extended scoort de laptop 4166 punten, wat een prima score is.

Voor opslag is gekozen voor een krappe 256 ssd van Intel. Voldoende voor Windows en een aantal games, maar als je meer wil kunnen opslaan, zul je op den duur toch al snel een tweede schijf willen plaatsen.

Prettig is overigens wel dat de Erazer niet te warm wordt tijdens het gamen: dat hebben we wel eens anders meegemaakt, bijvoorbeeld bij de MSI G65 Stealth Thin 8RF, die op den duur bijna niet meer langdurig aangeraakt kon worden. Bij de Erazer lijkt de warmteafvoer een stuk beter geregeld te zijn. De ventilator voor de warmteafvoer van de videokaart zit alleen aan de linkerkant, maar de rest van de bovenkant van de laptop blijft aangenaam qua temperatuur. De ventilators van de hele laptop doen goed hun best, zonder extreem veel lawaai te maken.

©PXimport

Connectiviteit

We zien ze eigenlijk bijna nooit meer: VGA-poorten. Toch heeft Medion ervoor gekozen deze aansluiting mee te leveren, voor backward-compatibiliteit met oudere monitoren natuurlijk geen enkel probleem. Maar we hadden liever dat er – naast de hdmi-poort – gekozen was voor bijvoorbeeld een DisplayPort-aansluiting: nét even iets meer bij de tijd. Ook voor de oude garde: de Medion Erazer P7651 bevat een ‘old school’ dvd-speler, maar dat kunnen we alleen maar toejuichen, altijd prettig als je nog een dvd wilt kijken, wat data wilt overzetten of wat oudere games wilt kunnen spelen. Dergelijke ingebouwde apparaten maken een laptop dan wel niet erg compact, maar voor een gaminglaptop vinden we dat zelf niet verkeerd; dat kan echter een kwestie van smaak zijn. Verder zijn er nog twee usb 2.0-poorten, één usb 3.0-poort, een usb-c-poort en een 1 Gbps-netwerkaansluiting in de laptop geïntegreerd. Jammer dat de poorten niet allemaal minstens van de snellere usb-standaard zijn, maar ach: je gebruikt ze waarschijnlijk nooit allemaal tegelijk en voor het aansluiten van een externe muis maakt het eigenlijk niet zoveel uit.

Conclusie

We kunnen eigenlijk vrij kort zijn: de Medion Erazer P7651 is een prima laptop voor een mooie prijs. Oerdegelijk, misschien een tikkie saai qua ontwerp, maar wel erg stevig en solide. Het flinke scherm oogt goed, het toetsenbord tikt prettig en eigenlijk hebben we – los van de geluidskwaliteit – niets op het apparaat aan te merken. Hardcore gamers zullen niet snel voor deze configuratie, maar iemand die af en toe gamet en een krachtige laptop nodig heeft voor bijvoorbeeld videobewerking of zwaardere toepassingen, kan prima met de Erazer P7651 uit de voeten. Het meest verbaast zijn we eigenlijk over de prijs: voor € 899,- is deze laptop echt zeker aan te raden.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs:** € 899,- **Processor:** Intel Core i5 Kaby Lake 8250U **Kloksnelheid:** 1,6GHz **Chipset:** Intel HM620 **Geheugen:** 8 GB DDR4 2400MHz **Grafische chip:** Intel HD 620 NVidia GeForce GTX 1050 **Videogeheugen:** 4 GB GDDR5 **Display:** 17,3 inch IPS 1920x1080 **Opslag:** 256 Intel SSD **Besturingssysteem:** Windows 10 Home 64-bit **Gewicht:** 2,7 Kg **Accu:** 3000mAh (45Wh) **Connectiviteit:** 1x USB 3.0, 1x USB 3.1 type-c, 2x USB 2.0, 1x 1Gbps LAN, Wifi AC, 1x HDMI, 1x VGA **Website:** [www.medion.nl](https://www.medion.com/nl/shop/performance-laptops-medion-erazer-p7651-i5-gaming-laptop-30023760a1.html)

Plus- en minpunten
  • Degelijk en solide ontwerp
  • Prettig toetsenbord
  • Veel laptop voor je geld
  • Opslagcapaciteit wat aan de krappe kant
  • Niet de allersnelste specificaties
▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.