ID.nl logo
Rookmelder kopen? Hier moet je op letten
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Rookmelder kopen? Hier moet je op letten

Aan een goede rookmelder hoeft echt geen extreem prijskaartje te hangen. Een optische rookmelder koop je voor prettige bedragen bij de bouwmarkt. Wil je meer, dan is er de slimme rookmelder, die je vanaf je smartphone uit kunt lezen. En daartussen tref je ook nog van alles aan. Hier leggen we je uit waar je op moet letten en welke specificaties belangrijk zijn. Zo vind je snel de beste rookmelder voor jouw situatie!

Wanneer is het tijd om je rookmelder te vervangen?

Een rookmelder gaat over het algemeen tien jaar mee. Is die tijd voorbij, dan geeft het apparaat een melding en moet je je rookmelder vervangen. De levensduur van een rookmelder is dus zonder meer lang. Wel geldt natuurlijk dat bij de exemplaren die op een standaard alkalinebatterij werken de batterij met regelmaat vervangen moet worden. Bij rookmelders die een batterij van 9 Volt (blokbatterij) gebruiken, moet deze jaarlijks vervangen te worden. Exemplaren die op AA of AAA batterijen werken dienen elke twee à drie jaar een set verse batterijen te krijgen. Tussentijds is het zaak om met regelmaat op de testknop te drukken om te zien of de melder nog functioneert. Sommige melders geven een alarm als de batterij bijna leeg is. Verder is het belangrijk om met enige regelmaat je rookmelder met een stofzuiger stofvrij te maken. Doe je dat niet, dan slaat de rookmelder op een gegeven moment continu vals alarm.

Koppelbare rookmelders

Een stapje verder dan de standaard ‘solo’ rookmelder gaat de koppelbare rookmelder. Deze zijn – afhankelijk van het type – bedraad of draadloos koppelbaar. Ontstaat er ergens in huis rook, dan slaat het hele cluster tegelijk alarm. Dus als er op zolder iets mis gaat, weet je dat beneden in de huiskamer ook meteen. Net weer een stukje veiliger dus.

Slimme rookmelders

©PXimport

Slimme rookmelders – ook wel wifi rookmelders genoemd – delen informatie via je draadloze (thuis)netwerk. Hét grote voordeel is dat dit type – zoals bijvoorbeeld de Nest rookmelder - een waarschuwing naar bijvoorbeeld je smartphone kan sturen. Zit je dan bij buren of vrienden verderop in de straat, dan kun je toch nog op tijd actie ondernemen. Of je koppelt de rookmelder bijvoorbeeld aan de telefoon van je buren als jij bijvoorbeeld op vakantie gaat. Gaat er iets mis, dan kunnen zij snel ingrijpen (tip: zorg dan wel dat ze ook een sleutel van je huis hebben!). Wie goed zoekt, kan ook een rookmelder met camera vinden, maar die worden eigenlijk vooral gebruikt als beveiligingscamera – gecamoufleerd in een rookmelderjasje, zeg maar. 

Optische rookmelders

De optische rookmelder is tegenwoordig het enige toegestane type voor thuisgebruik in woningen. Voorheen was ook de ionisatierookmelder toegestaan, waarbij een stukje radioactief materiaal radioactieve deeltjes uitzendt die op een elektrode worden opgevangen. Zodra er rook ontstond, werden de deeltjes tegengehouden door de rook. Ergo: de melder detecteerde een vermindering van de deeltjesstroom en sloeg alarm. Dit type wordt inmiddels als verouderd beschouwd, onder meer vanwege het radioactieve afval dat in het milieu belandt bij verbranden of in de vuilnisbak gooien. Een optische rookmelder heeft geen radioactief bronnetje aan boord en is tegenwoordig de standaard.

Rook- en koolmonoxidemelders

Los van rookmelders zijn er ook nog koolmonoxidemelders of – zoals ze officieel heten – brandgasmelders. Hierbij gaat het om een melder die een of meer detectoren bevat die specifiek bij verbranding vrijkomende gassen kunnen meten. Het betreft dan veelal koolstofmonoxide of koolstofdioxide. Praktisch voordeel van dit type melder is dat ze ook ingezet kunnen worden op meer stoffige plaatsen. Ook slaat een brandgasmelder aan als bijvoorbeeld een geiser of cv-ketel een slechte verbranding heeft. Bij gasapparatuur in huis (zeker oudere spullen) kan een koolmonoxidemelder levensreddend zijn. Koolmonoxide is een reuk- en kleurloos gas dat steeds weer nodeloos slachtoffers eist. Een combi van rook en koolmonoxidenmelders is het mooist. Brandgasmelders zijn wel wat duurder dan rookmelders, maar de bedragen zijn ook weer niet zo hoog dat ze een bres in je budget slaan.

Een rookmelder op batterij of netstroom?

De rookmelder op netstroom beschikt over een back-up batterij. Valt de elektriciteit uit (bijvoorbeeld door een storing of door brand), dan blijft de rookmelder op lichtnet dus gewoon werken. Voordeel van een rookmelder op 230v is dat je veel minder afhankelijk bent van een op een cruciaal moment leeg rakende batterij. Ook is er de rookmelder die 10 jaar meegaat zonder dat je de batterij hoeft te vervangen. Het gaat dan om speciale lithiumbatterijen waardoor je geen omkijken meer naar de melder hebt (maar ze nog wel steeds regelmatig moet testen!).

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos