ID.nl logo
Huis

De beste WordPress-plugins voor beveiliging en optimalisatie

De standaard WordPress-installatie is heel erg basic. Gelukkig zijn er duizenden thema’s en WordPress-plugins verkrijgbaar om je site mooier te maken, uit te breiden en te beveiligen. Vooral dat laatste is belangrijk.

Je kunt op twee manieren beginnen met WordPress: handmatige installatie in je hostingaccount, of gebruikmaken van de kant-en-klare installer of WP-installatie die veel hosters aanbieden. Ook als je voor handmatig kiest verloopt de installatie grotendeels via een eenvoudige wizard. Hoe je WP handmatig installeert staat op de WordPress-site uitgelegd.

Makkelijker is het om gebruik te maken van de one-click-install die veel hosters aanbieden. Dit vergt niet meer dan inloggen in je hosting-admin en met een druk op de knop WP installeren. Meestal hoef je dan alleen de gewenste taal, gebruikersnaam en wachtwoord zelf in te vullen, de rest wordt voor je gedaan. Binnen een minuut staat een verse WordPress-installatie voor je klaar om mee aan de slag te gaan. Om het hackers niet al te makkelijk te maken is het aan te raden om niet ‘admin’ of je echte naam te gebruiken als gebruikersnaam.

Security-plugins

WordPress is een geliefd doelwit voor hackers. Installeer daarom altijd meteen updates van zowel WordPress zelf als van eventuele plugins. WP geeft zelf in het beheerpanel aan of er updates beschikbaar zijn, die je vervolgens met een muisklik installeert. Vergeet ook het beveiligen van je site niet. Dit is essentieel, doe dit gelijk na installatie. Populaire security-plugins zijn Wordfence, iThemes Security, All In One WP Security en Shield Security.

De basisversies van deze plugins zijn gratis maar dekken toch de belangrijkste veiligheidsrisico’s af. Voor extra mogelijkheden zijn er premium-versies verkrijgbaar. Je kunt ook meerdere plugins gebruiken, maar dan heb je wel kans dat ze elkaar in de weg zitten als je ze dezelfde taken geeft. Kijk dan dus goed welke taken je door welke plugin laat doen. De ene heeft bijvoorbeeld een goede firewall en de andere blinkt misschien weer ergens anders in uit.

Heb je veel last van hackers en spammers uit bepaalde landen (Rusland en China bijvoorbeeld) dan kan een plugin als IP Geo Block nuttig zijn, hoewel het een beetje grove maatregel is omdat ip’s uit die landen ook gebruikt kunnen worden door legitieme gebruikers. Tegen spam kun je ook een gespecialiseerde plugin als WP-SpamShield of Akismet inschakelen. Een uitstekende plugin die zich specifiek richt op het blokkeren én verwijderen van malware is Anti-Malware Security and Brute-Force Firewall.

Gebruik je vps-hosting met het Plesk-beheerpanel, dan kun je gebruikmaken van een speciale WordPress-beheermodule. Hiermee kun je je WordPress-site(s) en de meeste plugins gemakkelijk updaten met een druk op de knop. Ook bevat de module een functie voor enkele beveiligingsmaatregelen op hostingniveau, zoals het controleren en eventueel corrigeren van toegangsrechten van essentiële WP-bestanden.

En de rest

Heel nuttig zijn ook de talloze plugins die allerlei WP-settings optimaliseren. Veel ervan zijn gratis te vinden in de WordPress-repository, of via de backend van je site onder Plugins), zoals de kleine maar erg nuttige plugin Advanced Speed Increaser. En installeer dan gelijk ook even het tooltje Disable Emojis. Soms ook loont een kleine investering in een commerciële plugin. Een echte aanrader is Only Tweaker, voor 15 dollar te vinden op CodeCanyon. Hiermee kun je via honderden settings WP op allerlei aspecten vergaand finetunen. Voor 6 dollar meer heb je het nog uitgebreidere broertje Ultimate Tweaker. Op CodeCanyon staan nog veel meer plugins die je voor een klein bedrag het werken met WP een stuk aangenamer kunnen maken en je helpen sneller en makkelijker je site te krijgen zoals je wilt.

PHP optimaliseren

De belangrijkste php-instelling in relatie tot je WP-site is de geheugenlimit, in php heet die parameter memory limit. Voor wat simpele plugins is 40 MB toereikend, maar bij veel of zware plugins is 128 MB of 256 MB aan te bevelen. Enkele hosters bieden standaard zelfs 512 MB. Je kunt via diverse plugins de hostingwaarden controleren, bijvoorbeeld de plugin WordPress phpinfo() van Chris Flannagan. Ook handig is Server IP & Memory Usage Display. Die plugin geeft in de statusbalk weer hoeveel geheugen is gebruikt en wat de limieten zijn.

©PXimport

Sommige php-instellingen kunnen roet in het eten gooien bij het werken met formulieren, vooral bij grotere uploads. De belangrijkste zijn post max size en upload max filesize. Als je foto’s, video’s, thema’s of plugins toevoegt via een uploadfunctie moeten de waardes toereikend zijn. Ook bij het importeren van databaseback-ups kan het een spelbreker zijn. Je kunt beide waardes het beste naar bijvoorbeeld 64 MB verhogen. Ook de max execution time kan van belang zijn. De standaardwaarde van 30 of 40 seconden is soms te kort, zet deze liever op 300. Het kan soms ook nodig zijn om de max input vars te verhogen van 1000 naar bijvoorbeeld 1600.

Je kunt dit soort php-instellingen aanpassen via het admin-panel van je hosting-omgeving, of via het .htaccess-bestand in je WordPress-root. Check dus of de hoster die je op het oog hebt je deze vrijheid biedt. Bij een vps heb je het zelf in de hand, maar bij shared hosting kunnen er restricties gelden. Bij het aanpassen van memory limit is het verstandig dit ook in WordPress te wijzigen. Voeg daarvoor in het bestand wp-config.php na de regel toe voor een limiet van 256 MB.

define('WP_DEBUG', false);

de regel

define('WP_MEMORY_LIMIT', '256M');

Hoewel versie 7 van php al heel lang uit is wordt er nog steeds hosting aangeboden met php 5.6, vooral door budgethosters. Dat is jammer, want de nieuwe versie biedt een veel betere performance. Een kale WordPress-site wordt door php volgens verschillende metingen zo’n twee tot drie keer sneller verwerkt met php 7 dan met php 5.6. Ook het geheugengebruik ligt lager.

Soms werd nog expres voor 5.6 gekozen omdat oudere thema’s of plugins de nieuwe omgeving niet ondersteunen, maar dat lijkt inmiddels achterhaald. Bij veel webhosts is php 7 inmiddels standaard, of kun je (via een control panel) wisselen tussen php-versies. Zo kun je ook weer relatief gemakkelijk terug als het onverhoopt toch problemen geeft.

Tekst: Gertjan Groen en Jurgen Nijhuis

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.